Symboliek

0

Ze vervelen zich. Het wordt voor hen steeds moeilijker om hun vakantiedagen op te nemen. Die onzekerheid knaagt, gezien niemand van hen nog weet of ze er bij een verjaardagsfeestje kunnen zijn. Sommigen slapen maar een uur of vijf op een veldbed in een beschimmelde ruimte. Maar het ergste spookt vooral in ieders hoofd: het besef dat dit zinloos werk is. Laat ons nog even diplomatisch blijven. Het is schijnbaar zinloos.

JEROENAangezien ik in de oude Joodse buurt van Antwerpen woon, zie ik ze nu al meer dan een jaar elke dag. Ze lopen met twee, leunen tegen een vensterbank, groeten terug wanneer je ze groet, soms zie ik een van hen wel eens kijken in een raam om te zien of zijn haar nog goed zit onder die baret. Yep, ik heb het over de para’s die met hun zware machinegeweren door deze wijk – en sinds de aanslagen van november ook op de Keyserlei en in Brussel– rondwandelen. Ach, zegt een politicus wel eens, de mensen gaan daaraan gewoon worden.

De terreuraanslag op de redactie van Charlie Hebdo in januari en de novemberaanslagen in datzelfde Parijs hebben er diep ingehakt. Niettemin waren er ook toen al journalisten die erop wezen dat het leger in die stad al zeer aanwezig was voor de aanslagen en dat niemand van hen het bloedvergieten heeft kunnen voorkomen. Maakt het dan wat uit? Nee, de vraag is onnozel. Een mens vraagt zich beter af of de vraag of dit iets uitmaakt wel iets uitmaakt. Er schuilt niettemin een raadsel in het leven van alledag. Je geraakt inderdaad aan alles gewoon. En mocht dat niet helemaal lukken, plamuren we het resterende onbehagen wel onder een dikke laag normaalzucht. Dus maakt niet enkel de dreiging van terreur een deel uit van ons voor de rest shoppend en hoppend of krabbelend en schrooiend bestaan, maar zijn die jongens in uniform een deel van het stadsbeeld geworden. Haast geruisloos wordt hun opdracht verlengd, maand na maand.

Straattheater

En toch zit alles mis. Er klopt niets van, zelfs hun camouflagepak hoort in deze stad niet thuis, tenzij in het stadspark. Het lijkt wel een ongewilde aanklacht tegen het gebrek aan groen in Antwerpen. Een mens kan er onnozel over blijven doen tot die gasten in dat pak helemaal abstract zijn geworden, als figuranten in het groots opgezet straattheater ‘Angstwerpen’ met in de hoofdrol en nevenrollen, als regisseur en sandwichman: de Burgervader. Nee, nu houd ik op met die flauwe kul. Die jongens zijn immers geen abstractie en dat lieten de mensen van de vakbond ACOD Defensie dit weekeinde dan ook weten. Ze zijn het beu. Ze vervelen zich en worden te weinig gecompenseerd.

Militairen zijn de posterboys van ons buitenlands beleid, zowel militair als humanitair. Veel van hen staan daar allicht niet bij stil, omdat ze simpelweg getekend hebben voor actie

Academicus Sven Biscop (van UGent en Egmont Instituut) liet zich daarbij ontvallen dat de bewakingsopdracht “enkel nog een symbolische betekenis heeft”. Het is geen vakbondsmilitant die het zegt, of een soldaat, maar je mag er gif op innemen dat elk van hen zich elke dag weer de vraag stelt wat ze hier staan te doen. In het begin stonden ze er nog bijzonder alert bij, zelfs gespannen. Na de novemberaanslagen flakkerde dat gevoel zelfs op en werd het zelfs héél gespannen. Maar dat is nu voorbij. Nu zie je ze openlijk hun iPhone checken om te zien hoeveel uren ze nog moeten kloppen. Er wordt ge-sms’t, ze praten ongetwijfeld met elkaar over liefde en leven, ze zuchten bij rotweer. Het zijn kortom mensen, geen machines met machinegeweren.

Militairen zien zichzelf opduiken als verklaring voor dalende misdaadcijfers. Ze worden gebruikt en ze zijn het beu

Militairen zijn de posterboys van ons buitenlands beleid, zowel militair als humanitair. Ze dragen een politieke visie en een missie uit, maar veel van hen staan daar allicht niet bij stil, omdat ze simpelweg getekend hebben voor actie. Als je met politiemensen praat, wat ik wel eens doe, dan krijg je vaak hetzelfde te horen. Ze dragen allemaal een beleid uit, of ze het er nu mee eens zijn of niet. Politiemensen zijn dan ook gewend aan nieuwe burgemeesters en een changement de régime. Plots worden de buurtkantoren en de permanentie afgeschaft en worden ze allemaal mobiel. Binnen een paar jaar wordt dat weer anders, en zo gaat dat eindeloos door. Dat levert weleens cynische reacties op.

Militairen zijn dat uitdragen van een beleid in eigen land niet gewoon. Ze zien zichzelf opduiken als verklaring voor dalende misdaadcijfers. Ze worden gebruikt. Ze zijn het beu. Teveel symboliek uitstrekken over een al te lange periode is gewoon geen goed idee. Soldaten zijn geen acteurs in een theater dat ‘thuis’ heet.

Auteur: Jeroen Olyslaegers

Jeroen Olyslaegers (°1967) schrijft romans, theaterstukken en columns. Zijn nieuwste roman Wil komt in augustus uit bij de Bezige Bij. Hij werkte samen met Occupy Antwerp voor acties rond armoede in de stad en richtte met vrienden de zogenaamde ‘geefpleinen’ op. In 2014 kreeg hij de Edmond Hustinx-prijs voor zijn theateroeuvre en de Ark-prijs van het Vrije Woord.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid