We hebben geen andere referentie dan elkaar

 Leestijd: 11 minuten3

Met de essay-reeks ‘Tijd voor een nieuw humanisme’ nodigt Gaston Meskens je uit mee na te denken over mogelijke nieuwe systemen om de toekomst vorm te geven. Hij vertrekt daarbij vanuit de vraag wie we zijn als individu en als groep. Vandaag kijkt hij terug op de vijf dagen van de Resilience Frontiers waarop het New Humanism project door het klimaatsecretariaat van de VN was uitgenodigd om mee na te denken over een wenselijke toekomst voor de mensheid.

We waren met 100 in Seoul, samengekomen van over de hele wereld op uitnodiging van het klimaatsecretariaat van de Verenigde Naties. Vanuit ons New Humanism project waren ook wij uitgenodigd om mee na te denken. De opdracht waarrond we gedurende de 5 dagen van de Resilience Frontiers bijeenkomst werkten was bescheiden en overmoedig tegelijk: wat is een wenselijke toekomst voor de mensheid?

Een overmoedige opdracht, want wie denken we wel dat we zijn als we vinden dat we voor de volgende generaties kunnen bepalen wat goed is voor hen? En een bescheiden opdracht, want wie denken we wel dat we zijn als we vinden dat we voor de volgende generaties kunnen bepalen wat goed is voor hen? We moeten overmoedig zijn, want het is nu eenmaal aan ons om te denken in het belang van de toekomstige mensheid. En we moeten bescheiden zijn, want ons zicht op de toekomst is beperkt, en de mogelijkheid bestaat dat die toekomstige mensheid later meewarig op ons zal terugblikken omwille van ons gestuntel in denken en doen.

We moeten overmoedig zijn, want het is nu eenmaal aan ons om te denken in het belang van de toekomstige mensheid

Het is ergens bevrijdend dat de mensheid van de toekomst nog niet bestaat en dat zij het dus niet beter kan weten dan wijzelf. Maar omdat ze nog niet bestaat heeft ze ook nog geen verantwoordelijkheid over de wereld waarin ze later zal leven. Vandaag denken over de toekomst is eigenlijk denken over het nu, met ons beperkt zicht op het nu en op die toekomst, en met een terugblik op het verleden.

Resilience Frontiers, Seoul, discussie dag 1: ‘Wat zijn mogelijke toekomsten?’ (Foto: Gaston Meskens)

Niet te veel lijden

Er was een consensus onder de deelnemers dat de wenselijke toekomst waarover we nadachten nooit een gemakkelijke toekomst kan zijn. Gezien de vele complexe sociale problemen (armoede, ongelijkheid, migratie, …) en de acute bedreigingen van ons leefmilieu komt het er in de toekomst vooral op aan om capaciteit op te bouwen om die problemen en bedreigingen aan te pakken en veerkracht (resilience) te verzekeren om niet teveel te lijden onder de gevolgen ervan.

Opmerkelijk was hoe de organisatoren in eerste instantie wilden focussen op de uitdagingen en mogelijkheden van de ‘vierde industriële revolutie’ (artificiële intelligentie, big data, blockchain en biotechnologie), maar de deelnemers gaandeweg begonnen te redeneren vanuit de uitdagingen en mogelijkheden van de mensheid als een sociale samenleving op zich, met haar morele, rationele én spirituele mogelijkheden en fricties en met aandacht voor de mens als wezen in contact met zijn natuurlijke habitat.

Met andere woorden: de wenselijke toekomst heeft ook en vooral sociale, economische en politieke wenselijke dimensies. Alles zal anders moeten: niet alleen de perverse neoliberale markt van vandaag, maar ook hoe we sociaal en politiek omgaan met elkaar. Dat was misschien wel de belangrijkste conclusie van onze vijfdaagse denkoefening, en ze lijkt trivialer dan ze is, want we worden vandaag meer dan ooit omringd door positivo’s van alle slag die zeggen dat wetenschap en technologie ons zal redden en dat we vooral niet moeten raken aan de markt en/of aan het politieke systeem (in een vorig stuk heb ik dat probleem uitgebreider en met voorbeelden beschreven).

