Hoe zakenadvocaten de wet bepalen

 Leestijd: 4 minuten1

Er is een groot verschil tussen zakenadvocaten en advocaten waarop wij allen vroeg of laat beroep doen om ons bij te staan wanneer we onze rechten moeten verdedigen. Ze verschillen zowel in denk- en handelswijze als in werkterrein.

Of het om een commerciële, burgerlijke of strafrechtelijke zaak gaat maakt weinig uit. Wij doen beroep op de rechtsbijstand van een advocaat wanneer een geschil voor de rechter wordt gebracht of het zover dreigt te komen. Daarbij wordt gedacht in termen van de geldende wet en gehandeld volgens voorgeschreven procedures en deontologische regels. Er is ook toezicht door de rechter en de uiteindelijke beslechting gebeurt volgens de regels van het eerlijk proces: na een openbaar en tegensprekelijk debat door een gemotiveerd vonnis.

De doorsnee burger stapt niet naar een zakenadvocaat. Het cliënteel van dergelijk kantoor situeert zich bij de grote firma’s, de zaken handelen veelal om financieel erg belangrijke dossiers. Een zakenadvocaat wacht ook niet tot een dossier voor de rechtbank komt: hij denkt vooruit in termen van hoe hij de zaak kan sturen, de rechtbank kan vermeden worden, er tussen partijen een compromis kan worden gevonden. Wanneer het om echt grote zaken gaat, komt hij reeds tussen om de bestaande wet vroegtijdig te ontwijken of deze naar het belang van de cliënt te wijzigen.

Deze tussenkomst is de afgelopen decennia een fenomeen geworden: ministeriële kabinetten doen beroep op zakenkantoren bij de voorbereiding van een wetsvoorstel of bij de voorbereiding van een contract. Bij de bespreking van het wetsvoorstel in het parlement worden de zakenadvocaten, waarvan een aantal ook professor is, als expert gehoord. En wanneer nadien de intussen gestemde wet moet toegepast worden, zetten dezelfde zakenadvocaten een andere pet op om, als het dan toch voor de rechtbank moet worden beslecht, veelal een ander discours te voeren.

De actieve tussenkomst van zakenadvocaten in de gehele processus van het politiek beleid, de voorbereiding en de formulering van de wetten, heeft niet alleen zijn stempel gedrukt op de wijze waarop het één en het ander gebeurt maar heeft ook inhoudelijk grote gevolgen gehad: de andere denk- en handelswijze en het andere werkterrein is in de aldus bekomen wetten duidelijk merkbaar.

De wet op de verruimde minnelijke schikking, de afkoopwet genoemd, illustreert volkomen het fenomeen. De wet werd gemaakt op vraag van het cliënteel van en voorbereid met de bijstand van zakenkantoren. Vennoten van die kantoren traden bij de parlementaire besprekingen op als expert. En dezelfde advocaten verdedigden in de grote fraudedossiers dezelfde cliënten, en wijzigden daarbij hun discours door te beweren dat wat zij aan de parlementairen hadden voorgehouden, de noodzaak van schulderkenning, niet meer nodig was: handig maar niet integer.

Transparantie: voorwaarde voor vertrouwen

In een proces voor de strafrechter worden alle partijen gehoord in een openbaar debat. Daardoor weet ook de gewone burger wat de procureur heeft gevorderd en wat de verdediging en de benadeelde daarop hebben ingebracht. En ook de uitspraak van de rechter gebeurt in het openbaar en met een verplichte motivering. Deze voorzieningen zijn niet gemaakt ter volksvermaak. Openbaarheid is de beste garantie voor behoorlijkheid en geeft het volk waar het recht op heeft: transparantie is de voorwaarde voor vertrouwen.

Een minnelijke schikking wordt tussen de procespartijen en in een achterkamertje gemaakt. Indien de rechter er geen daadwerkelijk toezicht kan op uitoefenen en dit niet door een openbaar debat gebeurt, zijn de voornaamste waarborgen voor behoorlijkheid en geloofwaardigheid niet langer aanwezig: dan staat de poort voor misbruiken wagenwijd open.

Aanschouwelijk: Stel je voor dat de Optima-affaire zou worden afgesloten door een vertrouwelijk akkoord tussen de procureur en de verdachten, waardoor de zaak niet meer voor de strafrechter kan worden gebracht, er geen openbaar debat over kan gevoerd worden en de burger niet weet hoe het uiteindelijk allemaal is afgelopen.

Nochtans worden er dagelijks dergelijke schikkingen gemaakt, waarvan de burger niets weet, en alleen maar kan vermoeden wat het gevolg ervan is: daarom wordt de kloof steeds groter.

Iedereen gelijk voor de wet?

De tussenkomst van zakenadvocaten is dermate belangrijk geworden dat zij nu ook de codificatie van gehele wetboeken beheersen. De vorige herzieningen van de strafprocedure gebeurde niet op advies van een zakenkantoor. Toen werd beroep gedaan op een koninklijk commissaris, een hoge magistraat-professor, of een door een strafpleiter-professor voorgezeten gemengde commissie.

Het door de commissie Franchimont voorgebrachte advies trachtte de knelpunten in de bestaande procedure weg te nemen door een betere omschrijving van de opdrachten en bevoegdheden van de in de gerechtelijke actie betrokken actoren, het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter, en de verdediging. Het doel van het geheel was de behandeling voor de strafrechter doelmatiger en naar de vereisten van het eerlijk proces te laten verlopen.

Het huidige politiek beleid heeft volkomen gebroken met deze opvatting en heeft resoluut de denkwijze, de handelswijze en het werkterrein van de zakenadvocaat gekozen. Er wordt niet langer bedacht hoe de gerechtelijke actie in strafzaken kan verbeterd worden, zodat de behandeling voor en door de strafrechter doelmatiger en behoorlijker kan worden.

De behandeling door de rechter wordt zoveel mogelijk vermeden door er externe wijzen van afdoening (gasboetes) of een tussen procespartijen gemaakt akkoord (minnelijke schikking) voor in de plaats te stellen. Door depenalisering, alternatieve wijzen van sanctionering (enkelband), en zelfs herziening van de strafbaarheid verdwijnt ook het meest indringende kenmerk van wat eens strafrecht was, de voor iedereen gelijke bestraffing van misdrijven, om plaats te maken voor aan de status van de verdachte aangepaste wijze van vooral geldelijke sanctionering.

(Foto: Shutterstock (c) Aquarimage)

(Foto: Shutterstock (c) Aquarimage)

Vooropgesteld belang

Het resultaat van het nieuwe politieke beleid in strafzaken is het logisch gevolg van wie het beheerst: de zakenadvocatuur. Vraag is evenwel of deze richting wel de juiste is en of daardoor op behoorlijke wijze kan beantwoord worden aan de noden van deze tijd.

Op de eerste vraag werd door het Grondwettelijk Hof in een uitspraak over de afkoopwet een duidelijk antwoord gegeven: een schending van onze grondwet, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, en van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

De tweede vraag is in meerdere dossiers nog in behandeling: is een vertrouwelijke minnelijke schikking buiten de strafrechter om een goede oplossing voor dossiers als Optima of Arco? Meer algemeen: is de door de zakenadvocaten bedachte, bekomen en toegepaste wetgeving een behoorlijk antwoord om de disfuncties van de bankencrisis, de corruptie en de belastingsfraude aan te pakken?

Indien niet, doet het politieke beleid er goed aan om afstand te nemen van de denk- en handelswijze van de zakenadvocaat om de behandeling van wat maatschappelijk moet bestraft worden opnieuw op het werkterrein van de strafrechter te brengen. Het is maar wat je wil en voor wie je het wil: als je de belangen van het grote kapitaal vooropstelt, moet je het beleid aan een zakenadvocaat geven; als je de belangen van de burger wil benaarstigen vraag je best opnieuw advies aan wie daar dichter bij staat: zijn vertegenwoordiger, zijn verdediger en zijn rechter.

Vormelijkheden als het ontslag uit een zakenkantoor of het vervreemden van de aandelen daarin zijn eerbaar. Maar het zijn maar vormelijkheden die in geen enkele mate beletten dat op dezelfde wijze zou worden gedacht en gehandeld als voordien het geval was.

 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P