Corona: minder sterfte, minder ernstig zieke patiënten *

 Leestijd: 7 minuten5

Gewapend met virusremmers, medicatie die een te sterke immuunreactie tempert, en bloedplasma met antistoffen van genezen patiënten, slagen zorgverstrekkers er steeds beter in om de dodentol en het aantal ernstig zieke patiënten met Covid-19 te beperken.

De nieuwe coronagolf kent een ander verloop dan de eerste golf die afgelopen voorjaar België lamlegde. De gegevens die federaal wetenschapsinstituut Sciensano bijhoudt, leveren andere curves op.

Je kan dit artikel uitzonderlijk gratis lezen. Niet alle artikels van Apache over het coronavirus zijn gratis te lezen. We vinden het wel belangrijk dat iedereen correct geïnformeerd wordt over het virus. Je herkent de gratis artikels aan het *-teken na de titel.

Wil jij ook de andere artikels kunnen lezen en onze kritische en diepgravende journalistiek mee mogelijk maken? Word dan lid van Apache. Ben je al lid? Deel dit artikel gerust met je vrienden en familie, zodat ook zij breed geïnformeerd worden.

Vertraagde curves

Wat het aantal geregistreerde besmettingen betreft, is dat evident: we testen vandaag veel meer dan in de maanden maart en april. Ook al wordt het aantal tests nu tijdelijk teruggeschroefd, we zoeken nog steeds veel meer en we vinden dus ook nog steeds veel meer besmettingen dan afgelopen voorjaar.

Ons gedrag was de voorbije maanden fundamenteel anders dan in de weken voor half maart, toen de lockdown werd afgekondigd

Ook de curves van het aantal ziekenhuisopnames, het aantal bedden op intensieve zorgen dat wordt bezet door patiënten met Covid-19 en van het aantal sterfgevallen zien er anders uit.

Dat heeft veel te maken met het feit dat we afgelopen voorjaar compleet overrompeld werden. In de begindagen van de maand maart hielden we nog geen afstand, we wasten nauwelijks onze handen en al reizend brachten we het virus door heel Europa. Dat zorgde voor een snelle verspreiding en de bijhorende, fors stijgende curves van het aantal ziekenhuisopnames, het aantal bezette bedden op intensieve zorgen en – met een zekere vertraging – het aantal sterfgevallen.

Intussen houden we al enkele maanden rekening met afstandsregels, we respecteren een aantal hygiënische maatregelen en we beperken onze sociale contacten. Ook al voor begin deze week de nieuwe strenge maatregelen van kracht werden, was ons gedrag fundamenteel anders dan in de weken voor half maart, toen de lockdown werd afgekondigd.

Die maatregelen waren onvoldoende om de curve af te vlakken en de epidemie onder controle te houden, maar wat ze wel deden is het verloop van de curves vertragen.

Ervaring

In de ziekenhuizen en in de woonzorgcentra zelf liggen de kaarten vandaag eveneens anders. Een cruciaal verschil, zeker in woonzorgcentra, is de aanwezigheid van voldoende beschermend materiaal en concrete draaiboeken.

Het aandeel patiënten dat nood heeft aan intensieve verzorging ligt lager dan afgelopen voorjaar

Daarnaast hebben wetenschappers, artsen en verpleegkundigen ook lessen getrokken uit de gebeurtenissen van maart en april. Ze hebben meer zicht op welke behandelingen werken en welke niet, op de ideale timing van sommige ingrepen en ook op het organisatorische luik.

Dat zorgt ervoor dat het aandeel patiënten dat nood heeft aan intensieve verzorging in verhouding lager ligt dan afgelopen voorjaar. Het zorgt er ook voor dat het sterftecijfer een stuk lager ligt dan afgelopen voorjaar.

Al hoort bij die laatste vaststelling meteen ook een belangrijke “maar”: tijdens de eerste golf ging het bij bijna twee op de drie overlijdens om bewoners van woonzorgcentra. Een aantal van hen overleed in het ziekenhuis, een groot deel in de woonzorgcentra zelf. Krijgt het virus in de komende periode steeds meer woonzorgcentra in zijn greep, dan dreigt de dodentol opnieuw fors op te lopen.

Arts aan het werk op een Covid-afdeling (Foto: CC BY 4.0 Mehr News Agency (Wikimedia Commons))

Lange aanloop

Een concrete vergelijking van de cijfers maakt duidelijk hoe de kaarten vandaag anders liggen dan in maart en april. De eerste grafiek toont dat het aantal mensen dat werd opgenomen in het ziekenhuis trager toeneemt tijdens de tweede golf dan tijdens de eerste golf.

De tweede grafiek toont dat het aantal opnames op intensieve zorg, maar vooral ook het aantal overlijdens ten gevolge van Covid-19 minder snel stijgt tijdens de tweede golf dan tijdens de eerste golf.

Dat het aantal opnames in ziekenhuizen trager toeneemt dan tijdens de eerste golf heeft dus veel te maken met de maatregelen die intussen al enkele maanden gelden. Die werden in maart, voor de lockdown werd afgekondigd, nog niet toegepast.

De strenge maatregelen die sinds begin deze week (19/10) van kracht zijn, moeten ervoor zorgen dat die groeivertraging omgebogen wordt tot een plateau en vervolgens ook tot een daling. Zonder die maatregelen zou immers ook de lange aanloop van de initieel trager evoluerende exponentiële curve een plotse versnelling nemen.

Minder intensieve bedden, minder overlijdens

Twee andere grafieken maken duidelijk dat niet enkel de toestroom naar het ziekenhuis trager verloopt, maar dat ook wat er in het ziekenhuis (en in de rusthuizen) gebeurt meer zoden aan de dijk brengt.

De twee onderstaande grafieken tonen hoe het aantal patiënten dat nood heeft aan intensieve verzorging en het aantal patiënten dat overlijdt aan de gevolgen van Covid-19 momenteel verhoudingsgewijs lager ligt dan tijdens de eerste golf.

De grafiek die het aantal patiënten dat nood heeft aan intensieve zorg afzet tegenover het totaal aantal Covid-19 patiënten in het ziekenhuis, toont hoe in de periode van 15 maart tot 16 april gemiddeld 21,65% van de in het ziekenhuis opgenomen Covid-19 patiënten werd opgenomen op intensieve zorgen. In de periode van 27 september tot 19 oktober lag dat aantal gemiddeld op 19,06%.

Artsen slagen er beter in om een doorverwijzing van Covid-patiënten naar intensieve zorgen te vermijden

Een belangrijke kanttekening daarbij is dat die verhouding tijdens de tweede golf, samen met de toename van het aantal ziekenhuispatiënten, verder zakt. Tijdens de eerste golf zagen we dat het omgekeerde gebeurde.

Op 6 april, de dag waarop het hoogste aantal Covid-19 patiënten (5.759) in onze ziekenhuizen werden genoteerd, lagen 1.260 van hen op intensieve zorgen. Dat is 21,87%.

Op 19 oktober, het (voorlopige) hoogtepunt van de tweede golf (waarvoor de cijfers over het aantal opnames volledig zijn), is die verhouding 16,08%. Artsen slagen er met andere woorden beter in om een doorverwijzing naar intensieve zorgen te vermijden.

Woonzorgcentra

Kijken we naar de sterftecijfers dan zijn de verschillen nog groter. Daarbij moeten we natuurlijk rekening houden met het feit dat de sterftecijfers tijdens de eerste golf in heel belangrijke mate gekleurd werden door de ramp die zich voltrok in onze woonzorgcentra.

Op 10 april werden 302 overlijdens tengevolge van Covid-19 genoteerd. Die dag lagen er 5.663 Covid-19 patiënten in een Belgisch ziekenhuis. Beide getallen tegenover elkaar afgezet, levert een percentage op van 5,33%.

