Meer compensatie!

 Leestijd: 5 minuten0

Het is een schitterende zaterdag, en u bent uitgenodigd op een barbecue. De gastvrouw en -heer hebben een reputatie voor het organiseren van memorabele feestjes, met uitstekend eten en drinken en buitengewone versieringen in de tuin. Kortom, ze zullen er zoals altijd een hoop moeite en inspanning aan hebben besteed – het soort event waar u best wel wat geld zou voor overhebben. Maar dat doet u natuurlijk niet: u gaat bij aankomst bij het tuinfeest niet uw vrienden informeren dat u zopas 80 euro hebt overgeschreven op hun rekening. U arriveert, in plaats daarvan, met drie flessen prima wijn en een bos bloemen.

We blijken een sterk onderscheid te maken tussen onze interacties in het marktdomein, en die in het sociale domein. In het ene betalen we met geld in ruil voor goederen en diensten, en in het andere doen we dingen voor niks – zoals scheidsrechteren op de school van onze kinderen, of een collega helpen haar auto te fiksen – of we bewijzen een wederdienst. En nimmer zullen de twee elkaar ontmoeten. Toch?

Compensatie in internationale politiek

Ik dacht hieraan toen ik recent een intrigerende post las van econoom Bryan Caplan, waarin hij zich afvraagt waarom niet een politicus de simpelst mogelijke oplossing voor Brexit heeft gesuggereerd: laat het VK zijn uittreding uit de EU gewoon afkopen. Er is tenslotte al een financiële regeling, in spreektaal bekend als de “echtscheidingsrekening” – het geld dat het VK is verschuldigd voor het vereffenen van haar verplichtingen als EU-lidstaat. Die bedraagt naar schatting zo’n 42 miljard euro en dekt zaken als verbintenissen voor uitgavenposten na de uittredingsdatum en voor de pensioenen voor de Britse fonctionnaires. Nu is de belangrijkste reden waarom het huidige VK-EU uittredingsakkoord al drie keer overtuigend is weggestemd door de Britse parlementsleden de zogenaamde backstop – het protocol dat een open grens verzekert tussen Noord-Ierland en de Ierse republiek, in overeenstemming met het akkoord van Goede Vrijdag. Waarom zou het VK dan niet gewoon aan de EU kunnen vragen: “hoeveel moet het kosten om die backstop uit het akkoord te halen?“

Een zak geld voor uw backstop (foto: Marco Verch CC BY)

Heeft die backstop een prijs – voor beide zijden? Met andere woorden, zou de EU bereid zijn de backstop te laten vallen in ruil voor een geschikte compensatie van het VK, of zou het VK bereid zijn hem te aanvaarden als de EU geld op tafel zou leggen? In zekere zin bevindt de backstop zich in het ‘sociale’ domein, maar tussen landen in plaats van tussen mensen. Directe betalingen in cash (het ‘marktdomein’) tussen landen om een dispuut buiten het puur financiële op te lossen zijn erg ongewoon, zo niet onbestaand. Maar dat is niet voldoende reden om het zomaar af te wijzen.

Zoals prof. Caplan zegt: “Als dit om het even welke normale zakelijke deal was, dan zou dit voor de hand liggende pad op het tipje van de tong van elke Brexiteer liggen.” Als je bijvoorbeeld een bepaalde levering morgen nodig hebt, in plaats van volgens de normale 2-3 dagen levertijd, dan zal een extra betaling er meestal voor zorgen dat ze met spoed wordt volbracht. Maar natuurlijk weet prof. Caplan dat politiek niet is zoals de zakenwereld. Wie ook de nieuwe Britse premier wordt, het is onwaarschijnlijk dat hij dit plan zou overwegen. Caplan schrijft die onwil toe aan dwaze trots (“we laten ons niet omkopen!”) en wishful thinking (“natuurlijk zullen ze op onze eisen ingaan”).

Wettelijke basis

Compensatie over de grens tussen het sociale – en het marktdomein is echter niet zo ongebruikelijk. Naast de vanzelfsprekende compensatie voor materiële verliezen, hebben sommige landen ook wettelijke provisies voor het vergoeden van immateriële schade, die de economische situatie van het slachtoffer niet aantast. In België is dit de zogenaamde morele schade (zoals de genoegenschade die wordt ondervonden wanneer het slachtoffer bepaalde prettige activiteiten niet langer kan uitvoeren, of affectieschade, pijnen en smarten in verband met de dood of ernstige verwonding van een naaste).

Maar dit is nog steeds compensatie achteraf, bedoeld om reeds geleden schade te vergoeden. Zien we ze ook in werkelijk onderhandelde transacties vooraf? Eind vorige week schreef de Times het gebruik van geheimhoudingsovereenkomsten (non-disclosure agreements of NDA’s in het Engels) in een zaak van vermeende seksuele handtastelijkheden en aanranding. Twee vrouwen hadden substantiële sommen geld ontvangen als onderdeel van een minnelijke schikking, waarin ze ook hun aanklacht introkken en een NDA ondertekenden. Nu kan een deel van de compensatie best verband houden met de morele schade die de vrouwen zouden hebben geleden door de handelingen van de vermeende dader. Maar een ander deel heeft ongetwijfeld te maken met het niet inzetten van een procedure voor de arbeidsrechtbank: het illustreert wat het waard was voor de beschuldigde om een rechtszaak te vermijden, en wat het waard was voor de vrouwen om de zaak te laten vallen en te zwijgen tegen de media. (Men kan zich afvragen of NDA’s geëigend zijn in dit soort zaken, of zelfs of er een fundamenteel verschil is tussen dit soort situatie en chantage, maar dat is een andere discussie. Hier gaat het om vrijwillige transacties waarin de ene partij de andere compenseert voor het (niet) stellen van een bepaalde handeling.)

Compensatie onder het huiselijke dak

Zou dit soort onderhandelde compensatie nuttig kunnen zijn in andere contexten, zoals huishoudens? Dit zijn interessante samenwerkingsverbanden, met nogal wat inspanning die klaarblijkelijk zonder vergoeding gebeurt, vooral dan huiselijke taken. Die doet men doorgaans niet voor zijn plezier, en toch worden ze gedaan. Het mechanisme daarvoor is vaak een overeengekomen, min of meer evenwichtige taakverdeling (jij vult de vaatwasser, ik zet de vuilniszakken buiten). Alle leden van het gezin doen inspanningen die samengenomen de gemeenschap ten goede komen, en dat maakt specifieke compensatie onnodig. (Zakgeld voor de kinderen is typisch onvoorwaardelijk, en dus ook niet echt compensatie.)

Je partner betalen om mee te komen naar het Kerstgala van je werkgever lijkt, wel, een beetje raar.

Maar er komen best wel andere situaties voor in gezinnen waarin de ene persoon de lusten krijgt, en de andere de lasten. Beeld u bijvoorbeeld de ene partner in die de andere vergezelt naar een bedrijfsfeest, terwijl hij of zij veel liever thuis was gebleven met een goed boek, in plaats van de hele avond gemeenplaatsen uit te wisselen met vreemden. Of een ouder die week na week een van de kinderen naar de karateles moet brengen maar veel liever thuis naar een rechtstreekse voetbalwedstrijd zou kijken, enkel omdat Junior te lui is om de lekke band van haar fiets te herstellen.
Misschien gaan we er te gemakkelijk van uit dat zulke daden deel uitmaken van het impliciete sociale contract binnen een gezin, waarvoor de motivatie intrinsiek is (of moet zijn). Maar wat kunnen we werkelijk onvoorwaardelijk verwachten van anderen in een huishouden? Dit is een vraag die maar zelden wordt gesteld, of zelfs maar overwogen.

Zou u met genoegen meegaan met uw partner naar dit bedrijfsfeestje? (foto: Split The Kipper/CC BY)

Wellicht geloven we dat wederkerigheid in het algemeen alles oplost (“jij komt mee met mij naar mijn bedrijfsfeestje, en ik zal met jou meegaan wanneer je je ouders bezoekt”). Het probleem is dat, zelfs als dat zou werken (wat lang niet zeker is), dan nog zal de toekomstige wederdienst vaak te vaag en te veraf zijn om werkelijk het offer te compenseren dat nu, op dit moment, wordt gebracht. Soms kan het dan voelen alsof dat offer niet wordt gewaardeerd door de begunstigde, en als vanzelfsprekend beschouwd wordt.

Natuurlijk is financiële compensatie binnen een gezin niet direct de juiste aanpak. Je partner betalen om mee te komen naar het Kerstmisgala van je werkgever lijkt, wel, een beetje raar. Maar er is natuurlijk wel een impliciete markt binnen een gezin waarin gunsten, huistaken en meer algemeen tijd en inspanning kunnen worden verhandeld. Het is perfect mogelijk een geschikte compensatie af te spreken voor de persoon die het offer brengt.

En het mooie is dat je er, in nogal wat situaties, beide kanten mee uit kunt. Wat zou de ene partner willen om de andere te vergezellen? Of andersom, wat zou de andere partner willen om ermee in te stemmen alleen naar het bedrijfsfeestje te gaan? Zelfs in het geval van de luie tiener kun je je voorstellen dat de ouder er iets voor overheeft om zich niet langer moreel verplicht te voelen taxichauffeur te spelen.

Mocht u denken dat dit soort onderhandelingen en compensatie binnen een gezin toch wat onfatsoenlijk is, denk dan aan het bijzondere immateriële voordeel dat het kan opleveren. In een conventionele situatie, om nog even naar dat saaie bedrijfsfeestje terug te keren, is er altijd een miserabele, misschien wel rancuneuze partner: ofwel degene die verplicht wordt op haar of zijn eentje te verschijnen en een verhaaltje te verzinnen waarom, of degene die daar enkel zit onder morele dwang. Met een overeengekomen compensatie, niets van dat gedoe: dan verzin je met de glimlach een reden waarom je wederhelft er niet bij kon zijn, of het is een waar plezier de avond door te brengen in nietszeggende gesprekken met je partners collega’s. Geen lange gezichten en spijt achteraf de dagen nadien.

Het mag dan al niet werken in internationale politiek, maar een beetje diplomatisch opgezette compensatie kan zeer zeker bijdragen tot meer efficiëntie en een aangenamere sfeer onder het huiselijke dak.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.