Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Vliegen op een bedje van Vlaamse leugens met een sausje van jeu de mots à la française (5/5)

30 oktober 2020 Robert Tilkin
Antwerp_International_Airport_08
Foto: CC BY 3.0 Ad Meskens (Wikimedia Commons)
Luchthaven Deurne

Deze gastbijdrage verschijnt in vijf delen. Dit is het vijfde en laatste deel. Lees ook deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4.

Er wordt gelogen tegenover de MER-deskundigen, de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar, het college van landmeters, de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur, de milieu-inspectie, de provinciale milieuvergunningscommissie, huurders, bevoegde ministers (voor zover dezen niet zelf het spelletje meespelen), het DGLV (Directoraat-generaal Luchtvaart)… waardoor de vraag moet worden gesteld of er in verband met de luchthaven van Deurne wel één ding correct en waarheidsgetrouw verloopt.

De notie 'zakenluchthaven'

In het Routeplan 2030 wordt gesteld dat Deurne een ondersteunende rol heeft met zakelijke vluchten als aanvulling van de treinverbindingen: “Ook het verbeteren van de aansluitingen op omliggende vliegvelden in Zaventem, Schiphol, Charleroi, Eindhoven, Düsseldorf en Frankfurt is voor de internationale verbindingen van groot belang.(…) Antwerp Airport heeft daarbij een ondersteunende functie, meer bepaald voor zakelijke vluchten.”

Antwerp Airport heeft een ondersteunende functie voor onder andere zakelijke vluchten

Het document draagt als datum 27 juni 2018 en wordt bijgetreden door: Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW), Departement Omgeving, de secretaris-generaal van MOW, de voorzitter van de raad van bestuur van LOM Antwerpen NV, de afgevaardigde bestuurder van LOM Antwerpen NV, de schepen van Mobiliteit van Antwerpen, UNIZO, Port of Antwerp, VOKA en nog vele anderen.

Maar menen ze dat wel echt? Immers in het verslag van de raad van bestuur van LOM Antwerpen NV van 18 december 2015 lezen we dat het vooral belangrijk is om in de communicatie naar buiten toe te doen alsof. “De heer voorzitter geeft aan dat de luchthaven een zakenluchthaven is, met een noodzakelijke commerciële poot om de exploitatie winstgevend te maken. In de communicatie moet het business-karakter van de luchthaven benadrukt worden. De heer Buelens vult aan dat de maatschappijen niet veel interesse hebben in de zakelijke bestemmingen en dergelijke.

Een beetje verder in dit verslag lezen we: “Mevrouw Joukes vraagt of de stijging van het aantal passagiers en het feit dat de trafiektoename voornamelijk gerealiseerd wordt door toeristische vluchten (en niet door zakenvluchten) een impact heeft op het staatssteundossier. De heer gedelegeerd bestuurder geeft aan dat de limiet op 1 miljoen passagiers ligt, er is dus nog veel groeiruimte, en dat het soort bestemming minder relevant is voor het staatssteundossier.

Het lijkt er dus sterk op dat ze zeer goed beseffen dat ze doen alsof het een zakenluchthaven is. Het is echter in werkelijkheid een toeristische luchthaven om de eenvoudige reden dat de zakenwereld niet de volledige kost wenst te dragen. Diezelfde zakenwereld had zich immers ook al bijzonder stil gehouden met betrekking tot het PPS-plan en was niet bereid met geld over de brug te komen voor de uitbating van een verlieslatende luchthaven, waardoor dit plan mislukte.

De neergelegde jaarrekeningen van LOM Antwerpen NV ziek in hetzelfde bedje?

Nu blijkt dat het doel 'zakenluchthaven' gewoon window dressing is, om er op een sluipende wijze een toeristische luchthaven van te maken, rest nog één ding als rots in de branding: de neergelegde jaarrekening. Er is een commissaris-bedrijfsrevisor aangesteld dus mogen we daarin gerust zijn? Of toch niet?

