Corona en het grote onbegrip *

 Leestijd: 6 minuten5

De Covid-19-pandemie wint aan kracht. Drastische maatregelen moeten een overrompeling van onze zorginstellingen voorkomen. Op de achtergrond weerklinkt één vraag: hoe komen we hier ooit vanaf?

Je kan dit artikel uitzonderlijk gratis lezen. Niet alle artikels van Apache over het coronavirus zijn gratis te lezen. We vinden het wel belangrijk dat iedereen correct geïnformeerd wordt over het virus. Je herkent de gratis artikels aan het *-teken na de titel.

Wil jij ook de andere artikels kunnen lezen en onze kritische en diepgravende journalistiek mee mogelijk maken? Word dan lid van Apache. Ben je al lid? Deel dit artikel gerust met je vrienden en familie, zodat ook zij breed geïnformeerd worden.

Vandaag (19/10) gaat een hele reeks nieuwe maatregelen in die tot doel hebben de opnieuw fors aantrekkende Covid-19-pandemie te stoppen.

Een avondklok tussen middernacht en vijf uur ‘s ochtends, cafés en restaurants die opnieuw de deuren moeten sluiten, verplicht telewerk en maximaal één nauw contact buiten de gezinscontext. Het zijn maar enkele van de nieuwe maatregelen waarmee de regering-De Croo hoopt om de exponentiële curves onder controle te krijgen.

Ook het gedeeltelijk opnieuw sluiten van de scholen ligt op tafel. Het hoger onderwijs schakelt naar code oranje. Universiteiten zoals UGent kiezen zelfs voor code rood. Voor het middelbaar onderwijs dreigt code oranje. Dat betekent dat de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs een klassieke schoolweek afwisselt met een week thuisonderwijs.

Zover is het echter nog niet. Ook een soort tussenoplossing is een optie, waarbij leerlingen toch nog voltijds naar school zouden kunnen gaan, maar dan met verstrengde maatregelen.

Exponentiële curve

De nieuwe maatregelen komen er niet zomaar. De cijfers zijn barslecht en de kritiek op het te lakse optreden van de regering-Wilmès zwelt aan. Door niet sneller in te grijpen starten we vandaag met een grote achterstand. Een opflakkering in de kiem smoren – zoals halverwege afgelopen zomer met succes gebeurde – is makkelijker dan de tsunami te keren die volgens bevoegd minister Frank Vandenbroucke (sp.a) op ons afkomt.

De Amerikaanse fysicus Albert Allen Bartlett zei ooit dat ons onvermogen om de exponentiële functie te begrijpen de grootste tekortkoming is van de menselijke soort

Het exponentiële verloop van de epidemie speelt daarbij een rol. Specialisten wijzen erop dat een dergelijk verloop nog steeds onvoldoende begrepen en in rekening wordt gebracht. Dat zorgt ervoor dat we als het ware gedoemd zijn om achter de feiten aan te hollen.

De Amerikaanse fysicus Albert Allen Bartlett zei ooit dat “ons onvermogen om de exponentiële functie te begrijpen de grootste tekortkoming is van de menselijke soort”. Hoewel Bartlett vooral werkte rond thema’s als bevolkingsaangroei en de paradox van duurzaamheid van onze planeet, lijkt het coronavirus – en dan vooral de wijze waarop we de epidemie met Covid-19 aanpakken – hem gelijk te geven.

Een exponentiële functie kenmerkt zich door een lange, quasi vlakke aanloop, om dan plots pijlsnel omhoog te schieten.

Onderstaande exponentiële curve toont de evolutie waarbij één persoon telkens 1,5 nieuwe personen besmet. Dat is ongeveer de situatie die zich vandaag voordoet: in de periode van 10 tot 17 oktober bedroeg het fameuze reproductiegetal 1,555.

De grafiek start met één patiënt. Vandaag zijn we echter al een heel stuk verder op de curve: het aantal besmettingen dat dagelijks wordt gemeten, steeg de voorbije week meermaals tot rond of zelfs boven de 10.000. Bovendien worden (lang) niet alle besmettingen ook feitelijk vastgesteld.

Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) liet zich na de bekendmaking van de nieuwe maatregelen, afgelopen vrijdag, ontvallen dat naar schatting zelfs 10% van de Belgen momenteel besmet zou zijn met het coronavirus.

Die uitspraak van Jambon houdt volgens experten geen steek. De minister-president extrapoleerde een beperkte hoeveelheid gegevens van het UZ Antwerpen naar het hele land en dat kan wetenschappelijk niet. Niettemin staat vast dat we al lang niet meer aan het begin staan, maar een fors eind zijn gevorderd op bovenstaande curve.

Lange aanloop verblindt

Het is die lange aanloop van de exponentiële curve die ons de voorbije weken in slaap heeft gewiegd en links en rechts stemmen deed opgaan om de maatregelen verder te versoepelen in plaats van ze te verstrengen. Het virus groeit, maar in de cijfers lijkt dat nog niet echt zichtbaar.

Het is natuurlijk ook zeer moeilijk uitlegbaar: de situatie lijkt immers onder controle, terwijl ze dat in werkelijkheid niet is. Het virus sluimert en op het moment dat de grafieken de hoogte in gaan, is het eigenlijk al te laat en kan de uitbraak niet meer in de kiem gesmoord worden.

Wanneer de zaak echt explodeert, beseft iedereen (opnieuw) dat de situatie zeer ernstig is en dat dringend ingegrepen moet worden

Het probleem is dat we vandaag nog steeds grotendeels blind moeten varen. We hebben weliswaar (veel) meer en betere instrumenten om de verspreiding van het virus in kaart te brengen. Zelfs als we al die gegevens bij elkaar leggen, houden we in het beste geval slechts een ruwe schatting over van het aantal reële besmettingen in de maatschappij.

Wanneer de zaak echt explodeert, zoals nu het geval is, hoeft er geen tekening bij: iedereen beseft (opnieuw) dat de situatie zeer ernstig is en dat dringend ingegrepen moet worden.

Dat ligt echter een stuk moeilijker in de langgerekte periode voor die pijlsnelle toename. De lange, vlakke aanloop waarbij het virus sluimert, is het echte verraderlijke gedeelte. Niet enkel omdat het in die situatie moeilijker is om de bevolking warm te krijgen en te houden om de nodige maatregelen te respecteren. Vooral ook omdat de evolutie van de kleinere aantallen de inschatting sterk bemoeilijkt, ook voor experten.

Mochten we exact weten hoeveel mensen geïnfecteerd zijn met het virus, dan zouden we met haast mathematische zekerheid kunnen bepalen waar we ons bevinden op de curve.

Vandaag blijft het dus bij inschattingen en hoe kleiner de aantallen hoe moeilijker dat is. Ook al worden de gegevens met de dag beter en verfijnder, het blijft behelpen en er blijven grote onzekerheden.

Bovendien is het voor experten moeilijk om op basis van aannames, ook al zijn ze dan wetenschappelijk gefundeerd, beleidsbeslissingen af te dwingen die verregaande maatschappelijke gevolgen hebben.

Positiviteitsratio

Het gevolg is dat we ons vandaag in een situatie bevinden die opnieuw sterk doet denken aan de situatie zoals we ze kennen van de maand maart. Het aantal besmettingen is daarbij niet de leidende parameter.

De toename van het aantal besmettingen verontrust, maar het is vooral de combinatie met de sterk gestegen positiviteitsratio die de alarmen doet afgaan

Afgelopen voorjaar werden, bij gebrek aan testmateriaal, enkel ernstig zieke mensen getest. Vandaag wordt veel ruimer getest. Dat leidt tot een pak meer positieve resultaten. Dat wil echter niet zeggen dat er ook een pak meer besmettingen zouden zijn dan halverwege de maand maart.

Hoewel de toename van het aantal besmettingen ons terecht verontrust, is het vooral de combinatie met de sterk gestegen positiviteitsratio die de alarmen doet afgaan. Die positiviteitsratio vertelt hoeveel procent van de geteste mensen positief test.

Cruciaal, zeker om het besef over de ernst bij de bevolking te doen groeien, blijven de cijfers over het aantal opnames in de ziekenhuizen

In de periode van 8 tot 14 oktober bedroeg die positiviteitsratio 14,2%. Een maand geleden bedroeg die nog (maar) 3%. Dat was trouwens zowat de hele zomer lang het geval. Pas sinds halverwege de maand september is de positiviteitsratio opnieuw bezig aan een forse klim. Het is geen toeval dat in dezelfde periode ook het eerdergenoemde reproductiegetal opnieuw begon toe te nemen.

Maar cruciaal, zeker om het besef over de ernst bij de bevolking te doen groeien, blijven de cijfers over het aantal opnames in de ziekenhuizen. Die spreken helaas opnieuw boekdelen.

