Coronacrisis in 4 vragen: Wat vertellen de cijfers? (3) *

 Leestijd: 6 minuten1

Twee maanden geleden had in Vlaanderen nauwelijks iemand gehoord van het virus SARS-CoV-2. Ook niet van COVID-19, de ziekte die door het coronavirus wordt veroorzaakt. Intussen verspreidt het virus zich razendsnel over grote delen van de wereld. Het stelt onze gezondheidszorg zwaar op de proef en over de economische impact van de pandemie durft nauwelijks iemand na te denken.

Accurate en heldere informatie is noodzakelijk om de verdere verspreiding van het virus tegen te gaan. Daarom lees je dit artikel uitzonderlijk gratis. Dat kan alleen dankzij de financiële steun van onze lezers. Wil jij ook de andere artikels kunnen lezen en onze kritische en diepgravende journalistiek mee mogelijk maken? Word dan nu lid van Apache.

Ja, ik word lid

Ben je al lid? Deel dit artikel gerust met je vrienden en familie, zodat ook zij breed geïnformeerd worden.

Apache probeert antwoorden te formuleren op vier essentiële vragen die veel mensen zich stellen. Het is in de eerste plaats een poging, want niet alle vragen zijn vandaag (al) eenduidig te beantwoorden. Wetenschappers staan zelf nog voor tal van raadsels. De uitbraak is heel recent en veel onderzoek moet nog worden gevalideerd.

We publiceren de antwoorden op volgende vragen in vier aparte delen:

Waar komt dit virus vandaan?
> Hebben we kansen verkeken?
> Wat vertellen de cijfers?
> Hoe lang gaat dit nog duren?

In de zoektocht naar antwoorden grijpen we terug op primaire bronnen. Denk aan onderzoek gepubliceerd in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften zoals Science of The Lancet, informatie van de Wereldgezondheidsorganisatie of van andere officiële instanties. Online circuleren heel wat hoaxes en foutieve informatie. Of ze nu bedoeld of onbedoeld zijn, punt is dat ze de crisis enkel erger maken en onnodig paniek veroorzaken.

De komende weken vullen we onderstaande informatie stelselmatig verder aan. Waar mogelijk verwijzen we naar andere sites die interessante informatie bundelen of boeiende analyses presenteren.

Wat vertellen de cijfers?

Dagelijks lopen nieuwe cijfers binnen over het aantal besmette personen, het aantal doden, het aantal mensen in ziekenhuizen, het aantal mensen dat intensieve zorgen nodig heeft en het aantal mensen dat genezen is verklaard.

De Johns Hopkins University in de Verenigde Staten ontwikkelde een dashboard met realtime data die afkomstig zijn van het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding en van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De data wijzigen doorlopend. Ze vertellen ons heel veel, maar ze roepen ook heel wat voorlopig grotendeels onbeantwoorde vragen op.

Zeker de cijfers van het aantal besmettingen moeten met een stevige korrel zout worden genomen. Hoe meer er wordt getest hoe meer gevallen gevonden worden, wil de simpele logica. Het aantal mensen dat wordt getest verschilt bovendien zeer sterk van land tot land.

Sterfte

Het verschil tussen Italië en Zuid-Korea, twee landen die zwaar zijn getroffen door de coronacrisis, maakt veel duidelijk. De cijfers zagen er op 18 maart zo uit:

🇮🇹 ITALIË 🇰🇷 ZUID-KOREA
Bevestigde gevallen 31.506 8.413
Aantal doden 2.503 84
Aantal genezen verklaard 2.941 1.540

 

De verhouding tussen het aantal doden en het aantal bevestigde gevallen verschilt sterk voor beide landen. In Italië loopt het aantal doden op tot 7,94 procent van het aantal bevestigde gevallen. In Zuid-Korea is dat bijna 1 procent. Het aandeel genezen verklaarde patiënten toont het omgekeerde: 9,34 procent in Italië en 18,3 procent in Zuid-Korea.

Onder meer in een eerder geciteerde studie, maar ook in andere onderzoeken wordt verwezen naar de verschillen in bevolkingssamenstelling tussen Italië en Zuid-Korea. Daarnaast is er de Italiaanse crisis van het gezondheidssysteem die ervoor zorgt dat lang niet meer voor iedereen optimale zorgen gegarandeerd zijn.

