Requiem voor een vertrekhal

4

Dat grote bord met aangekondigde vluchten in de vertrekhal van Zaventem. Nooit kon ik daar een blik op werpen zonder een gevoel van plezierige opwinding. Dat ene moment waarop je je vluchtnummer tussen al die andere herkent, de bevestiging: straks ben je weg. Het wende nooit.

HILDEZelfs op een ontieglijk vroeg uur, ook als de vluchtinfo het vermaledijde woordje ‘delayed’ liet zien, of de rijen voor de check-in ontmoedigend lang waren: er hing iets van avontuur in de lucht, iets van belofte. En dan het wonder van die latten op het grote bord, die om de zoveel minuten klepperend weer nieuwe bestemmingen onthulden.

Of het nu voor vakantie was of werk, de aanblik van al die verre en vreemde bestemmingen liet mijn hart een sprongetje maken. New York, Atlanta, Kaapstad, Delhi, Nairobi, Moskou: wat was de wereld groot. Zoveel te zien, zoveel te beleven, nog zoveel te ontdekken.

Het hoefde niet eens ver of exotisch te zijn. Hoeveel keer heb ik daar niet gestaan, nadat ik iemand uitgezwaaid had, fantaserend: als ik nu eens, zonder nadenken, ‘on the spot’, een ticket boekte naar Praag, of Dublin, of Nice? Alleen al de mogelijkheid gaf mijn dag zuurstof, liet mijn hoofd een beetje zweven.

Poort naar de wereld

De hele vertrekhal was een poort naar de wereld, waar nerveuze toeristen en haastige zakenlui elkaar kruisten, waar exotisch uitgedoste vreemde vogels je deden dromen van andere continenten.

Dat zal voortaan nooit meer hetzelfde zijn. Nooit zal ik nog het bord met vluchtinfo afzoeken zonder de gedachte aan de vreselijke aanslagen.

Maar dat is natuurlijk wat terreur beoogt. Dat je je nooit meer zorgeloos en vrij voelt. Dat de angst onder je huid kruipt, onder je nagels, zich in je hoofd, in je hart, in je vingertoppen nestelt. Dat je niet meer spontaan handelt, maar overal gevaar vermoedt. Dat je niet langer de wijde wereld intrekt, maar je als een schildpad verschuilt en terugtrekt. Daarom is het goed dat er dit keer, in tegenstelling tot de periode na de aanslagen in Parijs, alles aan wordt gedaan om zo snel mogelijk het gewone leven weer te hervatten. Geen lockdown die in onze veelgeplaagde hoofdstad alleen maar voor spookachtige toestanden zorgt.

Wie terroristische daden pleegt of ermee sympathiseert, is de vijand. Alle anderen zijn onze medestanders

Dat is belangrijk. Net als het besef dat er maar één tweedeling is: wij en zij. Zij, dat zijn de terroristen – of het nu hier is, in Syrië, of waar dan ook. Terroristen die, zonder respect voor menselijk leven, dood en vernieling zaaien. Wij: dat zijn àl die anderen. Allemaal slachtoffer.

Ras, huidskleur, nationaliteit, wat je op je hoofd draagt: het maakt geen ene moer uit. Dat zie je trouwens bij de slachtoffers van de aanslag in Zaventem en Brussel: ze hebben maar liefst meer dan veertig verschillende nationaliteiten.

Elke andere tweedeling is kunstmatig, vals en domweg verkeerd. In Tunesië betoogden vrouwen in niqab zij aan zij met westerse toeristen in badkledij tegen de terroristen. Tegenover elke religieuze fanaticus die zichzelf opblaast, staan duizenden gelovigen die hun religie vreedzaam en sereen beleven.

Wie terroristische daden pleegt of ermee sympathiseert, is de vijand. Alle anderen zijn onze medestanders. Dat zijn: WIJ. Jij en ik, onze kapster en tuinman, de uitbater van de nachtwinkel, de vrouw met hoofddoek aan de schoolpoort, de vrouwen, kinderen, mannen die vluchten voor bommen in Syrië. Het hele bonte gezelschap dat in de vertrekhal van Zaventem bijeen stond en straks weer staat. Iets anders mogen we ons nooit laten wijsmaken.

Auteur: Hilde Sabbe

Hilde Sabbe liet afwisselend de vrouw, moeder, minnares, feministe en rebel in zichzelf aan het woord in kranten als De Morgen, De Standaard, Het Laatste Nieuws en verschillende tijdschriften.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid