Tijd voor antwoorden: waarom zweeg de politiek over PFAS-vervuiling?

8 december 2021 Tom Cochez
Toplui van 3M worden ondervraagd in de onderzoekscommissie PFAS-PFOS
De top van chemiebedrijf 3M blijft elk verband tussen PFAS en risico’s voor mens en milieu ontkennen. (Foto: © Nicolas Maeterlinck (Belga))
Het beste van Apache volgens de Vrienden van Apache

Het politieke gehakketak over PFAS, de zorgsector, vastgoed, … laat schrijnend zien hoe belangen conflicteren en alvast kapitaalgroepen profiteren, met desastreuze gevolgen voor klimaat, burger en de toekomst van beide. Met stiekeme medewerking van onze overheid ontstaan gevaarlijke constructies. 

Zorgvuldig samengestelde - maar vaak onvolledige tot onjuiste - informatie en verdachte motiveringen zorgen dat burgers denken of voelen dat ze voorgelogen en bestolen worden. De politieke retoriek van vandaag, planmatig gestuurd vanuit ivoren torens, creëert misvattingen en verwarring. Burgers worden moe en allergisch, de ‘daders’ blijven buiten schot.

Ontdek alle negen artikels uit 2021 die je gelezen moet hebben.

De Vrienden van Apache zijn een groepje gemotiveerde coöperanten en leden. In hun vrije tijd geven ze Apache een duwtje in de rug. Zin om mee te doen?

In Vlaanderen kan wat op veel andere plaatsen ondenkbaar zou zijn: in zeer zwaar vervuilde grond wordt een groot deel van de ‘Werf van de eeuw’ gegraven, door bouwheer Lantis ook wel de ‘meest ambitieuze bouwwerf van Noordwest-Europa’ gedoopt.

In plaats van de bodem te saneren, beslisten politici om een groot stort te bouwen met de uitgegraven grond. Een geheime dading tussen chemiebedrijf 3M en Lantis moest die beslissing binnenskamers houden. Communiceren over de gezondheidsrisico’s van de vervuiling mocht niet. Verder onderzoek voeren om de ernst van de situatie in kaart te brengen, was uit den boze.

De onderzoekscommissie PFAS-PFOS in het Vlaams Parlement verzamelde de voorbije zes maanden getuigenissen van experts en leidinggevende figuren van de betrokken overheidsdiensten. Die tonen hoe en waarom dit kon gebeuren. De komende weken worden de betrokken politici gehoord. De vragen staan op scherp. Maar volgen er ook antwoorden?

Stuurcomité

Afgelopen vrijdag (3/12) maakte de top van chemiebedrijf 3M voor de tweede keer haar opwachting in de onderzoekscommissie PFAS-PFOS. 3M ligt aan de basis van een gigantische historische bodemverontreiniging met PFAS, dat is een groep quasi niet-afbreekbare chemische stoffen die ernstige risico’s inhouden voor mens en milieu. Op z’n minst tot voor kort loosde de fabriek grote hoeveelheden PFAS in het Scheldewater. Ook via de lucht stoot 3M PFAS uit.

De top van 3M blijft elk verband tussen PFAS en risico’s voor mens en milieu ontkennen

Bij de eerste doortocht van de toplui van 3M botsten de leden van de onderzoekscommissie op een muur van stilzwijgen. Cruciale vragen bleven onbeantwoord en wetenschappelijke bevindingen over de toxiciteit van PFAS werden miskend. Wie had gehoopt dat het de tweede keer anders zou zijn, kwam bedrogen uit. De top van het chemiebedrijf blijft elk verband tussen PFAS en risico’s voor mens en milieu ontkennen.

