Politieke wetenschap op de hete plaat: Ico Maly’s N-VA

10 januari 2013 Robrecht Vanderbeeken
5247b122-1d67-4310-84dc-3c6c37ec9336
5247b122-1d67-4310-84dc-3c6c37ec9336

Volgens Reynebeau heeft N-VA geen coherent verhaal (het is volgens hem niet duidelijk wat hun conservatief, neoliberaal nationalisme precies betekent) en dus moet de wetenschapper, die op zoek moet naar coherentie, zelf eerst zo’n verhaal fabriceren. Peter Casteels van Apache sprong mee op de kar, en meent dat we Maly’s boek daarom al meteen ongegeneerd aan de kant kunnen laten liggen. Tweemaal een gemiste kans: beiden rateren een ‘vette vis’.

Reynebeau gaat bijvoorbeeld voorbij aan het feit dat een wetenschapper ook een analyse van een incoherent verhaal kan brengen. Dit is net wat Maly doet: hij legt inconsistenties bloot. N-VA hanteert voortdurend hetzelfde master-narratief: alle problemen worden herleid tot een communautair probleem. In ons twee democratieën land zou de democratie op sterven na dood zijn. N-VA wil ze redden met een gematigd nationalisme.

Kannibalisme

Toch heeft dit discours volgens Maly om meerdere reden ook iets wezenlijks antidemocratisch, nog los van het feit dat men zo het functioneren van een federale democratie tegenwerkt.  Bijvoorbeeld omdat democratie als principe voor N-VA geen groot verlichtingsverhaal is, maar een formele aangelegenheid: de tijdelijke dictatuur van de meerderheid. De verkiezingszege is eerder het eindpunt, geen beginpunt van overleg. De winnaar beslist, ongeacht de waarden die men voorstaat. Zo’n leeg democratiebegrip kan nefaste gevolgen hebben. Stel u voor, een meerderheid die botweg voor racisme pleit, voor een bezettingsoorlog of voor kannibalisme.

Bovendien rehabiliteert De Wever, in navolging van Verhofstadt, de antipolitieke gevoelens in een schijnbaar prodemocratisch betoog, waarbij de politiek de buikspreker wordt van ‘de burger’ of ‘de Vlaming’. De hoofdbetrachting van dit vox-populisme is de uitschakeling van het middenveld, nochtans onmisbaar voor een democratie die naam waardig. Maly fileert tevens de basis van het N-VA discours: Edmund Burke’s antiverlichtingsdenken. Hij legt nauwgezet uit waarom dat op gespannen voet staat met de grondprincipes van een democratisch denken: het verwezenlijken van gelijkheid, vrijheid en gerechtigheid. De ideologische contextualisering die de auteur biedt, is uitermate leerrijk om de acties en reacties van De Wever als politicus en als columnist te begrijpen en dus om als geïnformeerde gesprekspartner met hem de discussie ten gronde te kunnen voeren.

Maly’s studie illustreert met verve dat wetenschap nooit neutraal kan zijn, zeker niet als het onderwerp van de studie nog in volle ontwikkeling is

Wat Reynebeau, als politieke wetenschapper, ook over het hoofd ziet, is dat Maly’s studie met verve illustreert dat wetenschap nooit neutraal kan zijn, zeker niet als het onderwerp van de studie nog in volle ontwikkeling is. Dat hoeft ook helemaal niet. In tegenstelling tot wat Reynebeau beweert, moet Maly N-VA helemaal niet het voordeel van de twijfel gunnen. Wetenschap is onvermijdelijk politiek. Dat weten we ook zonder Maly’s methodologische verwijzing naar de etnografie van Dell Hymes en het daaruit volgend belang van contra-hegemonische en democratische wetenschappen, zoals Walter Benjamin dat al benadrukte.

