Het klimaatakkoord in tijden van populisme

 Leestijd: 7 minuten0

Rond vier uur in de ochtend van woensdag 9 november 2016 volgde ik zoals velen met een mengeling van ongerustheid en ongeloof het binnenkomen van de resultaten van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ik was niet omwille van die reden zo vroeg opgestaan, maar wel om mijn vlucht naar Marrakech te halen om daar de volgende tien dagen deel te nemen aan de 22ste klimaatconferentie van de Verenigde Naties.

Toen ik daar aankwam, was het absurde en het ‘ondenkbare’ een feit: niet Hillary Clinton maar Donald Trump is de nieuwe president van de Verenigde Staten. De sfeer op de conferentie veranderde in een vreemde mengeling van verbijstering, kwaadheid en gelatenheid. Op diezelfde dag stelde de World Meteorological Organisation op de conferentie het rapport voor dat de mogelijke nefaste gevolgen van de Amerikaanse presidentsverkiezingen nog eens scherper stelde: het WMO meldde dat de periode 2011-2015 qua wereldgemiddelde de warmste vijfjarige periode ooit gemeten was, met 2015 zelf het warmste jaar ooit, gevolgd door 2014.

Al dan niet gestimuleerd door deze trend had het optimisme waarmee iedereen vorig jaar de historische klimaatconferentie in Parijs verliet zich in het voorbije jaar geconsolideerd: na gezamenlijke ondertekening van het akkoord van Parijs gingen meer en meer VN-lidstaten over tot ‘ratificatie’, wat neerkomt op het voorleggen van een concreet actieplan.

Op 5 oktober ratificeerde de Europese Unie het akkoord, en daarmee werd de noodzakelijke drempel overschreden om het akkoord van kracht te laten worden. 55 lidstaten die het VN kaderverdrag rond klimaatverandering van 1992 onderschrijven en die samen 55 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen vertegenwoordigen, verklaarden zich bereid om vrijwillig bij te dragen aan het gemeenschappelijke doel: klimaatverandering zodanig in toom houden dat de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde beperkt blijft tot 2°C en tegelijk te streven naar een beperking tot 1,5°C. Op 4 november, dertig dagen na dit historisch moment en vier dagen vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen, werd het akkoord officeel van kracht. De vreugde heeft vier dagen geduurd.

Donald Trump (Foto: Flickr CC © Gage Skidmore)

Donald Trump (Foto: Flickr CC © Gage Skidmore)

Meer stemmen, geen president

Hoe het in de VS zover kon komen, is ondertussen al ontelbare keren verklaard en becommentarieerd, en de analyses en tegenanalyses zullen nog lang blijven verschijnen. Eerst is er natuurlijk het specifieke van het Amerikaanse kiessysteem dat het mogelijk maakt dat een kandidaat die de meeste stemmen krijgt toch geen president wordt. Clinton won ‘the popular vote’, maar een gedetailleerde analyse toont aan dat Trump zijn overwinning te danken heeft aan minieme winst in enkele cruciale staten die, omwille van het systeem, hem een ruime meerderheid aan kiesmannen opleverde: van de in totaal 120 miljoen uitgebrachte stemmen hebben 107.000 stemmen van drie staten uiteindelijk de verkiezingsuitslag bepaald.

Echter, een vergelijking van de ‘popular vote’ van de laatste drie verkiezingen toont ook dat het aantal Republikeinse kiezers in 2008, 2012 en 2016 telkens constant gebleven is terwijl er ongeveer 10 miljoen Democratische kiezers die in 2008 voor Obama stemden, nu thuis gebleven zijn.

Maar analyses gaan ook en vooral over dieper liggende oorzaken. Er waren de schandalen en de acties van Wikileaks en de FBI, maar volgens Naomi Klein is de essentiele oorzaak het neoliberalisme, meer bepaald zoals het in dit geval vertegenwoordigd wordt door de Clinton dynastie. Anderen wijten het aan de media die een ‘wretched, ignorant, dangerous part-time clown and fulltime sociopath’ zoals Trump (dixit Michael Moore) een fulltime podium gaven. En dan zijn er natuurlijk de über-analisten die stellen dat niemand behalve zij dit zagen aankomen, of dat het onze eigen fout is, omdat we te veel op Facebook zitten, of als hersenloze consumenten mee dat neoliberalisme in stand houden.

Wat systematisch ontbreekt in de analyses zijn bedenkingen over onze methode van democratie zelf. Niet over het specifieke van het Amerikaanse systeem, maar over de moderne methode van democratie ‘als beschaafd conflict’ op basis van partijpolitiek, verkiezingen en soevereiniteit van de natiestaat. In de reeks Occupy Reflection Space heb ik uitgebreid geargumenteerd waarom die methode niet meer in staat is om de complexiteit van onze sociale problemen te vatten. Ze veroorzaakt polarisatie en laat niet alleen populisme en ideologisch gedreven eigenbelang (van de partij, van de natiestaat) toe, maar stimuleert het ook. Het is verbijsterend te moeten vaststellen dat de Amerikaanse politiek – en in zekere mate dus ook de wereldpolitiek – afhangt van een dergelijk onstabiel systeem dat eenvoudig manipuleerbaar is en vatbaar is voor toeval.

