Lachen met latex leiders

22 april 2016 Chris Van Camp
CHRIS VAN CAMP
CHRIS VAN CAMP

Zonder het satirische poppenspel van het tv-programma Spitting Image, had ik waarschijnlijk niets van de wereldpolitiek uit mijn jeugd herinnerd. De makers gingen ver in hun grappen, maar er was geen staatshoofd dat er van wakker lag. Integendeel, wie op de nationale zenders niet werd opgevoerd, was niet belangrijk genoeg. Alleen hoge bomen vingen veel wind. Er werden met liefde plagerige tikken uitgedeeld. Wie een god was in zijn of haar gedachten, werd weer wat meer mens in de poppenshow. En de uitstalling van die kleine menselijkheden maakte dat we wereldleiders als iconen koesterden. Wie dat mechanisme niet begrijpt en geen kritiek verdraagt, verdient geen voetnoot in de geschiedenis.

Eigenlijk wil ik, die opgroeide met een humor-cultuur die je als een bruistablet werd toegediend om politieke aberraties te verteren, zijn naam niet eens neerpennen. Maar goed, de luis in de pels deze dagen, de foute vriend en copycat-dictator heet nu eenmaal Erdogan. Een naam die ook alles mee heeft om goed te scoren in de farmaciewereld, maar tegen niks helpt. Niet tegen de vluchtelingencrisis, niet tegen de discriminatie van vrouwen en holebi’s en niet tegen de domheid die welig tiert. Integendeel, de overdosis is algauw nabij. En zo iemand, een soort operette-tiran die minstens aan narcisme lijdt, weet Europa te bespelen?

Lange tenen

Welke duistere blackmail-actie bracht Merkel – die zelf aardig wat satire weet te verteren – zover dat ze de Duitse komiek Jan Böhmermann aan Turkije offerde omwille van een puberaal smaadgedichtje? Over een man met lange tenen, die haar als vrouw totaal niet respecteert. Sterker, die door zijn vrouwonvriendelijke uitspraken dagelijks de helft van de wereldbevolking schoffeert. Slecht precedent en een illustratie van wat er gebeurt wanneer je als boetedoening voor de eeuwenlange, zogenaamde ‘white supremacy’ je laatste greintje trots aan de wilgen hangt.

De verbolgen reactie van Nederland, dat prompt de wet op smaad tegen bevriende staatshoofden schrapte, was een verademing. Even zagen we terug het gidsland van weleer, de potgrond waaruit Koot en Bie, Neerlands Hoop, Wim Kan en Hans Teeuwen teerden. Het land dat met plezier hun Prins Pils tot Koning kroonde en volgende woensdag ter zijner ere weer oranje kleurt. De wetswijziging is een middelvinger van formaat. En de vinger werkte al meteen. Want terwijl de Duitse komiek tegen broodroof en een leven in het verborgene aankijkt, werd de oproep vanuit het Turkse consulaat in Rotterdam om mogelijke beledigingen aan Erdogan met uitbreiding aan het Turkse volk te melden, snel afgedaan als een infantiele eenmansactie.

Welke duistere blackmail-actie bracht Merkel zover dat ze de Duitse komiek Jan Böhmermann aan Turkije offerde omwille van een puberaal smaadgedichtje?

Goed. We moeten streng zijn als het om ons recht op humor, op satire gaat. Humor en intelligentie zijn onlosmakelijk verbonden. Humor relativeert, verteert en is een overlevingsmechanisme van het gezond verstand. Het enige wat in dit pleidooi een beetje wringt, is het niveau van de uitingen die tot nu toe een internationale reactie opriepen. De Deense Mohammed-cartoons waren slecht, Charlie Hebdo is ook niet fijnzinnig en Duitse humor is ook niet meteen een derde wereldwonder. Spijtig dat men de bedroevende kwaliteit van de gehekelde uitingen, het smaak-argument in de discussie betrekt. Smaak doet eigenlijk helemaal niet ter zake wegens subjectief.

Bovendien zou meer gesofisticeerde (lees betere) humor net zo goed de gemoederen van navelstaarders met lange tenen doen oplaaien, moesten ze over de verstandelijke kwaliteiten beschikken om het zware doch subtiele humorgeschut, de doordenkertjes en het absurde, ook  kunnen detecteren.

We moeten blijven lachen met dwaze staatshoofden, bevriend of niet, met ons lot en onszelf. Want wie laatst lacht, niet alleen best lacht maar wellicht ook het langst lacht. Hoeveel latex kruipt er in zo’n Spitting Image Erdogan-pop? Veel kan dat niet zijn.

LEES OOK