Razende rode rakkers in Nepal en Thailand

2

De maoïsten van Nepal stropen hun mouwen weer op nu het akkoord om hen tot de regering toe te laten een paar ‘misverstanden’ bleek te bevatten. Een tweede Bangkok werd met de massademonstraties in mei nog nipt vermeden. Nu de rook in die stad wat optrekt, blijken de opstandelingen in Nepal en Thailand veel meer gemeen te hebben dan hun rode kleur, stelt schrijver-journalist Nick Meynen vast.

Door Nick Meynen

Nick Meynen vergelijkt de oproer in Thailand en Nepal.

Sinds de maoïsten in mei 2009 de stekker uit hun regering trokken, zit het vredesproces in het slop. In mei van dit jaar legden de straatprotesten van supporters van de maoïsten het land lam. Op 1 mei mobiliseerden ze honderdduizenden betogers en op 4 mei werd Kathmandu door een mensenketting omsingeld. Een harde groep jongeren clashte even met de politie. De meest radicale maoïsten verklaarden stoer dat ze vanaf 29 mei terug de wapens zouden opnemen, als de deadline voor de beloofde nieuwe grondwet niet wordt gehaald.

Uitgeputte leiders

Doordat de maoïstische partijtop letterlijk om vijf voor twaalf op de avond van de 28ste mei een akkoord met de andere partijen bereikte, eindigde de al brandende lont van het kruitvat Nepal met een sisser. Maar op het platteland worden kleine brandjes steeds groter. In het zuiden van het land zijn bendes de baas zodra de nacht valt. Alle niet-noodzakelijke reizen worden er afgeraden. Sommige afgelegen regio’s roepen unilateraal hun autonomie uit. De staat blijft een erg zwakke penetratie hebben buiten de steden. Nepal staat in de rode zone op het lijstje van gefaalde staten. Erg vruchtbare grond voor een militaire staatsgreep.

In Bangkok zagen we onlangs het resultaat van een lang opgebouwde spanning die net niet of te laat in een compromis eindigt. De breuklijnen snijden er steeds dieper. Toen de uitgeputte leiders van de roodhemden uiteindelijk opriepen om de acties voorlopig te staken, zette een misnoegde harde kern de stad in brand. Diplomaten, de betere middenklasse en grote mediahuizen klasseren zowel de maoïsten als de roodhemden als gevaarlijke extremisten. In Bangkok werden de grote middelen bovengehaald, maar elders in het land blijft het vuur smeulen. In Kathmandu steekt de politieke elite de kop in het steeds hetere zand. Meestal eindigt die tactiek fataal.

Hongerige mensen

Een elite die in zulke omstandigheden doet alsof er niets aan de hand is, die pleegt trage zelfmoord

Wie wat langer buiten de cocon van de hoofdstad gaat rondkijken, beseft dat zowel Thailand als Nepal een verstedelijking meemaakt van een reeds bestaande opstand van arme, gefrustreerde en door de globalisering gepasseerde groepen. Het zijn massa’s boeren die de verstevigde burcht van de geglobaliseerde middenklasse aanvallen. Als de boeren naar Brussel komen, kun je ook wat hinder verwachten, maar dan spreken we over een paar honderd boze tractoreigenaars die hun koeien voor de ingang van het Europees Parlement parkeren en wat melk aan de plantjes geven.

In Nepal en Thailand gaat het om honderdduizenden, vaak hongerige mensen die in naam van de grootste homogene bevolkingsgroep hun leven op het spel zetten. Homogeen in de zin dat ze de verliezers van de globalisering én van de democratie zijn. De roodhemden en de rode kameraden voelen zich als passagiers die keer op keer de trein missen. Ze hebben een kaartje gekocht, door hun leiders met ruime marge de verkiezingen te laten winnen. Ze wachten al heel lang, maar de controleurs van de trein der modernisering laten hen nooit opstappen.

Professionele amokmakers

Thomas Friedman zegt dat de globalisering de aarde plat maakt en automatisch gelijke kansen voor iedereen schept. Het klopt dat de infiltratie van wegen, handel en informatie in voordien afgelegen gebieden mensen meer kansen geeft, maar niet iedereen heeft toegang tot een weg, een bank of tot de wereld van het schrift. Laat staan tot wat Friedman een grote platmaker noemt: internet. Wat we bijna overal zien, is vooral een groeiende kloof tussen arm en rijk binnen ‘ontwikkelingslanden’.

Veel van die gestrande, verdwaalde en geweigerde passagiers verliezen hun geloof in de democratie, in de rechtsstaat en in de vrije pers. In Thailand is vandaag een man aan de macht die nooit verkozen is. De Nepalese premier verloor, in de beide kieskringen waar hij opkwam, van een nog onbekende figuur. Een elite die in die omstandigheden doet alsof er niets aan de hand is, die pleegt trage zelfmoord. Voor de gefrustreerde jan met de pet is de balans eenvoudig: stemmen hielp niet, de staatsrepressie blijft ongenadig, het harde leven wordt niet beter en op de koop toe spuugt de pers hen uit. Je zou van minder kwaad worden. Natuurlijk lopen er ook professionele amokmakers en profiteurs tussen die kwade massa, maar wie goed luistert, hoort vooral een diepe woede van vooral arme boeren en werkloze jongeren die een welgemeende ‘fuck you’ schreeuwen naar de manier waarop de globalisering zich voor hen ontplooit.

Middenvinger

In Nepal is het niet zo moeilijk om de contrasten te vinden. Na een half uur stappen en een rit van een uur met de bus ga je daar van een middeleeuws dorp zonder elektriciteit, een dokter of proper water naar de metropool Kathmandu. Daar ziet de door honger en ziekte verzwakte vluchteling voor het eerst in zijn leven een dikke Nepalees, die net uit de Pizza Hut wandelt. In West-Nepal zijn er soms gevechten om in de rivier gedumpte rottende rijst van het in hoofdzaak desastreuze Wereldvoedselprogramma. De hongersnood is er structureel en treft elk jaar miljoenen mensen. Er zijn slechts vijf landen in de hele wereld waar de ongelijke economische ontwikkeling nóg erger is als in Nepal. In een district in West-Nepal wonnen de maoïsten de verkiezingen met de belofte om elke buitenlander die op het terrein komt om te brengen. Australiërs bouwen er immers een gigantische en vooral destructieve dam. Quasi overal waar de grote spelers in de Nepalese hulpindustrie zich met de ‘ontwikkeling’ van de armen gaan moeien, stemmen die armen op de maoïsten, die dezelfde projecten afzweren.

Om te begrijpen waarom moet je gewoon eens gaan kijken wie er beter wordt van al die grote buitenlandse hulp wordt, en wie slechter. De middenvinger in Nepal is dan ook niet alleen naar de lokale elite gericht. Ze is ook naar de globale elite én naar de door hen georganiseerde ‘ontwikkelingshulp’ gericht. Die maakt de lokale elite rijker, op hun rug. De leider van het maoïstisch hoofdkantoor in Kathmandu vertelde me dat “alle buitenlandse hulp, van zodra zijn partij in de regering zou zitten, voortaan eerst door het volk goedgekeurd zou moeten worden”. De meeste rode rakkers van zowel Nepal als Thailand vertegenwoordigen een strekking andersglobalisten die steeds luider van zich laten horen. Of je dat nu een goede of slechte evolutie vindt, de tijd dringt om hen op een onderhandelde manier ergens een plaats in het globale verhaal te geven. Wachten tot ze hun stukje van de taart gewapenderhand nemen, is de minder verstandige optie.

Nick Meynen is journalist en schrijver. Hij bracht deze lente een boek uit over hoe de globalisering Nepal aan het veranderen is: ‘Nepal. Nieuwe wegen in de Himalaya’ (uitgeverij Epo). Een voorpublicatie vindt u bij het artikel ‘Nepal, maar dan niet zoals in de reisgidsen‘.

Auteur: Redactie Apache

Apache is gegroeid uit De Werktitel, de eerste Vlaamse blog geschreven door professionele journalisten. De Werktitel zag op 14 oktober 2009 het levenslicht, Apache nam op 24 februari 2010 zijn plaats in. Maar het werk startte al in het voorjaar van 2009, toen een aantal journalisten de koppen bij elkaar staken en beslisten om zich in een avontuur te storten. Omdat degelijke, ongebonden journalistiek nodig is.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid