Niemand hoeft wakker te liggen van DS Weekblad en DM Magazine

14 september 2011 Peter Casteels
DM-DS
DM-DS

“Het hele project is redactioneel bedacht en ontwikkeld. […] Neen, het weekblad is een puur journalistiek project”, zei hoofdredacteur van De Standaard Bart Sturtewagen in de aanloop naar de lancering van dS Weekblad tegen Apache. Hij vond het blijkbaar nodig te benadrukken dat de nieuwe bijlage er niet op verzoek van adverteerders kwam, maar gaf tegelijk wel een bijzondere inkijk in de werking van zijn krantenredactie.

Blijkbaar werken er bij het dagblad De Standaard nogal wat journalisten die eigenlijk een weekblad willen maken. Sturtewagen vindt dat heuglijk nieuws. Ik zou mij daar eerder zorgen om maken, maar ik behoor ook tot de pessimisten die geloven dat De Standaard nog niet de beste krant ter wereld is en er nog wel enkele verbeteringen mogelijk zijn. De journalisten richten zich liever op nieuw speelgoed. Misschien dachten ze dat de ombudsman die de redactie installeerde zich wel zou bekommeren om het dagblad, zodat zij de handen vrij hadden voor wat anders. Nu Christian Van Thillo zijn hoofdredacteuren enkel binnen de redactie van De Standaard rekruteert, kan zoiets potentieel uiteraard grote gevolgen hebben voor het hele medialandschap.

Manische hysterie

Rondom de opstart van DM Magazine - het lijkt me een uitermate geschikte opdracht voor communicatiewetenschappers om eens uit te zoeken welke krant nu de eerste was – bleek dat het nieuwe weekblad (reportages, interviews) mannelijk en het oude magazine (lifestyle, mode) vrouwelijk moest worden. Een mooi voorbeeld van hoe de achterlijkheid langs de marketingafdeling terug naar binnen is geraakt in het publieke leven. Het is die afdeling die de hele campagne over DM Magazine regisseerde. Niet gehinderd door enige realiteitszin doopte zij zo de nieuwste bijlage als kwaliteitsmagazine van wereldniveau.

Toegegeven, ik behoor tot de pessimisten die geloven dat De Standaard nog niet de beste krant ter wereld is

Nu komt hier elke vrijdag The Economist en De Groene Amsterdammer aan, dus ik heb uiterst geschikt materiaal om die vergelijking door te drijven, maar enkel de gedachte daaraan is ontzettend troosteloos. Reclamepraatjes – laat er dan de naam van de hoofdredacteur onder staan – zijn natuurlijk niet echt. Het droevige is dat die manische hysterie afstraalt op de journalisten die echte artikels schrijven. Je kan Jules Hanot vooraan in je blad een Hofleverancier noemen, maar dan maakt die man enkel een nog lulligere indruk dan zijn schrijfsels doen vermoeden.

Verweesd achtergebleven weekendkrant

De inhoud van DM Magazine oogt dankzij de opgepompte verwachting des te schraler. Een interview met Bart De Wever, een overgenomen portret van ene David Guetta en een achtergrondstuk over de reactie van de Belgische regering op 9/11. Verder heel veel rubrieken en andere stukkies die plezierig zijn om lezen als de koffie doorloopt, maar verder geen potten breken. Het poverste – je kan het ook als een immense krachttoer zien - zijn vijf bladzijden waarin tien programma’s worden voorgekauwd die we deze week absoluut moeten zien of opnemen. Klinkt ook als een straf. Het schilderij dat Eric Rinckhout bespreekt is mijn favoriet, maar dat zou dan weer, als steeds, veel uitgebreider mogen.

DM Magazine telt heel veel rubrieken en andere stukkies die plezierig zijn om lezen als de koffie doorloopt, maar verder geen potten breken

Op het eerste zicht heeft De Morgen enkel het bestand krantenstukken opgeschud en herschikt. Aan de vooravond van de rentrée littéraire opende het boekenkatern van de krant met een bespreking van een pamflet van Martha Nussbaum. Dat boekje verscheen enkele maanden geleden, het stuk hadden ze uit De Volkskrant gejat. Een interview van Yves Desmet – “Al vaak kreeg ik een krop in de keel bij het lezen van een boek, maar nog nooit waren er tranen gekomen” - met Erwin Mortier over Gestameld liedboek, werd bewaard voor het weekblad. Om aan 100 pagina’s te raken worden ze ook maar voor de helft met tekst bedrukt, en in de verweesd achtergebleven weekendkrant – hier gaan de lezers van De Standaard erg om moeten lachen – wordt het cultuurkatern opgevuld met een print (van een of andere topontwerper) waarmee middels vouwwerk een tas kan worden gemaakt. Daar raakt De Standaard nooit onder.

Voer voor cultuurantropologen

Toch ligt het niet zo simpel. Het katern Reporter (van Douglas De Coninck) werd opgedoekt, maar Zeno is gebleven. Dat katern bevat interviews, portretten en langere reportages, wat zo ongeveer krek hetzelfde is als wat het DM Magazine wil brengen. Zo mag Bart De Wever in het weekblad, maar wordt Patrick Janssens op krantenpapier gedrukt. De Morgen wordt steeds onbegrijpelijker voor haar lezers, tenzij het enige wat de krant wil zeggen is dat onderzoeksjournalistiek haar geen lor interesseert en er niet genoeg human interest kan zijn.

Over DM Muze kan ik, net als over dS Magazine, niets zeggen. Van de laatste heb ik het Mannennummer geprobeerd, maar zelfs als nicht kon ik daar niets van maken. Het is waarschijnlijk voer voor cultuurantropologen, ik raak niet verder dan een vage bedenking over rockmuzikanten en hun merkwaardige alliantie met modehuizen. De modespecial van DM Muze rook overigens net als Deng, wat mij weer even aan dat fijne maandblad herinnerde. Dat hebben we dan toch.

Het enige wat De Morgen lijkt te willen zeggen is dat onderzoeksjournalistiek haar geen lor interesseert en er niet genoeg human interest kan zijn

Origineel dieptepunt

In DS Weekblad staat meer dan in DM Magazine – een inhoudsopgave, om maar wat te noemen – maar er is vermoedelijk ook niemand van achterover geslagen. Ook veel rubrieken, waarvan de twee laatste het meest lamentabel aandoen. Onder Het grote vergelijk staan, zonder verdere uitleg, plaatjes van boeken, cd’s en films die Knack, Humo en De Standaard uitkozen. Cultuurgids voor analfabeten was een betere titel geweest. Op de laatste pagina – niet de advertentie achteraan op de kaft die hopelijk een hele week op uw koffietafel blijft liggen – staat een foto van een bekende Vlaming als kind en een waarin diezelfde foto wordt gereconstrueerd. Met volledige medewerking van onderhevige Vlaming welteverstaan. Een origineel dieptepunt in de dwingende relatie tussen media en bekendheden. Het is natuurlijk niet allemaal kommer en kwel. De Zazagravures doen mij eindelijk met Zaza lachen, hoewel Jeroom hetzelfde techniekje vroeger gebruikte, en ik begrijp niet waarom een vormgever de column van Bert Bultinck moet opleuken.

Wat ik ook steeds als bladvulling beschouw, maar wat tot één van de redenen schijnt te behoren waarom het weekblad werd opgestart, zijn fotoreportages. Beelden zijn sowieso dominant in onze cultuur – een soundbite is niets anders -, maar kranten zijn erin geslaagd fotojournalistiek zodanig te cultiveren dat foto’s de diepgang en uitstraling hebben gekregen die vroeger voor iets als essays waren voorbehouden. Het bladert natuurlijk wel veel vlotter weg.

Publireportage

Verder veel artikels die de standaard benedenwaarts noch opwaarts weten te verleggen. Het interview met Bart De Wever en David Van Reybrouck was waarschijnlijkst het origineelst, maar vooral het interview met Geert Noels was opmerkelijk. Daarin kreeg de man ruim baan om zichzelf op te werpen als klokkenluider die de geperverteerde financiële wereld achter zich had gelaten. Zo had ik hem nog nooit bekeken. Ergens suggereert hij zelfs dat veel zaken van voorkennis achter gesloten deuren blijven. Wilde Noels niets meer mee te maken hebben, en hij richt zich tegenwoordig op duurzaam beleggen. Whatever that may be.

DS Weekblad brengt vooral artikels die de standaard benedenwaarts noch opwaarts weten te verleggen

Enkele weken geleden verscheen in  De Morgen – door de vele bijlagen van de eigen krant komen de journalisten van De Standaard misschien niet meer aan een andere toe – een opiniestuk van Noels waarin hij de beurswereld zonder veel voorbehoud verdedigt. Speculanten handelen rationeel en zijn meestal enkel de laatste druppel. Zij zijn hoegenaamd geen deel van het probleem, maar waarschuwen er enkel voor. Een geheel andere boodschap als degene die hij in DS weekblad mocht brengen, waarmee dat interview gaat lijken op een publireportage. De interviewer als aangever, Noels als afmaker. Ook een heel verschil in toon met het artikel dat onderzoeksjournalist Marc Reynebeau in de zaterdagkrant over het Itinera-instituut publiceerde. Reynebeau maakt zich druk dat niemand weet wie Itinera financiert, maar van de klanten van Noels is in het interview evenmin een spoor te vinden.

Veronderstelde oorlog

In al het journalistieke enthousiasme verscheen in de mediabijlage van De Morgen een artikel over de oorlog die zou uitbreken tussen Knack, Humo en de twee nieuwe bladen. Eenmaal de weekendkrant bij het oud papier ligt, moet je daar aardig aan verdienen om te beweren dat er sprake is van een reële competitie. Knack en Humo hebben hun eigen problemen – hebben de afgelopen weken eens te meer bewezen – maar van DM Magazine en DS Weekblad hoeft niemand wakker te liggen.

Dat maakt ze natuurlijk niet waardeloos. Mensen als ik, die meer van tijdschriften dan van kranten houden, hebben er twee speeltjes bij gekregen. Plezierig om door te bladeren, en af en toe kom je een mooi artikel of column tegen. Helaas is het veel te weinig om de verdenking weg te nemen dat de bladen eerder voor adverteerders dan voor lezers zijn bedoeld. De vertrouwensrelatie tussen journalisten en hun publiek wordt er weer een beetje dunner door.

LEES OOK