Ik ben ook geen Belg: Karolina Szejda’s persoonlijke stripjournalistiek

 Leestijd: 4 minuten0

Karolina Szejda twijfelde eerst of haar werk past in het plaatje van de onderzoeksjournalistiek van Apache. Ik ben ook geen Belg is namelijk geen observatie van het heden of een klassiek onderzoek. Haar vrees was onterecht. De strip vertrekt van herinneringen uit Szejda’s privéleven, maar vertelt tegelijk iets over bredere maatschappelijke thema’s als conservatisme, racisme, identiteit en immigratie.

Bio
Karolina Szejda werd geboren in Polen en woont sinds haar zesde in Brussel. In 2019 studeerde ze af aan de LUCA School of Arts. In 2020 debuteerde ze met de graphic novel Tram 5 (Uitgeverij Oogachtend). Ze werkt wekelijks in de Knalgele Kubus in het Marc Sleen Museum.

Je jonge carrière heeft een goede start genomen: je hebt meteen na je studies een stripboek uitgegeven: Tram 5.

Karolina Szejda: “Nadat ik in 2019 was afgestudeerd, ben ik begonnen met mijn masterproject te herwerken. Het is dubbel zo lang geworden en werd uitgegeven bij Oogachtend in 2020. Daarvoor publiceerde Pulp Deluxe ook al mijn bachelorproef Teresa, een kortverhaal over mijn oma en de taalbarrière die ze ervaart in Brussel, omdat ze enkel Pools kan. Momenteel werk ik aan mijn tweede boek, waarin ik mijn oma opnieuw wil introduceren.”

Je oma komt ook voor in Ik ben ook geen Belg. Waarom pakt ze zo goed op papier?

Szejda: “De strip in Apache Magazine is een voorproefje van hoe mijn tweede strip er misschien gaat uitzien. Mijn oma is een simpel figuur dat heel herkenbaar en menselijk is. Zelf begrijpt ze niet waarom ik haar zo’n goed personage vindt. Ze zegt dan: ‘Wie gaat er nu een verhaal over mij lezen?’ of ‘Steek me daar niet in, ik ben zo saai!’. Maar dat is net het leuke!”

Fragment uit ‘Ik ben ook geen Belg’ (Tekening: © Karolina Szejda)

Je carrière heeft met je eerste boek vlak na je studie een vliegende start genomen.  Ben je zelf naar een uitgeverij gestapt?

Szejda: “Nee, zeker niet. Ik heb zelfs getwijfeld of er ‘iets in zat’ en of ik mijn masterdiploma wel ging halen. Na mijn bacheloropleiding heb ik even gedacht dat kunst niets voor mij was. Ik wou een richting met meer jobzekerheid. Ik ben dan zes maanden gestopt, en toen ben ik tot het besef gekomen dat tekenen echt mijn ding is. Ik miste het. Ik ben dan met een andere ingesteldheid opnieuw begonnen, met de gedachte: het is een heel onzeker veld, maar ik ga al mijn mogelijkheden benutten om het te proberen. Ik ben herbegonnen met minder schrik en ben meer beginnen experimenteren. Ik dacht: ik kan niet met kleur werken, dus ik wil met kleur leren werken, ik kan niet schrijven, dus ik wil leren schrijven …  Ik had ervoor een heel donkere, rustige, realistische stijl. Daar ben ik uitgebroken met Tram 5, waarvoor ik alles heb gedaan wat ik nog nooit gedaan had, zoals een vertelstem gebruikt en met tekstballonnen gespeeld. Het was een verrassing dat het uitgeefbaar was.”

‘Als ik bij mijn Poolse familie ben, praten ze over Belgen als ‘de anderen’. Voor hen ben ik Pools, terwijl ik bij mijn vriendinnen Vlaming ben’

“De stijl van Tram 5 lijkt op die van Ik ben ook geen Belg. Ik werk in vier stroken en gebruik verschillende kadreringen in functie van de inhoud. Ook heb ik eenzelfde gelaagdheid toegepast als in Tram 5. Ik maak eerste een uitlijning die in scan, omzet in lichtroze en dan op dik papier print. Dat kleur ik dan met aquarel en kleurpotlood in om vervolgens weer te scannen. Op de inkleuring plaats ik de originele uitlijning die ik een donkerblauwe kleur geef. Daarom zie je soms een dubbele uitlijning, de ene roos en de andere donkerblauw. Het is niet de bedoeling, maar het geeft wel dat gelaagde gevoel.”

Je zit in een speciale positie om het over white privilege te hebben, kan je wat meer vertellen over de manier waarop dat in je strip naar voor komt?

Szejda: “Het komt al naar voor in de titel en ik stopte een tafereel in de strip, dat ik zelf heb meegemaakt. Ik wandelde naar de tramhalte en er liep iemand voorbij die zijn tram moest halen. Hij botste daarbij tegen een andere man aan. Die begon zich daarna racistisch tegen mij uit te laten over de zwarte man die hem gepasseerd was. Dat de zwarten slecht zijn opgevoed en dergelijke. Hij zei dingen waarvan ik niet snap hoe iemand ze kan denken. Op het einde deed hij er een schepje bovenop door te zeggen dat ‘ze’ niet zijn zoals ‘wij’. Ik stond met mijn mond vol tanden, want ik ben óók een vreemdeling … maar ik ben wit. Ik was echt gechoqueerd.”

‘Ik wist dat ik het niet te specifiek mocht hebben over homoseksualiteit in de familie, omdat dat zo gevoelig ligt’

“Als ik het heb over ‘wij’, over ‘Vlaanderen’, over ‘Brussel’, denk ik soms: mag ik wel zeggen dat het mijn land is? Als ik bij mijn Poolse familie ben, praten ze over Belgen als ‘de anderen’. Voor hen ben ik Pools, terwijl ik bij mijn vriendinnen Vlaming ben. Het is een rare grens, ik weet niet waar ik mij moet positioneren.”

Heb je de strip laten lezen aan je Poolse familie?

Szejda: “Ik heb hen eerst gevraagd of ik hun verhalen in mijn strip mocht verwerken. En de specifieke passages vertaald en gevraagd of ze die oké vonden. Ik wist dat ik het niet te specifiek mocht hebben over homoseksualiteit in de familie, omdat dat zo gevoelig ligt. Ook opvallend was dat een vriendin vroeg of ik haar uiterlijk wilde veranderen, omdat ze liever niet geïdentificeerd wilde worden. Dan begin je de journalistieke kant wel wat te voelen. Je hebt een beetje invloed, dus je moet oppassen met wat je vertelt over wie. Stel dat ze nee zouden zeggen, dan zou ik wel met een probleem zitten, omdat ik het toch waarheidsgetrouw wil weergeven. Ik zou er dan bij zetten dat het fictie is gebaseerd op ware feiten, maar dan wijkt het wel feller af van een  journalistiek werk.”

In je strip haal je een actueel thema aan: de Poolse abortuswet en de protesten ertegen. Volg je dat op de voet?

Szejda: “Dat probeer ik wel, maar hoe meer ik weet, hoe machtelozer ik me voel. Ik probeer er wel positief naar te kijken: de protesten zijn pogingen die niet verloren gaan. Ik ben hoopvol, omdat de burgers, onder wie mijn nichtje, niet stoppen met protesteren.”

“Mijn tante is bang als mijn nichtje gaat protesteren. Ze is nog maar 18. Tegelijk is mijn tante fier en begrijpt ze dat haar dochter dat wil doen. De oudere generatie is nog niet heel open minded en begrijpt  het niet allemaal, maar ze laten toe aan de jongere generatie om die mening te hebben. Bij mijn opa was dat een heel ander verhaal. Bij hem was het alsof je tegen een muur praatte. Ik heb er nog aan gedacht hem ook in de strip te stoppen, maar dan waren tien pagina’s niet genoeg geweest.”

Je vertelde dat deze strip een voorproefje is van je volgende boek. Waarover zal dat gaan?

Szejda: “Over hoe het is om te leven in een land waarvan je de taal niet spreekt, aan de hand van het verhaal van mijn oma. Ik weet dat ik dankzij haar het verhaal geloofwaardig kan overbrengen. En ik ben er ook van overtuigd dat het herkenbaar is voor alle gezinnen die emigreren. Naast mijn oma zullen ook mijn mama en ikzelf een rol hebben in de strip. Zo kan ik het verschil schetsen tussen iemand die niet geïntegreerd is, iemand die dat wel is, en iemand daartussenin. De concrete invulling is voor mij ook nog een zoektocht, waarover ik niet al te veel wil verklappen.”


Ik ben ook geen Belg is een strip van tien pagina’s lang die gepubliceerd staat in het gloednieuwe nummer van Apache Magazine. Je kan het nummer vinden in een boekhandel of krantenwinkel in je buurt.

Uitgelichte afbeelding: Fragment uit Ik ben ook geen Belg (Tekening: © Karolina Szejda)

Auteur: Charlotte Timmermans

Charlotte Timmermans is filmjournalist en eindredacteur bij Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid