Een droom voor Brugge en wijde omgeving: mobiliteit in 2050

 Leestijd: 4 minuten1

Dit stuk gaat over de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. In het bijzonder over de vraag hoe ze zich in Brugge en wijde omgeving zullen verplaatsen: mobiliteit in 2050. Laat ons wel wezen, 2050, dat is niet zo veraf meer, nog dertig jaar. Keer het eens om, dertig jaar terug. Zij die toen, rond 1990, werden geboren, zijn nu dertigers. Hun kinderen zullen in 2050 behoren tot de dertigers. Hoe zal hun toekomst in en rond Brugge eruitzien?

In de wetenschappelijke rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) staat al een aantal jaar aangegeven dat we in 2050 bijna geen broeikasgassen meer mogen uitstoten, willen we de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde onder de 2°C houden: dit betekent een daling van de uitstoot met 80 tot 95% t.o.v. 1990. Momenteel zitten we aan een vermindering van een kleine 20%. Vooral transport van mensen en goederen baart ons zorgen: de uitstoot is sedert 1990 toegenomen in plaats van gedaald. Benzine, diesel en gas worden verbrand o.a. om ons te verplaatsen en zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de uitstoot van CO2, een van die broeikasgassen.

Het International Energy Agency (IEA) wijst er al lang op dat dit het gevolg is van ‘lock-in’- investeringen. Nieuwe wegen werden en worden aangelegd met de bedoeling er tientallen jaren auto’s en vrachtwagens over te laten rijden. We zetten ons dus vast (‘lock-in’) met het transportsysteem zonder zich daar vragen over te stellen.

Sommigen zullen optimistisch antwoorden: ‘Tegen dan rijden wagens, camions en bussen toch allemaal elektrisch.’ Hm, zelf zijn we al een kleine tien jaar bezig het verband te onderzoeken tussen materiaalgebruik en onder andere het vergroenen van onze energievoorziening. Het ziet er niet goed uit: de schaarste van grondstoffen zal deze wensdromen in de weg staan. Een voorbeeld:

De regering van het Verenigd Koninkrijk wil dat tegen 2050 auto’s en bestelwagens geen broeikasgassen meer uitstoten. Gerenommeerde wetenschappers hebben berekend dat om deze Britse doelstelling te halen, iets minder dan twee keer de huidige totale jaarlijkse wereldproductie van kobalt, bijna de hele wereldproductie van neodymium, driekwart van de lithiumproductie van de wereld en ten minste de helft van de koperproductie in wereld hiervoor nodig zijn. Probeer je even voor te stellen wat dit zou betekenen indien de hele wereld deze Britse doelstelling zou willen halen.

Een plan voor Brugge

Elektrisch rijden lijkt dus niet dé oplossing. Wat dan wel? Moeten we ons rijgedrag niet grondig in vraag stellen? Individueel vervoer in 2050 lijkt niet langer een optie. Alle investeringen die we nu en in de nabije toekomst in die richting nog zouden doen is weggesmeten geld. Ik heb dus een droom, I have a dream, over de mobiliteit in 2050 te Brugge en wijde omgeving. Volgen jullie even mee?

De ring rond Brugge (R30) wordt bovengronds opgebroken en gewijzigd in een groot stadspark met een fietspad, met stroken voor verschillende types; ondergronds wordt een metrolijn aangelegd die rond de stad cirkelt. Er wordt bekeken hoe dit kan sporen met (een beperktere versie van) het project Stadsvaart.

Er komen metrohaltes ter hoogte van de kruising van de metrolijn onder de R30 met het Stationsplein, de Baron Ruzettelaan, de Generaal Lemanlaan, Maalse Steenweg, de Damse Vaart, de Havenstraat, de Blankenbergse Steenweg, AZ Sint-Jan, de Bloedput en ’t Zand. Elke 10 minuten stopt er een metro aan een halte:

Boven elke metrohalte wordt een bushalte aangelegd die wordt bediend door elektrische bussen die komen aangereden over de invalswegen om aansluiting te geven en terug te keren. Deze bussen vertrekken om de 10 minuten vanuit het station van Oostkamp (afwisselend via Moerbrugge), het station van Beernem (afwisselend via Oedelem), Sijsele, Damme (afwisselend via Vivenkapelle en Sint-Kruis), Dudzele (afwisselend via Koolkerke en via de Blauwe Toren), Jabbeke (via Varsenare en Sint-Andries) en Loppem (via Sint-Michiels). De treinen naar Knokke, Zeebrugge en Blankenberge rijden elke 30’, het hele jaar door. In onderstaande figuur wordt het gebied weergegeven dat inzake mobiliteit hiermee wordt afgedekt.

Op de meest adequate plaatsen langs de buslijnen worden bewaakte randparkings aangelegd (bijv. aan de huidige P&R Steenbrugge). De doorgang van de wagens tot in de binnenstad wordt voor niet-bewoners onmogelijk en voor bewoners moeilijk gemaakt. De invalswegen worden heraangelegd tot groene assen met een focus op snelle doorgang van de elektrische bussen, taxi’s en een breed fietspad. Auto’s van bewoners kunnen slechts langzaam passeren; zij kunnen er ook voor kiezen hun wagen achter te laten op de bewaakte randparking.

Binnen de ring rond Brugge (lees: de binnenstad) rijden vanaf de metrohaltes kleine elektrische bussen door de stad. Aan elke metrohalte en bij iedere randparking komt een fietspunt, waar fietsen kunnen worden ontleend, taxiplaatsen en parkingplaatsen voor autodelen. Overal worden oplaadpunten voorzien.

Kopenhagen achterna

De beslissing tot bovenstaand mobiliteitsplan voor Brugge en omgeving wordt genomen voor eind 2020, de uitvoering start stapsgewijs, en tegen 2036 komt alles op kruissnelheid: het stadsbestuur heeft dus 15 jaar de tijd (= 2,5 legislatuur) om hier werk van te maken. De jonge generatie van het schepencollege en de gemeenteraad in Brugge (Mathijs Goderis, Pablo Annys, Franky Demon, Pieter Marechal, Mercedes Van Volcem, Jasper Pillen …) moet toch wel oor hebben voor een dergelijk toekomstproject ‘Kopenhagen achterna’. Zij hebben op die manier de opportuniteit om mee te bouwen aan een toekomst voor hun stad. En, het gaat bovendien ook over de toekomst van hún kinderen (en kleinkinderen): ook zij zullen behoren tot de dertigers van 2050.

Het is duidelijk dat deze aanpak een gedragsverandering zal vergen én (onvoorziene) sociale effecten tot gevolg kan hebben. Het aanzetten tot gedragsverandering moet gepaard gaan met het zoeken naar praktische oplossingen voor mogelijke problemen: het Brugse vernuft inzake organisatie en technologie moet hierbij kunnen helpen. Het week na week, maand na maand, jaar na jaar opvolgen en oplossen van mogelijke (onvoorziene) sociale effecten is altijd al een bekommernis geweest van het stadsbestuur in Brugge: waarom zou dat bij zo’n project niet kunnen?

Het faciliteren door het stadsbestuur van ‘nabijheid’ van goederen en diensten zal hierbij belangrijk zijn. Waar blijven bijvoorbeeld de ‘Boer Bas’ en/of boerenmarkten (minstens) iedere week in elke deelgemeente? Hoe zit het met de tweewekelijkse repair cafés (minstens) in elke deelgemeente?

Ook nieuwe initiatieven en bedrijven die willen meewerken aan deze toekomstvisie moeten de kans krijgen om zich te ontwikkelen: dit mobiliteitsplan creëert nieuwe en andere werkgelegenheid. Het stadsbestuur kan als hefboom zijn overheidsaanbestedingen en ondersteuningsmechanismen in die richting oriënteren. Samenwerking met de omliggende steden en gemeenten biedt kansen om een andere, betere mobiliteit in 2050 te realiseren.

Daadkracht nodig

In deze aanpak zitten maatregelen van ‘mitigation’, met andere woorden het minder uitstoten van broeikasgassen, en van ‘adaptation’, met andere woorden het zich aanpassen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Denk in verband met dit laatste aan het stadspark en de vergroening van de invalswegen: deze brengen verkoeling in een opwarmende wereld.

Natuurlijk zullen er nog tal van andere maatregelen moeten worden genomen die doortastend zijn, waarbij ‘outside of the box’ wordt gedacht. Denk bijvoorbeeld aan het vrachtvervoer. Maar waarom zouden we dat niet aankunnen met ons vernuft en creativiteit?

I have a dream, ik heb een droom dat mijn kinderen en kleinkinderen binnen 30 jaar nog een fatsoenlijk leven kunnen leiden in een aantrekkelijk stad. Dit zal alleen maar kunnen als het huidige stadsbestuur daadkracht toont met een visie op 2050. Zet in 2020 internationaal gerenommeerde architecten en planologen aan het werk om een holistische visie binnen de geschetste krijtlijnen uit te werken tegen het najaar.

Stellen jullie, leden van het College van Burgemeester en Schepenen, dan een beslissing tot uitvoering van het plan voor op de gemeenteraad van 22 december 2020?

De Eiermarkt in Brugge (Foto: CC BY-SA 4.0 Marc Ryckaert (Wikimedia))

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Bernard Mazijn

Bernard Mazijn is inwoner van Brugge en wijde omgeving
, en verbonden aan het Instituut vóór Duurzame Ontwikkeling vzw & Universiteit Gent.