Ziekenhuizen lopen stilaan opnieuw vol met Covid-19-patiënten. Artsen slaken noodkreten en tegen begin volgende week moeten alle ziekenhuizen schakelen naar fase 1B waarbij ze de helft van het aantal bedden op intensieve zorgen vrijhouden voor Covid-19-patiënten.

Huzarenstuk

Wat de precieze motor is achter de hernieuwde uitbraak is onduidelijk. Verschillende pistes liggen op tafel. Er wordt veel gesproken over coronamoeheid die zou maken dat veel mensen het niet meer zo nauw zouden nemen met de maatregelen.

Sommigen wijzen naar de heropening van de scholen en universiteiten, hoewel daar vandaag weinig evidentie voor bestaat. Er zijn de mensen die terugkeerden uit vakantie, het economische leven dat hernam na de grote vakantie, …

Zullen de nieuwe maatregelen volstaan om de uitbraak opnieuw onder controle te krijgen?

Al die factoren spelen wellicht samen een rol, maar er is ook de intrede van de herfst. We hebben het buitenleven ingeruild voor slecht verluchte kamers en droge chauffagelucht: ideale omstandigheden voor virussen om zich te verspreiden. Denk maar aan de klassieke najaarsverkoudheid en buikgriep. Het SARS-CoV-2-virus dat Covid-19 veroorzaakt, lijkt geen uitzondering op de regel te zijn.

Op korte termijn is de belangrijkste vraag of de nieuwe maatregelen zullen volstaan om de uitbraak opnieuw onder controle te krijgen. De lat ligt daarbij hoger dan in maart. Afgelopen voorjaar schortten ziekenhuizen alle niet cruciale zorgverlening op. Dat leidde tot een aanzienlijke toename van het aantal niet-Covid gerelateerde medische problemen.

Vandaag willen ziekenhuizen de twee blijven doen: de klassieke zorg aanbieden en extra zorg voorzien voor Covid-19-patiënten. De vraag wordt of onze gezondheidszorg in staat zal zijn om dat huzarenstuk klaar te spelen. Zeker in de wetenschap dat heel veel gezondheidswerkers de traumatische eerste golf nog nauwelijks hebben verteerd.

Woonzorgcentra

Het goede nieuws is dat, in tegenstelling tot de situatie in maart en april, het noodzakelijke medische materiaal deze keer wel voorhanden is. Ook al zijn er af en toe meldingen die het tegenovergestelde doen vermoeden, op het vlak van testcapaciteit en medisch (beschermings)materiaal is de situatie niet meer vergelijkbaar met de situatie tijdens de eerste golf.

Dat speelt a fortiori in de woonzorgcentra. Ook al is het er nog wachten op kwalitatieve en kwantitatieve versterking, situaties waarbij verzorgers zonder mondmasker of beschermingsmateriaal aan de slag moesten, zullen we nu in principe niet meer zien.

Voorlopig valt het met de situatie in de woonzorgcentra ook nog redelijk mee. In de periode van 11 oktober tot 17 oktober waren 88 (van de 1.570) opnames in het ziekenhuis afkomstig uit een woonzorgcentrum (of een andere instelling voor langdurige zorg). Omgerekend betekent dat 5,6% van het aantal ziekenhuisopnames.

Ter herinnering: tijdens de eerste golf ging het bij ongeveer twee op de drie overlijdens om een bewoner uit een woonzorgcentrum. Slagen we er deze keer wel in om het virus grotendeels uit de woonzorgcentra te houden, dan zal op zijn minst het aantal overlijdens een stuk lager uitvallen dan afgelopen voorjaar.

Het perspectief voor de aanpak in woonzorgcentra en in ziekenhuizen – waar intussen ook meer evidentie bestaat op het vlak van werkzame medicatie – mag dan al positiever zijn, de vraag blijft hoe we deze tweede golf niet enkel kunnen beheersen, maar ook opnieuw kunnen afvlakken.


De wetenschap is intussen niet blijven stilstaan. Medicatie, vaccinatie, testen, tracing, brononderzoek, … Verderop deze week probeert Apache stil te staan bij de dingen die we de voorbije maanden wel hebben geleerd. En ook bij zaken die de hoop voeden dat de tweede golf niet de aanzet moet zijn naar een onvermijdelijke derde golf, maar eerder een laatste grote opstoot van het virus. Een virus dat we in de loop van het komende jaar voldoende getemd kunnen krijgen om het niet langer allesoverheersend te laten zijn.


UItgelichte afbeelding: Alexandra Koch (Pixabay))

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid