Het gele gevaar komt niet uit China, maar uit België

 Leestijd: 6 minuten0

Als het over China gaat, is het net alsof een steekmug enkele experten in België heeft gestoken, en het gele-koortsvirus zich nu massaal aan het verspreiden is. Als deze ziekte niet vlug behandeld wordt, zou wel eens 50% van onze bedrijven kunnen overlijden aan deze gele koorts. Het vaccin is veilig, betaalbaar en zeer effectief. De vraag is waarom we het niet toedienen.

In eerste instantie vergeet men beter de idee dat China het op België of Europa heeft gemunt. De Chinezen willen onze technologie niet leegroven of ons geopolitiek controleren zoals analisten in België wel eens durven beweren.

Als je in vertrouwen spreekt met Chinese CEO’s, privé-investeerders of overheidsfondsen, dan hoor je dat België te weinig interessant is voor China om bijzondere aandacht voor te hebben.

Zelfs Europa is niet echt interessant genoeg voor de Chinezen., en wel om deze redenen: het is te versnipperd als markt, te veel gereglementeerd en groeit onvoldoende.

Chinese bedrijven die investeren in het buitenland zijn op zoek naar een afzetmarkt en technologie voor de thuismarkt. Wat de Belgische markt betreft, kunnen we gerust zijn: daar ligt geen Chinees op te azen.

Zelfs Europa is niet echt interessant genoeg voor de Chinezen., en wel om deze redenen: het is te versnipperd als markt, te veel gereglementeerd en groeit onvoldoende. Duitsland lijkt het enige doel te zijn die nog echt iets kan beteken voor de Chinese wereldwijde expansie in de volgende jaren.

Kinderen in de zuidelijke Chinese provincie Yunnan (Foto: M M – Creative Commons licentie)

Chinese high-value bedrijven en hun investeerders richten zich vooral op Zuidoost-Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Vooral Indië valt vandaag in de smaak. We spreken hier over uniforme markten met hoge groei, goedkope productie en eenvoudig om te vermarkten.

Eigenlijk zoeken Chinese CEO’s eerst uit te breiden naar landen die een gelijkenis vertonen met het China van 20 jaar terug en gemakkelijker vanop afstand te controleren. Laten we niet vergeten dat Chinezen nog steeds eerst kortetermijndoelstellingen en vlugge winst nastreven, en dan staat Europa niet vooraan.

China’s nieuwe zijderoute

China wil met OBOR vooral het westen van China ontwikkelen, en nieuwe vrienden maken in het Midden-Oosten, Zuidoost-Azie en Afrika.

Voor de Chinese overheid is dat heel anders. Die denken langere termijn. Daarbij heb je dan vandaag de hele heisa in België over China’s echte bedoelingen met de nieuwe zijderoute, bekend onder de naam One Belt, One Road (OBOR). China meent het zeker ernstig met OBOR, maar dat die weg wordt aangelegd om alle pijlen op Europa te richten als uiteinde van de nieuwe zijderoute is onze eigen hoogmoed die opduikt.

China wil met OBOR vooral het westen van China ontwikkelen, en nieuwe vrienden maken in het Midden-Oosten, Zuidoost-Azie en Afrika. Over 30 jaar zullen de Chinezen de jobs niet meer willen die ze vandaag doen. Die jobs verhuizen West- en Zuidwaarts.

China zoekt naar stabiliteit, en deze armere regio’s vormen al langer een potentieel gevaar voor de wereld, inclusief China. China denkt dit via economische investeringen te kunnen aanpakken, in tegenstelling tot het militaire verhaal van Amerika of Rusland. Die weg blijkt niet eenvoudig en zal China heel veel geld en tijd kosten – maar de overheid heeft het ervoor over. Waarom we daar angst voor hebben, ontgaat me.

Anderen zeggen dan weer dat doordat de Europese economie stagneert, alles bij ons te koop staat en we gemakkelijk te controleren zijn door China. Dit getuigt van een ernstig tekort aan zelfvertrouwen, wat onze onderhandelingspositie met China verzwakt. We moeten ons nu net sterker opstellen dan ooit als beste partner voor China.

