‘Maak een einde aan de doofpotcultuur’

 Leestijd: 4 minuten1

Oud-rechter Walter De Smedt kaart de Belgische ‘doofpotcultuur’ aan. In de grote onderzoeken van de voorbije jaren, zoals het onderzoek naar de Bende van Nijvel, de zaak-Dutroux of Operatie Kelk in de Kerk, duikt de doofpot op. Het dossier wordt ‘discreet’ afgehandeld, slachtoffers staan in de kou, de media worden op een afstand gehouden en de stinkende potjes worden afgeschermd.

“Seksueel misbruik van kinderen door leden van de katholieke kerk is een eeuwenoud probleem. Het komt bovendien in alle werelddelen voor. Wat betreft Amerika zijn dergelijke zaken bekend onder meer in de Verenigde Staten, Canada, Chili, Argentinië en Brazilië. In Europa zijn gevallen van zedendelicten binnen de katholieke kerk gekend in onder andere België, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Italië, Polen en Tsjechië. Verder komt deze problematiek ook voor in Azië, Afrika en Oceanië.”

Voorgaande is geen losse bewering, maar de weergave van de masterproef ‘Pedofilie en Zedendelicten binnen de Katholieke Kerk(.pdf) van Lise Claes. Vraag is of het fenomeen overal op dezelfde wijze wordt benaderd. Hoe wordt er onderzocht en wat wordt er over ter kennis gebracht?

België: acht jaar onderzoek

De commissie die het seksueel misbruik in Australië onderzocht deed er vier jaar over en onthulde dat er 4.445 slachtoffers zich hadden aangemeld en er tussen 1980 en 2015 in 3.066 gevallen compensaties werden uitgekeerd.

Deze maand nog publiceerde de Grand Jury onder leiding van de procureur-generaal Josh Shapiro van de staat Pennsylvania een ruim 900 pagina’s tellende rapport over de verkrachtingen van kleine jongens en meisjes, waarvan kerkleiders en het Vaticaan op de hoogte waren, maar deze het seksueel misbruik tientallen jaren hadden stil gehouden. De Grand Jury deed twee jaar onderzoek in zes bisdommen.

In Ierland duurde de onderzoeken heel wat langer. In 2005 verscheen het eerste rapport. In 2009 kwam het rapport dat in opdracht van de Ierse regering door rechter Ryan werd gemaakt en in hetzelfde jaar verscheen het schokkend rapport-Murphy over de misbruiken in het aartsbisdom Dublin. Dat was vijftien jaar nadat de Ierse procureur-generaal Whelehan in 1994 weigerde de priester Brendan Smyth uit te leveren aan Noord-Ierland. Toen de Ierse premier Albert Reynolds de procureur-generaal bevorderde leidde dit zelfs tot de val van de regering.

In België duurt het onderzoek over de operatie Kelk, het dossier over de pedofilie in de Kerk, reeds acht jaar. Omdat het onderzoek zo traag vordert overweegt de advocaat van de slachtoffers nu om “een onderzoek naar het onderzoek” te vragen.

De Sint-Romboutskathedraal in Mechelen. Ook in het aartsbisdom Brussel-Mechelen stapten speurders van Operatie Kelk af. (Foto: Wikipedia / (cc) Ad Meskens)

De Sint-Romboutskathedraal in Mechelen. Ook in het aartsbisdom Brussel-Mechelen stapten speurders van Operatie Kelk af. (Foto: Wikipedia / (cc) Ad Meskens)

Onderzoek naar het onderzoek

Het is niet de eerste maal dat een advocaat van hetzelfde kantoor dergelijke overweging oppert: In 2017 vroeg meester Heymans in het bendedossier al de aanstelling van een extern expert en zou de justitieminister Koen Geens hebben toegezegd er de kosten van te zullen dragen.

In hetzelfde bendedossier werd overigens de techniek van “het onderzoek op het onderzoek” al tweemaal toegepast: twee parlementaire onderzoeken volgden elkaar op met als enig resultaat dat de verjaringstermijn voor de vervolging van de feiten werd verlengd.

Ook in de zaak-Dutroux werd dezelfde techniek aangewend: het “onderzoek op het onderzoek” Dutroux leverde een erg “aangepast” rapport op.

Recentelijk werd er nogmaals een soortgelijk “onderzoek op het onderzoek” gevoerd: de parlementaire onderzoekscommissie naar Kazachgate, het ontstaan en de toepassing van de wet op de uitgebreide minnelijke schikking, werd afgesloten met een nietszeggend rapport.

Omdat het onderzoek zo traag vordert overweegt de advocaat een onderzoek naar het onderzoek

Ook in de behandeling van de Operatie Kelk werd de techniek van het onderzoek op het onderzoek toegepast. De advocaat van kardinaal Daneels hield voor dat het onderzoek een fishing-operatie was, een niet toegelaten en te breed onderzoek. Op 24 oktober 2011 boog de Brusselse Kamer van Inbeschuldigingstelling zich voor de derde keer op een jaar tijd over de rechtsgeldigheid van Operatie Kelk. De zitting werd verwezen naar datum van 8 november 2011. Op 29 november 2011 kwam de uitspraak: de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling verklaarde de huiszoekingen en inbeslagnames bij kardinaal Danneels en het aartsbisdom nietig.

Op 6 december 2011 gingen de slachtoffers in cassatie.

Op 12 mei 2015 oordeelde het Hof van Cassatie uiteindelijk dat er in de Operatie Kelk geen gebreken waren zodat onderzoeksrechter Callewaert, die rechter De Troy opvolgde, het onderzoek kon verder zetten. Bleek echter dat enkele dagen voor de overdracht van het dossier aan rechter Callewaert er 445 processen-verbaal waren verdwenen.

Ook daarover werd door de procureur-generaal te Brussel een onderzoek gevoerd. Dit onderzoek duurde net geen vier jaar: op 3 juni 2015 deelde procureur-generaal Delmulle reeds mee dat het dossier geseponeerd was wegens “geen misdrijf”.

Doofpotcultuur

In een poging om de recente schandalen rond Publifin, Optima en Samusocial te omschrijven werd het begrip ‘graaicultuur‘ bedacht.

In de masterproef over het Belgisch pedofilieschandaal wordt het begrip ‘doofpotcultuur‘ gebruikt.

“Aansluitend bij de centrale onderzoeksvraag, wilden we nagaan of er sprake is (of was) van een zogenaamde ‘doofpotcultuur’. Dit blijkt alleszins in het verleden het geval te zijn geweest. Uit bezorgdheid voor de reputatie van de kerk probeerden leden van de katholieke gemeenschap zaken van seksueel misbruik ‘discreet’ af te handelen.

Doordat de belangen van de katholieke kerk op de eerste plaats kwamen, was er nauwelijks aandacht voor de slachtoffers. Dit werd onder meer vanuit het Vaticaan erkend en lijkt stilaan doorbroken te worden door de grote media-aandacht voor het onderwerp. We betwijfelen echter of deze ‘doofpotcultuur’ ook zonder aandacht van de media zou worden doorbroken.

Samenhangend met deze ‘doofpotcultuur’ is de vraag naar de verantwoordelijkheid van personen die op de hoogte waren van het misbruik. Door het systematisch toedekken van zaken van seksueel misbruik binnen de katholieke kerk kunnen personen die door eigen vaststelling of door melding van het slachtoffer op de hoogte waren van het misbruik van schuldig verzuim worden beschuldigd.

Hierbij aansluitend waarschuwen verschillende personen voor het gevaar van een ‘rotte appel-benadering’ waarbij seksueel misbruik binnen een organsatie als het probleem van een individu wordt gezien. Zij benadrukken dan ook het belang van aandacht voor ― de mand (de organisatie) waarin ‘de appel’ (het individu) kon ‘rot’ worden.”

Doofpotoperatie

Als je de verschillende onderzoeken over de grootste Belgische schandalen bekijkt – het bendeonderzoek, de zaak-Dutroux en het onderzoek over pedofilie in de Kerk – kan je zonder overdrijven van ‘een Belgische doofpotcultuur’ spreken. Opmerkelijk is dat deze techniek in de verschillende dossiers wordt aangewend en dat hierbij ook de vraag moet worden gesteld naar de houding van sommige gerechtelijke overheden.

Vooral de rol van de Brusselse procureur-generaal Delmulle, voorheen federaal procureur, is daarbij opvallend: zijn kennisgevingen over de bendeonderzoeken, in het Kazachgate-onderzoek, en in het pedofilie onderzoek zijn minimaal. In zijn herhaalde weigeringen verwijst hij steeds naar zijn plicht tot geheimhouding.

Maar daarbij vergeet deze hoge parketmagistraat dat de wet Franchimont de procureur de bevoegdheid geeft om inlichtingen te verstrekken over het lopend onderzoek wanneer het openbaar belang dat vereist. Dat is er net gekomen als gevolg van de disfuncties in het bendeonderzoek.

“Koen Geens, maak een einde aan deze cultuur en pas de vorige hervorming toe”

Is dat in al deze dossiers dan niet het geval? Is zijn mededeling over het seponering van het onderzoek over de verdwijning van 545 processen-verbaal in de Operatie Kelk – de mededeling dat er geen misdrijf voor handen is – wel in overeenstemming met het openbaar belang?

Ook deze feitelijkheid geeft elementen in het debat over het plan van de justitieminister om de onderzoeksrechter te vervangen door een onderzoeksmonopolie van de procureur. Ook dit plan staat in tegenstelling met een andere hervorming van de wet Franchimont: de opdracht aan de onderzoeksrechter om alle maatregelen te nemen die de rechtscolleges in staat moeten stellen om met kennis van zaken te oordelen. Dat is wat onderzoeksrechter De Troy met de Operatie Kelk deed: huiszoekingen naar mogelijke aanwijzingen van schuldig verzuim, naar een mogelijke doofpotoperatie binnen de Kerk.

Zijn er dan geen ernstige en samenlopende aanwijzingen van mogelijke doofpotoperaties en van het bestaan in dit land van een werkelijke ‘doofpotcultuur’? Als de huidige justitieminister, Koen Geens, een dienende maatregel wil bedenken, is er hier alvast een erg nuttige: maak een einde aan deze cultuur en pas de vorige hervorming, de wet Franchimont, toe.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P