Klimaatbeweging op zoek naar tweede adem

 Leestijd: 15 minuten4

Begin dit jaar zetten de klimaatjongeren de klimaatcrisis onmiskenbaar op de politieke agenda. Dat vertaalde zich niet in een eclatante verkiezingsoverwinning voor de partijen die pleiten voor stevige klimaatmaatregelen. Wat vandaag nodig is, is een totaalaanpak, steunend op een synthese van de ecologische en socialistische paradigma’s. Dat moet resulteren in een transitieprogramma.

De beweging voor het afwenden van de klimaatverandering kwam het afgelopen jaar in de laatkapitalistische landen tot volle wasdom. Op Belgische bodem ontstond veelkoppig verzet, met klimaatmarsen, spijbelacties en acties van burgerlijke ongehoorzaamheid.

De vele klimaatacties zorgen ervoor dat brede bevolkingslagen de strijd tegen de klimaatverandering niet langer zien als een zaak van individuele gedragswijzigingen, maar vooral van collectieve keuzes

Gericht op het interpelleren en onder druk zetten van de politieke wereld zorgen die acties ervoor dat brede bevolkingslagen de strijd tegen de klimaatverandering niet langer zien als een zaak van individuele gedragswijzigingen, maar vooral van collectieve keuzes. Collectieve keuzes waarbij ecologische problemen worden gezien als innig verbonden met sociale problemen, ja, zelfs als sociale problemen bij uitstek. ‘System Change, Not Climate Change’, ‘Red is the new Green’: het zijn veelgehoorde slogans die een nieuw besef verwoorden (1).

Buiten onze grenzen is die shift ook gaande. Er staan krachten op die de strijd op het niveau brengen waar het er toe doet, zoals de Labour Party in Groot-Brittannië en de socialistische vleugel van de Democratic Party rond Alexandria Ocasio-Cortez, die een ‘Green New Deal’ propageren.

Het succes van die spectaculaire, massaal bijgewoonde acties betekent evenwel niet dat ze door de hele bevolking worden omarmd. De Belgische verkiezingsuitslagen van mei 2019 legden die contradictie bloot. Groen, dat vrij algemeen wordt gezien als de politieke vleugel van de klimaatbeweging, boekte amper vooruitgang. Als we ook de stemmen voor sp.a en de PVDA in rekening brengen – beide partijen verklaren zich gewonnen voor stevige klimaatmaatregelen –, dan komen we niet verder dan een stagnatie voor de drie linkse partijen: 25,5% in 2019, tegenover 25,2% in 2014 (Vlaamse verkiezingen).

De partijen die graag in de hoek van de agro-industrie en betonboeren vertoeven en doortastende klimaatactie afwijzen kregen een stevige meerderheid van het electoraat achter zich.

Vandaag is de klimaatbeweging op zoek naar een tweede adem. De ontgoochelende verkiezingsuitslag voor het trio Groen-sp.a-PVDA, de repressie van de actie van burgerlijke ongehoorzaamheid ‘Royal Rebellion’ van Extinction Rebellion (oktober 2019), betogingsmoeheid en de kleurloze voorzittersverkiezingen bij Groen en sp.a, waar keuzes inzake strategie en programma moesten wijken voor de hoop dat een frisse smoel of ‘betere communicatie’ voor soelaas zullen zorgen… Het is niet van aard om het klimaatactivisme een boost te geven. Een analyse, op zoek naar de mogelijkheden van een doorstart.

‘Heb je poen, stem dan Groen’

De campagne in de aanloop naar de Europese, federale en regionale verkiezingen van mei 2019 legde de limieten van het traditionele ecologisme bloot. Bij de jaarwende begon het nochtans veelbelovend. De klimaatmarsen en spijbelacties van Youth For Climate plaatsten de zorg voor het klimaat in het centrum van het maatschappelijke debat. Groen, dat van de bescherming van het milieu al decennia haar corebusiness maakt, was ervan overtuigd dat de partij, surfend op die mobilisaties, met de vinger in de neus de verkiezingen zou winnen. 

De partij leunde achterover, alsof de electorale  buit al binnen was. Groen-voorzitter Meyrem Almaci bepleitte een ‘groen-blauwe motor’ die de partij een sleutelrol in een nieuwe regering moest bezorgen.  In een interview droomde boegbeeld Kristof Calvo al van een groene premier in 2025.