Sommigen in België vergelijken nu ook vaker ‘One Belt, One Road’ met de grote sprong voorwaarts van Mao Zedong, en zien dit als een propagandamachine van de overheid om het Chinese nationalisme in Europa te voeden. Dit doet me alleen maar denken aan verouderde Koude Oorloggedachten.

Projectie

Het nulsomspel, waar de ene wint en de ander verliest, is al lang achterhaald in onze globaal economische en politieke verbondenheid. In tegenstelling tot het kolonialisme van Europa, is China al 2000 jaar niet gekend om andere landen te veroveren of te indoctrineren, en al zeker niet een land als België. Ik zie dit eerder als een projectie van hoe wij denken, niet hoe China denkt.

China wil niet afhankelijk zijn van het Westen. Dat is vandaag nog steeds te vaak het geval door de dynamiek van de dollarmunt tot microprocessoren. De grootste schrik van China is dat de grondstoffenkraan ooit wordt dichtgedraaid.

Maar de Chinese overheid is ook op zoek naar technologie en kennis om zichzelf verder te kunnen ontplooien en de modale Chinees de levensstandaard te geven die wij in het westen kennen.

Made in china

Made in china

Ze zijn op zoek naar een 60-tal geavanceerde technologieën, en die zoeken ze wereldwijd, ook in België. Dit zijn vooral harde technologieën zoals micro-elektronica, energietechnologie en nieuwe materialen.

Ze zijn bereid daar grof geld voor op tafel te leggen en ons te helpen samen de Chinese markt op te gaan. En wat dit betreft, heeft België inderdaad pareltjes zoals bij IMEC of Umicore.

Dat Amerika ons vandaag zo sterk controleert, en dus kansen afneemt om in China door te breken, vinden we wel heel normaal.

Maar deze organisaties worden voortdurend door hun Amerikaanse klanten onder druk gezet om geen intellectuele eigendom rond hun kerncompetentie naar China te brengen. Soms gaat het wel degelijk om potentieel militair gebruik, maar vaker gaat het om puur economische redenen. Dat Amerika ons vandaag zo sterk controleert, en dus kansen afneemt om in China door te breken, vinden we wel heel normaal.

Dat de Chinezen globale overnames aan het doen zijn, is correct, of het nu over Volvo, Punch Powertrain of Caliopa uit Gent gaat. De ambities hiervoor zijn om die technologie en merken te gebruiken in China om een leiderspositie uit te bouwen of te bewaren.

Dit is niet verschillend van hoe Cisco of Facebook te werk gaat. De ervaringen van Europese KMO’s die door Chinezen zijn opgekocht, zijn meestal veel positiever dan zij die door Amerikanen werden opgekocht.

Chinezen laten ons met rust, en verhogen onze capaciteit en werkkracht is de feedback, terwijl Amerikanen vaak een heel nieuwe managementstijl introduceren en vlugger sluiten als het elders goedkoper kan – denk maar aan Ford Genk of Caterpillar. Chinese bazen snappen dat als je de Europese kip slacht, die ook geen eieren meer legt voor China.

‘Europese hightech niet interessant’

Chinese grootkapitaalinvesteerders zeggen dat meer dan 90% van de hightech projecten die ze uit Europa te zien krijgen gewoon niet interessant zijn voor China.

Belangrijk is dat men weet dat Chinese grootkapitaalinvesteerders zeggen dat meer dan 90% van de hightech projecten die ze uit Europa te zien krijgen gewoon niet interessant zijn voor China. Onze universiteiten krijgen vaak hun onderzoek niet aan China verkocht. Mocht onze research echt zo belangrijk zijn, stonden de Chinezen in de rij te wachten met hun portefeuille.

De Tech Transfer Offices van de Belgische universiteiten zijn vragende partij, maar er beweegt bijna niets. Software, die vaak de grootste meerwaarde van onze technologiebedrijven vormen, kennen Chinezen vandaag meestal even goed. Van betere bedrijfsprocessen of intelligente platformen liggen ze ook al niet meer wakker. Dat doen ze zelf vaak beter door de schaalgrote die China gewoon is.

