Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De transactiekost van de zomertijd

18 maart 2022 Koen Smets
sleeping
We houden er niet van een kostbaar uur slaap op te geven voor niets. (© Miriam Alonso (Pexels))

De jongeren onder ons waren destijds wellicht nog niet geboren, maar we zijn hier wel al eerder geweest – ik bedoel, een periode waarin we ons blauw betaalden aan aardolie (en aan energie in het algemeen). De commotie op de wereldoliemarkt in 1973, toen de prijzen de pan uit swingden nadat Arabische olie-uitvoerende naties in vele landen geleid hadden tot een paniekerige zoektocht naar maatregelen om energie te besparen, van autoloze zondagen tot – je raadt het al – het invoeren van het zomeruur, waardoor daglicht beter werd benut.

Naarmate de energieprijzen weer daalden en stabiliseerden, verdween ook de noodzaak voor zulke ingrepen, maar de zomertijd bleef hangen. Al geruime tijd groeit echter de kritiek op deze praktijk, en op nogal wat plaatsen (waaronder de EU) overwegen ze ervan af te stappen. Is dat wel zo doordacht als het lijkt?

Opmerkelijk genoeg kan de economie, en zelfs de gedragseconomie, helpen deze vraag nader te bekijken. Beeld je de volgende situatie in: je draagt al jarenlang hetzelfde model van tennissloffen, want dat model zit je delicate voeten als gegoten. Je herinnert je zelfs niet hoeveel paren je er al hebt van versleten. Je huidige paar is inmiddels ook alweer aan vervanging toe en wanneer je langs een sportwinkel loopt, zie je natuurlijk jouw favoriete sloffen in de etalage, te koop voor 45 euro.

Maar het toeval wil dat, net op het moment dat je de winkel wil binnengaan, je levenspartner – die aan het andere eind van de stad inkopen aan het doen is – je een boodschap stuurt met een foto van je geliefde sneakers. “Zijn dit niet diegene waar je zo van houdt? Ze zijn hier in de aanbieding vandaag voor 25 euro en je maat is in voorraad xx.” Je kent de winkel – het is een goede tien minuten stappen hiervandaan. Tot 20 euro goedkoper, dat is bijna 50% minder, bereken je. Zonder veel nadenken zet je de pas erin, op weg om een koopje te doen.

sneakers
Tijd voor een nieuw paar. En 20 euro goedkoper! (© Koen Smets)

Vanuit een economisch perspectief zien we hier twee zaken. Ten eerste is er de aankoopkost – het geld dat je de verkoper geeft in ruil voor de schoenen. In een van de transacties is er echter nog een bijkomende – zij het niet financiële – kost: de tijd en moeite om naar de winkel te stappen. Die kunnen we zien als een transactiekost, een concept uit de economie dat verwijst naar uitgaven die bovenop de aankoopkost komen en (typisch) door de koper worden gedragen.

Ze omvatten in het algemeen de kosten voor zaken als zoeken naar informatie, het opstellen van een contract en het handhaven ervan. Maar ook tien minuten stappen naar een winkel past in dit kraam: dat is immers ook een kost die essentieel is in de transactie, en die door een van de partijen wordt gedragen zonder dat de andere partij er beter van wordt.

Je vraagt je misschien af wat dit te maken heeft met het overschakelen naar het zomeruur. Welnu, we kunnen die zomertijd met lange lichte avonden beschouwen als een goed of een dienst die ons een baat oplevert, en de overschakeling is de transactiekost. In dit geval hoeven we er zelfs niet voor te betalen. Het is een beetje als een promotionele gratis koffie bij de opening van een nieuwe coffeeshop – al wat we ervoor moeten doen is erheen gaan. Er kunnen transactiekosten zijn, zelfs al is er geen echte aankoop.

Kosten en baten

Maar we maken hier wel een veronderstelling, namelijk dat we de voorkeur geven aan lange lichte zomeravonden. Kunnen we dat staven? Toch wel: in alle kritiek rond het zomeruur is er een ding dat je eigenlijk nooit hoort – een argument dat de zomeravonden te lang en te helder zijn. Het werkelijke probleem lijkt wel degelijk het overschakelen te zijn, zoals een recente studie aan de universiteit van Chicago vaststelde: slechts 25% van de ondervraagden wil graag twee keer per jaar heen en weer schakelen. Met andere woorden, het is de transactiekost die de tegenstanders dwarszit. 

