Is de invloed van de media zo ingrijpend als De Wever beweert?

 Leestijd: 3 minuten2

CD&V voorzitter Wouter Beke bleef in Terzake voorzichtig met kritiek op Spanje: hij verwees naar de scheiding der machten. N-VA voorzitter Bart De Wever gaf een andere mening: “Iemand die geen vlieg kwaad doet, die alleen maar een opinie uit, zit in de gevangenis. Als je dan nog niet kan zeggen dat dit een dictatuur van slechte wetten is, ben je je aan het verstoppen.”

Walter De Smedt

Bart De Wever waarschuwde ook voor het gevaar van ‘trial by media’ in de zaak rond mediafiguur Bart De Pauw. “Het publiek is daarbij rechter, waarbij wij onze duim naar boven of onder moeten richten. Dat is zeer ingrijpend. Komt hier een tweede kans? Dit is zeer wrang “, zo zei hij in De Afspraak op Vrijdag, op Canvas.

Mediamacht

Is de invloed van de media zo ingrijpend als De Wever beweert? En is hij zelf dan voorzichtig om de duim niet naar boven of onder te steken? Apache bekeek het aan de hand van cijfers: “Bovendien blijft de N-VA-voorzitter met voorsprong de politicus die de krantenkolommen beheerst. Wel lijkt het erop dat de tijd waarin zowat elke uitspraak van Bart De Wever goed was voor een spervuur aan krantenartikelen, politieke reacties en opiniestukken, stilaan achter ons ligt”, klonk het in het eerste deel van een tweeluik over de mediamacht van De Wever.

Sinds Tom Cochez op 3 mei 2016 het media optreden van De Wever uitbeende, heeft de Antwerpse burgemeester de neerdalende curve opnieuw omgebogen: hij is niet uit de media te krijgen. Dat komt niet alleen omdat je erg veel tijd verliest door van Antwerpen naar het parlement in Brussel te rijden waar hij heel wat minder aanwezig is. Bart De Wever weet zeer goed hoe hij zich van de media kan bedienen wanneer het hem goed uitkomt. Vandaar dat hij waarschuwt voor wanneer dat niet het geval is: luister naar mijn woorden maar kijk niet naar mijn daden.

Woorden

De Wever kent ook zeer goed de kracht van het woord en hoe je daarmee de publieke opinie op het verkeerde been kan zetten.

De Wever kent ook zeer goed de kracht van het woord en hoe je daarmee de publieke opinie op het verkeerde been kan zetten. Hij zegt vertrouwen te hebben in de Belgische rechter die moet oordelen over de uitlevering van de afgezette Catalaanse leider Carles Puigdemont en vier van zijn ministers, én in de Spaanse rechters.

Tegelijk betreurt hij dat deze zaak door het gerecht beslecht wordt: “Ik ben gechoqueerd dat iemand dat nog durft tegenspreken”, aldus De Wever. “Hier is toch duidelijk sprake van een verdrukker en iemand die in de gevangenis zit. Als je ministers in een rechtsstaat voor rebellie laat vervolgen omdat ze een opinie hebben geuit, is dat niet conform de fundamentele rechten die wij in Europa gewoon achten.”

In één adem zegt hij het één en tegelijk het tegendeel: hij vertrouwt de rechters maar betreurt dat zij moeten oordelen. Op die wijze kan je ook de lezer in verwarring brengen. Rebellie is enkel de uiting van een opinie en daarvoor iemand in de gevangenis steken kan volgens de fundamentele rechten niet.

Daden

Het gehele mediaoptreden van de verschillende N-VA prominenten steunt op één grote verwarring. Het uiten van een vrije mening is evenwel niet hetzelfde als stellen van strafbare daden. Dat is ook, gelukkig, het verschil tussen de N-VA en de Catalaanse separatisten.

De Wever en de zijnen houden het bij een vrije meningsuiting. De Catalaanse separatisten stelden in Spanje strafbare daden: het houden van een niet legaal referendum en het uitroepen van de onafhankelijkheid werden daarom door het Grondwettelijk Hof vernietigd.

Maar ook in ons land zijn dergelijke daden strafbaar. Hier noemt rebellie “samenspanning van ambtenaren”. Wanneer personen of lichamen die met enig gedeelte van het openbaar gezag bekleed zijn, maatregelen die in strijd zijn met de wetten of met koninklijke besluiten, hebben beraamd, hetzij op een bijeenkomst van die personen of die lichamen, hetzij door het zenden van afgevaardigden of van mededelingen aan elkaar, is de straf gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.

De schuldigen kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van de rechten. Het gaat hier om de bescherming van de democratische rechtsstaat ook tegen geweldloos verzet, en daarbij moet het nagestreefde doel niet eens zijn bereikt.

Trial by media

Ook de waarschuwing voor ‘Trial by Media’ is als het mes waarvan De Wever de twee kanten heeft geslepen. Hoe groot is zijn vertrouwen in de rechters die hij voordien afmaakte als “wereldvreemde wezens”?

De Wever noemde Apache een lasterlijk medium en zijn ex-kabinetschef spande een proces in voor de publicaties over de praktijken in de Antwerpse immobiliënwereld. Dat ook de media voorzichtig moeten zijn en onderzoeksjournalisten een deontologie moeten volgen kan niemand tegenspreken.

En opnieuw blijkt hoe De Wever met een gespleten tong spreekt: gelden de door hem aangehaalde Europese fundamentele rechten dan niet voor het medium dat gemaakt is om de vrije meningsuiting mogelijk te maken?

En opnieuw blijkt hierbij hoe De Wever met een gespleten tong spreekt: gelden de door hem aangehaalde Europese fundamentele rechten dan niet voor het medium dat gemaakt is om de vrije meningsuiting mogelijk te maken?

Ook hier moet de verwarring worden opgemerkt. De media moeten niet veroordelen, dat is de opdracht van de rechter. Of de media in de plaats van de openbare aanklager mogen gaan staan, vooral wanneer die, minstens ogenschijnlijk, zijn ambtelijke opdracht vergeet, is een andere vraag.

De media moeten opletten niet in de plaats van de rechter te gaan zitten, mogen de opdracht van de openbare aanklager aanvullen door gedegen onderzoeksjournalistiek, maar moeten evenzeer aandachtig zijn wanneer een politieker het medium gebruikt om door verwarring anderen te veroordelen.

Het antwoord wordt door de dagelijkse werkelijkheid gegeven: alle voortdurende grote schandalen, gaande van Publifin, over de Kazachgate, om nog niet van de ‘Papers’ te spreken, zijn het gevolg van goede onderzoeksjournalistiek. En ook in het bendeonderzoek hebben recente revelaties het verjarend dossier opnieuw op de voorgrond gebracht.

De media moeten opletten niet in de plaats van de rechter te gaan zitten, mogen de opdracht van de openbare aanklager aanvullen door gedegen onderzoeksjournalistiek, maar moeten evenzeer aandachtig zijn wanneer een politieker het medium gebruikt om door verwarring anderen te veroordelen.

Het is deze opzettelijke verwarring die van het Poujadisme, waarbij het ongenoegen van een deel van de bevolking aangewend werd om de schuld te leggen bij het bestaande politieke systeem, een gevaarlijke stroming maakt.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P