De bedrijfsrevisor heeft als permanente opdracht een oordeel uit te spreken over het getrouw beeld van de jaarrekening, meer bepaald “of de financiële rapporten in alle van materieel belang zijnde opzichten opgesteld zijn in overeenstemming met het van toepassing zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving en, in voorkomend geval, of de financiële overzichten aan de wettelijke vereisten voldoen.

We hadden in deel vier al enkele bedenkingen in verband met de waardering van de inbreng, maar dat soort attestaties behoort tot de occasionele wettelijke opdrachten van een bedrijfsrevisor. In verband met de wettelijke vereisten werden in de eerste drie jaarrekeningen problemen opgemerkt in verband met het niet vermelden van de schulden van de hoofdaandeelhouder aan de vennootschap.

In code 9500 van de jaarrekening moest de vordering worden toegelicht op een hoofdaandeelhouder-rechtspersoon

Op 24 augustus 2017 vraag ik (opnieuw) om een toelichting van de grote vorderingen op de balans en meld ik de afgevaardigde-bestuurder: ”Overeenkomstig artikel 91 van het KB tot uitvoering van het Wetboek Vennootschappen moet uw onderneming in code 9500 van de neergelegde jaarrekening vermelden welke vordering er bestaat op een hoofdaandeelhouder-rechtspersoon.(…) Uw bedrijfsrevisor heeft dit niet opgemerkt, noch dit jaar noch de vorige jaren. Hij schrijft in zijn verslag van 8 mei 2017: ‘Het jaarverslag behandelt de door de wet vereiste inlichtingen’. Hij merkt hierbij niet op dat deze belangrijke en wettelijk verplichte informatie ontbreekt.”

In de jaarrekeningen vanaf het boekjaar 2017 zal code 9500 wel worden aangevuld, maar de vorige jaren worden niet verbeterd. Het feit dat een bedrijfsrevisor de jaarrekening attesteert geeft dus geen zekerheid.

Dat het vermelden van deze gegevens wel degelijk belangrijk is, blijkt uit een schriftelijke vraag van Imade Annouri. Gelet op diens indringende vragen neem ik aan dat hij de problematiek van de regionale luchthavens heeft overgenomen van mevrouw Ingrid Pira.

Een heel recente schriftelijke vraag (nr. 796) van voormeld Vlaams parlementslid ging inderdaad over de bedragen, die nu worden vermeld onder code 9500 van de jaarrekening. Uit het antwoord kan worden afgeleid dat het probleem van een onvolledige jaarrekening zich zowel bij LOM Oostende-Brugge stelt, als bij LOM Antwerpen.

Zij hadden beide de eerste drie jaar dezelfde bedrijfsrevisor uit de stal van KPMG. Eentje van de Big Four geeft dus evenmin een garantie op een wettelijk correcte jaarrekening. Er zijn volgens eurocommissaris Michel Barnier wel meer problemen met de Big Four onder meer op gebied van de kwaliteit en de onafhankelijkheid van hun verslaggeving.

Voormelde vraag 796 levert echter een intrigerend antwoord op en laat toe vast te stellen dat de verkregen investeringssubsidies slechts gedeeltelijk in het eigen vermogen werden opgenomen, waardoor dit zwaar onderschat is. Dezelfde vaststelling kan worden gemaakt in verband met de exploitatiesubsidies die in strijd met de wet niet allemaal in resultaat werden genomen, maar zoals sommige bedrijven wel eens pogen te doen, deze onmiddellijk belastbare subsidies op te schuiven tot een later jaar wanneer het hen fiscaal beter uitkomt.

