Camps Hugo

1

Hugo Camps (geboren in 1943 in Molenstede) begon zijn journalistieke loopbaan in de jaren zestig als freelancer en oorlogsverslaggever in Vietnam, Chili en het Midden-Oosten. Vervolgens werd hij parlementair verslaggever voor Het Belang van Limburg, eigendom van de familie Baert. Na enkele jaren werd hij adjunct van de hoofdredacteur en in 1976 werd Camps op die plaats benoemd, als opvolger van CVP-politicus Hubert Leynen.

Biografieën Vlaamse hoofdredacteurs

Naar de overzichtspagina met de biografieën van de Vlaamse hoofdredacteurs

In 1985, na een zeer kritisch artikel in Humo over zijn functioneren met als titel ‘Hugo Camps: de koning van Limburg in vrije val’, nam Camps ontslag als hoofdredacteur van Het Belang. Hij had in Limburg te veel vijanden gemaakt. In interviews had hij ook controversiële uitspraken gedaan, genre: ‘Voor het conservatieve katholieke establishment, de bisschop voorop, ben ik een soort satan, terwijl je voor progressieven nooit ver genoeg kunt gaan.’ Als hoofdredacteur van Het Belang werd Camps opgevolgd door Luc Van Loon.

Johan Anthierens borstelde na dit ontslag volgend portret: ‘De mens Camps is een Siciliaans vat emotionaliteit. Hij leeft met het hart op de tong, laat gemakkelijk het gemoed overvloeien, laat de tranen gauw de vrije loop. Zijn privé-leven zit onder de blauwe plekken en hij maakt van zijn hart geen moordkuil; elke collega aan de tap wordt betrokken in Hugo’s spectaculair gevoel voor verdriet. Dat met de ziel onder de arm venten zorgt voor veel opschudding in het roddelrijk Hasselt. Het is ook welkom koren op de molen van hen die de vakman fijn willen malen.’

In de jaren negentig deed Camps sportverslaggeving voor de VRT en Teleac. Vanaf 1986 begon hij te schrijven voor het Nederlandse weekblad Elsevier. Camps is momenteel vooral bekend als columnist van De Morgen.

Quote: ‘Ook al waren de kranten toen verzuild en ook al werd er geschreven in het belang van de bevriende partij: Ruys, Van Cauwelaert, Goossens, die hadden een afstandelijkheid. Men was er ook bang voor. Eén van de structurele crisisfactoren in de politiek is dat de politici niet meer bang zijn van de pers. Ze regelen het wel. En als er een vervelend krantje wat dwars gaat doen, dan bellen we toch even naar de televisie en we maken het wel goed.’ (bron: Humo, 11 juni 1992)