Gecontesteerd koloniaal erfgoed en een lege sokkel

 Leestijd: 5 minuten0

Honderd jaar geleden werd een imposante beeldengroep onthuld op de Amerikalei in Antwerpen: een hommage aan de Belgische majoor – later baron – Dhanis. Een Arabier knielt nederig aan de voeten van de krijgshaftige koloniaal, een paar zwarte Afrikanen kijken dankbaar naar hem op. Het monument evoceert de strijd tegen de Arabische slavenhandelaars in Congo. Deus ex Machina stelt vast hoe Dhanis, anno 2014, zijn dagen slijt in een verborgen hoekje van het Middelheimmuseum, in het openluchtdepot. Hij verkeert er in het gezelschap van enkele andere werken die geen plaats meer in het stadsbeeld krijgen.

Het standbeeld van Baron Dhanis, toen nog in volle glorie (Foto Seniorennet)

Het standbeeld van Baron Dhanis, toen nog in volle glorie (Foto Seniorennet)

Een paar jaar geleden bracht het Middelheim een catalogus uit waarin gesteld werd dat het ‘19de-eeuwse monument erodeert via een stille mentale beeldenstorm.’ Monumenten van voor W.O.I hanteren inderdaad vaak een beeldtaal waar de hedendaagse toeschouwer moeite mee heeft. Zo is het gedenkteken voor baron Dhanis de uitdrukking van een gedateerde koloniale mentaliteit: wat een tijdgenoot ‘de veredeling van het zwarte land onder de hoede der Belgen’ noemde. De bombastische manier waarop het nationalisme van de jonge Belgische staat en de koloniale aspiraties in beeld werden gebracht: de toeschouwer van nu bekijkt het met enige gêne, of met ironie.

Diplomaat

De figuur van Dhanis (1861-1909) is voor de huidige generatie waarschijnlijk onbekend. Hij was officier in het Belgische leger en leidde een militaire campagne tegen slavenhandelaars in het Congo van Leopold II. Tijdens die campagne werden Arabische bolwerken veroverd. In 1895 kreeg hij als beloning  de titel van baron en vice-gouverneur van Congo-Vrijstaat. Een jaar later kreeg hij tijdens een expeditie af te rekenen met muitende inheemse soldaten. Hij slaagde erin om een oplossing te vinden: Dhanis had de reputatie een goed diplomaat en eersteklas administrateur te zijn. “Niemand kende zooals hij het karakter en de ziel der negers; niemand kon zich ook zoo bij de negers beminnelijk maken.” Dat schreef een journalist van het Vlaams-christelijke blad Ons Volk Ontwaakt in een artikel ter gelegenheid van de inhuldiging van het monument voor Dhanis.

Bij de inhuldiging in oktober 1913 zag het monument er volgens Ons Volk Ontwaakt zo uit:

Met omhoog geheven geweer – dat de macht en de moed verzinnebeeldt – aanhoort Baron Dhanis de overgaaf van een Arabisch opperhoofd, dat ootmoedig aan zijne voeten ligt neergeknield.
Maar de overwinnaar beteugelt de drift zijner vervoering om, met een beschermend gebaar, de dankbare hulde hem door den vrijgemaakten Afrikaan aangeboden, te ontvangen, onder de vorm van een klein kind, zinnebeeld van de glansrijke toekomst die Kongo tegemoet gaat.

In 2013 is er van die imposante groep van de hand van Frans Joris niet veel over. Alleen baron Dhanis – nu nog met slechts één arm – en de knielende Arabier bevinden zich in het Middelheimmuseum. De collectiebeheerder is er in geslaagd om deze twee beelden van de vergetelheid te redden; de andere zijn onherroepelijk beschadigd of verdwenen.

De beelden die hier terecht komen, zijn ongeschikt om in hun huidige staat de Antwerpse straten en pleinen te bevolken. Doorgaans is het gewoonweg omdat ze in slechte staat zijn en gerestaureerd moeten worden; of omdat een gewijzigde verkeerssituatie niet toelaat dat een monument op een bepaalde plaats blijft staan.

Congo-monument

Maar er is natuurlijk ook de kwestie van de koloniale retoriek. Het is onwaarschijnlijk dat baron Dhanis ooit terug een plaats in de Antwerpse openbare ruimte zou innemen. De manier waarop deze ‘held van onze vaderlandse geschiedenis’ wordt voorgesteld, ligt wat moeilijk in een hedendaagse context.

In het Brusselse Jubelpark prijkt Dhanis in zijn rol als bestrijder van de slavenhandel: met zijn laars op het hoofd van een Arabier die op de grond ligt. Het onderschrift luidt “De Belgische militaire heldenmoed verdelgt den Arabische slavendrijver.”

Dat blijkt ook uit de perikelen rond een andere uitbeelding van Dhanis, op het Congo-monument in het Brusselse Jubelpark. Dat monument is na het overlijden van Leopold II opgericht ter ere van de Belgen in Congo: ontdekkers, zendelingen, militairen. Ook hier prijkt Dhanis in zijn rol als bestrijder van de slavenhandel: met zijn laars op het hoofd van een Arabier die op de grond ligt. Het onderschrift luidt “De Belgische militaire heldenmoed verdelgt den Arabische slavendrijver.” Rond die tekst, die er ook in het Frans opstaat, is heel wat commotie ontstaan.

Op de website van de Afrika Vereniging van de universiteit Gent (AVRUG) doet auteur en islamkenner Lucas Catherine het verhaal. Vlakbij het Congomonument bevindt zich de Grote Moskee, die overigens een omgebouwd paviljoen van de wereldtentoonstelling van 1897 is. Er passeerden dus vrij vaak moslims langs het monument die zich beklaagden over de inscriptie met betrekking tot de ‘Arabische slavenhandelaar’. De imam van de moskee legde samen met de Jordaanse en de Saoedische ambassadeur klacht neer bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. De woorden ‘Arabische/ Arabe’ werden dan weg gebeiteld.

Dat was niet naar de zin van bepaalde ‘patriottische’ en koloniale verenigingen en zoals Bastion, het tijdschrift van het extreem-rechtse Front National, het in zijn nummer van mei 2001 schreef, werd het opschrift miraculeusement in zijn oorspronkelijke staat hersteld.  Maar het verhaal is nog niet ten einde. In 2005 kwam er weer een beitel bij te pas, nu zeer anoniem en het woord Arabe verdween weer. Arabisch liet men staan. “Blijkbaar werden de daders verrast door een politiepatrouille, of kan het Nederlands hen weinig schelen”, aldus Catherine.

Herinneringsmedaille Baron Dhanis (Foto: Seniorennet)

Herinneringsmedaille Baron Dhanis (Foto: Seniorennet)

In datzelfde jaar werd in het parlement een vraag gesteld over de geplande restauratie van het monument. Een Vlaams Belanger vroeg aan staatssecretaris Emir Kir of het monument helemaal in zijn oorspronkelijke staat zou worden hersteld, ook al zou dit een deel van de migrantenpopulatie minder bevallen. De staatssecretaris zei geen ja of nee, maar verwees naar komend advies van de Comissie Monumenten en Landschappen.

Koloniaal erfgoed

Niet alleen Dhanis himself, maar de representatie van het koloniaal verleden in het algemeen houdt de gemoederen bezig. De eerder genoemde Afrika Vereniging van de UG merkt op dat de contestatie van koloniale standbeelden een tamelijk recent fenomeen is. Vooral een tv-reportage en een aantal boeken zouden als ‘wake-up call’ gefungeerd hebben. In Oostende, Blankenberge en Diksmuide vonden er acties plaats om de representatie van het koloniale verleden te corrigeren. Zo heeft een actiegroep ooit een hand afgezaagd van een (bronzen) Congolees die deel uitmaakt van het Leopold II-standbeeld op de Oostendse Zeedijk.

Twee jaar geleden werd er in opdracht van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika een onderzoek uitgevoerd naar de koloniale relicten en de aard en omvang van de contestatie ervan. Die contestatie varieert van het bekladden of verminken van een monument tot de eis om er een verklarend tekstbordje bij te zetten. Om koloniale gedenktekens volledig weg te halen lijkt er niet veel animo te bestaan, merkt de onderzoeker op, en hij voegt er volgende bemerking aan toe: “Standbeelden zijn, naast voorstellingen uit het verleden, immers ook kunstobjecten.”

Dit is geen standbeeld

Zijn standbeelden per definitie kunstobjecten? Niet altijd. In het depot herstelweide van het Middelheim staat een traditioneel beeld – van Bharat Mata, een allegorische voorstelling van de staat India – dat eigenlijk geen artistiek object is.

Het is een overblijfsel van een project van de Italiaanse kunstenares Ilaria Lupo in opdracht van het Middelheimmuseum. In samenwerking met de wijkvereniging Klein Antwerpen geeft het Middelheim namelijk twee maal per jaar aan een kunstenaar de opdracht om ‘iets’ te doen met een lege sokkel. Het is de bedoeling dat hiermee de discussie over de rol van kunst in de openbare ruimte wordt aangewakkerd.

Zijn standbeelden per definitie kunstobjecten? Niet altijd.

Sokkelproject nummer vijf werd toegewezen aan Lupo, wiens werk vooral bestaat uit publieke interventies en performances. Voor de sokkel creëerde ze Private colloquies on a public sculpture.

Wat hield dit kunstwerk in? Tijdens haar – maandenlange – verblijf in Antwerpen ontdekte Lupo ‘na enkele weken van verkenning rond het Stadspark’ dat er in die omgeving een Indische gemeenschap gevestigd was, zoals ze vertelt tijdens een interview met het tijdschrift Rekto Verso. Ze bood het gebruik van de sokkel aan de Indische gemeenschap aan. Die accepteerde minzaam het feit dat ze om het even wat op de sokkel mocht zetten, zonder kosten en zonder zich moe te maken. Vervolgens vloog Lupo naar India, zat daar een aantal ambachtslui achter hun broek om op zeer korte tijd een marmeren beeld van ‘Moeder India’ te kappen en vloog terug naar Antwerpen. Bij aankomst bleek dat het beeld zwart geverfd was. Verrassing! Het ontlokte aan één van de medewerkers van het Middelheim de opmerking dat mevrouw Lupo net zo goed een polyester beeld had kunnen bestellen. Wie de moeite doet om de videofilm van het project – gemaakt door een assistent van de Italiaanse kunstenares – uit te zien, hoort een verklaring van een van de Indische steenhouwers: het was tweede keus marmer en dus hebben ze het maar beschilderd.

Het beeld kreeg als toemaatje nog een Indische vlag in handen en werd plechtig onthuld in aanwezigheid van een groep zingende Indiërs. Dat gebeuren werd ook op video opgenomen, het filmpje van het project is te zien op de site van het Middelheimmuseum en dat is dat.

Heeft dit kunstwerk voor discussie gezorgd? Het project misschien wel, in beperkte kring, maar het übernationalistische Indische beeld wellicht niet. Er is in elk geval geen enkele reactie op gekomen.

Wat gebeurde er na afloop van het project? ‘Moeder India’ werd – uiteraard – van haar sokkel gehaald en bevindt zich momenteel, zoals eerder gezegd, in het depot.

Het lijkt wel of de eenarmige baron haar een vertwijfelde blik toewerpt.

Auteur: Greet Bauweleers

De biografie van deze auteur is niet beschikbaar.

Word lid

Steun onze advertentievrije onderzoeksjournalistiek en mis geen enkele onthulling. Ja, ik word lid