De bijzondere financieringswet als de gesel Gods

0

De stekker is uit de regeringsvorming. Het ultieme knelpunt is de discussie omtrent de bijzondere financieringswet. Professor overheidsbegrotingen Herman Matthijs bekijkt wat de mogelijkheden zijn om de impasse te doorbreken. ‘Als de politiek er niet uitgeraakt en de verschillen zo fundamenteel blijven verschillen, dan moet men zich in een democratie richten tot de kiezers.’

Door Herman Matthijs, VUB

Professor Herman Matthijs (VUB).

Uiteraard is een akkoord over geld een prioritaire zaak als men een staatshervorming wenst in dit koninkrijk. In feite staat men 115 dagen na de verkiezingen nergens. Met betrekking tot de overdracht van bevoegdheden naar de Gemeenschappen en de Gewesten is er geen akkoord. Inderdaad, de zogenaamde overdracht van 16 miljard euro is een soort medebeheer van sommige delen in de sociale zekerheid. Die middelen blijven federaal en feitelijk zijn er geen budgettaire pakketten die overgaan naar de Gewesten. Want ook over BHV in al zijn facetten is er nooit een globaal akkoord geweest. Nu is er dus ook geen akkoord omtrent een nieuwe  financieringswet.

Over de budgettaire sanering, de hervorming van de federale instellingen, asielbeleid, justitie en andere dossiers is er nooit echt gepraat.

Op zichzelf is de breuk in de onderhandelingen geen verrassing. In de aanloop naar de verkiezingen van 13 juni waren de Franstalige politieke partijen amper bezig met de staatshervorming en op hetzelfde moment praatten de Vlaamse partijen openlijk over de creatie van een confederatie. Met andere woorden: de staatshervorming was en is enkel een punt aan de Vlaamse zijde van de taalgrens.

Financieringswet

De ‘Bijzondere Financieringwet’ (BFW) is enkel te wijzigen met een bijzondere meerderheid en dat vergt naast een tweederdemeerderheid in de Kamer en de Senaat ook een meerderheid in elke taalgroep van beide onderdelen van het federale parlement. Zodoende moet een formateur een ondersteuning zoeken van minstens 100 Kamerleden en 48 senatoren. Dan zit men al snel aan tafel met minimaal zes politieke partijen. De BFW is ook maar ooit goedgekeurd geraakt in het parlement omdat vele verkozenen niet echt begrepen wat ze stemden.

Het merkwaardige is dat de parlementen van de Gemeenschappen en de Gewesten geen enkele bevoegdheid hebben met betrekking tot die financieringswet. In feite is de BFW een systeem van dotaties waarbij delen van de btw en de personenbelasting worden overgeheveld naar de deelstaten. De eigen fiscaliteit is beperkt tot de lijst van de twaalf zogenaamde gewestelijke belastingen (zoals schenkingsrechten, verkeerstaksen, enzovoort). In de Vlaamse begroting zijn die laatste goed voor 20 procent van de ontvangsten.

Er zijn heel wat opmerkingen te maken over het gebrek aan transparantie, objectiviteit en duidelijkheid in de financieringswet. Zo bevat de BFW bevat een ondoorzichtig solidariteitsmechanisme dat geen enkele vorm van stimulans bevat voor Gewesten die in fiscale capaciteit dalen. Naast dit mechanisme bestaat er een tweede stelsel van solidariteit via de sociale zekerheid.

In de aanloop naar de verkiezingen van juni 2010 en in de weken daarna hebben de Franstalige partijen hun grens gelegd op een wijziging van de financieringswet. De lijst middelen daarin kon worden uitgebreid met de vennootschapsbelastingen en de accijnzen. Maar het gangbare dotatiesysteem diende behouden te blijven.

Daartegenover staat de eis van de meeste Vlaamse partijen om de budgettaire slagkracht in dit koninkrijk grondig te wijzigen in het voordeel van de deelstaten. De N-VA gaat in haar programma voor een volledig confederaal financieringssysteem. Dat houdt in dat de Gewesten en de Gemeenschappen alle belastingen innen en onderling een akkoord sluiten om het confederale bestuursniveau te financieren. Dit is een verschil in visie van formaat: een confederalisme ‘pur sang’ versus een status-quo in de huidige BFW.

