Verontwaardigden schieten wortel

2

Nu we de cruciale week voor onze welvaart hebben overleefd, kunnen we ons weer met banalere kwesties bezig houden. Wat moet een columnist met Occupy Wall Street? In de Verenigde Staten deden commentatoren in eerste instantie meewarig over de protestactie, maar na meer dan een maand is er nog moeilijk aan te ontkomen. Veel journalisten proberen enkel het protestsentiment te vangen, wat hartverwarmende stukken oplevert, maar daar ben ik uiteraard niet tevreden mee. En ik was niet alleen.

Occupy Wall Street (Foto Long Island Road)

Occupy Wall Street (Foto Long Island Road)

Bas Heijne, columnist bij NRC Handelsblad, koos vorige week voor de meest voor de hand liggende oplossing voor commentatoren. De naïeve goeiigheid van de actievoerders en hun sympathisanten probeerde hij met weinig origineel cynisme te pareren. Zonder daarbij zijn beschouwend toontje weg te laten, uiteraard. Terugkijken op tien jaar links protest, noteerde hij onder de titel ‘Revolutie?’:

Men blijft hangen in een academisch discours of organiseert universitaire debatten of ludieke manifestaties, maar pogingen om zich werkelijk te organiseren, om werkelijk in te grijpen in het systeem, strandden door een fataal gebrek aan praktisch engagement.

Failliet

Het is een analyse van het linkse failliet zoals er honderden andere zijn te bedenken, maar die van Heijne leest wel erg wuft als je er een interview met hen uit De Standaard van enkele weken geleden bij haalt. Gevraagd naar waarom hij nooit over economie schrijft, en alles steeds zo culturaliseert, antwoordde Heijne:

Waarom begin ik niet over het neoliberalisme? Dat is een klassiek-links bezwaar, maar het is mijn onderwerp niet. Dat neoliberalisme wordt al genoeg bekritiseerd: Naomi Klein, Noam Chomsky en wie al niet.

Druk taterend over het belang van identiteit en gemeenschapsvorming kijkt onze opinieleider even achterom, en stelt een fataal gebrek aan praktisch engagement vast. Wat een scherpte, maar kunnen we het nu weer over het succes van Geert Wilders hebben?

Populistische golf

Het edito van The Economist wilde de protestanten best gelijk geven. Dat is misschien opmerkelijk, maar bleek vooral te liggen aan de vage eisen die Occupy Wall Street heeft. Dat gaf het weekblad de kans om simpelweg de eigen stokpaardjes van stal te halen. Zo schreef het blad dat dappere politici tegemoet moeten komen aan de wensen van de verontwaardigden en, want zij wilden graag concreet worden, de pensioenleeftijd verhogen. Het zal wel zijn dat de betogers een bont allegaartje vormen, maar volgens mij staat niemand in New York in de kou om dat gedaan te krijgen.

The Economist mat zich een afstandelijk analytische houding aan door te wijzen op het gevaar voor populistische recuperatie. Dat is ook een klassieker, maar in een land dat sinds enkele jaren gegijzeld wordt door het rechtse extremisme van de Tea Party (op simpel verzoek kan Bas Heijne het succes daarvan haarfijn uitleggen) is het potsierlijk om bij het eerste linkse protest dat sinds lang wortel lijkt te schieten meteen een populistische golf te vrezen. Toch maar niet te hard schelden op de financiële sector. Nee, liever de overheid bashen.

Bescheiden aanzet

Een andere mogelijkheid om een stuk met meerwaarde te schrijven over een basale gebeurtenis als een protest, is om er een boek bij te halen. Dan bewijst de commentator dat hij langer heeft nagedacht dan de nieuwsuitzending duurde. Over het politieke (2008) van de politicologe Chantal Mouffe wil ik noemen. Het boek behandelt niet de economische crisis, maar haar opmerkingen raken de Occupy-beweging in het hart. Hoewel zij waarschuwt voor groeperingen die het consensusdenken propageren – iets waar de actievoerders op drukken -, toont zij ook aan dat het nieuwe protest politiek is op een manier die links sinds jaren niet meer kende.

Mouffe ontleent haar opvattingen over politiek deels aan de vriend/vijandopdeling van Carl Schmitt. Er moet sprake zijn van een wij tegen een zij om van een conflict te kunnen spreken dat essentieel is voor het politieke. Zij beschrijft de huidige periode als postpolitiek, omdat een neoliberale hegemonie ervoor heeft gezorgd dat er van een opdeling helemaal geen sprake meer is. Paarse politici dachten die te kunnen opheffen, verdwenen is ze alleszins. Het economische debat wordt gedomineerd door rechts, links heeft zichzelf weggecijferd.

99 procent

De misschien wel meest bekende slogan van de verontwaardigden – ‘wij zijn de 99 procent’ – maakt een opening mogelijk voor zo een nieuw conflict dat veel mensen kan inspireren. Niet de moslims van Geert Wilders, niet de Walen van Bart De Wever en niet de werklozen van Patrick Janssens worden geviseerd, maar de bovenste toplaag van de samenleving. Een bescheiden aanzet, maar hiermee is, volgens Chantal Mouffe, en ik ben het met haar eens, een essentieel ingrediënt aanwezig voor een succesvolle linkse politiek. Het kan nog helemaal mis gaan – veel linkse mensen voelen zich verheven boven het vuile conflict dat politiek is – , maar ondanks de bezwaren dat Occupy Wall Street te vaag is, hebben de actievoerders het wel degelijk in zich om een politieke kracht te worden.

Auteur: Peter Casteels

Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Op Twitter spreekt u hem best aan met @pcasteels en mailen kan naar peter.casteels@apache.be.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid