Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De tijdelijke maatregel en het referentiepunt

2 april 2021 Koen Smets
vumeter

Onze aannames waren beslist veel te optimistisch, en meer geïnspireerd door wishful thinking en gemotiveerd redeneren dan door solide kennis van pandemieën. We wensten allemaal vurig dat het gauw achter de rug zou zijn, en redeneerden dat, omdat andere pandemieën, recent en langer geleden – van MERS, de Mexicaanse griep en SARS tot de Russische griep en de Hongkonggriep – snel en zonder al te veel gevolgen voorbij waren, dat ook nu het geval zou zijn. Dat is immers wat we wilden.

Het vaagheidsprobleem

En toch zitten we hier nu nog steeds op 1,5 meter van elkaar, met mondmaskers, thuis te werken, en verstoken van cafés en restaurants, concerten, theater en voetbal. Wanneer keren we terug naar de normaliteit? Dat is een vraag die ook de Canadese columnist Anthony Furey stelde op Twitter, nadat hij iemand in het park had zien wandelen met een dubbel masker om: “Zal deze arme vrouw ooit nog in staat zijn behoorlijk met de samenleving om te gaan?”

facemask3
Wanneer zal dit niet langer nodig zijn? (Foto: Cottonbro (Pexels))

Mondmaskers zijn buiten niet verplicht in Ontario, en dit was dus haar persoonlijke keuze. Maar we kunnen dezelfde vraag stellen over alle ge- en verboden, van beperkingen op internationaal reizen en social distancing tot de verplichte sluiting van sportgelegenheden, niet-essentiële winkels en plaatsen van ontspanning. In landen waar momenteel de intensieve zorgeenheden de onophoudelijke instroom van zwaar zieke Covid-19-patiënten nauwelijks aankunnen, is ze misschien wat academisch. Maar elders, waar (vooral dankzij vaccinatie) het aantal opnamen en overlijdens sterk zijn afgenomen, is ze beslist pertinent.

Wat ontbrak in onze aanvankelijke, naïeve voorspelling vorig jaar, en wat nog steeds uitblinkt door afwezigheid in het beleid, is een duidelijk referentiepunt. Bij een verandering naar een tijdelijk regime hoort een impliciet, maar zeer reëel vooruitzicht op een terugkeer. En dat vereist een referentie, een doel dat moet worden bereikt, een beschrijving van de voorwaarden die het terugkeren naar de normaliteit inluiden.

Een mogelijkheid is dezelfde drempel te hanteren die tot het invoeren van de bijzondere maatregelen leidde. Helaas is er – zoals ook hier – vaak niet zo’n drempel. Drastische tijdelijke regels worden bijna altijd ingevoerd wanneer een en ander niet meer onder controle is, en de cijfers – bijvoorbeeld van bezette ziekenhuisbedden, Covid-19-patiënten op de intensieve zorg, of overlijdens per dag – al lang niet meer aanvaardbaar zijn.

Zonder zo’n helder referentiepunt wordt het moeilijk te definiëren wanneer de speciale bepalingen worden ingetrokken. Je hoort beleidsmakers dan wel een versoepeling beloven “zo gauw het veilig is”, maar als niet wordt gezegd wat veilig nu precies betekent en welke drempelwaarden daarmee overeenkomen, is zo’n belofte even nuttig als een theepot uit chocolade.

En dat is niet het enige probleem wanneer er geen vooraf bepaald referentiepunt is waarbij tijdelijke maatregelen zullen worden opgeheven. Twee fenomenen kunnen op elkaar inwerken en het punt waarop normaliteit weerkeert erg beweeglijk maken: gewenning en risicoaversie. We weten dat de meeste mensen normaal gezien het risico op besmetting van een virus laag inschatten – vóór deze pandemie zag je nauwelijks mensen met een mondmasker. Nu dat risico veel hoger is, is het dragen van een masker genormaliseerd (en al dan niet verplicht).

De auteur Dan Gardner reageerde op de tweet van Furey, en wees erop dat de kost van het dragen van zo’n masker klein is, en dat zolang hij kleiner is dan het risico, het om een rationele keuze gaat. Daarin heeft hij gelijk, maar op een bepaald ogenblik zal het algemene risico op besmetting teruggevallen zijn naar het niveau van vóór de pandemie, en dan zal de kostenbatenbalans omklappen. Desondanks zal ook dan het weglaten van een masker leiden tot een relatieve toename van het risico. Onder normale omstandigheden zijn weinigen zo risicoavers dat ze voortdurend met een masker zouden rondlopen om de kans op besmetting te reduceren, maar nu aarzelen ze wellicht om hun relatieve risico te verhogen door het niet te dragen.

Duidelijkheid is het parool

We kunnen dezelfde redenering toepassen op de bredere Covid-19-maatregelen. Naarmate het risico op besmetting – en vooral het risico dat het zorgsysteem overweldigd wordt – afneemt, zullen we binnenkort het punt bereiken waarbij het hoegenaamd de huidige beperkingen niet zou rechtvaardigen. Maar risicoaverse beleidsmakers zijn niet zo happig om stappen te ondernemen die vast tot een verhoging van het risico zullen leiden. Inentingen zijn een mooi voorbeeld: zelfs in landen waar al veel mensen zijn gevaccineerd moeten ook zij die al zijn ingeënt zich blijven gedragen alsof dat niet het geval is (ook al zijn er goede aanwijzingen dat vaccinatie tot lagere transmissie leidt) – en dit (wederom) zonder een referentiepunt, zonder aan te geven wanneer vaccinatie dan wél tot een terugkeer naar normaliteit zal leiden.

jab
Een prikje naar de vrijheid – maar wanneer? (Foto: Katja Fuhlert (Pixabay))

Enerzijds is onze perceptie van de kost van de maatregelen, naarmate we eraan gewend geraakten, verminderd. Anderzijds, terwijl de maatregelen werden ingevoerd op basis van absolute cijfers, zijn het nu relatieve getallen die doorwegen. Het versoepelen van de maatregelen wordt dus gezien als een stap met een kleine reductie in de kost, maar een grote toename in risico. En dus, omdat we geen referentiepunt hebben, blijven we ze maar behouden, net zoals we op een veiling almaar hoger blijven bieden zolang er een andere bieder is – omdat we geen vooraf bepaald maximum bod hadden. Dat loopt zelden goed af.

Zullen de beleidsmakers dit uiteindelijk inzien en de maatregelen opheffen, zelfs als dat een toename van het risico, opnames en overlijdens met zich meebrengt? Dat willen we graag geloven, maar zonder een duidelijk referentiepunt is het onzeker. Er is beslist een rol weggelegd voor journalisten, parlementsleden, en inderdaad voor ons allemaal om de beleidsmakers te confronteren met hun vaagheid, ze op hun verantwoordelijkheid te wijzen, en ze zover te brengen dat ze duidelijkheid scheppen over de omstandigheden waarin een einde komt aan de tijdelijke maatregelen.

Maar we kunnen zelf ook leren hoe we die valstrik kunnen vermijden wanneer we onze eigen tijdelijke maatregelen moeten invoeren. Stel u bijvoorbeeld voor dat u ermee hebt ingestemd dat een ietwat irritant familielid mag komen logeren terwijl zijn huis wordt opgeknapt. Eerst en vooral bepaalt u dan het referentiepunt: spreek duidelijk af wat ‘bewoonbaar’ betekent, en dus het punt waarop u de logeerkamer kunt terugvorderen en uw verwant weer naar huis sturen. Doe dat meteen, wanneer er nog geen kans is op relativerend dispuut (“Ja, maar ze hebben de vloer nog niet gelegd!”). En om zeker te zijn dat u de controle behoudt over de situatie, zorgt u voor een geregelde evaluatie. Zelfs als het huis van uw verwant nog niet piekfijn in orde is, zo gauw het kan worden bewoond, mag hij vertrekken.

Zo’n referentiepunt dat je geregeld bekijkt, is best handig bij het nemen van beslissingen.

Uitgelichte afbeelding: VU-meter (CC BY-SA 2.0 Shane Forster (Flickr))

LEES OOK