Het aandeel overlijdens buiten het ziekenhuis is moeilijk exact te bepalen op basis van de gegevens van Sciensano, maar op 10 april zou 57% van de overlijdens plaats hebben gevonden in een ziekenhuis. Afgezet tegenover het aantal patiënten in het ziekenhuis zou de sterfte in het ziekenhuis nog steeds ruim 3% zijn.

Voor de tweede golf kan die berekening preciezer gemaakt worden. Op 19 oktober waren er 2.773 patiënten met Covid-19 opgenomen in het ziekenhuis. Dezelfde dag werden er 40 overlijdens geregistreerd. Vijf ervan in woonzorgcentra, 35 in ziekenhuizen. Met 35 overlijdens op 2.773 geregistreerde patiënten ligt de verhouding (1,26%) een heel stuk lager dan de ruim 3% tijdens de eerste golf.

Logistiek

Dat tijdens de tweede golf zowel het aantal patiënten dat intensieve zorg nodig heeft als het aantal sterfgevallen in verhouding lager ligt, heeft in belangrijke mate te maken met de geavanceerde medische aanpak.

Op het hoogtepunt van de eerste golf lag 21,87% van de patiënten op intensieve zorgen, op 19 oktober was dat 16,08%

De aanwezigheid van voldoende medisch beschermingsmateriaal, zowel in ziekenhuizen als in rusthuizen, zorgt ervoor dat zorgverleners geruster kunnen werken. Zeker in woonzorgcentra, waar besmettingen tijdens de eerste golf ook door het verzorgend personeel werden binnengebracht, kan dat medisch beschermingsmateriaal een groot verschil maken.

Ook het logistieke luik staat beter op punt. Hoe snel de ziekenhuizen tijdens de eerste golf ook schakelden en hoe hard de medewerkers in woonzorgcentra ook hun best deden, de snelheid waarmee het virus binnenkwam, verraste iedereen.

Dat de eerste golf nog maar nauwelijks is verteerd, terwijl de tweede golf zich volop aandient, weegt zwaar op het gemoed van de zorgverstrekkers. Het idee dat ze deze keer beter gewapend naar het coronafront trekken, biedt steun.

Best practices

De eerste golf heeft internationaal ook een en ander geleerd over ‘best practices’, over medicatie en over andere remedies die helpen om de gevolgen van een besmetting met het SARS-CoV-2 virus in te perken. In de wetenschappelijke literatuur verschijnen daarover quasi dagelijks nieuwe inzichten.

Het meest tot de verbeelding spreekt wellicht het Recovery-onderzoek dat de Britse overheid al op 3 april lanceerde. Daarbij wordt op zeer grote schaal (12.000 patiënten) uitsluitsel gezocht over de werkzaamheid van bepaalde geneesmiddelen. Het gaat daarbij voornamelijk om geneesmiddelen die al bestaan en die veilig zijn. Maar waarvan dus ook wordt gehoopt dat ze behalve voor de indicaties waarvoor ze ooit op de markt werden toegelaten, ook helpen om Covid-19 te bestrijden.

De Wereldgezondheidsorganisatie heeft met haar zogenaamde Solidarity Trial een gelijkaardig, internationaal project lopen. Dat onderzoek wordt gevoerd bij 12.000 patiënten, verspreid over 500 ziekenhuizen in dertig landen.

De laatste tussenstand die de Wereldgezondheidsorganisatie op 15 oktober gaf, was helaas niet echt opbeurend. De onderzoeken naar de impact van remdesivir, hydroxychloroquine, lopinavir/ritonavir en interferon – wereldwijd vaak geciteerd als kandidaat geneesmiddel – tonen geen of slechts een beperkt effect op de mortaliteit, op de kans dat patiënten intensief beademd moeten worden en op de tijd dat patiënten in het hospitaal moeten verblijven.

Dat wil echter allerminst zeggen dat alle hoop weg is. Over remdesivir bijvoorbeeld verschenen studies die aangeven dat het medicijn wel degelijk de opnametijd verkort voor welbepaalde patiënten.