Ondertussen was het tegenoffensief van het establishment ingezet. In februari zette de N-VA Groen in de markt als de partij van ‘de groene belastingen’. De N-VA en het VB investeerden in een ideologisch bombardement op social media. Online activisten kleefden op het logo van Groen de slogan ‘Heb je poen, stem dan Groen’.

De klimaatmarsen brachten vooral de witte stedelijke middenklasse op straat

Ook sp.a beukte op de weke flank van de groenen in. Op het sp.a-congres ‘Go Left’ (februari 2019) presenteerde de partij zichzelf als de sociale dam tegen de klimaatambities van de groenen. Voorzitter John Crombez berispte Almaci: ‘Een klimaatwet die niet zegt van waar de middelen moeten komen en niet zegt wie dat gaat betalen, een klimaatwet die niet sociaal is, is een klimaatwet die niet af is. Dat doe je niet met groene taksen op de kap van de mensen. Meyrem vergist zich daar.’ Crombez zelf hield zich evenwel ver van zo’n budgettaire oefening, maar daarover later meer.

Groen als partij van de happy few: het schrikbeeld werkte. Enter de verkiezingen van mei. Groen droomde ervan om de eerste partij na de N-VA te worden, maar strandde op 10,1 procent, als zesde partij.

En het moet gezegd: er zit een grote kern van waarheid in de framing. De klimaatmarsen brachten vooral de witte stedelijke middenklasse op straat. Mensen die zich geen zorgen moeten maken of ze het eind van de maand zullen halen en zich luchthartig over het einde van de wereld kunnen bekommeren. Een representatieve enquête bij scholieren van de derde graad van het middelbaar onderwijs bevestigt dat: 32 à 35% van de leerlingen in het ASO nam op een of ander moment deel aan klimaatacties, tegenover amper 7 tot 13% van de leerlingen in het TSO en BSO. Een op vier kinderen van de hogere sociale klassen nam deel aan de acties, tegenover een op zes kinderen van sociale klassen uit  het onderste sociaaleconomische kwartiel (2).

De wig tussen ‘de 25 procent’ en ‘de 50 procent’

De stormachtige opkomst van de klimaatbeweging vertaalde zich niet in de verkiezingsuitslag. Zo komt een fundamenteel probleem bloot te liggen: het onvermogen van single-issue bewegingen en partijen om brede bevolkingslagen aan te spreken. Grofweg gesteld kan men de bevolking in dit verband in drie blokken opdelen.

De klimaatbeweging raakt de minds en hearts van de middenklasse, allicht goed voor 25 procent van de bevolking, met hoogopgeleiden en het middenkader van bedrijven en administratie als type-voorbeelden. Voorts mogen we ervan uitgaan dat ongeveer 25 procent van de bevolking sociaaleconomisch gevaccineerd is tegen een gevoeligheid voor milieuvraagstukken en sociale kwesties in het algemeen. Dit kwart wordt sloganmatig de ‘1 procent’ genoemd. Het is de financieel-economische elite en het bedrijfsmanagement, inclusief het kaderpersoneel; de hogere ambtenarij; het top- en middenkader van essentiële staatsapparaten zoals leger, politie, gerecht, universiteiten en media.

De belangen van die laatsten zijn innig verbonden met die van de laatkapitalistische orde. De oneindige accumulatie- en winstdynamiek van het kapitalisme staat voor hen boven elke discussie verheven, ook al brengt dat een ecocide en Runaway Climate Change dichterbij. Een standpunt dat door hun politiek personeel in alle westerse regeringen wordt uitgedragen: groei voor alles, met de hoop dat in de niet zo verre toekomst een technologisch wondermiddel wordt ontdekt dat goedkoop en massaal broeikasgassen uit de atmosfeer kan halen.

Een standpunt dat ook wordt verwoord in het Vlaams regeerakkoord (30 september 2019): ‘Voor de omslag naar een klimaatneutrale en duurzame samenleving is wereldwijde actie nodig. Dat kan Vlaanderen niet alleen. Door de nadruk te leggen op technologische innovatie (carbon capture, waterstof,…) kunnen onze bedrijven en kennisinstellingen veel doen, zonder onze economische groei, de concurrentiepositie van onze ondernemingen en onze maatschappelijke welvaart te fnuiken.’

Tegenover die twee groepen staat de grote massa, ongeveer de helft van de bevolking: arbeiders, lagere bedienden en ambtenaren, kleinhandelaars en vertegenwoordigers, allochtonen en werklozen. Die grote massa engageert zich niet – noch pro, noch contra klimaatactie. Een meerderheid gaat wel akkoord met klimaatmaatregelen, ook dwingende, maar zelf financieel bijdragen is geen optie.

En zo wordt het klimaatbeleid ook geframed in de publieke opinie, door vrijwel alle neoliberale partijen, commentatoren en opiniepeilers. ‘Maatregelen zullen gewone mensen pijn doen’, zo luidt het. Vlaams minister-president Jan Jambon zegt het zo: ‘Maatregelen zullen diep in ons vlees snijden maar weinig impact hebben, want het Belgische aandeel in de broeikasgasuitstoot bedraagt amper 0,28 procent’. Het is een argument dat vrijwel alle regeringen gebruiken om passiviteit in te roepen, met als resultaat dat ecologische rampen stilaan tot de gewone gang van zaken gaan behoren.

De elite gooit dat argument graag op tafel. Want het drijft een wig tussen klimaatactivisten en ‘de gewone man’; tussen ‘welgestelde bakfietsers’ en ‘hun klimaatobsessie’ enerzijds en de ‘hardwerkende’ Vlaming anderzijds. Peilingen tonen aan dat die framing werkt. Begin 2019 bleek uit een iVox online peiling dat een ambitieus klimaatbeleid hoog op het prioriteitenlijstje van de bevolking staat, maar ook dat weinig mensen daarvoor willen betalen. 60 procent wil niet betalen voor klimaatmaatregelen. 34 procent wil dat wel, maar in slechts in beperkte mate. 4 procent is bereid om meer dan 10 procent extra belasting betalen.

Een recente iVox-peiling voor HUMO geeft ongeveer dezelfde resultaten (3). iVox heeft niet bepaald een reputatie van grote betrouwbaarheid, maar een representatieve peiling van mei 2019, onder academische begeleiding, leverde gelijkaardige resultaten op: 63% van de Belgen is bereid te investeren in maatregelen die men kan terugverdienen, zoals betere isolatie aanbrengen en de installatie van een warmtepomp, maar slechts 17% gaat akkoord met maatregelen die netto per jaar ‘iets’ kosten (4).

Klimaatactie kost geld, véél geld

Het establishment en de neoliberale politici hebben gelijk wanneer ze stellen dat klimaatmaatregelen veel geld kosten. In een diepgaand, inmiddels al 2 jaar oud dossier, gebaseerd op wetenschappelijke studies van CLIMACT (Louvain-la-Neuve) en het VITO (Mol), lijstten redacteurs van De Standaard op wat er moet gebeuren opdat België de klimaatdoelstellingen zou halen. De titel van het artikel spreekt boekdelen: ‘Waarom u wakker moet liggen van ons klimaatbeleid’. Wat nodig is, zijn systemische transities. Een complete transformatie van onze koolstofverslaafde, op oneindige groei ingestelde economie.

De uitstoot van broeikasgassen daalde tussen 1990 en 2017 met 1% per jaar, terwijl die vanaf nu tot 2050 met 8 tot 10% per jaar zou moeten dalen. Dat vereist, onder meer, dat wordt gesneden in broeikasgasuitstotende activiteiten. Zo mogen vanaf 2026 geen nieuwe gasketels worden geplaatst; mogen vanaf 2030 geen verbrandingsmotoren meer wordt verkocht en moet het aantal koeien (1,5 miljoen), kippen (20 miljoen) en varkens (6 miljoen) in ons land worden gehalveerd. Uiteindelijk moet de ‘petro’ uit de petrochemie worden gehaald en moet de staal- glas- en cementproductie koolstofarm worden (5).

Met dat laatste moet men niet morgen maar nu beginnen, want investeringscycli duren 20 tot 30 jaar. Dat de opbrengsten van duurzame investeringen in de ‘harde’ economische sectoren onzeker zijn, moge blijken uit de internationale geldstromen: ‘Groene technologieën blijven wereldwijd een klein en stagnerend deel van de portfolio’s van financiële instellingen.

Bij de grootste pensioenfondsen gaat vandaag slechts 1% van de portefeuille naar een lage-uitstoot-economie. Ook de grootste verzekeraars hielden gemiddeld slechts 1% aan groene activa aan. Bij de onderzochte vermogensbeheerders was er op één jaar tijd een toename van 68% in klimaatvriendelijke investeringen, maar met 203 miljard dollar is dat slechts 0,5% van de portefeuille die ze beheren.’ (6)

Is het verdedigbaar dat gewone mensen voor hun jaarlijkse vliegtuigreis een zware koolstoftaks zouden moeten betalen, terwijl de rijkste 10 procent 50 procent van de vluchten voor hun rekening nemen?

En daar stopt het niet. Want de uitbouw van een fijnmazig koolstofarm openbaar vervoer vereist massale investeringen, wat de rekening verder doet oplopen. Of neem de zo noodzakelijke betonstop. De transformatie van bouwgronden in buitengebieden (in verkavelingen en langs verkeerslinten) in groene zones of landbouwgrond zal het onroerend goed van de eigenaars depreciëren. ‘Planschade’ heet dat, en die zal miljarden euro bedragen.

Denk ook aan de even noodzakelijke afbouw van het stelsel van salariswagens: iemand zal de factuur moeten betalen. Klimaatactie zorgt op termijn voor terugverdieneffecten, zal men tegenwerpen. Zoals jobs in de cleantech-sector, minder files of minder uitgaven in de gezondheidszorg wegens minder luchtvervuiling. Klopt. En het is even waar dat ‘gewoon doordoen zoals we nu bezig zijn, het duurste [is]’, zoals de analisten van Fairfin schrijven.

Maar klimaatreddende actie zal pas gaandeweg (onzekere) opbrengsten genereren, en op korte en middellange termijn vooral geld kosten. Véél geld: volgens erg voorzichtige, preliminaire studies ongeveer 2 tot 2,5% van het BBP, of ruwweg 10-15 miljard euro per jaar. (7)

Het argument van de terugverdieneffecten valt bij de modale burger op een koude steen. Hij kijkt wantrouwig aan tegen de overheid. In de collectieve psyche is ‘de staat’ vooral bezig ‘met de rijken en de zakkenvullers te bedienen en de kleine man de laatste centen uit de portefeuille te halen’.

Klimaatactivisten zijn in die optiek de nuttige idioten die de inleveringsmachine van de overheid moeten smeren. De overheid zal ‘de kleine man’ voor ‘de klimaatobsessie’ van de middenklasse laten opdraaien, daarvan is de grote massa overtuigd. In De Morgen drukte Bart Eeckhout dat sentiment zo uit, kijkend naar het – overigens zeer terechte en goed onderbouwde -duurzaamheidsdiscours van de Vlaamse Bouwmeester en zijn pleidooi voor een snel ingevoerde betonstop: ‘Te makkelijk liet Van Broeck zichzelf framen als contraproductief toppunt van groen moralisme. Bij elk publiekelijk optreden van de Bouwmeester leek er bij Groen alweer een procentpunt stemmen in rook op te gaan.’ (8)

Kortom, het klimaatgekrakeel klinkt in de oren van veel burgers als de ouverture van een zware ronde inleveren.

De feiten spreken die volkse overtuiging niet tegen. In Frankrijk hebben zowel  François Hollande als Emmanuel Macron in naam van de ecologie fiscale lasten opgelegd – zoals de zgn. ‘Contribution climat énergie’ – die tot doel hebben de verlaging van de belastingen op bedrijfswinsten of de vermindering van de patronale bijdragen aan de sociale zekerheid te compenseren. (9)

De beweging van de Franse gele hesjes heeft een punt, zoveel is zeker! Een voorbeeld van bij ons. Europese CO2- heffingen zorgen ervoor dat de zware industrie hogere elektriciteitsfacturen krijgt aangerekend. Zet dat de metaalbedrijven en de petrochemie onder druk om hun uitstoot te verminderen, wat dus de bedoeling zou moeten zijn? Neen hoor, daar stak minister Schauvliege (CD&V) een stokje voor, om te voorkomen ‘dat investeringen wegtrekken uit Europa en dat men gaat investeren in gebieden met een minder sterk klimaatbeleid.’

