De overheidsschuld zou de helft kleiner kunnen zijn

6

Artikel 123 van het verdrag van Lissabon bevestigt het verbod voor lidstaten van de EU om rechtstreeks geld te lenen bij de Europese Centrale Bank. Deze maatregel heeft een omvangrijk begrotingstekort veroorzaakt. Alleen in België al had men 186 miljard euro aan interestvoeten kunnen besparen op 20 jaar tijd.

Olivier Bonfond

Olivier Bonfond

Sinds de ondertekening van het verdrag van Maastricht in 1992 hebben de staten niet meer de mogelijkheid geld bij hun eigen centrale bank te ontlenen. Zij kunnen dat evenmin bij de Europese Centrale Bank doen. Om hun tekorten te compenseren moeten ze dus geld gaan lenen op de financiële markten. Meestal gebeurt dit bij beleggingsfondsen en dat zijn doorgaans private banken. Dit verbod om rechtstreeks geld te lenen bij de ECB, bevestigt door artikel 123 van het Verdrag van Lissabon heeft een enorme financiële meerkost veroorzaakt voor de openbare financiën van de lidstaten van Europa en van de eurozone in het bijzonder.

Het is verboden aan de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van lidstaten, leningen toe te staan of elke andere vorm van krediet aan instellingen, organen of organismes van de E.U., aan centrale administraties of regionale en lokale besturen. De rechtstreekse overname door de ECB of door Nationale Centrale Banken, van de instrumenten van hun staatsschuld is eveneens verboden (artikel 123 Van het Verdrag van Lissabon – 2007)

Naamloos

De bovenstaande grafiek toont hoe de staatsschuld er zou uitzien sinds 1992 indien de overheid exact dezelfde geldhoeveelheid zou geleend hebben zonder staatsobligaties te verkopen op de financiële markten. De blauwe curve toont de evolutie aan van de schuld zoals ze zich heeft voorgedaan, dankzij de uitgifte van staatsobligaties aan institutionele beleggers. De paarse curve (3de laatste van beneden) laat zien hoe de schuld er zou uitzien indien de Belgische staat haar tekorten zou gefinancierd hebben via leningen bij de Nationale Bank van België met een rentevoet die met inflatie zou gelijk gesteld worden. In dat geval zou de Belgische staatsschuld 50 % kleiner zijn dan vandaag het geval is en zouden we 186 miljard euro bespaard hebben aan afbetalingen, en dit op 20 jaar tijd.

Laten we een andere voorbeeld nemen. Indien de Belgische staat bij de ECB geld zou geleend hebben (rode curve) zoals de private banken dat wel kunnen, dan zou de staatsschuld vandaag 75 % bedragen van hetgeen we nu torsen. Opnieuw zouden we 90 miljard afbetalingen bespaard hebben.

De ECB moet rechtstreeks aan de lidstaten kunnen lenen.

In tegenstelling tot de beweringen dat de sociale welvaartsstaat teveel geld uitgeeft is duidelijk dat de financieringswijze van de staatsschuld via de financiële markten een belangrijke rol heeft gespeeld in de verdere opbouw van de staatsschuld.

Deze vaststelling heeft vele burgers en een dertigtal verenigingen uit Franstalige België (FGTB, CADTM, Vie Féminine, de christelijke vrouwenbeweging) aangezet tot het in vraag stellen van de legitimiteit van de schuld en een ‘audit’ of doorlichting te vragen van de staatsschuld. Is het écht aan de bevolking om op te draaien voor de kosten van de crisis terwijl ze er geen verantwoordelijkheid voor dragen?  Moet de bevolking een schuld afbetalen terwijl zij er geenszins voordeel hebben uitgehaald? Deze vragen mogen gesteld worden.

Het is absurd dat de lidstaten verplicht worden geld te gaan lenen bij private banken – via de kapitaalmarkten–  met interestvoeten die tot 6 % gaan, terwijl deze private banken bij de ECB een rentevoet bekomen die nooit meer dan 0,05 % bedraagt. Wanneer men de belangen van de grote private banken voorrang geeft op het belang van de grote meerderheid van de bevolking is dat economisch absurd en vanuit sociaal oogpunt onaanvaardbaar. De ECB moet rechtstreeks aan de lidstaten kunnen lenen.

Opdat de staten zich niet buitensporig in de schulden brengen en de ECB ook geen bodemloze put wordt, moeten de leningen aan minimale tarieven bij de ECB onder strikte voorwaarden toegestaan worden. Parallel met de traditionele economische criteria zoals de ratio schuld/BBP, het begrotingstekort of de inflatie zouden andere dimensies moeten weerhouden worden zoals het respect van de sociale wetten en de arbeidswetgeving, het respect van Europese verplichtingen op vlak van hernieuwbare energiebronnen en de vermindering van CO2 uitstoot, de strijd tegen ongelijkheid en corruptie, de regulering van de financiële sector, enz.

Al deze criteria zijn kwantificeerbaar en worden reeds gebruikt voor vergelijkende studies van de OESO of de Internationale Arbeidsorganisatie  Het is dus niet moeilijk er rekening mee te houden. Indien lidstaten aan sociale dumping doen of duurzaamheid niet erkennen, dan zouden interestvoeten kunnen toenemen en kunnen deze lidstaten nog steeds terecht op de financiële markten. Krediet wordt op deze manier een hefboom om de ecologische transitie te versnellen en sociale cohesie te herstellen.

Op dit ogenblik weigeren alle Europese regeringen dergelijke hervorming van de spelregels. Ook omdat ze inflatie zou veroorzaken. Indien deze kritiek niet helemaal ongefundeerd is, moeten we toch herhalen dat niets de overheid kan verhinderen de geldcreatie beter te reguleren en te bepreken. Het is ook belangrijk te beseffen dat het besparingsbeleid in heel Europa een deflatie-spiraal aanzwengelt. Europa heeft dus een kleine dosis inflatie nodig, en bovenal massale investeringen om een beleid van economische relance te financieren dat even ambitieus als doeltreffend en ecologisch verantwoord moet zijn.

Deze opiniebijdrage verscheen oorspronkelijk in Le Soir op14 november 2014

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Olivier Bonfon

Olivier Bonfond is econoom en werkt voor de studiedienst van het Waals ABVV.