Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Waarom het afschaffen van de onderzoeksrechter geen goed idee is

22 januari 2018 Walter De Smedt
Justitiepaleis, Brussel (Foto: (cc) Erasmushogeschool)
Justitiepaleis, Brussel (Foto: (cc) Erasmushogeschool)

Het college van de procureurs-generaal schreef er zelfs een nooit geziene brief over. Het college stelt dat de hervorming “onaanvaardbaar en onbetaalbaar” is en vraagt om “juridische rust”.

Wat moet de belangrijkste stakeholder, de burger, hiervan denken? Dat is wat de onderzoeksrechters ons voor houden: wij zijn er niet voor onszelf maar voor alle in een onderzoek betrokken partijen. Wat gaan onze parlementairen doen met het wetsvoorstel van meer dan 250 bladzijden?

Gaan zij het toelaten dat een dermate belangrijke hervorming, zoals al de andere, met een 'pot pourri' snel door het halfrond wordt gejaagd? Of komt er een breed en diepgaand debat waarin ook de advocatuur, de academische wereld en vooral de burger het woord mag nemen?

Opvattingen

Aan de oorsprong van de huidige problematiek ligt de grootste hervorming van de gehele maatschappij: de Franse Revolutie. Zowel de beroepsrechters als de procureurs werden toen afgeschaft.

Het Volk nam zelf zowel het vooronderzoek als de behandeling over de schuld en boete in eigen handen: alles gebeurde door een verkozen volksjury. In de Angelsaksische procedure, die op dezelfde Revolutie steunt, bleef de assisenjury, onbetwist de standaardprocedure ook voor mindere misdrijven.

Er werd echter een rechter bijgeplaatst om er voor te zorgen dat alles 'eerlijk' verloopt. Daarom zie je in elke Britse of Amerikaanse politiefilm dat alles nog verloopt zoals het aan de oorsprong was bedoeld: het volk beslist wat er moet gebeuren met medeburgers die misdrijven plegen.

Omdat deze procedure erg omslachtig was en er wel meer verkeerde koppen rolden, werden in het continentaal systeem, bij ons, al snel opnieuw beroepsrechters ingeschakeld. Enkel de zwaarste misdrijven werden nog door een assisenjury beoordeeld en de drie rechters die er bij gezet werden, beslisten ook mee over de straf.

Openbaarheid is de beste garantie en recht moet zichtbaar worden gedaan.

Voor de beoordeling van de andere misdrijven kwamen er opnieuw strafrechtbanken die enkel uit beroepsmagistraten bestaan. Dat er opnieuw beroepsrechters werden bijgehaald gebeurde evenwel niet zonder waarborgen die moesten beletten dat het terug rechters van de Koning  zouden worden. Daarom moet iedere rechter sindsdien onafhankelijk en onpartijdig zijn, en moet de behandeling op de zitting ook openbaar gebeuren. Openbaarheid is de beste garantie en recht moet zichtbaar worden gedaan.

Buiten de samenstelling van de rechtbank, assisenjury of beroepsrechters, is er ook een ander belangrijk verschil tussen de twee systemen: de rol van het openbaar ministerie is erg verschillend.

Het Angelsaksisch systeem steunt op een klacht, het onderzoek wordt er door de politie gevoerd, en op de zitting treden advocaten op als vertegenwoordigers van de Kroon.

Bij ons kan zowel de burger als het Openbaar Ministerie zorgen voor de vervolging: de procureur doet het beroepshalve als vertegenwoordiger van de maatschappij, maar ook de burger kan door een rechtstreekse dagvaarding de strafrechter rechtstreeks aanspreken of door een burgerlijke partijstelling een onderzoek door een rechter in gang zetten.

Onderzoek

Iedere behandeling in openbare zitting voor ofwel een assisenjury of een strafrechter wordt voorafgegaan door een 'voorlopig' vooronderzoek. En ook daar zijn de twee systemen erg verschillend. In het Angelsaksisch systeem doet de politie het vooronderzoek en komt een rechter enkel tussen wanneer grondwettelijk gewaarborgde rechten worden geschonden, in welk geval de rechter enkel daarover beslist zonder zelf onderzoek te doen.

Maar in de behandeling voor assisen hebben alle partijen dezelfde rechten, is er een volkomen wapengelijkheid: de verdediging kan er een cross-examination houden en zelf voor een onderzoek zorgen.

Bij ons moest aanvankelijk elk onderzoek onder de leiding en het gezag van een rechter, een onderzoeksrechter, gebeuren. Dat vooronderzoek was ook maar voorlopig en werd definitief hernomen in een openbaar en tegensprekelijk proces voor de strafrechter.

De rol van de procureur was beperkt tot de opsporing van de misdrijven en hij was ook verplicht om te vervolgen: alles werd door een rechter onderzocht én beoordeeld. Ook de opdracht van de politie was beperkt: verplicht aangeven van de misdrijven bij de procureur en uitvoeren van de door deze of de onderzoeksrechter gegeven opdrachten.

Evolutie

Waar in het Angelsaksisch systeem omzeggens alles ongewijzigd bleef, is ons systeem onafgebroken een onderwerp van hervorming geworden. Door deze evolutie loopt één rode draad: de steeds verder gaande beperking van de opdracht van de rechter en de systematische uitbreiding van de bevoegdheden van de procureur.

Uit de mogelijkheid om een zaak te laten verjaren, ontstond het recht van de procureur om niet te vervolgen, uit zijn hoedanigheid als officier van gerechtelijke politie ontstond, naast het onderzoek door de onderzoeksrechter, het opsporingsonderzoek door de procureur.

Aanvankelijk gaf dat geen reden tot aanvaringen tussen de twee vormen van onderzoek: de procureur onderzocht enkel de mindere misdrijven. En tegen het sepot, het zonder gevolg laten van een zaak, kon de burger opkomen door rechtstreeks te dagvaarden of zich bij de rechter burgerlijke partij te stellen.

Revolutie

De onderzoeksrechter is een rechter en daardoor geheel onafhankelijk en onpartijdig. Een procureur is dat niet: hij is een procespartij en hij staat onder het gezag van de justitieminister.

Om te begrijpen waar het addertje onder het gras zit, moet op een ander element worden gewezen. De onderzoeksrechter is een rechter en daardoor geheel onafhankelijk en onpartijdig. Een procureur is dat niet: hij is een procespartij en hij staat onder het gezag van de justitieminister.

Dit gezag is de laatste jaren erg toegenomen omdat het strafrechtelijk beleid, het bepalen van wat in de vervolging prioritair is, niet langer uit de rechtspraak, uit het geheel van de rechterlijke uitspraken volgt maar het nu de wettelijke opdracht van de justitieminister is geworden.

Een rechter is niet gebonden door wat de minister wil, een procureur is wél verplicht het beleid van de justitieminister uit te voeren. Daarom is het ook belangrijk naar de bevoegheidsuitbreidingen van de procureur te kijken: hij kan nu zelf onderzoeken, vervolgen of seponeren, en hij kan zijn beslissingen steunen op  'oportuniteitsredenen' en die moeten in overeenstemming zijn met het beleid van de justitieminister.

Dat het openbaar ministerie, de procureur, onafhankelijk is in de beoordeling van de vervolging moet daarom ook gerelativeerd worden. Het geldt voor zover hij het beleid van de minister volgt.

Waar voorgaande wijzigingen als een evolutie kunnen worden beschreven, kwam er recentelijk een wettelijke ingreep die als een revolutie kan worden gezien. Door de afkoopwet werden de bevoegdheden van de procureur nogmaals uitgebreid, ditmaal ten koste van de rol van de strafrechter.

De procureur kon nu ook door met de verdachte een minnelijke schikking te maken, de behandeling door een strafrechter verhinderen. En ook deze schikking kon worden beoordeeld door een opportuniteitsoverweging: de strafrechter werd vervangen door de procureur, het vonnis door een opportuniteitsoverweging.

brussel
Het Brussels justitiepaleis (Foto: Erasmushogeschool)

Beletsels

Door voorgaande evoluties en de recente revolutie verkreeg de procureur een zeer uitgebreide bevoegdheid: opsporen en vervolgen, seponeren of schikken, al of niet voorleggen aan de rechter.

De vraag of hij dan niet beter ook het gehele vooronderzoek zou overnemen lag dan ook geheel in de verwachtingen van het gevoerde beleid. Wat het politieke beleid wil, is echter in een democratische rechtsstaat niet voldoende.

Er zijn immers ook andere vragen die moeten worden beantwoord. Is dat wel maatschappelijk verantwoord, en laat de grondwet en de supranationale regelgeving het wél toe?

Over de eerste vraag werd herhaald parlementair onderzoek gedaan. De eerste Bendecommissie stelde vast dat één van de oorzaken van de disfuncties lag in het overwicht van het parket op de onderzoekspistes en de onderzoeksstrategie, en daarom de piste van extreem-rechts werd doorkruist door deze van 'Les zozo's', de gekke criminelen.

Het Dutrouxonderzoek toonde wat voordien het onderzoek François reeds duidelijk had aangegeven: als er geen daadwerkelijk rechterlijk toezicht op is loopt het vooronderzoek uit de hand en is er een risico dat, zoals in de zaak François, de politie aan de verkeerde kant gaat staan.

De nog lopende Kazachgate bevestigde de vaststelling dat het uitvoeren van het politiek beleid zonder extern toezicht tot de meest verregaande disfuncties kan leiden.

Hadden de in het Dutrouxonderzoek voor de onderzoeksrechter geheim gehouden observaties door de rijkswacht tot doel het veronderstelde netwerk op heterdaad te kunnen vatten? En werden daardoor de kinderen niet tijdig bevrijd?

De nog lopende Kazachgate, bevestigde de vaststelling dat het uitvoeren van het politiek beleid zonder extern toezicht tot de meest verregaande disfuncties kan leiden. Hoge parketmagistraten schonden de wet en werden lobbyisten die in het geheim tussenkwamen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.

De tweede vraag werd intussen ook meermaals door het Grondwettelijk Hof beantwoord: de afkoopwet werd afgekeurd omdat deze niet voldoet aan de vereisten van het eerlijk proces, de afschaffing van het assisenproces werd vernietigd en de recente bevoegdheidsverschuivingen van de onderzoeksrechter naar de procureur over de schending van de rechten van de persoon en van de woonst eveneens.

Hervorming

De afschaffing van de onderzoeksrechter is slechts één van de vele ingrepen van een bepaald politiek beleid dat tot doel heeft de scheiding der machten te ondergraven ten voordele van de eigen macht.

De afschaffing van de onderzoeksrechter is dus geen alleenstaande maatregel maar slechts één van de vele ingrepen van een reeds lang aan de gang zijnde actie van een bepaald politiek beleid dat tot doel heeft langs de uitbreiding van de opdrachten en bevoegdheden van een onder versterkt ministerieel gezag geplaatst parket, tegen de grondwettelijke en supranationale dwingende bepalingen over de opdrachten en bevoegdheden van de rechter in, de scheiding der machten te ondergraven ten voordele van de eigen macht.

Er zijn ook twee andere vaststellingen die aan de voorgaande moeten worden toegevoegd. Vooreerst is er het feit dat het parket tot nu toe deze evolutie en zelfs de revolutie heeft gesteund en er zelfs de gangmaker was van geworden.

Het openbaar ministerie heeft de verzelfstandigde en geheime politierecherche bij wijze van parallelle politieoperatie toegelaten omdat het dacht daar een eigen bevoegdheidsuitbreiding door te verkrijgen.

De parlementaire onderzoeken hebben aangetoond dat daardoor de werking van de staat op het hoogste niveau ernstig werd aangetast. Nu krijgt het parket daardoor het deksel op de eigen neus.

Zowel door de uitspraken van het Grondwettelijk Hof als door de academische experten in het wetsvoorstel in aanmerking genomen grondwettelijke en supranationale vereisten voor een overdracht van de rol van de onderzoeksrechter aan een rechter van het onderzoek.

Bovendien moet het parket nu ook toegeven dat het zijn voorgehouden onafhankelijkheid én zijn vat op de verstandige politierecherche dreigt te verliezen. De brief van het college van procureurs-generaal zegt het duidelijk en onomwonden: onaanvaardbaar.

De burger

In deze hervorming worden niet alleen de strafrechter en de onderzoeksrechter maar ook de burger uit de procedure gezet. Vooreerst gebeurde dat door de afschaffing van assisen. Nu komt daar de afschaffing van de burgerlijke partijstelling, het recht van de burger om een strafonderzoek in gang te zetten, bij.

Een gerechtelijk onderzoek geeft heel wat meer mogelijkheden om aan de eerste vereiste van een gerechtelijke beoordeling te voldoen: het ontdekken van de waarheid.

Dat deze actie door een burgerlijke procedure kan vervangen worden is overigens onjuist. Een gerechtelijk onderzoek geeft heel wat meer mogelijkheden om aan de eerste vereiste van een gerechtelijke beoordeling te voldoen: het ontdekken van de waarheid.

Dat het daardoor sneller zou gaan en minder zou kosten, is evenmin waar: twee procedures in plaats van één. Het is een herhaling van dezelfde foutieve bewering als dat een minnelijke schikking sneller en goedkoper is dan een gerechtelijk onderzoek. Dat werd onderuit gehaald door een interne en vertrouwelijk gehouden bevraging binnen het parket.

Wat de burger nog het minst beseft, is dat de gehele justitiehervorming niet enkel een fundamentele wijziging uitmaakt in de gerechtelijke procedures maar het ook een erg doortastende verandering brengt in het gehele maatschappijbeeld.

Niet enkel de Rechtsstaat maar ook de Welvaartstaat wordt er grondig door aangetast. Beide steunen immers op meerdere grote principes die wij als de voornaamste meerwaarde van onze Westerse maatschappij beschouwen: de gelijkheid onder alle burgers, de eerbiediging van zijn de rechten en de opdrachten en bevoegdheden van de rechter als onafhankelijke en onpartijdige waarborg ter bescherming van deze fundamentele waarden.

Daardoor overstijgt deze justitiehervorming ook alle parlementaire onderzoeken die over de disfuncties in de huidige maatschappij worden gehouden: indien de twee hoofdkenmerken van deze hervorming, enerzijds de ontwijking en vervanging van de rechter en de uitsluiting van de burger, en anderzijds de 'vercommercialisering' van de procedures ten voordele van de 'wakkeren' en ten nadele van de 'zwakkeren' wordt doorgezet, hebben alle federale, gewestelijke en gemeentelijke vaststellingen van steeds dezelfde disfuncties geen enkel nut.

Als je het allemaal op een rijtje zet,  komt zelfs de vraag die ook in het Bendeonderzoek opnieuw het hoofd opsteekt naar voor: de ontwrichting van de staat kan ook zonder geweld gebeuren, en daarin speelt het andere facet van het strafgerecht een rol.

Want het strafgerecht is de sterke arm waardoor zowel de bestaande maatschappelijke orde kan beschermd worden als het een instrument kan zijn om een nieuwe af te dwingen.

Dat maakt dat alle parlementaire onderzoeken toch een nut hebben: onze vertegenwoordigers kunnen niet voorhouden “het niet geweten te hebben”.

LEES OOK