Jan Van Loy over een pionier van de film

Boekomslag 'Ik, Hollywood' van Jan Van Loy (Foto ik-hollywood.com)
Boekomslag 'Ik, Hollywood' van Jan Van Loy (Foto ik-hollywood.com)
Boekomslag 'Ik, Hollywood' van Jan Van Loy (Foto ik-hollywood.com)
Boekomslag 'Ik, Hollywood' van Jan Van Loy (Foto ik-hollywood.com)

Van Loy (1964) debuteerde in 2004 met de wervelende schelmenroman 'Bankvlees', waar de auteur vooral indruk maakte met de rotvaart waarmee zijn verhaal was geschreven. In 'Alfa Amerika' (2005) bevestigde Van Loy zijn grote talent en demonstreerde hij zijn literaire ambitie door een veelzijdiger palet van zijn ontluikende schrijverschap te verkennen. Het leverde hem ietwat verrassend, maar volledig terecht, een nominatie voor de Gouden Uil op. Dat trucje deed hij nog eens over met de korte maar indringende roman 'De heining' (2008).

Een Uil of een andere hoofdvogel afschieten lukte nog niet, maar misschien loopt het met 'Ik, Hollywood' anders. In die turf, veruit de meest klassiek-epische roman van de auteur tot nu toe, vertelt Van Loy het fantastische levensverhaal van Louie Peters. Die fictieve mogul of studiobaas komt aan het begin van de twintigste eeuw als jonge avonturier in Los Angeles aan om daar met vallen en opstaan een filmimperium uit te bouwen. De schlemielige maar tegelijk gewiekste Peters geeft gestalte aan de wereld van pluche en pellicule die Hollywood heet. Zijn levensloop spreekt tot de verbeelding, en zegt tegelijk veel over wat voor mannen de echte tycoons van Tinseltown waren. 'Ik, Hollywood' is de waarachtige biografie van een fictieve producer, een fictioneel monument voor de onwaarschijnlijkheid van het leven.

Feit en fictie

We spreken Van Loy op een plek die tot voor kort rook naar vergane glorie, maar nu weer glorieert door een hernieuwde liefde voor film en magie. Filmzaal Roma, trotse toverlantaarn van Borgerhout, vertoont vandaag 'Waar is het paard van Sinterklaas?' Terwijl de violen zich op de achtergrond naar een melodramatisch hoogtepunt strijken, onthult Van Loy ons zijn onstilbare liefde voor film en voor Amerika als alfa en omega van feit en fictie.

Je hing je geschiedenis van Hollywood op aan een producer, en dus niet aan een acteur of een regisseur. Waarom?

"Zo kan ik zowel de artistieke als de zakelijke kant van Hollywood laten zien. Louie Peters maakt films als een vorm van massacultuur, maar verlangt toch ook naar cultureel prestige. Dat deden die echte producers ook allemaal. Er hangt over die figuren een waas van mysterie dat mij erg boeit. De meesten van hen kwamen uit een gebied van nauwelijks tweehonderd vierkante kilometer groot, ergens tussen Hongarije en Polen. Dat is toch merkwaardig? Waarom zijn precies dat soort mannen films gaan maken? Dat intrigeert mij."

Is het je dan vooral te doen om de grote machinaties en de globale omstandigheden van de filmgeschiedenis?

"Ja, want het blijft toch fascinerend hoeveel geld er in geïnvesteerd wordt. Niet alleen om de grote films te draaien, maar ook om de hele industrie daarrond aan de gang te houden. Men denkt vaak dat grote successen in de filmwereld toeval zijn, maar dat is natuurlijk niet zo. Een grote Disneyproductie moet een succes worden, en dus zal ze ook een succes worden. Daar wordt vooraf tot in het kleinste detail over nagedacht. In de literatuur komt dat marketingdenken minder voor."

Waarom laat je het boek beginnen op het moment dat Louie in Los Angeles aankomt, anno 1909? Veel meer dan dat hij uit New York komt, weten we niet.

