Een stikstofbom onder Vlaanderen

De Europees beschermde Natura 2000-gebieden kreunen ook in Vlaanderen onder de stikstofuitstoot van de veehouderij. Landbouwers in de buurt van natuurgebieden vrezen ondertussen voor hun toekomst. Door tegenstrijdige beleidskeuzes van de overheid zijn landbouwer en natuurbeheerder lijnrecht tegenover elkaar komen te staan.

Zowel de natuurbeheerders als landbouwers verkeren in onzekerheid over welke gebieden gevrijwaard moeten blijven voor natuur, hoelang op welke plek nog landbouw is toegestaan, en hoe die landbouw er dan uit moet zien.

Ondertussen stoppen in Vlaanderen elke dag drie boeren hun bedrijf. De bedrijven die overblijven zijn steeds grootschaliger: het gemiddelde aantal dieren per bedrijf is verdubbeld sinds 2005. Aan de andere kant groeit de vraag naar kleinschaligheid en lokale producten. Dierenrechtenactivisten zetten dierenwelzijn met succes op de politieke agenda. Maar diervriendelijk is niet altijd milieuvriendelijk.

Toekomstscenario’s

Een maatschappelijk debat over een duurzame toekomst voor de Vlaamse landbouw en natuur, is nodig.

In deze reeks nemen we daarom drie mogelijke toekomstscenario’s onder de loep. Op basis van gesprekken met landbouwers, natuurorganisaties, boerenorganisaties, wetenschappers, stalbouwers, politici, ambtenaren, actiegroepen en voedselstartups, komen drie denkrichtingen naar voren voor de boer van de toekomst. We bekijken ook hoe de politiek tegenover die denkrichtingen staat.

Deze scenario’s zijn uitersten, maar ze zijn nuttig om de keuzes waar we voor staan inzichtelijk te maken:

  • De econoom: de huidige ontwikkeling van schaalvergroting en optimalisatie wordt doorgezet. Met behulp van technologische oplossingen weet de veehouderij stikstofemissie en andere vervuiling tot een minimum terug te brengen. In niet-grondgebonden megastallen op industrieterreinen zetten productiedieren zo efficiënt mogelijk plantaardig voer om in dierlijke producten. Door die intensivering komt land vrij voor natuur.
  • De romanticus: de schaalvergroting wordt aan banden gelegd, en men gaat terug naar kleine, familiale akkerbouw- en veeteeltbedrijven. Landbouw en natuur verdelen de schaarse ruimte, en de veestapel moet krimpen om de uitstoot onder controle te krijgen. De biologische filosofie krijgt een groter aandeel, omdat men het belangrijk vindt dat dieren buiten kunnen komen. Dit zorgt wel voor een hogere emissie per dier.
  • De futurist: de veehouderij zoals we die kennen verdwijnt volledig. Hoogwaardige eiwitproductie zal niet meer door dieren, maar door bacteriën en schimmels gebeuren. De grondstofverliezen en vervuiling van de veehouderij verdwijnen. De natuur krijgt de kans om te herstellen, en er komt ruimte vrij voor uitbreiding van de habitats. Door de vrijgekomen ruimte kan er wel kleinschalige akkerbouw blijven bestaan, zonder het gebruik van dierlijke mest: de zogenaamde biocyclische veganlandbouw.

Deel 1: Nood aan visie

Deel 2: Redt grootschalige landbouw het milieu?

Deel 3: Kleinschaligheid in een volgebouwde regio

Deel 4: Boeren zonder dieren

Deel 5: Regering staat voor harde keuzes


FondsPascalDecroos

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Artikels in het Apache-dossier "Een stikstofbom onder Vlaanderen"