De voorstellen om het ritueel op te geven lopen echter vast omdat dit onvermijdelijk een keuze opdringt: welke tijd houden we dan aan? Moet worden gekozen voor permanente zomertijd, met het jaar rond meer daglicht in de avond? Dat zou dan ook betekenen dat de januarizon in België pas om kwart voor tien zou opkomen (in Oslo zou het zelfs kwart over tien zijn), en wie wil nu zoiets?

De standaardtijd aanhouden zou dan weer betekenen dat er vaarwel moet worden gezegd tegen de midzomerzonsondergang om 10 uur ’s avonds op 21 juni, en dat het midden augustus al begint te schemeren om 20 uur. Dat zou toch ook jammer zijn, niet? Dezelfde studie vond dat dan ook dat de meningen sterk verdeeld zijn: 32% wil graag zomertijd het hele jaar, en 43% prefereert de wintertijd. Zomertijd én wintertijd zijn leuk, maar het is de omschakeling die we haten. Maar is dat wel zo?

Natuurlijk zijn er nadelen verbonden aan het vooruitzetten van de klok in de lente, en het weer terugzetten ervan in de herfst. Er is onderzoek waaruit zou blijken dat er meer ongelukken gebeuren, en dat het aantal depressies en zelfdodingen toeneemt na het omschakelen naar de zomertijd. Dit houdt verband met het feit dat het een tijdje kan duren eer je bent aangepast aan het nieuwe uur. Bovendien zijn er niet veel mensen die met plezier een uur slaap verliezen tijdens die bepaalde nacht.

Tenminste, we houden er niet van een kostbaar uur slaap op te geven voor niets. Flink wat mensen blijken er anderzijds weinig moeite mee te hebben geregeld hun slaaproutine te verstoren: laat opblijven, zelfs als de wekker op hetzelfde ochtendlijke uur afgaat, of lang uitslapen tijdens het weekend – zo regelmatig zijn we heus niet. En morrelen aan de klok?

Een vakantie (voor Belgen) in Griekenland of Turkije is niets bijzonders, maar vereist wel dat je je klok een uur vooruitzet, en weer terug. Uitgaan tot in de vroege uurtjes of op sociale media zitten na bedtijd zijn blijkbaar geen probleem, net zomin als reizen over tijdzones heen. Waarom dan zoveel weerstand tegen de omschakeling tussen zomer- en wintertijd?

clocks
Iedereen dezelfde tijdzone? Helaas niet. (© Jack Moreh (Freerangestock))

Misschien is dat toch wel te verklaren. Laten we kort terugkeren naar ons aankoopscenario, maar deze keer sta je op het punt een servies te kopen van 349 euro, en kom je te weten dat een andere handelaar, tien minuten stappen verderop, hetzelfde servies aanbiedt tegen 329 euro. Zou je net zo makkelijk die inspanning leveren om 20 euro te besparen op 350 euro aan kopjes en borden? De winst – 20 euro voor tien minuten stappen – is identiek aan die in het sneakerscenario, en toch lijkt het niet echt zo’n geweldig koopje. De perceptie van het voordeel is anders, zodat het niet langer lijkt op te wegen tegen de extra transactiekost.

Het lijkt dus niet zozeer de transactiekost te zijn waar het (tennis)schoentje knelt, maar de perceptie van de baten. En dat leidt ons van de economie naar de gedragseconomie. We zijn vaak niet zo goed in het beoordelen van toekomstige baten – denk maar aan dieet of pensioensparen, waarbij de kosten en de moeite in het heden gebeuren, en de baten ver weg zijn. (Het fenomeen staat bekend als delay discounting.)

Soms zijn onze voorkeuren in conflict met elkaar: we willen een kost op dit eigenste moment vermijden, maar we willen ook een baat in de toekomst. Als we enkel oog hebben voor of de kost, of de baat, dan kunnen we niet echt doen wat nodig is voor een goede beslissing: de kosten en baten afwegen. Om het vraagstuk van de zomertijd op te lossen moeten we nagaan of het voordeel van én lange zomeravonden én ’s winters toch ook nog wat daglicht te zien voor de middag ons genoeg waard is om het ongemak van de overschakeling erbij te nemen.

Of we moeten beslissen of de hinder van het omschakelen zo ondraaglijk is dat we bereid zijn ofwel meer dan zes maanden aangename, lichte zomeravonden, ofwel een uur daglicht in de winter op te geven. Een lastige maar onvermijdelijke keuze.

LEES OOK