"Over de achtergrond van de Hollywoodpioniers bestaan er veel mythen. Over Samuel Goldwyn wordt verteld dat hij uit een Pools dorp te voet is vertrokken, in vreemde omstandigheden vanuit Liverpool op een schip is beland en vervolgens in Canada handelaar in handschoenen werd, om uiteindelijk min of meer toevallig films te gaan maken. Dat soort typisch Amerikaanse verhalen ging een compleet eigen leven leiden."

Louis B. Mayer bekeerde zich tot het katholicisme (Foto Wikipedia)
Louis B. Mayer bekeerde zich tot het katholicisme (Foto Wikipedia)

Belgische connectie

Bijna alle echte moguls waren joden, maar de etnische achtergrond van Louie blijft onzeker.

"Ik laat die onduidelijkheid bestaan omdat die joodse filmpioniers daar zelf ook altijd een beetje geheimzinnig over hebben gedaan. Hun wens om te integreren was zo groot dat Louis B. Mayer zich bijvoorbeeld tot het katholicisme heeft bekeerd. En toen Harry Cohn op zijn sterfbed plots "Oh, Christ!" uitriep, heeft men daar ook een bekering in willen zien. De essentie is dat ze hunkerden naar appreciatie en integratie. Dat verlangen heb ik een concrete vorm gegeven in de heel kleine gestalte van Louie, waardoor hij zijn hele leven moet vechten tegen de perceptie dat hij kinds is."

Ik, Hollywood bevat honderden verwijzingen naar historische figuren en bestaande films. Toch wijk je soms van de historische werkelijkheid af. Waarom heb je die 'revisionistische' trekjes aan het verhaal toegevoegd?

"Ik wilde niet alleen maar de feiten vertellen zoals ze echt gebeurd zijn. Mijn eigen verhaal kwam op de eerste plaats, dus als ik het anders wilde laten verlopen dan het in de werkelijkheid is gegaan, dan heb ik mij niet slaafs door die werkelijkheid laten beperken. Maar het blijft wel allemaal plausibel: het had kunnen gaan zoals ik het beschrijf. Het is geen sciencefiction."

Op het eind van het boek blijkt Louie Peters ook een Belgische connectie te hebben, en speel je een spel met de geplogenheden van de biografie. Door die coda komt alles uit de eerste paar honderd pagina’s in een ander licht te staan.

"Behalve over film wilde ik het ook hebben over het maken van een biografie. Als ik een biografie lees, zit ik vaak te denken: hoe is dit verhaal tot stand gekomen? Wat wordt eraan toegevoegd door de persoon die het verhaal heeft geschreven? Waarop legt de biograaf de nadruk, en wat laat hij achterwege? Om daarover te kunnen reflecteren heb ik op het einde van mijn boek de biograaf aan het woord gelaten. En ik heb er een Belg van gemaakt om in het boek zelf voelbaar te maken dat het is geschreven door een Belg, geen Amerikaan maar een outsider, zoals ik."

Technologie

Jan Van Loy: 'Of er nu klank, kleur of 3D bij kwam, de filmgeschiedenis is een geschiedenis van remakes'

In zowat elk hoofdstuk beschrijf je een technologische vernieuwing: de geluidsfilm, de kleurenfilm... Zie je het zo dat de ontwikkeling van film bepaald is door technologische factoren, en dus niet door artistieke aspiraties?

"Film vertelt telkens weer hetzelfde, maar dan met andere technologische middelen. Of er nu klank, kleur of 3D bij kwam, de filmgeschiedenis is een geschiedenis van remakes. Kijk naar Ben Hur. Dat verhaal was eerst een boek, dan een toneelstuk, en dan werd het bekend dankzij de (tweede) grote verfilming. Ik acht het zeer waarschijnlijk dat er ooit ook een versie in 3D komt."

Is het verhaal de essentie van de Hollywoodfilm? En dus niet de vorm?

