Lessen van een onverbeterlijke kennisactivist

 Leestijd: 4 minuten2

Geven, vormen, inspireren en democratisch zijn. Dat zijn de vier basisprincipes waarmee Jan Blommaert afscheid neemt in zijn laatste essay Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven?.

Tussen de droge aankondiging dat zijn leven ten einde loopt en de eveneens gortdroge laatste regel van het essay lezen wij vooral de wens dat zijn werk wordt voortgezet. Belangrijk zijn immers niet het individu en zijn verdiensten, het gaat om betekenisvol zijn voor anderen. In het geval van Jan Blommaert is deze missie zeker geslaagd.

De rede beleefd

Ook buiten de robuuste muren van de universiteit lijken de vier basisprincipes me pijlers voor een zinvol bestaan, en net als aan de universiteit botsen ze op de harde sociale realiteit die door Pierre Bourdieu werd gemunt als de kern van het neoliberalisme: de vernietiging van collectieve structuren die een zuivere marktlogica belemmeren.

Het levenswerk van Blommaert is de strijd tegen een eenzijdig individualisme dat de economische benadering van menselijk gedrag voorstaat. Die strijd voerde hij op het snijvlak van de verbeelde realiteit van de menswetenschappen en de werkelijke wereld. Jan Blommaert stond met evenveel vuur op een stakingspiket als voor een studentenaula en sprak even gloedvol in achterafzaaltjes in Vlaamse velden als op topconferenties binnen zijn vakgebied.

Vrije gift

Geven vertrekt vanuit de idee dat individuele verdienste al bij al beperkt is. Belangrijker is jezelf als schakel zien in een collectief. Daaruit volgt de plicht je unieke bijdrage niet te privatiseren maar net te delen. Enkel zo wordt de fakkel doorgegeven en gaat het vuur de wereld rond.

Blommaert heeft steeds het goede voorbeeld gegeven. Wie zijn werk vandaag wil lezen, heeft slechts een internetverbinding nodig en een degelijke kennis van de Nederlandse of Engelse taal. Dat is zeldzaam. Gewoonlijk wordt kennis verpakt in dure boeken en nog duurdere woorden. Maximale vrijgevigheid, zo noemt hij de verspreiding van zijn werk. We kunnen hem er enkel dankbaar voor zijn.

‘De bereidheid om op de werkvloer als groep te denken is groot’

Geven is op de fabrieksvloer even belangrijk als in de wetenschappen. Het welzijn van werkers staat of valt met de wil tot geven, tegen het eigenbelang in. Aan de lopende band waar ik ooit keukenspulletjes in rekken plaatste, gingen zij die het werkritme het beste verdroegen als eerste over tot sabotage wanneer het tempo tot voorbij de grenzen van de draagkracht werd opgedreven. In een competitielogica zouden zij de rest eruit concurreren, maar deze gang van zaken zag ik zelden tot nooit op de werkvloer.

De bereidheid om als groep te denken is groot. Het is daarom belangrijk dat de mogelijkheid om als groep te werken wordt gevrijwaard van hyperindividualisme. Mensen opzetten tegen elkaar is altijd de techniek van het autoritarisme geweest.

Vormingsprincipe

Precies daarom moeten we mensen vormen. Blommaert geeft terecht aan dat de taak van een lesgever verder gaat dan het overdragen van kennis. Vorming gebeurt vooral in de manier waarop je studenten aan je bindt: niet vanuit een machtspositie en nog minder vanuit de denigrerende idee van vooraf gestelde lesdoelen.

“Onderschat je studenten alsjeblieft nooit”, zo stelt Blommaert. Het is een aartsmoeilijke opdracht, zo stel ik in de praktijk vast, maar het is een prachtige narratief om in het onderwijs te staan. Geloven dat je studenten tot veel in staat zijn, werkt bevrijdend. Het ontslaat je van het wantrouwen dat al te vaak funderend is in de relatie tussen docent en student, zeker wanneer evaluatie aan de orde is.

Ook in arbeidsrelaties is wantrouwen een grondprincipe. In het callcenter waar ik een jaar werkte, was controle een dagtaak voor groepscheffen. Gesprekken afluisteren, statistieken opmaken van elke handeling, voortdurend je werknemers ter verantwoording roepen. Het maakte dat elke consulent meer gericht was op achterpoortjes en omzeilingen dan op de werkelijke taak die hen te wachten stond: klanten een dienst verlenen.

In die zin was de werksfeer altijd vormend: wie wantrouwen zaait, oogst precies dat. Wie vertrekt vanuit autonomie en vertrouwen, krijgt aan het einde van de rit gemotiveerde en productieve werknemers.

Collectieve creativiteit

Inspireren houdt volgens Blommaert het recht en zelfs de plicht in om zelf na te denken en voorbeelden niet slaafs na te volgen. Hij stelt echter dat de academie vandaag een onaantrekkelijke wereld is voor menselijke creativiteit. “Wetenschap zonder ideeën is geen wetenschap.”

Het is echter een waanbeeld dat deze creativiteit individueel is of kan zijn. Ze ontstaat slechts in interactie, in de botsing van ideeën die vruchtbare grond wordt. Wie het universitair onderzoek niet van binnenuit kent, denkt dat precies dit de kern van haar wezen uitmaakt. Critici vergelijken de academie vandaag echter met een tredmolen waarin het rad op een steeds minder zinvolle manier in beweging wordt gehouden.

Een opdracht die ik mijn studenten sociaal werk meegeef: weerleg een theorie die ik jullie in de lessen aanleerde. Ze vertrekt vanuit de idee dat je mensen niet kan voorthelpen indien je niet buiten voorgekauwde structuren kan denken.

In mijn werkloze periodes heb ik tientallen gesprekken gevoerd met sociaal werkers en personeelswerkers die me als ballast behandelden, enkel en alleen omdat ik als hoogopgeleide buitenlander niet in een hokje paste. Maar hoe kan je verwachten dat mensen voor jou bakens verzetten wanneer niemand ze ooit geleerd heeft dat het niet meer zijn dan bakens? Net daarin schuilt mijn poging tot inspireren: ik wil dat toekomstige sociaal werkers beter worden in hun vak dan degene die ik zelf mocht ervaren.

‘Het is een pijnlijke vaststelling dat specialisten in armoedebeleid hardop pleiten voor een “deeleconomie”‘

Met deze verwijzing naar mijn periodes als werkloze kom ik bij het laatste principe: democratisch zijn. Je maatschappelijke positie is steeds een combinatie van persoonlijke verdienste en een enorme dosis maatschappelijke ondersteuning.

De collectieve inspanning die onze samenleving levert om mensen op te leiden, vraagt engagement van ieder die de vruchten plukt. Altijd. Daarom moet voor Blommaert wetenschap een commons zijn, een waardevolle bron die voor iedereen beschikbaar is. Zijn strijd voor toegankelijke wetenschap is een rechtstreeks gevolg van de vaststelling dat zijn wetenschappelijk werk voor vele collega’s in de Global South, maar ook voor zijn studenten dicht bij huis, volstrekt onbetaalbaar is.

Vandaag werk ik geregeld als maaltijdkoerier in de platformeconomie, een industrie waar je 60 à 70 uur per week klopt om het wettelijk minimumloon te verdienen zonder daarbij op andere rechten zoals betaalde vakantie en ziekteverlof aanspraak te maken.

Het is een pijnlijke vaststelling dat aan onze universiteiten specialisten armoedebeleid hardop pleiten voor deze vorm van “deeleconomie” – een eufemisme om u tegen te zeggen. Woorden zijn nooit onschuldig, zo leerde ik uit het werk van Jan Blommaert. Erger dan deze taalverloedering is echter dat het een complete negatie is van het meest precaire democratische principe: solidair zijn.

Een democratische samenleving omvat iedereen. Een samenleving die haar economie opbouwt op vormen van uitbuiting is precies het tegendeel van democratisch.

Met deze vier principes schrijft Jan Blommaert een levendig testament. “Ik stop hier graag”, zo eindigt het essay abrupt. Wij, mensen die door hem zijn geïnspireerd, nemen graag de fakkel over. Het ga je goed, Jan.

Jan Blommaert. Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven? EPO Uitgeverij


Uitgelichte afbeelding: Markus Spiske (Pexels)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Herman Loos

Herman Loos is auteur van Menselijke grondstof: over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt (EPO). Hij is docent filosofie en ethiek aan hogeschool Odisee (Brussel) en docent sociologie aan AP Hogeschool (Antwerpen). Hij schreef columns voor Apache en publiceert ongeregeld opiniestukken en gastbijdragen bij uiteenlopende media.