Bijna wekelijks komt er een bedrijf naar mij toe om te vragen of ik voor hun hightech bedrijf een Chinese investeerder kan vinden. Dan check ik even vlug bij mijn Chinese vrienden en die zeggen meestal hetzelfde: China heeft dit nog niet nodig of China heeft dit zelf al.

Iets wat ik in België dan uitleg is dat de Chinese markt vaak voldoende heeft aan 70% van de ontwikkelde complexiteit, en dat kunnen ze zelf ook. Wanneer de markt 100% nodig heeft, hebben hun eigen onderzoekers dit al lang bijgebeend. En dan spreek ik nog niet over de verschillende marktvraag – waar zijn Chinese consumenten naar op zoek? Soms is onze spitstechnologie gewoon irrelevant voor de Chinese markt.

Ware vriend

In België heeft men te vaak de indruk dat wij de beste technologie hebben en dat Chinezen die massaal komen kopen of stelen. Men moet van dit waanbeeld af, want anders gaat men ervan uit dat we erg voor staan op China en vallen we in slaap. Als Chinese investeerders dan toch hun oog hebben laten vallen op een van onze hightech bedrijven, moeten we dit eigenlijk zien alsof Google of IBM aan de deur staat. China kan deze bedrijven en onderzoekers katapulteren naar ongekende hoogtes en werkgelegenheid voorzien voor de volgende 30 jaar.

China is een innoverende hogesnelheidstrein die overal ter wereld op ons afkomt, en nu op de sporen gaan liggen lijkt me niet heel erg strategisch.

België is gekend als een ware vriend die China heeft helpen ontwikkelen in de kritieke jaren tachtig. Denk maar aan telecommunicatie van Alcatel Bell of Janssens farmaceutica als voorbeelden. België mag die relatie – die 40 jaar gekost heeft om op te bouwen – nu niet in het gedrang brengen door tijdelijke politieke agenda’s. Ik vertel iedereen dat telkens wij de deuren voor China dicht doen, China even gemakkelijk andere vrienden zal vinden in Luxemburg, Israël of Ierland. En eens de Chinezen met hen in zee gaan, worden onze buren onze sterkste lokale concurrenten.

China heeft ons echt niet nodig, maar wij hebben een grootmacht zoals China meer dan ooit nodig. Als wij China weerstand blijven bieden, kunnen we hen hoogstens in specifieke projecten een paar maanden vertragen, maar brengen we onze bedrijven in gevaar irrelevant te worden binnen 5 à 10 jaar. China is een innoverende hogesnelheidstrein die overal ter wereld op ons afkomt, en nu op de sporen gaan liggen lijkt me niet heel erg strategisch.

Ik zou zelf nog een stap verder gaan. Belgische bedrijven moeten dringend naar China gaan en onze expertise promoten, anders blijven we onder de radar vallen. Chinezen zijn massaal op zoek naar technologiepartners. Hun modus operandi is bijna altijd via consultancy bedrijven zoals EY of PWC. Onze KMO’s komen nooit op de shortlist, en zo missen we de vele opportuniteiten.

We moeten van die geelkoorts af. Het is eenvoudiger dan we denken. We moeten in België allemaal samen duidelijk maken aan China dat we openstaan voor business. Duitsland, Israël of Finland doet dit veel beter. Onze grotere bedrijven zoals Bekaert, Solvay of Barco weten dit, en in de pers lees je het laatste jaar ook vaker positieve verhalen uit China.

Maar we zijn in België zeker niet allemaal gealigneerd, en ik maak me zorgen dat dit echt dringend wordt als we willen meespelen in de nieuwe wereld waar China centraal zal staan.

 

(Deze gastbijdrage is een reactie op het China-dossier ‘De nieuwe zijderoute’ dat Jeanne Boden voor Apache schreef. U vindt het dossier hier.)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Pascal Coppens

Pascal Coppens is naast Sinoloog, een China entrepreneur en spreker over Chinese innovatie. Na 20 jaar professionele activiteit in de Chinese technologiesector, heeft Pascal een unieke praktijkervaring opgebouwd om de realiteit van de Chinese transformatie over te brengen als China Evangelist.