"In Hollywood is film geen beeldende, maar narratieve kunst. In die zin verschilt de Hollywoodfilm amper van de negentiende-eeuwse keukenmeidenroman. In de jaren 1960 hebben ze in Hollywood een tijd geprobeerd om het typische Europese concept van de auteursfilm te integreren, en zo een nieuwe soort inhoud te creëren. Ze dachten toen dat het artistieke aspect belangrijker moest worden, dat film meer geëngageerd moest zijn en evolueren tot een beeldende kunstvorm. Maar achteraf is dat toch maar een zijpad gebleken."

Uit je boek blijkt een grote liefde voor cinema, maar je hoofdpersonage is wel een cynisch karakter dat heel kil en berekend films maakt. Waarom die tegenstelling?

"Hoezeer ik ook van de Hollywoodfilm hou, je moet je afvragen wat we uit de filmgeschiedenis overgehouden hebben. Als er daar per jaar tweehonderd films gemaakt werden, zaten daar misschien vijf goeie tussen. Het zijn die films die we vandaag nog kennen. Ik heb Louie soms wat sarcastisch laten klinken om te tonen dat de industrie op die paar films teerde. Daarnaast moesten er films geproduceerd worden, de fabriek moest draaien. Als je naast 'Casablanca' of 'Citizen Kane' eens een paar mindere films uit die periode bekijkt, word je niet enthousiaster dan van een gemiddeld avondje televisie. Mijn liefde voor film is er gekomen dankzij die 1% goede films."

Om te janken

Is het vooral het melodrama dat jou in Hollywood aanspreekt? Want het valt op: je boek verwijst vooral naar heel melodramatische films.

"Zelfs mijn boek als geheel heeft een melodramatische inslag. Dat genre is nu eenmaal altijd erg levendig geweest, ook nu nog. Zelfs niet-fictionele documentaires over filmsterren als Bette Davis of Clark Gable belichten altijd de melodramatische aspecten van hun levens. Of het nu om film of om reality-tv gaat, het melodramatische is essentieel in de populaire cultuur."

Mensen gaan niet naar Gone With The Wind voor de cinematografie, maar om te janken (Foto Wikipedia)
Mensen gaan niet naar Gone With The Wind voor de cinematografie, maar om te janken (Foto Wikipedia)

Is je boek een ode aan dat genre?

"Ja. Als ik dan toch over Hollywood schreef, wilde ik het doen zoals Hollywood zelf. Ikzelf kan me laten meeslepen door melodrama’s, zolang ze niet overdreven en dus belachelijk worden. Vreemd genoeg verschillen filmkenners en gewone liefhebbers vaak van mening over het melodrama. De kenners vinden dat films goed zijn ondanks hun melodramatische aspecten. Maar het is natuurlijk dankzij die aspecten dat bepaalde films tot ons collectieve geheugen gaan behoren. Mensen kijken vandaag nog altijd naar 'Gone with the Wind' omdat ze willen janken, niet voor de geweldige art direction van William Cameron Menzies. Het narratieve aspect van een film is cruciaal. Als toeschouwer wil je uiteindelijk weten wat er van de personages wordt. Zal de man het meisje krijgen? Bedriegt zij hem of niet? Dat zijn de vragen die ertoe doen, van de Griekse tragedie tot nu."

Er zijn maar weinig filmkenners die de essentie van film zouden definiëren als een hang naar melodrama.

"En toch primeert het emotionele aspect van film – en trouwens van alle kunsten – altijd op het intellectuele. Natuurlijk kun je wel een interessant intellectueel discours ontwikkelen over hoe die emotionaliteit tot stand komt. Maar waarom moet “melodramatisch” een pejoratieve bijklank hebben? Wat zich afspeelt bij een begrafenis of een geboorte, is toch ook melodrama? Op zulke momenten realiseren mensen zich dat ze veel sentimenteler zijn dan ze denken. Maar als een camera die momenten registreert, dan beoordelen we dat ineens helemaal anders. We hebben een reflex ontwikkeld om daar dan cynisch of ironisch over te doen. Vreemd genoeg meten we de realiteit toch altijd weer af aan de fictie. In talkshows, in het journaal of in documentaires is de vraag telkens weer: is dit een goed verhaal?"

Ahoi Amerika

Louie houdt vast aan twee basisprincipes: zijn films willen mensen niets leren, en hebben altijd een happy ending. Is de essentie van de Hollywoodfilm dat hij ons escapisme bespeelt?

"Dat vind ik, ja. Helemaal in het begin maakte men in Hollywood ook educatieve filmpjes, maar mensen hadden daar een hekel aan. Ze wilden niet leren wat er in een melkfabriek gebeurt. Ze begonnen te joelen en met fruit te gooien. Ook nu nog willen we in het donker wegdromen, popcorn eten, ons ontspannen en ontsnappen aan het dagelijkse leven. We willen zien hoe mensen op het perron afscheid moeten nemen van hun geliefde, terwijl de trein al staat te stomen. Maar zelf zouden we die trein natuurlijk nooit willen nemen."

Ook in je boek 'Alfa Amerika' had je al aandacht voor de connectie tussen Amerika en Europa. Waar komt die interesse voor Amerika vandaan?

"Die interesse is er altijd geweest. Wellicht omdat ik in de jaren 1970, zoals alle jongeren toen, alleen maar naar Engelstalige muziek luisterde en naar Amerikaanse films en tv-series keek. Ik heb tegenstrijdige gevoelens over Amerika. Ik voel mij in die cultuur erg thuis, maar er is natuurlijk ook een grote afstand. De eerste keer dat je buiten New York komt, denk je onvermijdelijk: wat is dat hier? Maar misschien heb ik vooral iets met Hollywood omdat Hollywood eigenlijk helemaal niet zo typisch Amerikaans is. Zo is de muziek in die films van oorsprong zeer Duits. Ook veel technici, veel regisseurs, maar dus ook veel moguls en producers waren geen Amerikanen. Heeft de Hollywoodfilm daarom ook in Europa zoveel aanrakingspunten gevonden? Op een of andere manier zit er een meer dan typisch Amerikaanse gevoeligheid in."

Jan Van Loy: 'Wees er maar zeker van dat de Tea Party noch Hollywood noch New York als het ware Amerika beschouwt. Typisch oer-Amerikaans zijn juist allerlei bezwaren tegen de hedendaagse cultuur'

Toch beschouwen vele Europeanen Hollywood juist als iets oer-Amerikaans.

"Dat klopt, maar wees er maar zeker van dat de Tea Party noch Hollywood noch New York als het ware Amerika beschouwt. Typisch oer-Amerikaans zijn juist allerlei bezwaren tegen de hedendaagse cultuur."

Maakt net dat uitheemse aspect van Hollywood niet de ultieme American dream? Is Hollywood zelf, na het verlies van de grote verhalen, het verhaal waar we ook in Europa nog in kunnen meegaan?

"Hollywood is misschien niet het grote verhaal waarin we geloven, wel een stem waar we naar luisteren. Al was het maar omdat ze ook voor ons herkenbaar is. De klassieke Hollywoodfilm vertegenwoordigt een moraal die we bijvoorbeeld ook terugvinden in Kuifje en Suske en Wiske."

In vergelijking met alle technologische vernieuwingen in film lijkt er voor de literatuur al heel lang niet zoveel meer veranderd. Waarin kan literatuur een motor vinden om te evolueren?

"Ik vind dat de literatuur wel degelijk evolueert. Al van kindsbeen af hoor ik dat literatuur zal verdwijnen, maar daar geloof ik niet in. Als je ziet wat er nu allemaal verschijnt in de Nederlandse literatuur, en dat vergelijkt met de jaren 1970, dan zie je misschien geen revoluties, maar toch grote verschillen. Net de beeldcultuur heeft de literatuur zwaar beïnvloed. We vertellen verhalen vandaag totaal anders dan honderd jaar geleden, gewoon omdat we nu veel meer in beelden denken. Als ik schrijf, dan hou ik er op een of andere manier rekening mee dat lezers dankzij film in staat zijn om veel beelden tegelijk in hun hoofd te toveren. Had ik dit boek in 1880 geschreven, dan was het misschien een driedelig werk geworden van telkens duizend bladzijden. Dan had ik me ook veel meer ingespannen om de setting te beschrijven waarin de personages zich bevinden. Nu willen lezers daardoor niet meer worden opgehouden."

Jan Van Loy (Foto Janvanloy.com)
Jan Van Loy (Foto Janvanloy.com)

Roman en film

Vandaar dat je boek soms op een filmscript lijkt? Het zijn de dialogen en de actie die het verhaal voortdrijven, terwijl je zelden beschrijvende passages of gedachten van personages opneemt.

"Met die spaarzaamheid van de scenarioschrijver heb ik de lezer ook wat eigen werk gelaten. Als je als schrijver voortdurend noteert wat je personages denken, maak je je verhaal niet noodzakelijk diepzinniger. Sommige mensen vinden dat er weinig diepgang kan schuilen in een boek met heel veel dialogen, maar daar ben ik het niet mee eens. Het is niet omdat je de snelheid van de lectuur vertraagt met allerlei bespiegelingen, dat je verhaal diepzinniger wordt. Wie een gedicht van twaalf regels leest, zal de tekst ook nog eens willen herlezen op betekenissen die hem zijn ontgaan. Met mijn proza wil ik dat ook bereiken, ook wanneer – of juist doordat – het snel vooruitgaat."

Een roman die meer beïnvloed is door beeldcultuur, vraagt dus om meer participatie van de lezer?

"Dat klinkt voor weinig mensen vanzelfsprekend, maar ik denk van wel. Ik probeer het innerlijke van mijn personages te laten zien in wat ze doen en zeggen, niet door een verteller alles te laten beschrijven of toe te lichten.

Veel literatuurliefhebbers hebben een andere kijk op de relatie tussen film en literatuur. Zij verkiezen romans boven films omdat boeken meer aan hun verbeelding zouden overlaten. Maar jij zegt dat je die verbeelding meer prikkelt door te tonen dan door te beschrijven?

"Natuurlijk. Of je je iets inbeeldt naast wat je ziet, hangt niet alleen van de schrijver of de regisseur af, maar ook van jezelf. Maar behalve de verbeelding prikkelen vind ik dat films en romans in de eerste plaats moeten amuseren. Wie alleen wil vertellen wat hij denkt over het leven of over een bepaald thema, kan beter een didactisch discours schrijven. Ooit werden verhalen verteld in verzen, niet alleen omdat ze dan makkelijker te onthouden waren, maar ook omdat dat vermakelijk was. Entertainend zijn is een minimumvereiste voor alle fictie."

Van fictie gesproken: het paard van Sinterklaas blijkt terecht. De kwikzilveren magie van het machtige scherm heeft zijn heilzame werk verricht, en honderd kinderen verlaten breed glimlachend zaal Roma. Monter en blij lopen ze elk hun hoogsteigen melodrama tegemoet.

Jan Van Loy, Ik, Hollywood, Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2011, 639 blz. Meer info op ik-hollywood.com

Dit artikel is het gevolg van een samenwerking tussen Apache en Recto verso.
LEES OOK
Karl van den Broeck / 09-07-2022

Oorlog tegen klimaatopwarming op laag pitje en nare herinneringen aan adoptie-industrie

Joe Biden laat toch. naar olie en gas boren en het Frans parlement worstelt met het cordon sanitaire.
Boorplatform fossiele brandstof olie
Peter Casteels / 03-10-2011

Een zoektocht naar de weerstand tegen literatuur

Bas Heijne schreef met Echt zien een essay over de staat van de roman. Het is niet altijd origineel, en je zou het kunnen wegzetten als knip- en plakwerk, maar daarvoor is het een…
Bas Heijne
Tom Cochez / 21-09-2011

De kritische macht van de kleine uitgeverijen

In een literair klimaat waarin de grote concernuitgeverijen steeds meer eenvormigheid van de persen doen rollen, is een nieuwe rol weggelegd voor kleine, onafhankelijke…
©Nina Vandeweghe