Na de experts en het betrokken bedrijf is het nu tijd voor het langverwachte politieke luik van de onderzoekscommissie. Wie zal komen getuigen voor de commissie is nog niet helemaal duidelijk. De vorige vergaderingen maakten wel duidelijk dat veel politici een en ander uit te leggen hebben. Vooral voormalig milieuminister Joke Schauvliege (CD&V), haar opvolger Zuhal Demir (N-VA) en voormalig minister van openbare werken Ben Weyts (N-VA) mogen grondig op het rooster worden gelegd.

Het politiek stuurcomité van Lantis heeft de bevolking bewust in het ongewisse gelaten over de hoge concentraties PFOS in en om de fabriek van 3M

A fortiori geldt dat voor de leden van het politiek stuurcomité van Lantis. Dat politiek stuurcomité bestond in 2017 uit Joke Schauvliege, Hilde Crevits (CD&V), Bart Tommelein (Open Vld), Geert Bourgeois (N-VA), Ben Weyts (N-VA), Liesbeth Homans (N-VA), Bart De Wever (N-VA) en Koen Kennis (N-VA). Het is dit stuurcomité dat verantwoordelijk is voor de strategische keuzes van de bouwheer van de Oosterweelverbinding. Zij zijn het die het licht op groen hebben gezet voor de dading met 3M. Zij zijn het die zich niet hebben verzet – als ze de politieke beslissing al niet zelf zouden hebben genomen – tegen de beslissing van de betrokken kabinetten om niet actief te communiceren over de vervuiling. Zij zijn het die de bevolking bewust in het ongewisse hebben gelaten over de hoge concentraties PFOS die werden aangetroffen in en om de fabriek van 3M.

De samenstelling van dat politiek stuurcomité geeft aan welke partijen en welke figuren heel veel uit te leggen hebben. 

Waarom?

De betrokkenheid van de top van de Vlaamse politiek verklaart waarom het de voorbije maanden nauwelijks om inhoud draaide. De strijd om de perceptie haalde de bovenhand.

Telkens er nieuwe feiten naar buitenkwamen over de uitstoot van PFAS via de lucht, over de aanwezigheid ervan in grond(water) of PFAS-waarden in het bloed van omwonenden, werd gegoocheld met achterhaalde normen, dubieuze interpretaties of de dooddoener dat de situatie in het verleden niet met de kennis van vandaag mag worden beoordeeld.

Waarom werd al die tijd gezwegen? Waarom mocht geen verder onderzoek gebeuren? Waarom werd de volksgezondheid bewust op het spel gezet?

Dat bleek voor de politieke wereld de enige manier om de meest relevante vraag in het PFAS-dossier steeds verder door te schuiven. Die meest relevante vraag is de waarom-vraag. We weten dat bepaalde zaken zijn gebeurd, maar we weten niet waarom ze zijn gebeurd.

Waarom werd een geheime dading afgesloten? Waarom werd al die tijd gezwegen? Waarom mocht geen verder onderzoek gebeuren? Waarom werd de volksgezondheid bewust op het spel gezet? De antwoorden op al die vragen hebben een grootste gemene deler: de Oosterweelverbinding.

Het wordt uitkijken naar de politieke getuigenissen daarover de komende weken. Krijgt de olifant in de kamer een naam en gaat de onderzoekscommissie echt tot op het bot? Of verzandt de zoektocht in de klassieke tweestrijd tussen oppositie en meerderheid?

De voorbije zittingen leverden alleszins meer dan voldoende stof tot vragen over de rol van de Oosterweelverbinding in dit onverkwikkelijke dossier. Het gaat vaak om bijzonder technische materie, maar dat zou geen excuus mogen zijn om man en paard niet te noemen.

We mogen ons verwachten aan bliksemafleiders, pogingen om het debat te ontwijken en de perceptie te sturen, maar de voorbije maanden kwamen in de onderzoekscommissie voldoende harde feiten boven water om de zoektocht naar de waarheid op een inhoudelijke basis te voeren.

Systematisch uitgekleed

De werkwijze en de aanpak van de onderzoekscommissie zat dan ook behoorlijk goed. In een eerste fase verduidelijkten experten de gezondheidsrisico’s verbonden aan PFAS en het grondverzet bij de werken aan de Oosterweelverbinding. De dubbele passage van 3M was, zoals al gezegd, een maat voor niets. Maar het derde luik waarin de betrokken diensten en experten aan het woord kwamen, was op sommige momenten bijzonder leerzaam.

De onderzoekscommissie maakte duidelijk dat Vlaanderen met een gigantisch probleem kampt op het vlak van milieuhandhaving

Het blijft jammer dat er geen manier werd gevonden om klokkenluiders te horen die in een reportage van Pano getuigden over politieke druk en tussenkomsten om bepaalde bedrijven niet te controleren. Ook de beslissing om milieuactivist Thomas Goorden en de mensen van burgerbeweging Grondrecht niet te horen, is een smet op het blazoen de onderzoekscommissie. Zij bonden nochtans de kat de bel aan. Zonder hen zou vandaag niemand in Vlaanderen over PFAS spreken.

Ook zonder deze getuigenissen werd duidelijk dat Vlaanderen met een gigantisch probleem kampt op het vlak van milieuhandhaving. Of het nu gaat om afvalstoffenmaatschappij OVAM, de Vlaamse Milieumaatschappij, het Agentschap Zorg en Gezondheid of de afdeling Handhaving van het Departement Omgeving: het gebrek aan mensen, middelen en samenwerking is wraakroepend.

De opeenvolgende Vlaamse regeringen hebben deze diensten de voorbije jaren systematisch uitgekleed. Het is onmiskenbaar dat een bedrijf als 3M zich de voorbije jaren ongeveer alles kon permitteren en in 2020 zowaar nog een ‘eeuwigdurende milieuvergunning’ kreeg. Als hiervoor politieke verantwoordelijken moeten worden aangeduid, is dat snel gebeurd.

Bovenop die structureel georganiseerde deregulering van het milieu(handhavings)beleid, komt de verregaande politisering van het Vlaamse ambtenarenapparaat. Die zet de deur wagenwijd open voor politiek gestuurde ingrepen. Concrete getuigenissen daarover waren er tot dusver niet in de onderzoekscommissie, maar dat wil allerminst zeggen dat ze niet bestaan.

Op dit moment loopt in dat verband een forensische audit. Die moet duidelijk maken of de politiek concrete opdrachten heeft gegeven om bepaalde bedrijven coulanter te behandelen. In afwachting van de resultaten van de audit kan de onderzoekscommissie alvast de vraag beantwoorden wie de politieke beslissingen nam om de sowieso al beperkte slagkracht van de diensten verder te ondermijnen.

Volksgezondheid

Dat non-beleid leverde gekortwiekte diensten op die onvoldoende gewapend zijn voor hun taak en niet in staat blijken om goed samen te werken. Laat staan dat ze een duidelijke visie en aanpak zouden kunnen ontwikkelen om grote bedrijven te dwingen binnen de milieulijnen te kleuren.

Dat is het kader waarbinnen multinational 3M en het politiek aangestuurde Lantis, zonder al te veel controle, een veel te intieme tango mochten dansen. Met één groot gedeeld belang: geen commotie over de vervuiling met PFAS. Zo kon 3M ongestoord PFAS blijven lozen in het water en in de lucht én kon Lantis zonder zorgen de Oosterweelverbinding bouwen.

Werd voor dat gedeeld hoger doel de volksgezondheid bewust op het spel gezet? Een paar harde vaststellingen en getuigenissen de voorbije maanden wijzen duidelijk in die richting.