Favipiravir

Bovendien zitten nog andere kanshebbers in de pijplijn. Favipiravir bijvoorbeeld, een geneesmiddel dat in Japan tegen griep wordt gebruikt. Aan het Rega Instituut van KU Leuven toonde het team van professor Johan Neyts recent aan dat Favipiravir alvast in hamsters het SARS-CoV-2 virus vernietigt.

Het laboratorium van professor Neyts in Leuven is trouwens een van de plekken waarop wereldwijd wordt gerekend om een molecule te vinden die het coronavirus met succes bestrijdt. Caps-It is de naam van een soort automatisch laboratorium waarbij aan hoge snelheid moleculen worden getest om te zien of ze actief zijn tegen het virus.

De voorbije maanden werden er zo meer dan 1,6 miljoen actieve stoffen getest. Een aantal daarvan is beloftevol, maar het vergt nog veel onderzoek vooraleer het kan leiden tot een echte remedie.

Neyts pleitte overigens eerder al voor een grootschalig gelijkaardig onderzoek naar actieve stoffen tegen verschillende virussoorten. Net omdat de finale ontwikkeling tijd vergt, zou het zinvol zijn om preventief antivirale middelen te ontwikkelen zodat ze inzetbaar zijn de dag dat een nieuw virus de kop op steekt.

Het Rega Institute for Medical Research van de KU Leuven (Foto: © Rob Steven (KU Leuven))

Corticosteroïden en bloedplasma

In afwachting van nieuwe doorbraken zijn corticosteroïden de belangrijkste geneesmiddelen in de strijd tegen Covid-19. In het kader van de eerdergenoemde Britse Recovery-trial werd overtuigend aangetoond dat dexamethasone de kans op overlijden met een derde vermindert bij patiënten die aangewezen zijn op een beademingstoestel.

In afwachting van nieuwe doorbraken zijn corticosteroïden de belangrijkste geneesmiddelen in de strijd tegen Covid-19

Het geven van corticosteroïden aan patiënten die niet aangewezen zijn op beademing is tegenaangewezen, omdat het geneesmiddel dan meer kwaad dan goed kan doen. Maar bij ernstig zieke patiënten drukt het geneesmiddel de te sterke immuniteitsreactie die voor ernstige problemen zorgt.

Daarnaast is er het bloedplasma van personen die recent een infectie met SARS-CoV-2 hebben doorgemaakt. In dat plasma bevinden zich antistoffen. Er zijn sterke indicaties dat plasma met antistoffen ernstig zieke mensen helpt bij hun strijd met het virus.

Momenteel zoekt het Rode Kruis in Vlaanderen mannen die recent Covid-19 doormaakten om bloedplasma af te staan dat zal gebruikt worden bij een groot onderzoek aan de KU Leuven. Vrouwen kunnen niet deelnemen omdat ze, tijdens de zwangerschap, bepaalde antistoffen aanmaken die schadelijk kunnen zijn voor de ontvanger van het plasma.

Of er ooit een krachtig geneesmiddel komt tegen Covid-19 is voorlopig onduidelijk

Of er ooit een krachtig geneesmiddel komt tegen Covid-19 is voorlopig onduidelijk. Specialisten zijn ervan overtuigd dat het enkel een kwestie van tijd is, zolang er maar met man en macht naar wordt gezocht.

Net zoals dat het geval is bij een vaccin is de kans reëel dat er in eerste instantie vooral ‘tussenoplossingen’ uit de bus zullen komen, geneesmiddelen zoals remdesivir, dexamethasone of bloedplasma die er mee toe bijdragen dat er minder mensen ernstig ziek worden en dat het aantal sterftes terugloopt.

Samen met onder meer een vaccin, een uitgekiende teststrategie en goed verspreiding- en brononderzoek zullen geneesmiddelen Covid-19 de komende maanden verder aan banden leggen. Langzaam. Maar zeker.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid