De subversieve kracht van solidariteit (1)

 Leestijd: 7 minuten2

Kunnen we de essentie van de tijdsgeest vatten? Van klimaatverandering over de vluchtelingencrisis tot terrorisme: is er één idee waarmee we de malaises en horror van deze tijd in verband kunnen brengen? En is er vervolgens een idee dat een uitweg biedt? In de reeks Occupy Reflection Space zijn we toe aan het zevende deel en is het tijd voor een simpele stelling: het antwoord op bovenstaande vragen is driemaal ja, en alles zit vervat in de nood aan een nieuwe visie op solidariteit en in het mogelijk maken ervan.

Eerst terug naar onze systeemkritiek. In de eerste zes teksten van deze reeks heb ik de redenering uitgewerkt waarom onze huidige methoden van ‘democratie als beschaafd conflict’, ‘objectieve wetenschap’ en ‘vrije markt’ zowel afzonderlijk als samen niet in staat zijn om de complexiteit van onze maatschappelijke problemen op een vertrouwenwekkende en efficiënte manier aan te pakken en dit omdat ze, als voorbijgestreefde erfenissen van de moderniteit, zogezegd zelfregulerend werken maar in de praktijk eerder zelfbedienende strategieën van populisme, polarisatie, conformisme en profitisme stimuleren. Ook onze moderne benadering van onderwijs, nauw gefocust op het klaarstomen van jongeren voor ‘functies’ beschikbaar op de ‘arbeidsmarkt’ en conformistisch in haar tolerantie van de invloed van religie, is niet meer aangepast aan deze tijd, en blijft leerlingen en studenten afleveren met een te smalle blik op zichzelf, de ander en de wereld. Vooral het probleem van de democratie wordt op dit moment op een schrijnende manier geïllustreerd door de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Politiek als strategisch conflict tussen partijen en met de inbreng van de burger gereduceerd tot het uitbrengen van een stem is sowieso al een belediging voor die burger, maar verglijdt hier tot de meest simplistische vorm denkbaar. En dat voor een natie die hoe dan ook mee de wereldpolitiek bepaalt. De ééndimensionale manier waarop ook de ‘kwaliteitsmedia’ meegaan in deze personencultus en debiele en geldverslindende wedstrijd van populariteit is typisch voor deze tijd. Kansen en flaters van kandidaten worden Idool-gewijs druk becommentarieerd, maar kritiek op het primitieve van het systeem zelf, en op de manier waarop het de aanpak van onze maatschappelijke uitdagingen verhindert in plaats van vooruit helpt, is grotendeels afwezig.

De kritiek op de methode van democratie heb ik zelf in de tekst Weg met de democratie (als onbeschaafd conflict) voorgesteld en uitgebreid beargumenteerd. Vervolgens formuleerde ik in Democratie als dialoog – een denkoefening mijn visie op deliberatieve democratie als democratie die omwille van haar methode vertrouwen wekt, en stelde ik een mogelijke praktische interpretatie ervan voor. Maar een praktische interpretatie is niet voldoende, want de mogelijkheid van politieke toenadering en van overleg dat in staat zou zijn om de complexiteit van onze maatschappelijke problemen aan te pakken en daarbij op basis van haar methode vertrouwen te wekken, zit niet alleen vervat in een praktische ‘doenbaarheid’, maar ook en vooral in een gezamenlijke visie op het leven en het samenleven nodig om dat soort toenadering en overleg in de praktijk mogelijk te maken. En om die visie te schetsen moeten we niet alleen kritisch kijken naar de manier waarop onze politiek, wetenschap, markt en onderwijs werken maar dienen we eerst ook één idee over onze samenleving kritisch onder de loep nemen dat volgens mij een heldere kijk op het feit van globaliserig, complexiteit en superdiversiteit verhindert.

Belgium , Brussels, Mar. 22, 2016 - Tribute to the victims of the terrorist attacks of Brussels in center town la bourse Reporters / Polet Reporters / POLET

Beursplein Brussel, 22 maart 2016 (Foto: Reporters (c) Polet)

Wij zijn geen conflict

Dat idee, dat ons van kleins af aan subtiel of minder subtiel meegegeven wordt, is het idee dat we nu eenmaal ‘pragmatisch’ moeten aanvaarden dat onze samenleving, bijna als een ‘natuurtoestand’, altijd een samenleving van conflict zal zijn. Het idee leeft bij veel mensen en bepaalt vandaag het publieke discours, en het wordt ook systematisch vanuit de academie geformuleerd: de dominante visie in de hedendaagse politieke filosofie is dat ‘onze samenlevingen worden gekenmerkt door een veelheid aan onverenigbare levensbeschouwingen’ (Geenens and Tinnevelt 2007, 27), dat ‘verdeeldheid tussen mensen niet kan overstegen worden’ (Mouffe 2013, XIV) en zelfs dat ‘een maatschappij niet zonder onenigheid kan bestaan’ (Terpstra 2012, 27).

Vanuit deze visie wordt democratie gezien als een ‘beschaafde’ manier om met die ‘onvermijdelijke’ onenigheid om te gaan. In de tekst Democratie als dialoog – een denkoefening werd die visie in vraag gesteld vanuit het begrip complexiteit. Kort herhaald: er is geen enkele reden om aan te nemen dat er in een samenleving ‘spontaan’ collectief gedeelde levensbeschouwingen zouden ontstaan die dan eventueel in conflict met andere zouden zijn. Elke collectief gedeelde mening, als dusdanig erkend door hen die ze delen, is op zich een politieke constructie rond een bepaald belang en kan dus evengoed samen met de situatie waarin ze ontstaat weer verdwijnen. Belangrijk is om te kijken naar de reden waarom en de manier waarop die mening tot stand komt en als politieke constructie rond dat belang gehandhaafd wordt.

Natuurlijk kunnen mensen verschillende en evenwaardige meningen hebben over zaken van algemeen belang, maar alles hangt af van hoe we ons daar rond organiseren. Het algemeen aanvaarde idee is dat historisch ontstane constructies zoals politieke partijen, religieuze organisaties en natiestaten elk op hun manier bepaalde collectief gedeelde levensbeschouwingen of belangen vertegenwoordigen en bijgevolg verdedigen tegen andere die daarmee ‘in conflict’ zouden zijn. Echter, als we vandaag globalisering, complexiteit en superdiversiteit als feiten aanvaarden kunnen we niet anders dan vaststellen dat die politieke partijen, religieuze organisaties en natiestaten vandaag de mogelijkheid tot toenadering en overleg eerder ondermijnen dan faciliteren, en kunnen we evengoed zeggen dat ze door hun bestaan en werking de conflicten gewoon zelf creëren. We kunnen natuurlijk niet uit de geschiedenis stappen, maar moesten we, gegeven de wereld waarin we vandaag leven, ‘vanaf nul’ kunnen nadenken over hoe we ons in die wereld best zouden kunnen organiseren zodanig dat ieders belang gerespecteerd wordt, dan is de kans zeer klein dat we daarvoor politieke partijen, religieuze organisaties en natiestaten zouden bedenken zoals we ze nu kennen.

Weg met links en rechts

Ook het traditionele onderscheid tussen ‘links’ en ‘rechts’ dient in die zin kritisch bekeken te worden. Het verdedigen van de waarde van solidariteit bij het organiseren van onze samenleving is traditioneel altijd een zaak van ‘links’ geweest, in de zin dat links als beweging ‘ontstaat’ daar waar voor de zwakkere moet worden opgekomen en correcties aan ‘het systeem’ moeten worden doorgevoerd om die zwakkere te beschermen of een stem te geven. Het is daarbij belangrijk om die zwakkere niet te zien als iemand met beperkte kansen ‘vanuit zichzelf’, maar als iemand met beperkte kansen omwille van de omgeving waarin zij/hij leeft. We kennen die interpretatie van solidariteit als historische ontwikkeling (emancipatie van vrouwen en arbeiders) maar ook als politieke vorm (het idee van verzet tegen elitaire zelfbedienende macht).

Links en rechts hanteren vandaag elk hun eigen begrip van solidariteit, en het verschil zit hem in de visie op de ‘maatschappelijke orde’ en op de rechten en plichten in die orde. Links begrijpt solidariteit als ‘eerst rechten dan plichten’ voor iedereen die slachtoffer is van de politieke en economische orde en rechts ziet solidariteit als ‘eerst plichten dan rechten’ voor iedereen die de politieke en economische orde verstoort. Ze hanteren daarbij ook hun eigen interpretatie van de conflictmaatschappij. Voor rechts is het de permanente bedreiging van ‘onze orde’, voor links gaat het over een hedendaagse versie van de klassenstrijd in die orde. Maar rechts vindt haar begrip van orde en solidariteit ‘realistisch’ en dat van links niet. Rechts stelt ‘dat we in moeilijke tijden leven en moeten besparen, en dat iedereen moet bijdragen’ maar relativeert die ‘iedereen’ meteen door te zeggen dat ‘in een welvaartstaat het geld van ergens moet komen en dat daarom de economie als motor van die welvaartstaat maximale vrijheid moet krijgen’.

Rechts is in principe ook ‘tolerant’, maar dan wel vanuit het perspectief dat de identiteit, integriteit en veiligheid van ‘ons volk’ niet mag ‘bedreigd’ worden door anarchisten, migranten of stromen vluchtelingen, of door kunstenaars of intellectuelen die zich interessant willen maken door die identiteit in vraag te stellen. Het is vanuit dit perspectief dat we kunnen begrijpen waarom en hoe het populistische verhaal van rechts in de recente politieke geschiedenis tot electoraal succes heeft geleid: het volstaat gewoon om te zeggen dat ‘onze’ hardwerkende en deftige mensen het moeilijk hebben en gefrustreerd zijn om dan het verhaal over ‘onze orde’ te koppelen aan een identificatie en stigmatisering van de profiteurs en saboteurs die die orde verstoren. De opkomst van rechts in die recente politieke geschiedenis ging samen met de analyse dat links ‘in een crisis zit’, zogezegd ‘een coherent verhaal mist’ en ‘aan herbezinning toe is’. Typisch daarbij is dat deze analyse niet vanuit rechts komt maar telkens door links zelf geformuleerd wordt, en dat links eigenlijk de enige ideologie is die aan zelfreflectie doet (ooit al eens een academisch of politiek congres geweten waar rechts zich bezint over de betekenis van rechts?).

Het feit van de globalisering, de complexiteit en de superdiversiteit leert ons echter dat een maatschappijvisie die wil ingaan tegen de simpele realpolitik van rechts onmogelijk zelf een simpel verhaal kan zijn. De rechtse politiek-conservatieve en economisch-liberale orde is een strategische vereenvoudiging van de complexiteit van het huidige samenleven. In de politieke stellingname probeer links vandaag vergeefs een alternatief te formuleren dat in zijn eenvoud even aantrekkelijk zou zijn maar houdt daar beter mee op. Er is geen simpele theorie van solidariteit en maatschappelijke orde meer. Vanuit dit perspectief is het dan ook duidelijk dat het geen zin meer heeft om te spreken in termen van links en rechts, maar dat we ons moeten engageren in een ideologisch denken dat niet blijft steken in stellingname binnen een conflictmodel.

Er is nood aan een nieuwe visie op solidariteit

Van Afghanistan over België tot Zimbabwe, elk kind wordt vandaag standaard opgevoed en opgeleid in het conflictdenken. De polarisaties ‘sociaal versus liberaal’, ‘vrijheid versus verantwoordelijkheid’ en ‘rechten versus plichten’ zijn er niet gekomen omwille van het bestaan van collectieve identiteiten en hun onvermijdelijke en onverenigbare meningsverschillen in de samenleving, maar wel door de simplistisch-strategische interpretaties van die waarden, identiteiten en meningsverschillen die momenteel het samenleven en het politieke debat daarover verpesten.

Het comfort van die polarisatie is kenmerkend voor een maatschappij die vandaag niet alleen wordt verstoord door het fundamentalisme maar ook wordt geregeerd door de pseudotolerantie. De gefrustreerde en bange fundamentalist vernietigt iedereen die anders is, en de gefrustreerde en bange verlichte geest preekt pluralisme, maar dan op basis van een pseudotolerantie die niet zozeer bouwt op respect voor de visie van de ander, maar die vooral dient om die van zichzelf te beschermen. De inherente contradictie in het dominante beeld van onze samenleving is totaal: we beweren te streven naar globale rechtvaardigheid en sociaal en economisch welzijn voor iedereen, maar dan wel vanuit het idee dat we ‘pragmatisch’ moeten aanvaarden dat we nu eenmaal leven in een wereld die functioneert volgens de strategieën van conflict, competitie en zelfbehoud.

En daarom hebben we nood aan een nieuwe visie op solidariteit. We hebben een solidariteit nodig die, als manier van samenleven, niet alleen vertrekt van de waardigheid en gelijkwaardigheid van elke mens, maar die ook het feit van de globalisering, de complexiteit en de superdiversiteit erkent. Rekening houdend met de vorige bedenkingen streeft die solidariteit naar een vorm van democratisch overleg die, in plaats van onze samenleving a priori als inherent conflictueus te zien, gewoon vertrekt vanuit het complexe van het samenleven en van ‘de zaken zelf’.

Het is een solidariteit die, als mentaliteit en beweging, rekening houdt met stellingnames rond complexe sociale problemen maar die weigert om het strategische spel mee te spelen. Net zoals bij geefpleinen, voedselbedeling en collectieve ecologische moestuinen wordt haar directe actie gedreven door het inzicht dat het anders moet en kan. Als mentaliteit en beweging kan ze alternatieven voor die voorbijgestreefde erfenissen van de moderniteit voorstellen en bespreekbaar maken, maar omdat die oude systemen van politiek, wetenschap, markt en onderwijs vandaag nog steeds de agenda bepalen en die nieuwe solidariteit eerder verhinderen dan mogelijk maken zal ze zich daar eerst tegen moeten verzetten. Op het einde van deze reeks komen we daar op terug.

Op 28 april deel 2: verhalen over verbondenheid, betrokkenheid en kwetsbaarheid

Referenties: Geenens, Raf, and Ronald Tinnevelt. 2007. De Stem Van Het Volk. Lannoo Uitgeverij, Mouffe, Chantal. 2013. Agonistics: Thinking The World Politically. 1 edition. London ; New York: Verso &Terpstra, Martin. 2012. Onenigheid En Gemeenschap – Basisboek Politieke Filosofie. Boom.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Gaston Meskens

Gaston Meskens is kernfysicus, filosofisch activist en kunstenaar. Als onderzoeker in de moraalfilosofie bij de Universiteit Gent werkt hij rond het begrip van duurzame ontwikkeling vanuit het perspectief van mensenrechten. Hij is ook medeoprichter van de Science and Technology Studies onderzoeksgroep van het Studiecentrum voor Kernenergie. Die groep bestudeert risico-inherente technologie vanuit het perspectief van sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling. Hij is ook lid van de stuurgroep die op de VN-klimaatconferenties de globale wetenschappelijke wereld vertegenwoordigt.