Rond 3M wordt het stort met zwaar vervuilde grond als 'veiligfheidsberm' verpakt
Rond 3M wordt het stort met zwaar vervuilde grond als 'veiligfheidsberm' verpakt (© Apache)

Geen communicatie, geen onderzoek

De getuigenissen in de onderzoekscommissie maken het zonneklaar dat de beslissing om niet actief te communiceren over de PFAS-verontreiniging een politieke beslissing was. Werd ze genomen op de kabinetten van Joke Schauvliege en/of dat van Ben Weyts? In een interkabinettenwerkgroep waarvan geen verslag bestaat? Of werd de echte ‘politieke’ beslissing in het stuurcomité van Lantis genomen?

Wie weet hoe politiek in Vlaanderen werkt, beseft dat die laatste optie de meest waarschijnlijke is. In het stuurcomité komt de echte politieke macht samen en in Vlaanderen gebeurt weinig zonder dat de partijtop beslist. Bart De Wever mag nog zo hard roepen dat hij er in het stuurcomité voor pleitte om wel te communiceren. Het feit dat het niet gebeurde, kan alleen maar betekenen dat het stuurcomité finaal een andere lijn verdedigde. 

Maar wellicht zal de hete aardappel doorgeschoven worden naar Schauvliege en Weyts. Alleen een smoking gun die de ‘orders’ van bovenuit bewijst, lijkt daar verandering in te kunnen brengen.   

Het valt niet te loochenen dat de betrokken ministers en de leden van het politiek stuurcomité van Lantis jarenlang de lippen stijf op elkaar hielden

De pogingen om de hete aardappel nog verder door te schuiven, richting OVAM, zijn dan weer te doorzichtig. OVAM kan in het PFAS-dossier ongetwijfeld een gebrek aan initiatief verweten worden, een belabberde inschatting van de ernst van de feiten of een gebrek aan samenwerking. Dat heb je met diensten waarvan de vleugels worden geknipt. Maar dat maakt een dienst nog niet verantwoordelijkheid voor een politieke beslissing.

Bovendien mocht OVAM geen verder onderzoek voeren naar de ernst van de vervuiling. Ook dat was een politieke beslissing.  

Het valt niet te loochenen dat de betrokken ministers en de leden van het politiek stuurcomité van Lantis jarenlang de lippen stijf op elkaar hielden. Blijkbaar vonden ze ‘iets anders’ zodanig belangrijk dat ze mensen in de omgeving van 3M al die tijd, willens en wetens, eieren met hoge gehalten aan PFAS lieten eten en kinderen lieten spelen in sterk vervuilde grond.

3M jarenlang buiten schot

Hoewel de historische PFAS-vervuiling door 3M al vele jaren bekend is en ondanks de wetenschappelijke consensus over de nefaste rol van PFAS voor mens en milieu, kreeg 3M vorig jaar nog een ‘eeuwigdurende milieuvergunning’. Die vergunning laat het bedrijf toe om nog tonnen PFAS in de Schelde te lozen. Over de emissie van PFAS via de lucht staat zelfs geen letter in de omgevingsvergunning. Met als argument dat het onmogelijk te meten valt. In Nederland gebeurt dat nochtans al jaren.

Het bedrijf kreeg tussendoor ook nog forse overheidssubsidies, het mocht zonder enige tegemoetkoming gigantische hoeveelheden van een heel zwaar broeikasgas uitstoten, stuurde inspecteurs en andere diensten doorlopend van het kastje naar de muur en hield ongestraft informatie achter.

Pas wanneer de druk op het dossier te groot werd, greep minister Demir in, met in haar zog een reeks cameraploegen. Beter laat dan nooit, dat zeker, maar de bevoegde diensten verder afbouwen en een eeuwigdurende omgevingsvergunning instigeren om daarna met groot vertoon op te treden tegen 3M is net iets te gemakkelijk.

Geheime dading tussen Lantis en 3M

Lantis sloot een dading af met 3M over wie verantwoordelijk is voor de kosten eigen aan het grondverzet. Hoewel het geen enkele twijfel leidt dat 3M verantwoordelijk is voor de historische vervuiling van de terreinen die eigendom zijn van Lantis, worden de kosten quasi integraal bij Lantis (en dus de Vlaamse belastingbetaler) gelegd.

Officieel is de uitleg dat Lantis geen andere keuze had. Lees: de zaak voor de rechtbank uitvechten zou te lang duren en dus de werken aan Oosterweel in het gedrang brengen. Het artikel De tango tussen Lantis en 3M brengt aan de hand van gelekte interne informatie in kaart hoe beide bedrijven achter de schermen veel nauwer samenwerkten dan ze graag vertellen.

Milieuwetgeving met voeten getreden

Om de prijs voor het grondverzet tijdens de werken betaalbaar te houden, werd op z’n zachtst gezegd een creatieve oplossing gezocht voor de stockage van de meest vervuilde grond. Die wordt grotendeels in een ‘veiligheidsberm’ verwerkt die het bedrijfsterrein van 3M zou moeten ‘afschermen’.

Zo krijgt de vervuilde grond een functie en zou het juridisch niet langer gaan om wat het daadwerkelijk is: een stort.

De strijd om de juridische kwalificatie daarvan wordt nog een flinke noot om kraken. De uitkomst ervan kan bovendien verregaande gevolgen hebben voor de verderzetting van de werken aan de Oosterweelverbinding, maar ze verandert niets aan de realiteit: sterk vervuilde grond blijft sterk vervuilde grond, of die nu ‘veiligheidsberm’ heet of niet. Dat een overheidsbedrijf als Lantis de wetgeving 'creatief' toepast, geeft te denken. 

De normen op vraag van Lantis

Een bijzonder technisch maar wel cruciaal puzzelstukje heeft te maken met de gebruikte normen voor de PFOS-concentratie in de vervuilde grond. PFOS behoort tot de ruimere groep PFAS. Vanaf welke concentratie is de grond te vervuild om hergebruikt te worden? Het antwoord op die vraag heeft verstrekkende financiële gevolgen voor Lantis. Hoe strikter de norm, hoe hoger immers de kost voor het grondverzet.

Lantis mocht zelf de norm voor PFAS-verontreiniging laten bepalen

Die norm mocht Lantis zelf laten bepalen. Concreet stelde de bouwheer van Oosterweel de vraag aan RoTS. Dat is een samenwerking van de ingenieursbureaus Witteveen + Bos en Sweco. Samen komen ze tot de norm van 70 microgram per kilo droge stof (µg/kg DS). Die norm is bijzonder laks: specialisten wijzen erop dat beter de norm van 3 µg/ kg DS wordt gebruikt. De norm blijkt bovendien gebaseerd op foutief rekenwerk.

Het mailverkeer van OVAM leert daarenboven dat de afvalstoffenmaatschappij grote bedenkingen heeft bij de door Lantis aangedragen normen en die normen finaal met bijzonder lange tanden goedkeurt "gezien de economische consequenties van oponthoud".

Een van de meest bijzondere passages in de onderzoekscommissie tot dusver is die van toxicoloog Jan Tytgat. Aan hem vroeg Lantis om de normen te valideren en te adviseren over de bijhorende risico’s. Met lange tanden kwam hij in de commissie tot de conclusie dat hij zich baseerde op een verkeerde lezing van een studie van het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Die studie schuift de ‘veilige norm’ van 100 µg/ kg DS naar voor, maar die norm geldt niet voor woonzones en landelijk gebied. Daar zou de norm een factor tien lager moeten liggen. Tytgat verweerde zich tegen die vaststelling van commissielid Jos D’Haese (PVDA) door te stellen dat Lantis hem nooit heeft gevraagd om rekening te houden met de locatie van de verontreinigde grond.

Dat kan best zijn, maar het verandert niets aan de vaststelling dat metingen in woongebied ‘geen probleem’ zijn volgens de norm van 100 µg/ kg DS, maar dat wel zijn volgens de correcte norm (die op basis van wetenschappelijk inzicht eigenlijk zelf nog veel scherper zou moeten zijn). 

De ‘verkeerde experten’ geraadpleegd

De vervuiling met PFAS in en om de terreinen van 3M en Lantis is gigantisch. In de wetenschappelijke wereld staat Zwijndrecht mondiaal bekend als een van de belangrijkste hot spots voor PFAS.

Toch zocht Lantis, op het moment dat de volledige omvang van de PFAS-verontreiniging duidelijk werd, op geen enkel moment samenwerking met de belangrijkste specialist in Vlaanderen: professor Greet Schoeters (Universiteit Antwerpen) die ook aan het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) is verbonden.

Ook VITO werd door Lantis niet gecontacteerd bij de bepaling van de PFAS-normen voor grondverzet. "Ik vind het geen normale situatie dat Lantis ons niet contacteerde," verklaarde Dirk Fransaer, CEO van VITO daarover. "Het leek me aangewezen dat ze minstens een telefoontje hadden kunnen doen of we konden helpen. In dit geval hadden we wel relevante kennis, denk ik."

Een kwalijk plan om te knoeien

Lantis blijft er, ook tijdens de getuigenissen in de onderzoekscommissie, prat op gaan dat het meermaals aan de alarmbel trok en aandrong om toch te communiceren over de PFAS-vervuiling. Als de non-communicatie het management werkelijk zo hoog zat, blijft de vraag waarom finaal toch niet werd gecommuniceerd.

Welke reden kan een overheidsbedrijf hebben om niet te communiceren wanneer de volksgezondheid in het gedrang is?

De getuigenissen over hoe die (non-)communicatie werd voorbereid, geven op z’n minst aan dat verschillende afwegingen op tafel kwamen. Dat op zich is onverklaarbaar: welke reden kan een overheidsbedrijf hebben om niet te communiceren wanneer de volksgezondheid in het gedrang is?

Er werd ook ijverig nagedacht over de manier waarop gecommuniceerd moest worden. Daarvoor werd zelfs een communicatiebureau ingeschakeld dat drie scenario’s op tafel legde: de Vlaamse Regering die proactief zou reageren, een medialek organiseren, of zich zou voorbereiden op crisiscommunicatie voor het geval de vervuiling aan het licht zou komen.

Ook het eerdergenoemde verhaal over het bepalen van de PFAS-normen leert dat de bouwheer van Oosterweel op het vlak van communicatie wel eens vaker met ‘creatieve’ ideeën flirtte. Binnen Lantis leefde het besef dat er vroeg of laat wel eens vragen zouden kunnen worden gesteld bij het feit dat Lantis zelf de waarden bestelde waar het zich aan dient te houden bij het grondverzet.

Daarbij kwam even het idee op tafel om dat nieuwe normenkader door OVAM te laten publiceren als een studie van OVAM (en dus niet van Lantis) of om er een soort onafhankelijk logo op te plakken.

De plannen die ter sprake kwamen in de onderzoekscommissie werden niet uitgevoerd. Ze schetsen wel de sfeer en tonen dat de druk op het dossier dusdanig was dat dergelijke ‘oplossingen’ werden geopperd.

Cui bono

De parlementaire onderzoekscommissie heeft de opdracht uit te zoeken of de PFAS-vervuiling correct is aangepakt, wat de gevolgen zijn voor de volksgezondheid, en wie daarvoor verantwoordelijk is.

De onderzoekscommissie toont dat 3M en Lantis allebei profiteerden van een uitgekleed Vlaams milieu(handhavings)beleid

Cicero wist 2100 jaar geleden al dat de vraag ‘cui bono?’ een geschikte leidraad kan zijn om de verantwoordelijken te vinden. Wie heeft er baat bij? Een half jaar onderzoekscommissie PFAS-PFOS toont dat 3M en Lantis allebei profiteerden van een uitgekleed Vlaams milieu(handhavings)beleid.

Politici richten hun pijlen intussen op 3M. Dat is terecht. De multinational heeft tonnen boter op het hoofd en stelt zich bijzonder arrogant op. Tegelijk fungeert 3M als de perfecte bliksemafleider voor Lantis, de plaats waar politici zelf aan zet waren. Het materiaal om hen de komende weken het vuur aan de schenen te leggen, is ruim voor handen.

LEES OOK
5 REACTIES
sandra geerts08-12-2021 08:40:31
burgerbeweging grondrecht ipv grondverzet
Jan Walraven08-12-2021 09:36:41
Dank. Intussen aangepast.
Willy Schuyesmans09-12-2021 17:47:59
Tiens, tiens, zei Bart de Wever vandaag in het middagjournaal niet hoe milieubewust de NVA wel is...
Theo Paesen10-12-2021 08:21:58
Waarom deed de politiek niks ? Lijkt me gewoon het zoveelste voorbeeld van de ware reden waarom onze democratie niet meer werkt : onze verkozenen dienen niet het belang van het volk, maar van de industrie. Verder moeten we het echt niet gaan zoeken.

Daarmee wil ik ze niet allemaal over dezelfde kam scheren, maar zij die echt opklimmen en zich in een machtspositie weten te manoeuvreren, veelal wel. In Belgie is het al sinds de onafhankelijkheid zo dat het steeds weer elementen zijn uit dezelfde families die de lakens uitdelen. Onze democratie is niet alleen een particratie, het is net zoals in het oude Rome eigenlijk een oligarchie met steeds weer dezelfde machtshuizen die het voor het zeggen hebben.

Het verloop van een politieke carriere in Belgie is gekend: eerst moet je je bewijzen hier te lande door voor een zekere tijd de eigen bevolking te misleiden om daarna voor een aantal jaar nog lekker wat te gaan cashen in een of andere commissie bij de EU en vaak hebben dezelfde heren en dames dan ook nog wel her en der een positie binnen een bedrijf of communale of gaan ze die richting uit als alle postjes binnen Europa bezet zijn. De individuele burger staat machteloos tegen de lobby-terreur van Brussel.

Het failliet van de politiek en de democratie is niet het extremisme, het extremisme is een symptoom van een reeds gefaalde democratie. Het algemeen belang en al zeker het individuele belang van de kleine burger moet steeds weer het onderspit delven tegen de gevestigde belangen van het bedrijfsleven. We zien het in dit dossier, we zien het in de hele constellatie van de EU : de democratische uitholling van het overheidsbeleid wordt een alsmaar groter probleem - iets wat zich ook in deze pandemie weer laat gelden. De echte driver van wat er wordt uitgerold is het neo-liberale geloof in een oneindige groei en zelfs fundamentele zaken zoals volksgezondheid worden simpelweg vermarkt en dat zal deze keer echt gebeuren met desastreuze gevolgen.

Toch is het dit neo-liberale geloof dat nu al meer dan veertig jaar de versnelling naar de ultieme catastrofe voor de mensheid blijft aandrijven, maar binnen de politiek zijn er amper stemmen om het een halt toe te roepen. De economie werd volkomen gedepolitiseerd en verheven tot een technocratische aangelegenheid, een schijnwetenschap, een geloof bijna met dogma's die nooit in vraag mogen worden gesteld.

De enige partij in Belgie die het systeem zelf in vraag durft te stellen is de PVDA : zij krijgen voortaan mijn stem, want er is geen andere keuze meer over.

Om Cicero dan nog maar eens te citeren : Senatores, quousque tandem abutere patientia nostra ?
Henri Christiaen24-01-2022 18:44:58
Dé vraag: kan onze democratie nog gered worden !? Wat ons als burger zorgen moet baren, is de systematische ontmanteling van bepaalde overheidsdiensten, waardoor inspectie en handhaving een lachertje worden (zie o.a. de vergunningsmaterie bij stedebouw).