‘Wij gaan door, ondanks Trump’

Op de klimaatconferentie leidde de Amerikaanse verkiezingsuitslag tot absurde situaties. De officiële VS-delegatie was natuurlijk uitgestuurd door de Obama-administratie. Ze heeft geen verantwoording af te leggen aan Trump, maar mocht ook geen officiële uitspraken doen over hoe de verkiezingen de positie van de VS ten opzichte van het akkoord van Parijs zullen beïnvloeden. Niet dat ze dat zeker zou weten…

Ik sprak iemand van USAID, de Amerikaanse overheidsorganisatie die assistentie verleent aan landen over de hele wereld op het gebied van economische en sociale ontwikkeling, armoedebestrijding en humanitaire zaken. Ze bevestigde me dat er onder vertegenwoordigers van Amerikaanse ngo’s en van de overheid nu vooral onzekerheid en verwarring heerst. Met de nationalistische en protectionistische agenda van de nieuwe president in gedachten is de kans groot dat ze volgend jaar haar job kwijt is en dat USAID niet meer bestaat. Ondanks dit alles gingen de activiteiten van de Amerikaanse delegatie in Marrakech gewoon door zoals gepland.

Een serie workshops getiteld ‘Nationally Determined Contributions Leadership Compact’ bracht sprekers van de VS en van een aantal ontwikkelingslanden samen rond de vraag hoe landen krachten kunnen bundelen om klimaatverandering tegen te gaan. Geen van hen bracht de Trump-factor ter sprake.

Dat heeft niet noodzakelijk met een absurde vorm van ontkenning te maken. Er is veel oprecht optimisme, niet alleen bij meer activistisch ingestelde groepen en individuen, maar ook bij de privésector. Natuurlijk is de eerste interesse van deze sector zakendoen, maar in gesprekken met enkele vertegenwoordigers van de United States Council for International Business merkte ik ook bij hen een vreemd soort van ‘activisme’: “Wij gaan door, ondanks Trump”. De Amerikaanse zakenwereld is van plan om te blijven zoeken naar mogelijkheden om via internationale publiek-private ‘partnerschappen’ marktgerichte projecten op te zetten die kunnen bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering. Het klinkt bijna triviaal, maar ook de zakenwereld kan bezorgd zijn over klimaatverandering en de gevolgen daarvan.

De president beslist alleen

Het is momenteel niet duidelijk of en hoe Trump zijn ‘verkiezingsbelofte’ – zo snel mogelijk uit het akkoord van Parijs stappen – zal waarmaken. Hij kan de beslissing alleen nemen, zonder goedkeuring van de Senaat (niet dat een passage via de Senaat een probleem zou zijn, gezien de Republikeinse meerderheid). De procedure om eruit te stappen, zoals voorzien in het akkoord van Parijs zelf, duurt drie jaar, wat betekent dat er ondertussen nog veel kan gebeuren.

De ironie is dat Trump’s mogelijkheid om enkel via een ‘executive decision’ (de president die alleen beslist) uit het akkoord te stappen door de Obama-administratie gecreëerd werd. Tijdens de onderhandelingen in Parijs heeft de Amerikaanse delegatie voorwaarden verkregen die het Obama mogelijk maakten om het akkoord ‘alleen’ te ondertekenen, zonder goedkeuring van de Senaat. Die voorwaarden waren dat het akkoord vaag genoeg bleef over financiering en dat er geen Amerikaanse wetgeving zou moeten gewijzigd worden. Het was toen de enige mogelijkheid om de VS mee aan boord te krijgen en dus het globale akkoord mogelijk te maken.

Ondertussen heeft Trump Myron Ebell, een ontkenner van door de mens veroorzaakte klimaatverandering, aangesteld als hervormer van het Environmental Protection Agency (EPA), en de oliemiljardair Harold Hamm als zijn belangrijkste adviseur voor energiebeleid. Volgens Noam Chomsky zijn het gewoon twee verdere stappen in een Republikeins programma dat ons recht naar de afgrond leidt.

In Marrakech stelde John Kerry dat hij er alles aan zal doen om de VS in het akkoord van Parijs te houden en riep hij Trump en zijn administratie op om de bevindingen van de klimaatwetenschappers ernstig te nemen. Hij benadrukte dat ‘niemand het recht heeft om beslissingen te nemen die miljarden mensen raken, enkel en alleen maar op basis van een ideologie zonder wetenschappelijke grond’.

Diezelfde dag had de VS net voor de eerste maal in de geschiedenis een gedetailleerd ambitieus plan voorgesteld voor een drastische terugdringing van haar CO2-uitstoot tegen 2050. Nadat de VS jarenlang weigerachtig had gestaan ten opzichte van elke vorm van concreet engagement, had dit plan een historische mijlpaal voor de globale klimaatonderhandelingen kunnen worden.

Name and blame

Op vrijdag 18 november eindigde de conferentie in een sfeer van ‘pragmatisch optimisme’, al zou men ook kunnen spreken van een globaal gevoel van ontkenning of van een vlucht vooruit. Voorlopig heeft nog geen enkele andere VN-lidstaat laten uitschijnen dat ze eventueel Trump’s voorbeeld zou willen volgen.

Integendeel, alle delegaties (inbegrepen de Amerikaanse) schaarden zich achter de Marrakech Action Proclamation For Our Climate And Sustainable Development. Die verklaring is niet meer dan een unanieme ‘herbevestiging’ van het akkoord van Parijs, en hoewel dat op zich goed nieuws is, mogen we natuurlijk niet vergeten wat het akkoord in werkelijkheid is: een gezamenlijke verklaring van alle landen om, elk ‘volgens hun eigen mogelijkheden’, vrijwillig bij te dragen tot het aanpakken van klimaatverandering.

Dat klinkt heel vrijblijvend, maar omdat bindende akkoorden al helemaal niet meer realistisch lijken, rekent de VN sinds Parijs op een soort van ‘name and blame’-strategie: landen doen mee, niet alleen omdat er economische belangen mee gemoeid zijn, maar ook omdat niet meedoen het land imagoschade ten opzichte van de andere lidstaten zou kunnen opleveren. De Amerikaanse presidentsverkiezingen tonen aan hoe zwak een dergelijke strategie kan zijn.

Deliberatieve democratie

Wat kunnen we dan doen? In Marrakech werd een rapport voorgesteld dat volgens mij het belangrijkste is voor de lange termijn, maar dat op de conferentie en in de media nauwelijks aandacht kreeg: UNESCO stelde het Global Education Monitoring Report 2016 voor en gaf aan dat ‘kritisch denken’ voor elke mens een fundamentele bekwaamheid is, nodig voor het garanderen van duurzame ontwikkeling.

Waar UNESCO niet bij stilstaat (althans niet in het rapport) is dat die bekwaamheid enkel zin heeft als ze kan ingezet worden in en voor democratie, en dat ze niet tot haar recht komt als burgers enkel kunnen stemmen. Dat was ook het besluit van De subversieve kracht van solidariteit, de tekst waarmee ik mijn reeks over een noodzakelijke alternatieve vorm van democratie beëindigde. Het argument is dat deliberatieve democratie als overlegmethode – bevrijd van partijpolitiek en georganiseerde manipulatie vanuit de markt, en met een grondige inperking van de soevereine macht van natiestaten – de enige methode is die op lange termijn effectief betekenisvolle grenzen aan de werking van onze markteconomie zal kunnen stellen, klimaatverandering en armoede kan aanpakken, en een eerlijker en efficiënter systeem van sociale zekerheid en belastingen zal kunnen verwezenlijken.

Maar ik heb ook gezegd dat we realistisch moeten zijn, in eerste instantie omdat nieuwe vormen van politiek noodzakelijkerwijs moeten ingevoerd worden door politici die liever blijven opereren in de oude vormen van politiek. En ook omdat de mogelijkheid van een ‘nieuwe wereldorde’, met een inperking van de macht van de natiestaat en sterkere ‘transnationale’ instituten in de rol van globale bemiddelaar, verder weg lijkt dan ooit.

Daarom zei ik ook dat we subversief-solidair moeten samenspannen om, met het oog op de toekomst, dé basismethode voor gezamenlijke zingeving in onze samenleving te hervormen: het onderwijs. De reden is simpel: de mogelijkheid van politieke hervorming start bij het inspireren van mensen die op termijn die hervorming mogelijk kunnen maken. En omdat ze dat samen zullen moeten doen, elk vanuit hun positie waarin hun levenspad hen zal brengen, moeten we hen nu in de dialoog betrekken op het moment dat ze nog ‘samen zijn’: op school en aan de universiteit.

We moeten onze kinderen en jongeren bevrijden van de dogma’s van al die zelfgenoegzame, angstige en conformistische volwassenen en hen betrekken bij de dialoog over hoe de wereld werkt en in elkaar zit. We moeten hen het recht geven om zelf verantwoordelijk te worden in de samenleving, en dat betekent dat we hen in eerste instantie het recht moeten geven om zich te ontwikkelen als (zelf-)kritische, empathische en tolerante wereldburgers. Zo kunnen we het op termijn de populisten en de profiteurs zeer lastig maken en kan wie dat wil echt mee nadenken en mee debatteren, in het belang van het klimaat, en van ons welzijn in het algemeen.

 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Gaston Meskens

Gaston Meskens is kernfysicus, filosofisch activist en kunstenaar. Als onderzoeker in de moraalfilosofie bij de Universiteit Gent werkt hij rond het begrip van duurzame ontwikkeling vanuit het perspectief van mensenrechten. Hij is ook medeoprichter van de Science and Technology Studies onderzoeksgroep van het Studiecentrum voor Kernenergie. Die groep bestudeert risico-inherente technologie vanuit het perspectief van sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling. Hij is ook lid van de stuurgroep die op de VN-klimaatconferenties de globale wetenschappelijke wereld vertegenwoordigt.