En dus krijgen die bedrijven – ‘ter bescherming van onze concurrentiepositie’ – een financiële compensatie om zonder extra kosten door te kunnen gaan met vervuilend elektriciteitsverbruik. Zo kregen Total, Exxon Mobil en Arcelor in de periode 2014-2019 230 miljoen euro toegestopt. Met geld uit het Vlaamse Klimaatfonds! (10) Het expertendebat dat de Kamer op 5 november 2019 over de financiering van de deficits in de sociale zekerheid organiseerde, was ook revelerend: onder meer nieuwe belastingen, inclusief een CO2-taks, kwamen er ter sprake. (11)

Gele hesjes

Wie kan de werkende klassen ongelijkheid geven? ‘De kleine man’ leest ook de berichten dat de erfgenamen van de overleden magnaat Albert Frère een vermogen van 6,6 miljard euro binnenrijfden, en dankzij een ‘poepsimpel’ truukje (dixit fiscaal expert Michel Maus) 0 euro erfbelasting betalen. Hoewel de nazaten van Frère, als fiscale rechtvaardigheid zou bestaan en ze aan hetzelfde regime zouden worden onderworpen als u en ik 2,2 miljard euro zouden moeten betalen. (12)

Het is ook geen geheim dat bedrijven als Delhaize, ExxonMobil, Janssen Pharmaceutica of KBC miljarden euro winst voor belastingen laten optekenen, maar profiteren van een belastingtarief van 0 tot 1,5 procent. (13) De conclusie dat de werkende bevolking de putten moet vullen die het grootbedrijf achterlaat, ligt dan voor de hand.

Gevoelens van sociale rechtvaardigheid rebelleren tegen de mantra dat ‘iedereen zal moeten betalen’. Kan een bijdrage van gewone mensen rechtvaardig genoemd worden zolang ‘de 1 procent’ wegkomt met belastingfraude en -ontwijking op grote schaal, en bovenop gigantische vermogens zit die almaar aangroeien? Superrijken, die buitenproportioneel verantwoordelijk zijn voor de vervuiling waarvoor iedereen wordt uitgenodigd zijn beurs open te trekken?

Is het verdedigbaar dat gewone mensen voor hun jaarlijkse vliegtuigreis een zware koolstoftaks zouden moeten betalen, terwijl de 1 procent rijksten 20 procent van de vluchten voor hun rekening nemen (dikwijls dan nog met privéjets), en de rijkste 10 procent 50 procent van de vluchten? (14) Neen, en brede bevolkingslagen zien dat ook zo.  

De opstand van de Gele Hesjes in Frankrijk tegen de verhoging van de brandstofprijzen in naam van de ecologie toont aan dat ecologische maatregelen, willen ze een draagvlak krijgen, sociaal rechtvaardig moeten zijn. De zorg om het einde van de wereld te voorkomen moet innig verbonden worden met aandacht voor de zorg van mensen die het eind van de maand proberen te halen.

Het IPCC, dat de wereldgemeenschap van klimatologen omspant, zegt het zo: ‘er bestaat geen historisch precedent voor de omvang van de noodzakelijke transities, in het bijzonder [als die worden uitgevoerd] op een sociaal en economisch duurzame manier.’ (15) En hier komt het structureel onvermogen van onze progressieve partijen in beeld om die wantrouwige meerderheid in het klimaatkamp te krijgen.

Extinction Rebellion voert actie in Londen (Foto: CC BY 2.0 Alexander Savin)

Onmachtige groenen en sociaaldemocraten

Een sceptische meerderheid die niet met ‘betere communicatie’ (de panacee van de leiders van Groen en sp.a) over de streep kan worden getrokken. Een meerderheid die niet ongeïnteresseerd is, maar precies omdat ze bezorgd is en het gevoel heeft naar de keel te worden gegrepen, emotioneel-afwijzend reageert.

Vandaag zit de klimaatbeweging aan haar ‘sociologisch maximum’: ze bereikt een dynamische, luidruchtige minderheid, maar wel een minderheid

Denk aan de demonisering van Greta Thunberg en Anuna De Wever op social media, waarin alle frustraties en onbehagen worden geprojecteerd, alsof het rorschachvlekken zijn. Anuna en Greta: arrogante, drammerige wichten die jouw auto en jaarlijkse vliegvakantie willen afpakken. Ze zijn een sociaal construct van de wantrouwige meerderheid die een ontkenningsfase doormaakt. Een vijandbeeld dat helpt om die ontkenningsfase te legitimeren en te onderhouden. Socialemediaberichten die de rol van de mens in de klimaatverandering minimaliseren of uitsluiten hebden dezelfde ‘geruststellende’ functie. (16)

Tekenend in dat verband is wel dat het aandeel van mensen dat denkt dat de klimaatverandering een mythe is, dan wel wordt veroorzaakt door natuurlijke fenomenen, en niet door menselijke activiteit, de afgelopen twee decennia behoorlijk stabiel bleef, ondanks de explosie van media-artikels over de klimaatverandering: ongeveer 37 tot 40 procent in de VS, en 20 tot 25 procent in Frankrijk of bij ons. (17) Grote bevolkingslagen reageren afwijzend op elke suggestie dat ze zouden moeten meebetalen aan de klimaatfactuur. Een harde waarheid dringt zich op. Vandaag zit de klimaatbeweging aan haar ‘sociologisch maximum’: ze bereikt een dynamische, luidruchtige minderheid, maar wel een minderheid.

De sociaaldemocraten en groenen, ingekapseld in het bestel, kijken van dat epineuze probleem weg. Het broodnodige draagvlak voor een duurzame transitie verwerven vereist dat men die wantrouwige meerderheid over de streep trekt. Het vereist een perspectief waarbij men het geld haalt waar het zit: bij de fraudeurs (begroot op 30 miljard per jaar!), het grootbedrijf dat amper belastingen betaalt en de grote vermogens. Het zou de aandacht richten op de tientallen miljarden die het grootkapitaal elk jaar aan de schatkist ontzegt, en het Europees Parlement in een recent rapport ertoe brengt België een belastingparadijs te noemen. (18) 

Gezien het onvermogen van de chaotische marktwerking om een soepele, geplande transitie in de steigers te zetten, zou het ook de aandacht vestigen op de noodzaak om de centrale overheid de hefbomen in handen te geven om de noodzakelijke omslag te maken. Planning, nationalisaties en ‘marktverstoring’ ten voordele van duurzame bedrijven en sectoren zouden centraal komen te staan. Kortom, de remedie ernstig nemen zou sociaaldemocraten en groenen op ramkoers zetten met het neoliberale bestel, en hun salonfähigheid in gevaar brengen.

Hinken op één been

Er is nood aan een transitieprogramma dat de winst- en accumulatiegedreven verwoesting van mens en natuur stopt

Groenen en socaaldemocraten zijn niet voorbereid op zo’n ingrijpende switch. Door de lens van de klimaatcrisis bekeken lopen ze allebei op één been. Hun ideologie, traditie, personeelsselectie, organisatievorm en electoralisme zadelen hen op met een blikvernauwing.

De eersten focussen op ecologische aspecten, de tweeden op sociale vraagstukken, geheel volgens hun op verkiezingen afgestemde praktijk die hun potentiële electoraat heeft verkaveld in twee aparte niches: een stedelijke middenklasse die voor ‘het goede leven’ gaat aan de ene kant, en de arbeidersklasse aan de andere kant. Met bakfietsers versus biefstuksocialisten, hoogopgeleiden versus laagopgeleiden en jongeren versus gepensioneerden. Een blikvernauwing die hen drijft naar een focus op partiële thema’s, toegesneden op maat van hun doelniche. Een blikvernauwing die past in hun strategie om tevreden te zijn met deelname aan neoliberale regeringen met een sociaal of groen randje.

Afgemeten aan de broodnodige oplossingen zijn de programma’s en de strategie van de sociaaldemocratie en van de traditionele ecologisten compleet ontoereikend. De bittere vruchten kennen we. Elke nieuwe coalitie waarin sociaaldemocraten of groenen het vijfde wiel aan de neoliberale wagen zijn (met op de achtergrond ‘de geldmuur’: het financieel-economisch complex, dat niet regeert, maar heerst…), kost hen krediet, militanten, kiezers.

Groen mag vandaag dan wel de wind in de zeilen hebben, maar dat is maar zo omdat het politieke geheugen van de kiezer kort is. Remember de regeringsdeelname van Agalev aan Verhofstadt I (1999-2003): bij de eerstvolgende verkiezingen werden de groenen uit Kamer en Senaat geflikkerd. Van 12 zetels naar 0. Hetzelfde gebeurt overigens ook in het buitenland. In Nederland, Frankrijk en Duitsland, om maar de buurlanden te noemen, zijn de sociaaldemocraten veroordeeld tot een bestaan in de politieke marge. 

Een alternatief is mogelijk

Wie denkt nog vanaf de zijlijn te kunnen toekijken, vergist zich: een zijlijn is er vandaag niet meer

Wat vandaag nodig is, is een totaalaanpak, steunend op een synthese van de ecologische en socialistische paradigma’s. Dat moet resulteren in een transitieprogramma. Een programma dat de winst- en accumulatiegedreven verwoesting van mens en natuur stopt. Een programma dat ecologische bewogenheid en sociale rechtvaardigheid niet tegenover mekaar stelt, maar wederzijds versterkt.

Zo’n programma kan je niet aan een bureau uitwerken. Het vereist de expertise van tienduizenden mensen. Van spoorwegpersoneel dat ons vertelt hoe we de spoorwegen moeten transformeren tot een goedkoop, performant en fijnmazig vervoersnet. Van architecten, milieu-activisten en stadsplanners  die weten waar en hoe we het wonen kunnen verdichten. Van mobiliteitsexperts. Van personeel in de welzijnssector. Van fiscalisten die met voorstellen kunnen komen hoe we het belastingsstelsel rechtvaardiger kunnen maken, zodat we miljarden weghalen uit de vergeetput van ontwijking en fraude.

Kortom, een transitieprogramma dat van onderuit tot stand komt. Een programma uitgewerkt door vakbondsafdelingen, milieuorganisaties, fietsersbonden, ouderenverenigingen, sociaal-culturele verenigingen en de informele netwerken van de groene, sociaaldemocratische en christendemocratische mouvances… Een programma dat wordt omarmd door een front van onze progressieve partijen.

Zo’n gedragen programma kan wervend werken, want het komt niet uit de koker van enkele experts, maar van middenveldorganisaties, met wortels tot diep in onze stadswijken en dorpen. Zo’n programma biedt een perspectief op haalbaarheid, afdwingbaarheid – toch wanneer sp.a, Groen en PVDA een pact sluiten om hierrond de samenleving te mobiliseren en het te vertalen in beleid. Waar blijft die Staten-Generaal van het Klimaat en Sociale Rechtvaardigheid, om daarvan werk te maken?

De schreeuw van tienduizenden klimaatactivisten, van Youth For Climate en Génération Climat tot Extinction Rebellion en Code Rood, mag niet onbeantwoord blijven. Hun schreeuw is een echo van de planeet die kreunt, met opdrogende waterbassins, smeltende poolkappen, hittegolven, overstromingen en verwoestende orkanen.

Links, en ons syndicale, sociale en ecologische middenveld in het algemeen, vergist zich als men denkt dat we het ons kunnen permitteren te zwijgen. Te schuilen en te wachten op betere tijden. Zonder ingrijpen, zo voorspellen klimatologen, zullen tientallen miljoenen mensen uit de periferie een beter bestaan opzoeken, op de vlucht voor een ecocide die het laatkapitalisme heeft veroorzaakt. Tendenzen naar een ecodictatuur die ‘de gevaarlijke massa’s’ in bedwang wil zouden, ligt dan in de lijn der verwachtingen. Wie denkt nog vanaf de zijlijn te kunnen toekijken, vergist zich: een zijlijn is er vandaag niet meer.

 

 

Referenties

1. In de lente van 2019, in de aanloop naar de Europese verkiezingen, noemden de Europeanen de strijd tegen de klimaatverandering de vierde belangrijkste prioriteit van de campagne, even belangrijk als immigratie: Eurobarometer, in F. Gemenne en A. Rankovic, Atlas de l’Anthropocène, Presses de SciencesPo, Paris, 2019, p. 128.

