Mediabazen zijn niet happig op redactiestatuten

6 oktober 2011 Redactie Apache
Het personeel van De Morgen protesteert tegen de ontslagronde (Foto Han Soete)
Het personeel van De Morgen protesteert tegen de ontslagronde (Foto Han Soete)
Het personeel van De Morgen protesteert tegen de ontslagronde (Foto Han Soete)
Het personeel van De Morgen protesteert tegen de ontslagronde (Foto Han Soete)

"Een redactiestatuut maakt mee het verschil tussen een nieuwsdienst en een koekjesfabriek", meent Pol Deltour van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ). De traditionele rol van journalisten als waakhonden van de samenleving staat volgens hem op de helling: "Media moeten scoren want het zijn commerciële goederen. Dat wil zeggen dat ze aantrekkelijk moeten zijn voor zowel de consument, als voor de adverteerder. Directies willen hun producten zo winstgevend mogelijk maken en daar kan het gevaar schuilen. In een snel veranderende en commerciële omgeving komt de journalistiek soms onder druk te staan. Spanningen tussen de commerciële afdeling en de redacties zijn groter dan ooit."

Identiteit

Om de onafhankelijkheid en autonomie van redacties te beschermen tegen externe en interne druk is een redactiestatuut geen wondermiddel, maar het kan wel een nuttig instrument zijn, zo luidt de conclusie van Vyverman. Een redactiestatuut is een document dat de identiteit en de redactionele lijn van een medium moet beschermen, waarin de onderlinge relatie tussen directie, hoofdredactie en redactie wordt vastgelegd, en dat als belangrijkste doel heeft de onafhankelijkheid van de journalisten te beschermen. "Het zorgt voor een afdwingbaar moreel kader, dat ervoor zorgt dat ze hun opdracht kunnen vervullen en dat hen moet beschermen tegen willekeur van bovenaf", stelt Vyverman. "Een redactie moet immers onafhankelijk en los van alle commerciële druk kunnen werken".

Pol Deltour: In een snel veranderende en commerciële omgeving komt de journalistiek soms onder druk te staan. Spanningen tussen de commerciële afdeling en de redacties zijn groter dan ooit.

Met die commerciële druk valt het nochtans best mee, zo besluit Vyverman op basis van een twintigtal interviews met uitgevers, hoofdredacteurs en journalisten. Een groter, en daarmee trouwens samenhangend probleem, is de toenemende werkdruk. Journalisten moeten vandaag ongeveer drie keer zoveel inhoud produceren als twintig jaar geleden. Dit soort 'fabrieksjournalistiek' ondermijnt de zelfstandigheid van de journalist die niet langer op een fatsoenlijke manier zijn werk kan doen.

Dode letter

Maar werkt het redactiestatuut ook in de praktijk? Helaas niet altijd, zo constateert Vyverman, na het bestuderen van een aantal recente conflicten zoals het collectief ontslag bij De Morgen in 2009, de overname van Humo door Woestijnvis, het ontslag van Johan Persyn als hoofdredacteur van de regionale tv-zender WTV, en het incident rond Robin Ramaekers bij de VRT. Als er al een redactiestatuut bestaat, blijft het vaak dode letter omdat de hoofdredactie en/of de directie er geen rekening mee houdt. Redactiestatuten zijn namelijk niet juridisch afdwingbaar. Ze kunnen geen fusies of redactionele synergieën tegenhouden, ze bieden geen garantie tegen ontslagen, en ze kunnen niet beletten dat hoofdredacteuren worden benoemd of ontslagen tegen de wil van de redactie in.

"Het belang van een redactiestatuut moet niet overroepen worden," stelt Vyverman. "Toch is het noodzakelijk dat het bestaat. Het zal geen wonderen verrichten, maar het is beter een redactiestatuut achter de hand te hebben dan helemaal niets." Als bijvoorbeeld een hoofdredacteur, die normaal zou moeten fungeren als buffer tussen de directie en de redactie, beslist om een advies van de redactieraad naast zich neer te leggen, ontstaat er een onhoudbare situatie. Dat bewijst de casestudy over De Morgen. "Directies en hoofdredacties kunnen niet de hele tijd ingaan tegen de opvattingen van de redactievloer. Zo'n situaties zorgen voor conflicten en stakingen."

De commerciële nationale televisieomroepen zijn sinds 2009 door een Vlaamse decreet verplicht om een redactiestatuut op te stellen. Bij VTM is dat statuut er vooralsnog niet.