Resilience Frontiers, Seoul, discussie dag 2: ‘Wat zijn wenselijke toekomsten?’ Rechts mijn NGO collega Hindou Oumarou Ibrahim (Tsjaad) die het globale netwerk van inheemse volkeren in de VN klimaatonderhandelingen vertegenwoordigt (Foto: Gaston Meskens)

Democratie erkennen als primaire behoefte

We werden ingedeeld in werkgroepen en gevraagd om uitgaande van verschillende thema’s ideeën voor wenselijke toekomsten te formuleren. Een extra criterium voor onze opdracht was dat we ‘innovatief’ en ‘ambitieus’ moesten zijn en niet moesten afkomen met een bestaand idee of een variatie erop. De organisatoren van de bijeenkomst gebruikten daarbij de metafoor van een ‘moon shot’-idee, verwijzend naar het ambitieuze plan van President Kennedy uit 1961 om nog vóór het einde van dat decennium een mens op de maan te zetten.

Mijn groep werd gevraagd om na te denken over de nood aan en rol van publieke goederen voor de toekomst: als we in emotionele en spirituele verbondenheid met een gezond ecosysteem willen leven, wat zijn dan essentiële publieke goederen die we daarvoor moeten creëren en/of conserveren? Publieke goederen zijn, zoals men weet, gemeenschappelijke goederen, in de zin dat iedereen gebruiksrecht heeft en het gebruik door de ene het gebruik door de andere niet kan of mag beperken.

Een typisch voorbeeld is lucht, en dan liefst schone lucht. Maar ook kennis en informatie beschikbaar gesteld door de overheid zijn in principe publieke goederen. Ik stelde voor om ‘betekenisvol democratisch overleg’ naar voor te schuiven als een essentiëel publiek goed en als een vorm van emotionele en spirituele verbondenheid met een gezond ecosysteem.

Betekenisvol democratisch overleg is overleg waarvan de methode vertrouwen wekt en dat ook effectief is, in de zin dat het tot praktische resultaten kan leiden. Het geeft de betrokkenen een gevoel van ‘erbij te horen’. Ze worden eigenaar van het probleem of de uitdaging (bijvoorbeeld klimaatverandering) en worden tegelijk meegenomen in een leerproces. Samen met de groep hebben we dat voorstel uitgewerkt en beter gemaakt.

De kritiek dat het uitbrengen van een stem om de zo veel jaar de burger eerder monddood dan machtig maakt groeit zowel vanuit de basis als vanuit het middenveld

Stel je voor dat iedere mens ‘gebruiksrecht’ van democratisch overleg zou hebben, in de zin van inspraak in dat overleg, en dat de inspraak van de ene die van de andere niet kan of mag beperken. Is dat een innovatief idee? Ja en nee. We weten dat in een moderne democratie inspraak van de burger zich vooral beperkt tot het uitbrengen van een stem om de zoveel jaar, en de kritiek dat dit de burger eerder monddood dan machtig maakt groeit zowel vanuit de basis als vanuit het middenveld. De kiezer beslist min of meer welke partijen met elkaar kunnen gaan onderhandelen over coalitievorming maar heeft uiteindelijk geen enkele controle over wat die coalities daarna gaan doen.

Dat ons huidig democratisch systeem niet meer in staat is om de complexiteit van onze sociale en ecologische uitdagingen te vatten en eerder populisme en polarisatie in de hand werkt heb ik zelf uitgebreid beargumenteerd in een vorige Apache-reeks.

Deliberatieve democratie zonder politieke partijen en met sterke faciliterende en modererende internationale organisaties is als methode moreel superieur en praktisch haalbaar. Het wordt echter pas interessant als we democratisch overleg gaan bekijken als een publiek goed waarbij we dat gebruiksrecht voor elke mens niet alleen als een mensenrecht maar ook als een primaire behoefte gaan zien, net zoals voeding, water en beschutting.

De moderne mens is niet meer dezelfde als diegene die zich in pre-moderne tijden (al dan niet bewust) slaafs neerlegde bij het feit dat hij van eenvoudige afkomst was en dat zijn lot bepaald werd door de uitverkoren politieke en religieuze edellieden die in de juiste families geboren waren. Mensen zijn vandaag burgers in de samenleving. Ze hopen als burger erkend te worden en hebben een al dan niet doordachte mening over die samenleving. Via de media en hun (al dan niet gedwongen) reizen blijven de indrukken, ervaringen en ontmoetingen waarover burgers zich een mening vormen niet meer beperkt tot die in de familie of in het dorp, maar is de globale wereld vandaag schouwtoneel en actieterrein.

