Voorbij de corona-cadeaubon: tijd voor gemeenschapsmunten

 Leestijd: 1 minuut0

‘Geef inwoners een cadeaubon om de lokale economie aan te zwengelen’, zo luidt één van de ideeën die Bart Somers (Open Vld), Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, in zijn ‘Coronagids voor burgemeesters’ lanceert. Het idee is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Vele lokale besturen smeden reeds plannen om via zo’n lokale aankoopbon de plaatselijke economie een nieuwe boost te geven.

Uiteraard is deze – vaak broodnodige – ondersteuning voor de kleinhandel en gezinnen toe te juichen. Toch worden er mogelijks ook enorme kansen gemist. Want wat als het mogelijk was om deze financiële injecties veel langer en diepgaander in het lokale weefsel te laten circuleren? Dan bereikt men een sneeuwbaleffect voorbij de eenmalige boost en kan de investering veel beter renderen.

De oplossing is relatief eenvoudig. Geef deze cadeaubonnen niet onmiddellijk uit in euro’s maar als gemeenschapsmunten (ook lokale of complementaire munten genoemd) gedekt door die euro’s. De gebruikers kunnen deze munten onmiddellijk als lokaal betaalmiddel gebruiken, maar pas na een aantal transacties of verloop van tijd terug naar euro’s omruilen. Dat principe heet zandlopergeld. Terwijl de spreekwoordelijke zandloper loopt, gaat de munt in de eigen gemeente of streek van hand tot hand alvorens terug in de globale economie te verdwijnen.

Dankzij de technologie van vandaag is het slim programmeren van dergelijk zandlopergeld een koud kunstje. De Nederlandse stichting STRO heeft er zelfs al bankwaardige en gebruiksvriendelijke software voor ontwikkeld zodat een smartphone of bankkaart volstaat om van het middel gebruik te maken.

Foto: Pexels

Bovendien tonen buitenlandse voorbeelden aan dat een digitale munt aanvullend op het klassieke betaalmiddel wel degelijk nieuwe opportuniteiten biedt. Zwitserse ondernemingen vallen al jaren terug op hun WIR wanneer het moeilijk gaat. Een studie van James Stodder (Boston University) toont aan dat de WIR sinds haar invoering als een rem op elke economische crisis heeft gewerkt. De munt geeft het lokale bedrijfsleven op zo’n moment extra zuurstof.

Ook de Sardex uit Sardinië is als complementaire munt zeer succesvol. Investeringen in Sardex blijven 2 tot 4 keer langer in de regio circuleren. Zelfs in een rijke regio als Beieren is men met een gemeenschapsmunt aan de slag, de Chiemgauer circuleert er 3 keer sneller dan de euro binnen dezelfde regio.

Als lokaal bestuur kan je met zo’n slimme financiële injectie trouwens veel meer dan economische impulsen bereiken. Je kan nieuwe verbindingen tussen verschillende beleidsdomeinen maken.

Zo zou men bijvoorbeeld premies voor buurtfeesten deels als zandlopergeld kunnen uitgeven. De wijkcomités zullen dan voor hun barbecuevlees naar de lokale slager trekken. De beenhouwer zal ermee de plaatselijke drukker vergoeden of de sportvereniging sponsoren. Zo blijft het geld lokaal rollen en bereik je als gemeente twee concrete doelstellingen in één actie. Je promoot én de sociale cohesie én de lokale handel en wie weet welke netwerkeffecten je nog zal vaststellen. 

Dat dit vernieuwende idee geen sciencefiction is tonen steden als Mechelen en Gent die de uitrol van een zogenaamde stadsmunt zelfs in hun bestuursakkoord hebben staan.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Sander Van Parijs

Sander Van Parijs is doctor in de Politieke Wetenschappen en dagelijks bestuurder bij Muntuit, netwerk voor gemeenschapsmunten.