Ideologische inzet

De keuze voor wat wel en wat niet onderzocht wordt, de gebruikte categorieën, de vooronderstellingen en implicaties: een ideologische inzet proberen te vermijden is zelfbedrog. Zoals uitmuntende wetenschappers als Bourdieu, Hobsbawm, Bernstein, Chomsky en vele anderen hebben aangetoond, draait wetenschap niet om onpartijdigheid, maar om een stelling zo grondig mogelijk met argumenten te onderbouwen. Het draait om betoog en bewijslast, niet om iets anders. Wie daar anders over denkt, vervalt al snel in de absurde opvatting dat wetenschappelijke studies bij voorbaat onzin zijn omdat ze door een betrokken partij zoals bijvoorbeeld Greenpeace werden uitgevoerd.

Ook voor Apache heeft Maly veel in petto. Hij brengt immers een overtuigende analyse van de manier waarop de N-VA communicatie een nieuwe taal in de media aandraagt en er in slaagt de media als echokamer te gebruiken. De Wever is de lieveling van de pers, want hij heeft steeds een oneliner of een sarcastische kwinkslag klaar om een nieuwsitem te vullen, conform de snelle format en de ophefmakende, harde stijl van de massamedia. Die nemen het N-VA discours argeloos over, alsof het de realiteit zelve is. Door middel van enkele treffende casussen toont Maly aan dat N-VA daarbij via sociale media steun krijgt van veel flamingante organisaties en militanten, die excelleren in dubieuze strategieën als astroturfing (copy-pasten van dezelfde soundbites via meerdere anonieme profielen) en andere politieke spam. Men kan dit De Wever niet verwijten natuurlijk. De media, daarentegen, wacht in dit proefschrift een ontnuchterende spiegel. Misschien daarom dat deze studie, na wat kortstondig welles-nietes vuurwerk, zo snel uit de aandacht verdween?

Door middel van enkele treffende casussen toont Maly aan dat N-VA daarbij via sociale media steun krijgt van veel flamingante organisaties en militanten, die excelleren in dubieuze strategieën

Maly kan zijn onderzoek dus nog voortzetten, met een focus op de misperceptie ervan. Ligt kritische wetenschap in het vuur van de strijd moeilijk omdat men vasthoudt aan de hypocriete mythe van de onpartijdigheid? In een Knack-interview veegt De Wever Maly’s analyse simpelweg van tafel als ‘geleuter’. Een zwaktebod dat je van een intellectueel niet verwacht. Zijn argument: Maly’s promotor heeft sympathieën voor de PVDA+. Peter Casteels roemde De Wever onlangs nochtans omdat hij als politicus het ideologische debat wel durft aangaan, ondanks zijn weigering de discussie over bijvoorbeeld het conservatisme van Burke, de Verlichting, het Marxisme of de geopperde mediakritiek aan te gaan. Ook de receptie van Maly’s studie illustreert dus treffend wat het expliciteerde: de manier waarop De Wever de publieke opinie naar zijn hand zet. Maly verwees overigens nergens naar de jaren ‘30.

Misschien valt men over de conclusie dat N-VA een democratisch deficit in de hand werkt, en dat het voorgespiegelde confederale paradijs wel eens alles behalve democratisch kan zijn? Een partij ‘antidemocratisch’ noemen, terwijl die net tamboert dat ze de democratie wil redden, zowel van het Vlaams Belang als al die andere Belgische machtspartijen, dat genereert blijkbaar een cognitieve dissonantie, waarbij men al snel oog voor nuance en betoog verliest. Oplossing: boek aan de kant?

Uitzonderlijk is de aanklacht nochtans niet. Ook los van de communautaire obsessie is er zoveel ondemocratisch in dit land. Bijvoorbeeld het feit dat partijen al op de verkiezingsavond zelf hun programma dumpen in het belang van zoveel mogelijk postjes. Of dat de regering pas daags na de verkiezingen de nieuwe begroting publiek maakt, in de hoop dat die in het kabaal aan de aandacht ontsnapt. Of het feit dat de zittende politiek, N-VA incluis, de sluiting van Ford Genk over de verkiezingen wist te tillen. Of het Europa-beleid dat door onze politici wordt bekrachtigd zonder dat wij daar enigszins van op de hoogte zijn. Democratie is geen verworvenheid, niet iets dat je bent of niet, maar een ideaal dat vandaag continu onder druk staat. Reden te meer om de discussie met relevante wetenschappelijke studies erover, niet uit de weg te gaan.

LEES OOK