De subsidies werden allemaal toegekend door een ministerieel besluit (MB) en gehecht aan het desbetreffende begrotingsjaar. Ze zullen worden uitbetaald op het rekeningnummer BE48 3751 1174 8527 van LOM Antwerpen NV, maar kunnen worden bijgesteld. Van die bijstelling zijn er echter geen besluiten bekend, zodat de MB’s onverkort van toepassing zijn

Een eerste vaststelling: de MB’s gehecht aan het begrotingsjaar 2014 (zowel Oostende als Antwerpen), werden zonder datum ondertekend door minister Weyts. Het jaar 2014 lijkt voor de Vlaamse Regering het jaar te zijn waarin het niet gebruikelijk is documenten te dagtekenen (zie ook de documenten met betrekking tot de inbreng van de luchthaven, die naderhand werden geantidateerd op 24 oktober 2014).

Een tweede vaststelling is dat de cijfers uit de besluiten niet zomaar terug te vinden zijn in de jaarrekening op de plaats waar je ze gelet op hun aard zou verwachten. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen heeft daarover een duidelijke richtlijn opgesteld, waarvan je mag verwachten dat minstens overheidsbedrijven deze zouden naleven.

In verband met een exploitatiesubsidie stelt de CBN (Commissie voor boekhoudkundige normen) het volgende: “Een subsidie moet niet op datum van de effectieve uitbetaling ervan worden ingeschreven, doch wel op het ogenblik waarop het recht van de onderneming op deze subsidie komt vast te staan en de subsidie redelijkerwijze gewaardeerd kan worden.” De datum, noch de waardering vormt hier een probleem, het gaat immers om MB’s (die normaal gedateerd worden, behalve in 2014…). De boekhoudkundige verwerking zelf is wel verschillend voor exploitatie- en investeringssubsidies.

De investeringssubsidies voor LOM Antwerpen NV

Op het ogenblik dat het recht op de investeringssubsidie komt vast te staan, moet het bedrag volgens de CBN worden geboekt onder de rekening vijftien kapitaalsubsidies. Hier zouden we dus de bedragen uit de MB’s moeten terugvinden. Voor u zelf gaat rekenen, maak u geen zorgen er ontbreekt namelijk een en ander.

Het ontbrekende bedrag is in de jaarrekening per 31 december 2019 reeds opgelopen tot 7.427.206 euro. De balans zelf is 'natuurlijk' in evenwicht want in plaats van de subsidies te boeken in de juiste rekening vermelden ze die in de overlopende rekeningen. Uit de jaarrekening blijkt nu een eigen vermogen van 5.937.305 euro maar dat moest volgens de MB’s 13.364.511 euro zijn.

Het eigen vermogen van LOM Antwerpen NV bedraagt slechts 5.937.305 euro terwijl dit 13.364.511 euro moest zijn

Nochtans omschrijven ze de waarderingsregels in de jaarrekening per 31 december 2019: “De kapitaalsubsidies worden geboekt bij effectieve toekenning [noot: de MB’s dus] . Ze zullen in resultaat worden genomen a rato van de afschrijvingen die geboekt worden op de gesubsidieerde activa.” Wat dus niet gebeurde. Zou het kunnen dat men in Antwerpen iets wil wegmoffelen?

Er is in elk geval een probleem met de waarde van het eigen vermogen ten belope van 7.427.206 euro. De balansen van de beide LOM’s vormen een onderdeel van de geconsolideerde balans van het Vlaams Gewest, waardoor de vastgestelde onderschatting ook in die balans zou kunnen voorkomen.

De exploitatiesubsidies

Volgens de CBN worden exploitatiesubsidies geboekt “op het ogenblik dat het recht op de exploitatiesubsidie komt vast te staan.” De boeking gebeurd op een resultaatrekening “740 bedrijfssubsidies en compenserende bedragen (…) Indien de geboekte exploitatiesubsidie gedeeltelijk betrekking heeft op volgende boekjaren, wordt een gedeelte overgedragen.” Die boeking gebeurt op rekening “493 over te dragen opbrengsten”.