VRT als schoolvoorbeeld

Een andere vaststelling is dat zelfs een wettelijke verplichting geen garantie biedt voor het bestaan van een redactiestatuut. De VRT heeft een goed uitgewerkt redactiestatuut, dat als een schoolvoorbeeld geldt voor de hele mediasector. De commerciële nationale televisieomroepen zijn sinds 2009 eveneens door een Vlaamse decreet verplicht om een redactiestatuut op te stellen. "Maar voorlopig is dat statuut er bij VTM nog niet", constateert Vyverman. "Wellicht komt het er dit najaar, maar daarover bestaat nog geen zekerheid. Een vaste datum voor de invoering van het statuut is er niet voorzien." Zo'n decretale verplichting bestaat ook voor regionale tv-zenders, maar omdat het hier over kleine redacties gaat blijft het meestal bij een inhoudsloze formaliteit.

Grote weerstand

Voor de printsector bestaat nog steeds geen wettelijke verplichting. Slechts twee kranten beschikken over een redactiestatuut: De Tijd en De Morgen. Bij de Corelio-kranten (De Standaard, Het Nieuwsblad) bestaat de vzw Redactie, die een stem geeft aan de gewone journalisten en min of meer de rol van redactieraad vervult. Hetzelfde kan gezegd worden van de vzw Raad Het Laatste Nieuws (de vroegere Stichting Het Laatste Nieuws) van de gelijknamige krant. Bij de Concentra-groep (Gazet van Antwerpen, Het Belang van Limburg) is er geen sprake van een redactiestatuut, maar worden redactionele problemen besproken in het Comité K (Knelpunten). Van de nieuwsmagazines beschikken enkel P-magazine en Ché over een dergelijk statuut.

Yves Desmet, voormalig hoofdredacteur en huidig politiek commentator van De Morgen, ziet het zo:

Mijn basisfilosofie over een redactiestatuut is dat dat een ding is dat je vooral zo lang mogelijk en zo diep mogelijk in de kast moet laten liggen. En dat de enige echte garantie voor de onafhankelijkheid van de redactie een puur economisch gegeven is. Heel simpel, staan er op het einde van het jaar zwarte cijfertjes op de balans of rode? En als er rode cijfertjes staan gaat de directie zich moeien want dan gaat het niet goed en dan moet er iets veranderen. En dan krijg je ofwel besparingen, collectief ontslag ofwel begint de directie zelf ideeën te hebben over wat een betere krant zou zijn en dan krijg je conflictueuze situaties. Als het goed gaat en de oplage stijgt, en als die uitgever op het eind van het jaar winst krijgt van die krant dan zegt die: 'doe maar voort, je bent goed bezig'. En dan heb je geen last of dan heb je geen redactiestatuut nodig. Het is dus bepalender voor de onafhankelijkheid van een redactie hoe ze economisch presteert dan of dat redactiestatuut al dan niet wordt toegepast of afgedwongen.

Betutteling

"In uitgeverskringen is er weinig enthousiasme voor redactiestatuten", schrijft Vyverman. "Eerder onderzoek heeft aangetoond dat er grote weerstand is tegen redactiestatuten vanwege de uitgevers. Ze zweren dat ze nooit ongeoorloofde druk uitoefenen op de redacties en dat conflicten steeds informeel worden opgelost. Hoewel uitgevers niet meteen staan te springen voor een redactiestatuut, denken journalisten daar anders over, want 61 procent van de beroepsjournalisten ziet het nut van een redactiestatuut wel degelijk in."

Uitgever Christian Van Thillo van De Persgroep bijvoorbeeld is geen voorstander van redactiestatuten, maar schiet ze ook niet af. "Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar een goed werkende stichting die bemand wordt door externe mensen en die functioneert op basis van heldere afspraken met de redactie en de uitgeverij", zegt Van Thillo. "Dit betekent echter niet dat ik radicaal gekant zou zijn tegen een redactiestatuut, want de meeste kranten van onze groep hebben er een. Maar als de overheid het ons zou willen opleggen, zeg ik neen. Wij moeten ons zo onafhankelijk mogelijk opstellen ten opzichte van de overheid en precies daarom zouden wij zulke betutteling nooit aanvaarden."

Toch pleit Vyverman voor het wettelijk verplichten van redactiestatuten: "Onafhankelijke journalisten zijn noodzakelijk voor de maatschappij en daarbij mag niet voor honderd procent op de goedwilligheid van de directie en de hoofdredactie gerekend worden. Zelfregulering alleen is niet voldoende. Bovendien bestaat die verplichting al voor de regionale en de nationale omroepen. Hoe die verplichting afgedwongen moet worden, bijvoorbeeld via een koppeling aan de perssteun, is een andere discussie."

(1) "Journalistieke autonomie en het redactiestatuur in Vlaanderen", Jolien Vyverman, masterproef communicatiewetenschappen, afstudeerrichting journalistiek, Faculteit politieke en sociale wetenschappen, Universiteit Gent, academiejaar 2010-2011

Journalistieke autonomie en redactiestatuten in Vlaanderen

LEES OOK