Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Een ongewilde onafhankelijkheid

17 augustus 2020 Alexander Aerts
117638237_788618335241800_7445694197896276689_n
© Alexander Aerts

De coronacrisis maakte midden maart een onverwachts einde aan deze onbestuurbaarheid op het federale niveau en gaf aanleiding tot de noodregering-Wilmès. De politieke aanpak van deze noodregering (en die van de andere besturen) maakte echter snel duidelijk dat de gezondheidszorg en het crisisbeleid zeer versnipperd is en inefficiënt verloopt. De onbestuurbaarheid bleef zich voortzetten, met de steeds verslechterende situatie in de woonzorgcentra als pijnlijke exponent.

De uitzonderlijke periode die we vandaag in België meemaken, wordt door de N-VA en het VB aangegrepen om hun communautaire grieven op tafel te leggen. De federale formatiecrisis en de coronacrisis worden door de N-VA en VB herleid tot het faillissement van de Belgische staat.

Met het VB die afgelopen verkiezingen in Vlaanderen als winnaar uit de bus kwam, ziet de N-VA zich nu gesteund om de federale formatiegesprekken richting een verdere versplintering van België te duwen. Een zevende staatshervorming moet de Belgische staat tot de wachtkamer van het confederalisme brengen en uiteindelijk tot de voorpoort van het onafhankelijke Vlaanderen leiden.

Revanchisme

Als reactie op de versplintering van de bevoegdheden die de gezondheidszorg opmaken, pleiten o.a. de Open VLD en Groen voor een gedeeltelijke herfederalisering. De minste herfederalisering van bevoegdheden en versterking van het federale niveau stoot echter op een historisch geworteld ressentiment van de Vlaams-nationalisten.

De gezondheidszorg kan voor hen — zonder al te veel argumenten — enkel ‘efficiënt’ georganiseerd worden op het Vlaamse niveau. Wanneer er dan toezeggingen aan Vlaams-nationalisten gedaan worden tot regionalisering worden deze beantwoord met een ‘too little too late’. De Vlaams-nationalistische klaagzang vindt de staatshervormingen onbevredigend omdat ze steeds te weinig omvatten en steevast te laat komen.

Het ressentiment en het daaropvolgende anti-Belgicisme van het Vlaams-nationalisme vinden hun bestaansreden in de collaboratie tijdens de Eerste Wereldoorlog

Het ressentiment en het daaropvolgende anti-Belgicisme van het Vlaams-nationalisme vinden hun bestaansreden in de collaboratie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Onder WOI had de Duitse bezetter een 'Flamenpolitik' geïnitieerd die als doel had de tegenstellingen in België uit te spelen door het gefrustreerde Vlaamse bewustzijn te kanten tegen de Belgische staat: 'divide & conquer'.

Er ontstond een activistische beweging binnen het Vlaams-nationalisme die actief collaboreerde met de Duitse bezetter om o.a. de bestuurlijke scheiding van België te realiseren.

De Vlaamse beweging-historicus Lode Wils citeerde in zijn recent boek de literator Gerard Walschap om de impact van deze collaboratie te duiden: "Het activisme spleet ons veel dieper dan nu nog begrijpelijk voorkomt (...) Het koos tussen Vlaanderen en België, twee vaderlanden voor ons tot dan toe identiek, en die plots onze verstomming onverzoenlijke vijanden waren."

Het ‘anti-Belgicistisch’ Vlaams-nationalisme werd geboren. Na de oorlog werd een deel van de collaborerende activisten vervolgd en de onvoorwaardelijke amnestie van deze collaborateurs een centrale eis van de Vlaams-nationalisten.

Een kleine twintig jaar later vond er tijdens de Tweede Wereldoorlog een historische herhaling plaats. Vlaams-nationalisten, nu geïnspireerd door het fascisme en het nationaal-socialisme, collaboreerden op een gigantische schaal met diezelfde Duitse bezetter. Het ressentiment en het anti-Belgisch karakter van Vlaams-nationalisten komt telkens terug op deze collaboratie.

Tot op vandaag is het Vlaams-nationalisme in de partijkaders van de N-VA en het VB gedreven door dit revanchisme

De vervolging van de collaborateurs door de Belgische rechtsstaat vormde een blijvende motor voor hun revanchisme. Dit werd door de Vlaams nationalisten uitgedragen in hun eis voor amnestie. Het pleidooi voor amnestie werd ultiem een strijd om wraak te nemen op en te breken met de Belgische staat.

Tot op vandaag is het Vlaams-nationalisme in de partijkaders van de N-VA en het VB gedreven door dit revanchisme. Een deel van deze partijkaders zijn nazaten van collaborateurs. Het gaat echter veel verder dan verwantschap.

Beide partijen cultiveren een meer algemeen idee dat de Vlamingen onrecht werd aangedaan doorheen de geschiedenis van België en dat dit onrecht zich heden ten dage ongenaakt verderzet.

Vlaming für sich

Dit onrecht kan enkel en alleen rechtgetrokken worden indien de Belgische staat de eis voor een onafhankelijk Vlaanderen inwilligt. ‘De Vlamingen’ zijn volgens de Vlaams-nationalisten een natuurlijk volk met eigen belangen, een subnatie 'an sich' (op zichzelf), dat onder het juk van de artificiële staat België leeft.

Decennialang was het doel van de Vlaamse Beweging om de Vlaming bewust te maken van zijn positie in België en zijn specifieke ‘Vlaamse’ belangen in de Belgische staat. Er moest een Vlaming 'für sich' (voor zichzelf) opstaan die zijn historische rol zou moeten spelen door voor zijn ‘Vlaamse’ rechten en onafhankelijkheid op te komen.

De Vlaming moest zich bewust worden van zijn ‘Vlaamse identiteit’ en vooral tegen België zijn

De bewustwording was initieel gericht op taal en het verwerven van sociale rechten voor Vlamingen in de Belgische staatsstructuur. Met het ontstaan van een anti-Belgicistisch Vlaams-nationalisme werd deze bewustwording gekeerd naar een strijd tegen de Belgische staatsstructuur zelf. De Vlaming moest zich bewust worden van zijn ‘Vlaamse identiteit’ en vooral tegen België zijn.

Merkwaardig genoeg lijkt er een paradox te zijn ontstaan in deze nationalistische bewustwording. Sinds de eerste staatshervormingen en de daarmee gepaarde communautaire politiek werd er enerzijds een proces van natievorming in gang gezet en werd anderzijds de weg geplaveid voor een onafhankelijk Vlaanderen.

Uit opiniepeilingen blijkt dat de meeste Vlamingen overweldigend tegen een Vlaamse onafhankelijkheid gekant zijn

Uit opiniepeilingen blijkt dat de meeste Vlamingen echter overweldigend tegen een Vlaamse onafhankelijkheid gekant zijn, ook al zijn er vele die voor Vlaams-nationalistische partijen hebben gestemd. De groep niet-separatistische N-VA- of VB-stemmers is dus groot.

De Vlaamse homo nationalismus, die Vlaams en anti-Belgicistisch is, kwam niet tot stand. Het proces van natievorming creëerde misschien wel een versterkt bewustzijn van een Vlaamse identiteit, de eis om deze Vlaamse identiteit als natie te beleven in een autonome staat blijft zeer onpopulair.

We kunnen stellen dat het revanchisme, dat de Vlaams-nationalistische politiek drijft, een randfenomeen is in de bredere bevolking, en voornamelijk leeft binnen een beperkte politieke klasse (de partijkaders, militanten en achterban van de N-VA, VB en Vlaamsgezinde middenveldorganisaties).

Nieuw rechts als glijmiddel

Historicus Bruno de Wever proclameerde in een interview met De Standaard dat het Vlaams separatisme een massabeweging is geworden. Hij maakte eveneens de kritische kanttekening dat ze in de ‘war room’ van de N-VA zeer bewust zijn van het feit dat kiezers geen onafhankelijkheid willen. Niet het Vlaams-nationalisme, maar het nieuw rechtse programma maakte zowel van de N-VA als het VB grote partijen.

Wat vroeger misschien gegrond was in een massabeweging, is nu exclusief eigendom van een particratische en politieke klasse geworden

De electorale winsten die ze met een nieuw rechts politiek programma opstrijken, bieden beweegruimte om een steeds nationalistischere politiek te voeren. De nieuw rechtse politiek vormt dus met andere woorden het glijmiddel voor het separatisme, al ligt het merendeel van het electoraat niet wakker van het communautaire aspect van hun programma.

Tegelijk is het duidelijk dat er heden ten dage maar enkele restanten van een Vlaams-nationalistische of Vlaamsgezinde massabeweging overblijven. Het amalgaam van Vlaamsgezinde middenveldorganisaties kon evenmin gespaard blijven voor het ontzuilingsproces en de massale uitloop van burgers bij politieke organisaties.

De Vlaams-nationalistische partijen hebben zich geleidelijk aan het monopolie op de restanten van deze volksbeweging toegeëigend. Wat vroeger misschien gegrond was in een massabeweging, is nu exclusief eigendom van een particratische en politieke klasse geworden.

Kleine elite

Deze politieke klasse is verenigd in zijn nieuw rechts programma en gecementeerd door hun drang naar separatisme. Het ressentiment die de Vlaams-nationalisten overhouden van de collaboratie komt steeds tot uiting in een wederkerend revanchisme. Dit revanchisme en de bijhorende eis voor onafhankelijkheid heeft echter geen breed draagvlak onder Vlamingen.

Zonder draagvlak lukt het hen toch middels een nieuw rechtse politiek om electoraal succes te boeken die hen de beweegruimte verschaft om het separatisme door te voeren. Een kleine Vlaams-nationalistische klasse weet dus op slinkse wijze het Belgische politieke landschap te kapen en de belangen van een kleine elite door te drukken aan de rest van de bevolking.

Met het vooruitzicht op een zevende staatshervorming komen we al weer een stapje dichter bij een ongewilde onafhankelijkheid.

Uitgelichte afbeelding: © Alexander Aerts

LEES OOK