De exploitatie-subsidies werden slechts voor 196.974 euro in resultaat genomen in plaats van 392.000 euro

Uit de geraadpleegde MB’s blijkt dat er elk jaar een exploitatiesubsidie wordt toegekend. De toekenning zelf bevat geen aanwijzing dat de subsidie over meer dan één jaar moet worden gespreid. Bijgevolg zou je mogen verwachten dat de resultaatrekening 740 elk jaar netjes overeenstemt met het MB. Toch zal de subsidie worden gesplitst in een gedeelte dat in het resultaat wordt genomen en een gedeelte in “over te dragen opbrengsten”. Of nog in een belastbaar en een niet belastbaar gedeelte.

De totaliteit van de exploitatiesubsidies moet wel worden vermeld in de toelichting bij de jaarrekening: “Het totaal bedrag van de subsidies (andere dan investeringssubsidies) dient in de toelichting vermeld te worden.” Tenzij de CBN er iets anders mee bedoelt werden enkel de in resultaat opgenomen exploitatiesubsidies onder code 9125 vermeldt, maar niet het totaal bedrag.

Tot en met het jaar 2019 werden er elk jaar exploitatiesubsidies toegekend, gehecht aan het desbetreffende begrotingsjaar. Het totaal bedrag van deze zes subsidies bedraagt 392.000 euro. De som van de in resultaat geboekte subsidies bedraagt (rekening 740) 196.974 euro. Het verschil 195.026 euro werd niet in resultaat genomen en daarom vermoedelijk ook niet aan de (federale) vennootschapsbelasting onderworpen.

Besluit

Ook de laatste zekerheid valt nu weg: de door de bedrijfsrevisor 'zonder voorbehoud' geattesteerde jaarrekeningen van LOM Antwerpen NV, die worden voorgelegd aan het publiek en de parlementsleden.

  • Het probleem van de onjuist geboekte kapitaalsubsidies is een onderwerp dat het Rekenhof kan interesseren.
  • Het probleem van de onjuist geboekte exploitatiesubsidies zal vermoedelijk zowel het Rekenhof als de fiscus kunnen aanbelangen. Het is natuurlijk steeds mogelijk dat er door een controlerende fiscaal ambtenaar reeds een herziening is doorgevoerd, maar het zou ook kunnen dat de fiscale overheid in de eerste plaats redeneert zoals Borsbeek bij de tunnelwerken: werken en documenten onder de verantwoordelijkheid van het Vlaams Gewest mogen worden vertrouwd en vragen minder nazicht.

Zowel voor de fiscus als het Rekenhof kan de vaststelling dat de subsidies niet correct worden verwerkt - overigens met miskenning van de eigen waarderingsregels – een reden zijn om dit van meer nabij op te volgen?

Als om de hiervoor genoemde reden in het dossier van LOM Antwerpen NV de ontvangen exploitatiesubsidies niet voor het volledige bedrag deel zouden hebben uitgemaakt van de belastbare basis in de vennootschapsbelasting dan is de fiscus de laatste in het rijtje van mogelijke bedrogenen (met een tekort in de belastbare basissen van in totaal 195.026 euro).

In dat geval voegen we in verband met de luchthaven van Deurne ook de fiscale administratie toe aan dit lijstje, dat ondertussen reeds is aangegroeid met volgende betrokkenen: het Rekenhof, politici, betrokken burgers, MER-deskundigen, de betrokken verenigingen in Routeplan 2030, de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar, het college van landmeters, het DGLV, de huurders die hun contract onder bedreiging moesten 'afstaan' aan EGIS, de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur en de milieu-inspectie.

Veel instanties blijven er niet meer over…

Er kan nog worden aan toegevoegd dat de problematiek in Oostende gelijklopend is, zij het met kleinere bedragen en voor zover ik weet geen (gekende) stedenbouwkundige misdrijven.

Uitgelichte afbeelding: CC BY 3.0 Ad Meskens (Wikimedia Commons)

LEES OOK