2. ‘School, kennis, klimaat+ Enquête over de kennis en de bewustwording van leerlingen op het einde van het secundair onderwijs met betrekking tot de klimaatontregeling’, Oproep voor een Democratische School (OVDS), oktober 2019.

3. ‘Groen heeft klimaatwind in de zeilen, maar kostprijs wordt dé achilleshiel: weinig Vlamingen willen meer betalen’, Newsmonkey, 31 januari 2019; ‘Humo’s Grote Ecologie-Enquête: wat denkt de Vlaming echt over het klimaat, het milieu, Greta en Anuna?’, Humo, 19 november 2019.

4. Sign For My Future, ‘Enquête klimaatmaatregelen’, 17 mei 2019.

5. ‘Waarom u wakker moet liggen van ons klimaatbeleid’, De Standaard, 14 oktober 2017.

6. Yelter Bollen (Arbeid & Milieu) en Frank Vanaerschot (Fairfin), ‘Hoe financieren we de klimaattransitie? De rol van financiële regulering, monetair beleid en publieke banken.’, november 2019, p. 19.

7. T. Hens, ‘En wie zal dat betalen, die klimaattransitie?!’, MO*, 22/5/2019, en  ‘Wat kost een ambitieus klimaatbeleid? Gewoon doordoen zoals we nu bezig zijn, is het duurste’, Fairfin, 23 mei 2019. Volgens een studie in opdracht van het VBO bedraagt de kostprijs 25 tot 35 miljard euro, gespreid over de komende 10 jaar: ‘België heeft 35 miljard nodig voor klimaat’, De Tijd, 19 juni 2019.

8. ‘Oude politieke wijsheid: wie te graag gelijk heeft, is soms te weinig bezig met gelijk krijgen’, De Morgen, 22 juni 2019.

9. Zie hierover o.m. ‘Les MacronLeaks révèlent-ils que la taxe carbone visait à financer des baisses de cotisations patronales?’ Libération, 26 december 2018, en Juan Branco, Crépuscule, Points, Paris, 2019.

10. ‘197 miljoen euro uit Klimaatfonds voor energieslurpende bedrijven’, Apache, 31 januari 2019.

11. ‘Het gaat hier wel om een bijkomend gat van miljarden euro’, De Morgen, 6 november 2019.

12. ‘Staat loopt 2,2 miljard euro mis na overlijden Albert Frère’, Apache, 7 december 2018.

13. Marco Van Hees, ‘Belachelijk lage belastingtarieven’, oktober 2019. 

14. Cijfers voor Groot-Brittannië, in ‘1% of English residents take one-fifth of overseas flights, survey shows’, The Guardian, 25 september 2019.

15. IPCC Special Report, ‘Global Warming of 1.5°C’, 2018.

16. Over de invloed van klimaatsceptici op sociale media, zie A.M. Petersen, ‘Discrepancy in scientific authority and media visibility of climate change scientists and contrarians’, Nature, 13 augustus 2019.

17. Cijfers voor de periode 2001-2017 (VS) en 2009-2017 (Frankrijk), in F. Gemenne en A. Rankovic, Atlas de l’Anthropocène, Presses de SciencesPo, Paris, 2019, p. 129. Zie ook ‘Un quart des Français seraient climatosceptique’, National Geographic, 5 april 2019. Een recente enquête leert dat 41 procent van de ondervraagden de klimaatverandering ‘ een ondergeschikt luxeprobleem’ vindt: ‘Humo’s Grote Ecologie-Enquête: wat denkt de Vlaming echt over het klimaat, het milieu, Greta en Anuna?’, Humo, 19 november 2019.

18. ‘Tax crimes: special committee calls for a European financial police force’, 27/2/2019

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Ludo De Witte

Ludo De Witte is auteur van o.m. ‘Crisis in Kongo’ (1996), ‘De moord op Lumumba’ (1999) en ‘Huurlingen, geheim agenten en diplomaten’ (2014). Hij publiceerde ook ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op’ (2017) en ‘Wie is bang voor moslims?’ (2004).