Wie zoekt die vindt, en wie veel zoekt vindt meer

Een ander groot verschil tussen deze twee landen dat mogelijk veel meer verklaart, is het aantal tests dat wordt afgenomen. In Korea werden in een vergelijkbare periode per miljoen inwoners 3.692 mensen getest. In Italië waren dat 826 geteste personen per miljoen inwoners. Dat zijn er ruim 4,4 keer minder dan in Zuid-Korea.

De conclusie is weinig verrassend: wie zoekt die vindt, en wie veel zoekt vindt meer. Het doet vermoeden dat de hoge Italiaanse mortaliteitscijfers, meer dan in Zuid-Korea het topje van de ijsberg tonen: de epidemie zou in Italië veel meer verspreid kunnen zijn.

Testen, testen, testen

Wetenschappers gebruiken het SEIR-model om projecties te maken over het verdere verloop en de verdere verspreiding van een virale aandoening. De ‘S’ in SEIR staat voor ‘sensitive’ en geeft aan hoe vatbaar de bevolking is voor het virus. Het is meteen de belangrijkste factor in het geval van SARS-CoV-2, een virus waartegen nog geen resistentie bestaat. In de complexe formule is S gelijk aan 100.

In principe worden in België enkel mensen die in het ziekenhuis worden opgenomen met luchtweginfecties en personeel dat in de zorg werkt nog getest

De andere parameters waarmee de formule rekening houdt zijn E (exposure; blootstelling), I (infected; besmet) en R (recovered; genezen). E staat dus voor de mate waarin mensen blootgesteld zijn aan het virus. Een lockdown heeft vanzelfsprekend tot doel op die factor in te spelen. I staat voor het aantal besmette personen en R voor het aantal herstelde personen.

De onduidelijkheid over de verschillende parameters maakt dat voorspellingen in het geval van SARS-CoV-2 bijzonder moeilijk zijn, maar het geeft wetenschappers wel een houvast.

Vooral het aantal besmette personen wordt steeds moeilijker in te schatten. Vergelijkingen zoals die tussen Zuid-Korea en Italië maken dat duidelijk. Enkel massaal testen zou meer duidelijkheid geven. Alleen is de nood vandaag dermate hoog en het testmateriaal dermate beperkt, dat massaal testen niet meteen aan de orde is.

Op de website van de federale overheid over het coronavirus wordt uitgelegd waarom er ook in België steeds minder wordt getest. In essentie komt het erop neer dat de testcapaciteit beperkt is en er dus prioriteiten dienen te worden gesteld. In principe worden enkel mensen die in het ziekenhuis worden opgenomen met luchtweginfecties, en personeel dat in de zorg werkt nog getest.

Op 18 maart stond de teller van het totaal aantal geteste mensen in België op 18.360. Dat komt neer op ongeveer 1.600 tests per 1 miljoen inwoners. Bijna dubbel zoveel als in Italië dus, maar minder dan helft van Zuid-Korea.

Werkelijke verspreiding

De nieuwe aanpak rond de prioritisering van testen loopt sinds 12 maart en relativeert dus zeer sterk de betekenis van het aantal nieuwe, bevestigde gevallen. Die zeggen steeds minder over de werkelijke verspreiding van het coronavirus onder de bevolking.

Het aantal aan corona gelinkte opnames in het ziekenhuis en het aantal sterfgevallen bieden veel duidelijkere cijfers. Ze vertellen nauwgezet hoeveel mensen er met ernstige klachten, veroorzaakt door het coronavirus, opgenomen worden in onze ziekenhuizen. Op 20 maart waren dat er 837, waarvan er 164 op de dienst intensieve zorgen wordt verpleegd. Een groot deel van hen (114 patiënten op 20 maart) heeft beademing nodig.  Sciensano, het federale onderzoekscentrum voor de volksgezondheid, stelt dagelijks een update van die cijfers ter beschikking.

Gegeven de vaak mildere verschijningsvorm zou de werkelijke verspreiding van corona veel hoger kunnen liggen dan de cijfers van bevestigde gevallen aangeven

Bij gebrek aan precieze cijfers eigen aan het onvolledig testen, valt de overheid nu terug op het surveillancenetwerk van Sciensano dat wordt gebruikt om de aanwezigheid van griep in ons land te monitoren. Daarbij wordt in de eerste plaats gekeken naar het aantal consultaties bij huisartsen. Overschrijdt het aantal consultaties bij huisartsen die zijn gelieerd aan griep minstens twee opeenvolgende weken een bepaalde drempel, dan is er sprake van een griepepidemie. Dit jaar lag die lat voor griep op 157/100.000 inwoners per week.

Het surveillancenetwerk zal nu gebruikt worden voor corona en wordt straks wellicht het beste ijzer dat we in het vuur hebben om de evolutie van het aantal mensen dat in werkelijkheid is besmet met het nieuwe virus op te volgen.

Een cruciaal gegeven voor de snelheid van verspreiding is de incubatieperiode. Een studie die op 10 maart werd gepubliceerd – ‘The Incubation Period of Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) From Publicly Reported Confirmed Cases: Estimation and Application’ – bevestigt eerdere studies die de mediane incubatietijd rond de 5 dagen situeren. Gevallen waarbij de incubatieperiode veel korter (2 dagen) of veel langer is (tot 14 dagen) zijn eerder uitzonderlijk.

Tijdens de incubatieperiode zijn mensen drager van het virus zonder dat ze het zelf beseffen. Wetenschappers zijn er nog niet helemaal uit, maar de kans is behoorljk groot dat ze tijdens die periode ook andere mensen kunnen besmetten.

De drastische maatregelen die werden genomen om de snelle verspreiding tegen te gaan, moeten mee zorgen dat mensen in de incubatieperiode, of mensen die ziek zijn maar beperkte symptomen hebben, zo min mogelijk andere mensen besmetten.

Het is meteen ook de reden waarom er vanuit de wetenschappelijke wereld zo fors werd gereageerd op mensen die massaal naar Nederland trokken om daar te winkelen of op restaurant te gaan op het moment dat in België de sluiting al een feit was. Idem voor de ‘lockdown’-feestjes die her en der doorgingen aan de vooravond van de sluiting van bars en cafés.

Bestrijding in het duister

Dat we niet goed weten hoeveel mensen er nu effectief besmet zijn, bemoeilijkt een accurate bestrijding. Met 50 procent kennis 100 procent correcte beslissingen nemen – zoals de Nederlandse premier Mark Rutte het uitdrukte – is geen evidentie.

De voorzichtige conclusie lijkt te zijn dat de kern van het probleem niet zozeer de hoge mortaliteitsgraad is, maar wel de zeer hoge besmettelijkheid van het coronavirus

Gegeven de vaak mildere verschijningsvorm zou de werkelijke verspreiding van corona veel hoger kunnen liggen dan de cijfers van bevestigde gevallen aangeven. Sommige specialisten, zoals de Italiaanse infectioloog Matteo Basseti, verbonden aan het San-Martino ziekenhuis in Genua hebben het zelfs niet langer meer over een factor 5 of 10. Bassetti liet zich recent ontvallen dat het best mogelijk is dat er in Italië 20 keer meer besmettingen met het coronavirus zijn dan het aantal officieel bevestigde gevallen aangeeft. Voor Italië zou dat (op 18 maart) neerkomen op 630.000 besmettingen in plaats van de officieel gemeten 31.500.

Volgens dezelfde Italiaanse infectiespecialist is het overigens ook waarschijnlijk dat het virus al veel langer in Italië aanwezig was. De eerste positieve coronatest in Italië dateert van 31 januari, maar onder meer in De Standaard verklaarde Bassetti dat “het goed mogelijk (is) dat het virus al in januari in Italie rondwaarde en zich stil en onzichtbaar onder de bevolking verspreid heeft”.

Als zijn analyse over de graad van verspreiding en de sluimerende aanwezigheid van het virus klopt, dan is dat vooral een argument pro de drastische maatregelen die zijn afgekondigd om de verspreiding in te dijken en om een doorgedreven piekbelasting van de ziekenhuizen te vermijden.

De voorzichtige conclusie lijkt te zijn dat de kern van het probleem niet zozeer de hoge mortaliteitsgraad is, maar wel de zeer hoge besmettelijkheid van het coronavirus. Een mortaliteitspercentage van 1 of 2 procent lijkt weinig, maar alles hangt af van het totale aantal besmettingen. Op 100 besmette personen zou dat ‘slechts’ een of twee overlijdens betekenen, op 100.000 zijn dat er 1.000 of 2.000. Op een miljoen gaat het om 10.000 tot 20.000 personen.

 

Uitgelichte foto: Martin Sanchez (Unsplash)

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid