De Bock Walter

1

Walter De Bock (1946-2007) was de grootmeester van de onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen. In de periode 1992 tot 1994, tussen het vertrek van zijn voorganger Piet Piryns en de komst van zijn opvolger Yves Desmet, fungeerde De Bock als hoofdredacteur ad interim van De Morgen.

Biografieën Vlaamse hoofdredacteurs

Naar de overzichtspagina met de biografieën van de Vlaamse hoofdredacteurs

De Bock was de zoon van Alfons De Bock, professor natuurkunde en vicerector aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij studeerde filosofie aan de KU Leuven en was tijdens de Leuvense revolte samen met Paul Goossens een van de belangrijke leiders van de mei ’68-generatie en de studentenbeweging. Hij werd journalist in 1971 en werkte achtereenvolgens voor De Nieuwe Linie, Vrijdag, Knack, BRT-Panorama en De Krant.

Het grootste deel van zijn loopbaan schreef hij voor De Morgen, van 1979 tot 2002. De Bock genoot een indrukwekkende reputatie als onderzoeksjournalist en publiceerde talrijke ophefmakende onthullingen over dossiers zoals de moord op PS-leider André Cools, het corruptieschandaal rond de Agustahelikopters, de Bende van Nijvel, illegale wapenhandel en extreem rechts.

In 1992, na het vertrek van hoofdredacteur Piet Piryns, werd een collectief van vier journalisten aangesteld die de redactionele leiding van De Morgen in handen kregen. Al na een paar weken werd dit college opgedoekt en werd De Bock aangesteld als hoofdredacteur ad interim. Hij was het die de gekneusde relaties met Christian Van Thillo, de eigenaar van de krant, herstelde. Het was ook De Bock die Yves Desmet kon terughalen van Humo en hem installeerde als hoofdredacteur.

De Bock overleed in 2007 aan de gevolgen van de ziekte van Alzheimer. Zijn persoonlijk archief wordt bewaard in de universiteitsbibliotheek van de KU Leuven.

Quote: ‘De media moeten ten dienste staan van de burgers en niet van de machthebbers. De democratie kan niet zonder integere journalisten die elke schatplichtigheid durven af te wijzen en die vanuit een democratische bewogenheid altijd kritisch blijven.’