Een compromis tussen beide visies is de kunst van het haalbare. Maar waar ligt de grens voor een haalbaar akkoord? Dan zouden de Franstalige politieke partijen moeten aanvaarden dat sommige belastingen uit de bijzondere financieringswet gaan naar een eigen confederale inning. Bijvoorbeeld dat de personenbelasting in regelgeving en inning naar de Gewesten gaat. De N-VA  zou moeten aanvaarden dat een aantal belastingen in het dotatiesysteem blijven van de  BFW.

Maar het water is veel te diep en het  compromis blijft onvindbaar.

En nu?

Men kan nog eens samenzitten met de zeven partijen die de laatste drie maanden de onderhandelingen hebben gevoerd. Maar heeft de actualiteit al niet bewezen dat er met deze groep niets haalbaar is? Dan naar een tweede mogelijkheid: de liberalen erbij halen. Dat is mathematisch interessant voor het behalen van een bijzondere meerderheid. Bovendien is de MR de enige Franstalige partij die wil spreken over een staatshervorming op basis van artikel 35 van de grondwet. Met andere woorden: het confederale model. De liberalen liggen de centrum-rechtse N-VA ook beter in het kader van de fiscaliteit en de aankomende budgettaire saneringen. Een eventuele regeringsdeelname van de liberalen geeft voor hen het voordeel dat de interne problemen gemakkelijker kunnen opgelost worden. Maar wie MR zegt, spreekt ook over het FDF. Hoe gaat men BHV gemakkelijker oplossen met die Fransdolle partij? Willen de drie andere Franstalige partijen trouwens wel samenwerken met de MR? Het cynische is dat de MR-FDF enkel aan de federale regeringsonderhandelingen kan deelnemen via de N-VA.

Een derde mogelijkheid is dat er een regering komt zonder een bijzondere meerderheid. Dat betekent geen staatshervorming. Doch welke Vlaamse partij gaat in een dergelijke coalitie plaatsnemen?

De vierde theoretische mogelijkheid is een coalitie zonder de N-VA. Maar de drie traditionele families geraken niet aan een tweederdemeerderheid. Dan dient men een dergelijke coalitie al uit te breiden met de groenen. Acht partijen voor een staatshervorming lijkt te veel en ook al onwerkbaar wegens de enorme ideologische verschillen tussen hen.

Ten vijfde is er het idee van een zakenkabinet. Maar de ervaringen die we daarmede gehad hebben in het verre verleden waren bepaald niet positief. Bovendien is een dergelijke formule niet democratisch te noemen. Een regering moet steunen op een parlementaire meerderheid en dat is een grondregel in ons systeem. Er is overigens geen enkele garantie dat een zakenkabinet het politieke BHV-dossier kan oplossen.

Dan maar de zesde oplossing: de regering van lopende zaken tolereren en meer bevoegdheden geven. Die vijf partijen hebben een meerderheid in het parlement. Doch die formule brengt de liberalen in poleposition voor de regeringsonderhandelingen. Als de N-VA dat tolereert, dan staat de sp.a alleen.

Uiteindelijk is er de zevende mogelijkheid: nieuwe verkiezingen. Het zou uniek zijn dat een regering van lopende zalen twee verkiezingen moet organiseren. Maar als de politiek er niet uitgeraakt en de verschillen zo fundamenteel blijven, dan moet men zich in een democratie richten tot de kiezers. Zij hebben het prerogatief om te beslissen en dat is de harde, doch ook eerlijke wet in een parlementaire democratie.

Conclusie

Veel tijd is er niet meer om tot een akkoord te komen over een staatshervorming. In ieder geval is een staatshervorming wel noodzakelijk om de budgettaire sanering door te voeren tegen 2015. En laat ons eerlijk zijn: een sanering van 20 miljard euro zal iedereen armer maken.

Herman Matthijs is hoogleraar overheidsbegrotingen (VUB).

Auteur: Redactie Apache

Apache is gegroeid uit de blog De Werktitel, de eerste Vlaamse professionele blog geschreven door professionele journalisten. De Werktitel zag op 14 oktober 2009 het levenslicht, Apache nam op 24 februari 2010 zijn plaats in. Maar het werk startte al in het voorjaar van 2009. Toen staken enkele Vlaamse journalisten de koppen bij elkaar en beslisten zich in een avontuur te storten. Omdat degelijke, ongebonden journalistiek nodig is.

Word lid

Steun onze advertentievrije onderzoeksjournalistiek en mis geen enkele onthulling. Ja, ik word lid