Met de ‘v’ van virus

 Leestijd: 5 minuten3

Vrolijkheid. Wat een pandemie zou worden, kwam stiekem ons land binnengeslopen. Het had zich verborgen in de vrolijkheid die de skiënde middenklasse vergezelde op de terugweg vanuit het idyllische Italië, waar naarstige neringdoeners en managende medemensen hun recht op een adempauze graag afdwingen. Dat Covid-19 er al aardig aan de slag was, deed daar niets aan af: bij dat recht hoort nu eenmaal onbekommerde onachtzaamheid. 

Van vrolijkheid was geenszins sprake bij de “asymptomatische 54-jarige man uit West-Vlaanderen” toen die bij het verlaten van het ziekenhuis in de lenzen van de verzamelde pers keek. Het stemt immers niet vrolijk om totaal onterecht maar onontkoombaar de rest van het leven patiënt zero te moeten zijn, alleen maar omdat we willen dat het kwaad een gelaat heeft. 

Verschrikking was te lezen in de ogen van de immer opbiedende maar verder volslagen immobiele leden van de particratie die zich al die tijd had warmgelopen voor een gooi naar een tweede wereldrecord in de discipline regeringsvorming. Ze hadden heus niet stilgezeten. Handen geschud van Vorst en net niet ’t hele Vaderland. Vanop achterbanken werden quotes gegorgeld. Die konden zo op antenne, samen met de diepere inzichten van populaire politicologen en bakkeleiende wetstraatexperten. Kortom, terwijl u en ik luisterden naar wat in theeblaadjes werd gelezen, hadden de menners van het kiesvee er alles aan gedaan om hun partij vooral niet aan zet te brengen. En dan werd er plots doortastendheid gevraagd. Snelle en goeie beslissingen bleken nodig. Kortom, alles wat ze niet in huis hadden, moest in stelling gebracht. Vervloekt virus.  

Verschrikkelijk zou ’t worden als het nietsdoen werd verdergezet. Zoveel was duidelijk. Daar hadden de beelden die ons uit Italië en Spanje bereikten voor gezorgd. Nachtelijke colonnes legervrachtwagens waarin Bergamo haar doden uit de stad verdreef, troffen doel. Dus morden we niet toen onze bewegingsvrijheid een beetje werd ingeperkt. Op het televisietempo temperde de tamme bevolking de verwachtingen en om acht uur huldigden ze helden.

Vreselijk waren de taferelen waar deze helden van de intensieve zorg te vaak getuige van waren. Met de mondmaskers die de opruimwoede hadden overleefd en verpakt in een uitrusting die het uiterste van een mens vergen, probeerden zij de invasie van longen te stoppen. Vreselijk was ook dat deze mensen wisten dat andere mensen alleen zouden moeten sterven. Of de zorgverstrekkers troost vonden in het dagelijks applaus of in de paaseieren, van betere komaf weliswaar, maar toch vooral onverkoopbaar, die met vrachtwagens tegelijk over hen uitgekieperd werden, zullen we hen vragen zodra ook zij niets meer om handen hebben. 

Vervelend

Verveling had het virus in petto nadat het het voorwerp van een heus crisisbeleid was geworden en de altijd gonzende gangen van de tempels van beeldvorming had schoongeveegd. Voor de barones bleek geen balkon beschikbaar en de kwinkslagen van de kerkjurist moesten het zonder kansel stellen. Omdat de geföhnde spreekbuizen van crapuleus kapitaal al helemaal niet meer aan bod kwamen, trokken zij zich terug op sociale media, waar ze zich ontpopten tot verspreiders van een ander virus – het complot. Wat zouden we trouwens zijn zonder Twitter, toevluchtsoord voor roeptoeters?

Verontrustend is het om vast te stellen dat we het niet zijn: verontrust, verontwaardigd, vol van woede zelfs

Vervelend werd het nooit, dankzij zorgvuldig uitgezochte truien met V-hals waaruit een geleerd hoofd stak, met een mond die de al even zorgvuldig uitgekozen woorden voor zijn rekening nam, met ogen die vertelden wat die mond niet vermocht te zeggen. De subtiele monkellach als mokerslag, de instemmende knik als een arm rond onze schouders. Of hoe een viroloog de bron van vertrouwen voor Vlamingen werd. Daar kon geen ex-staatssecretaris tegenop, zelfs Franke Theo niet. Keizer Bart speelde toen al niet meer mee. Hij zat op een bankje toen dat niet meer mocht. Hoe heldhaftig! 

Verwerpelijk waren de ampele aanvallen van de stoottroepen van Vlaanderens fatsoenlijk rechts, verwerpelijk en tot mislukken gedoemd, want zelfs na weken van veel te korte nachten toonde Van Ranst zich bestand tegen het abject zwaktebod. Trollen trokken telkens weer aan het kortste eind.

Vechten om marktaandeel

Voorspelbaarheid kenmerkte de activiteiten in technologieland. Pandemieën verleiden tot Public Relations voor wie schaamteloos is en schaamteloosheid is een voorwaarde om het te maken bij de huishoudnamen van Big Tech. 

Vechten om marktaandeel, dat deden ze. Halfbakken rotzooi – Skype for Business, iemand? – werd wat bijgevijld en vanuit een energievretende wolk over onze hulpeloze hoofden gekieperd. En wij juichten! Konden we eindelijk allemaal thuiswerken. Hoefden we niet eens onze aerodynamische loopuitrusting waarmee we de dag in gang lopen uit te trekken. Snel een hemd erover en hupsakee! Klaar voor de volgende virtuele vergadering, waarbij we ons konden verliezen in de studie van de achtergrond waartegen de collega had plaatsgenomen. 

De bedenkers van de zogenaamde liberale representatieve democratie hebben geen voetnoot toegevoegd waarin de verkozenen des volks aangemaand worden hun politieke verantwoordelijkheid door te schuiven naar de private sector

Vermakelijk werd het toen de redders uit de vallei van siliconen, de herauten van de disruptie, droog gepakt werden door een relatieve nieuwkomer. Die bleek zo goed en zo verstorend dat meteen iedereen die ooit iets over technologie had geschreven werd ingeschakeld in wat we ons hopelijk zullen herinneren als een van de meest hypocriete lastercampagnes van het decennium. De tenlastelegging? Onze privacy bleek onvoldoende beschermd. U leest het juist: Google, Microsoft, Facebook… ze verpinkten niet toen ze het woord uitspraken en hun verontwaardiging uitten over zo weinig verantwoordelijkheidsgevoel. Zoom sleutelde wat aan teksten – nog steeds het belangrijkste instrument in georkestreerde datadiefstal – en een encryptie-algoritme of twee en overleefde de toorn. Naar goede gewoonte kwam Facebook pas laat in de markt van de videoconferentiesoftware want het beste van de ander stelen en integreren kost nu eenmaal tijd. Nam u de tijd om hun privacyregels te lezen? Dan is de ironie aan u alvast niet voorbijgegaan. 

Voorts had de technologiesector nog wat verrassingen in petto. Of waren het bokkensprongen? Ik heb het over de tracing app. Die kwam er eerst wél wegens onmisbaar in het management van het virus. Nadien kwam die er dan toch niet: een onbestaand leger van zeer goed getrainde mensen zou de taken van koning Blauwtand overnemen. Het laatste nieuws uit deze hoek, zoals steeds zeer transparant te berde gebracht door een van de vele politici die eerst beloofden van het toneel te zullen verdwijnen om vervolgens in belangrijke bijrollen het schone weer te maken, dat laatste nieuws had het over een combinatie van app en mens. Een cyborg?

Verdienstelijk is het minste wat kan gezegd worden van de strategieën waarvan sommige lokale ontwikkelaars zich bedienden om een toepassing te bedenken die naast werkzaam ook betrouwbaar zou zijn. Sommigen hadden zelfs echt moeite gedaan en de paar deskundigen die echt om privacy en veiligheid geven om toezicht te verzoeken. Ik werd zowaar heel even hoopvol: zou ethics by design dan toch ingang vinden?

Vergt het u ook moeite om te blijven geloven dat morgen beter zal zijn?

Verdacht vond ik dan weer het initiatief waarvoor Google en Apple de handen in elkaar sloegen. Samen hebben zij zowat de hele markt van mobiele besturingssystemen in handen. Zij kondigden aan dat deze positie – alleen kwatongen zouden het over quasi-monopolies durven hebben – hen bij uitstek de beste vriend maakt van al wie tracing behoeft. Omdat onbaatzuchtigheid altijd al het kenmerk van Silicon Valley-bonzen is geweest (Alles goed, Bezos? En met de loonslaven in uw magazijnen?), zetten Apple en Google hun knapste koppen aan het werk. Als iemand weet hoe permanente tracking en tracing kan ingebouwd worden in het hart van ons favoriete speelgoed, zijn zij het wel. Zij weten trouwens ook beter dan wie ook hoe lucratief het is om nog meer data in te zamelen. Dus waarom geen slagje slaan uit de terechte vrees van epidemiologen? Meedogenloosheid manifesteert zich wel vaker met de breedste glimlach en het gulste gebaar. 

Verontrust, verontwaardigd, vol van woede

Verontrustend is het om vast te stellen dat we het niet zijn: verontrust, verontwaardigd, vol van woede zelfs. Want dat zou niet meer dan gepast zijn, nadat we we weer maar eens met een onweerlegbaar bewijs van volslagen onkunde van verantwoordelijke excellenties worden geconfronteerd. Want als het geen onkunde is die hen nog meer in de armen van de predikanten van de digitale verlossing dwingt, is het manifeste onwil om nog langer verantwoordelijkheid te nemen en hun taak te vervullen zoals die ooit bedoeld was. De bedenkers van de zogenaamde liberale representatieve democratie hebben aan geen van hun geschriften een voetnoot toegevoegd waarin de verkozenen des volks aangemaand worden hun politieke verantwoordelijkheid meteen maar door te schuiven naar de private sector. 

Voor het te laat is, laat de schade die het virus overal aanbrengt zich niet uitstrekken tot de kern van wat ons politieke bestel is. 

Laten we hen uit het forum ranselen, de slopers van het spel dat politiek heet. Laten we een decenniumlang voorrang geven aan het welzijn van wie het meest getroffen is. 

Laten we hen buiten de stadsmuren zetten om te jeremiëren, de schandknapen van wie zich vandaag al wist te verrijken bij deze ellende. In niets meer gehuld dan een vaal hemd: hun mantels draperen we dan wel over de schouders van de economen die wel begrijpen dat ook zij deel uitmaken van een groter geheel, waarin hun inzichten ook kunnen ingezet om er een betere wereld mee te maken. 

Vandaag begrijp ik min of meer. 

Verhullen dat ik me een beetje zorgen maak over wat morgen brengt, zal ik niet. Ik weet het niet. 

Vergt het u ook moeite om te blijven geloven dat morgen beter zal zijn?


Uitgelichte foto: Serjan Midili (Unsplash)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Ben Caudron

Ben Caudron is technologiesocioloog en verbonden aan de Erasmushogeschool Brussel. Hij mijmert graag over de dingen.