We hebben vandaag een mening over de globale samenleving en onze plaats daarin, en daardoor is er voor elk van ons als moreel wezen ook een nieuwe essentiële bron van zingeving en morele motivatie ontstaan: de wil om betrokken te worden bij het spreken over en het organiseren van die samenleving.

Resilience Frontiers, Seoul, discussie over democratisch overleg als een publiek goed (Foto: Gaston Meskens)

Privékapitaal en democratie

Democratisch overleg als publiek goed met gelijkwaardig gebruiksrecht vanuit eenieders behoefte is een mooi idee, maar het bestaat nog niet, en de kans dat het er snel komt is klein. Vergeleken met onze huidige ‘moderne’ methode van democratie is het een nieuw en ambitieus idee, maar het werd ook al geformuleerd toen er van onze huidige moderne democratie nog geen sprake was. Meer dan honderd jaar geleden pleitte Rosa Luxemburg al voor een ‘volksradendemocratie’ waarin burgers hun mening zouden mogen uitdragen en gelijkwaardige politieke beslissingsbevoegdheid zouden krijgen. Hannah Arendt – voor wie Luxemburg een inspiratiebron was – benadrukte op haar beurt het belang van ‘gemeenschapszin’ als politieke zin om zich medeverantwoordelijk voor de wereld te voelen.

In het essay ‘Het Tij Keren’ blikt Joke Hermsen terug op het werk van Rosa Luxemburg en Hanna Arendt en toont ons aan dat hun ideeën voor die tijd revolutionair waren en vandaag eigenlijk nog steeds. Hermsen herinnert ons eraan dat ‘het scherpen van het kritisch bewustzijn en het aansporen tot het vormen van een eigen oordeel of mening en die publiekelijk mogen uitdragen’ voor beide ‘kritische dwarsdenkers’ de basismotivatie en kern van hun werk was: ‘Geef mensen hun autonomie en verantwoordelijkheid terug en de wereld bloeit op’.

Honderd jaar na de dood van Rosa Luxemburg kunnen we alleen maar vaststellen dat de mate waarin we ons als mens medeverantwoordelijk voor de wereld kunnen voelen zeer beperkt is, en dat het ook niet zo goed gaat met onze autonomie. Rosa Luxemburg pleitte voor gelijkheid, niet alleen in de zin van een (her)verdeling van middelen en vermogen, maar ook in de zin van macht via inspraak. Twee industriële revoluties en twee wereldbranden later is er een proces op gang gekomen dat net de andere richting uitgaat: macht en vermogen concentreert zich steeds meer, of concentreert zich opnieuw meer.

De moderniteit als emancipatorische beweging ‘weg van de macht van de keizer en de priester’ heeft ons een systeem van democratie opgeleverd dat nog steeds niet overal ingevoerd is maar al terug voorbijgestreefd is. En de ongelijke verdeling van middelen en vermogen is ondertussen groter dan ooit. We zijn nu voorbij het punt dat één procent van de mensheid vijftig procent van het globale vermogen bezit en de trend stopt niet.

We kunnen en moeten de markt niet verbieden om 35 merken tandpasta aan te bieden, maar hoe en waar ze die produceert kan wel aan banden gelegd worden

Bezorgd om het klimaat kunnen we als burger beslissen om geen vlees te eten en om de trein in plaats van de auto of het vliegtuig te nemen, maar deze acties blijven druppels op een hete plaat vergeleken met de negatieve impact van de motor van het neoliberalisme en haar politieke steun. Martin Lukacs stelt het scherp als hij zegt dat neoliberalisme, als politiek project, twee principiële doelen nastreeft: het ontmantelen van elke belemmering van de macht van het grote privékapitaal enerzijds en het installeren van zoveel mogelijk belemmering tegen democratische invloed van het publiek anderzijds.

Het klopt natuurlijk dat we als consument kunnen beslissen om de gepelde sinaasappel in een plastic bakje en de overvloed aan prullaria en andere overbodige rommel niet te kopen, maar de markt is en blijft een simplistisch systeem waarin ‘vraag’ door aanbod gestimuleerd en gestuurd wordt (en niet andersom) en ondertussen is de overproductie, de slavenarbeid, de verspilling en de vervuiling al gebeurd. We kunnen en moeten de markt niet verbieden om 35 merken tandpasta aan te bieden, maar hoe en waar ze die produceert kan wel aan banden gelegd worden. Echter, we weten dat de impact van de burger op regulering en handelsakkoorden zeer klein is en zich enkel beperkt tot het stemmen op een politucs of partij die belooft dit aan te pakken.

De staat van de wereld wordt vandaag bepaald door een kleine groep mensen die zich – dankzij het huidige systeem van politiek en markt – macht toeëigenen en daarmee, hetzij in een samenzwering, hetzij in conflict, hun gang gaan voor eigen goed

En oh ja: in 2018 bedroegen de wereldwijde militaire uitgaven 1.822 miljard dollar en waren ze nooit eerder zo hoog… De staat van de wereld wordt vandaag bepaald door een kleine groep mensen die zich – dankzij het huidige systeem van politiek en markt – macht toeëigenen en daarmee, hetzij in een samenzwering, hetzij in conflict, hun gang gaan voor eigen goed. En de rest van de mensheid heeft daar – omwille van dat systeem – nauwelijks invloed op.

De Resilience Frontiers bijeenkomst ging door in Songdo, een voorstad van Seoul, anderhalf uur van het centrum per trein. Songdo kan een spookstad genoemd worden, aangezien een groot deel van de woontorens sinds de financiële crisis leeg staan. Overdag zijn ook de straten grotendeels leeg (Foto: Gaston Meskens)

Resilience Frontiers, Seoul, discussie dag 4: ‘Wat zijn wenselijke toekomsten?’ (Foto: Gaston Meskens)

Misschien kinky in Silicon Valley

De moon shot ideeën voor een wenselijke toekomst die op het einde van de bijeenkomst in Seoul door de verschillende werkgroepen voorgesteld werden waren niet alleen politiek van aard, maar gingen ook van eerder filosofische concepten (wat is globaal bewustzijn en hoe kunnen we het creëren en gebruiken?) over pragmatische economische constructies (zoals innovatieve belastingssystemen) tot het gebruik van gesofisticeerde vormen van artificiële intelligentie in het oplossen van morele dilemma’s.

Het klimaatsecretariaat van de Verenigde Naties zal nu de resultaten verwerken en daarmee een tweejarig denkproces lanceren waarin wij als oorspronkelijke deelnemers ook zullen betrokken worden. Tijdens de laatste dag kwam er een innovatiegoeroe ons vertellen dat innovatie (hét buzzword van de hedendaagse politiek, wetenschap en economie) voortkomt uit ideeën waarvan we nog niet weten dat we ze nog niet hebben.

Een kinky idee op zich waarmee je misschien entrepreneurs in Silicon Valley kan opwinden, maar de meeste deelnemers van onze bijeenkomst waren toch redelijk skeptisch. Innovatie kan nooit meer dan innovatie zijn vanuit ons denken in het nu met de kennis die we nu hebben. Maar het klopt natuurlijk dat creativiteit pas ontstaat als we door met elkaar te praten elk uit onze eigen comfortzone gehaald worden. Ook Rosa Luxemburg en Hannah Arendt wisten dat al.

Resilience Frontiers, Seoul, discussie dag 5: ‘moon shots’ (Foto’s: Gaston Meskens & Resilience Frontiers)

We moeten het kunnen uitleggen

Hoe kunnen we dan over een wenselijke toekomst voor de mensheid nadenken met de kennis van nu? Tijd voor een stelling: Onze wenselijke toekomst hangt eigenlijk maar van één ding af, namelijk van de mogelijkheid om er samen over te praten. Een wenselijke toekomst is een toekomst waarin mensen op een gelijkwaardige manier kunnen meepraten en mee beslissen over hun toekomst en die van de volgende generaties. Mensen moeten, met de woorden van Hannah Arendt, de kans krijgen om zich medeverantwoordelijk te voelen. Het maakt daarbij niet zoveel uit hoe visionair of innovatief we proberen te zijn. We moeten het gewoon samen doen, elk vanuit de eigen visie en betrokkenheid, want zo worden we geconfronteerd met de grenzen van onze eigen waarheid en ontstaan er relevante nieuwe ideeën. En er zullen niet alleen praktische oplossingen uit voortkomen, maar ook nieuwe morele ideeën.

Zoals Michele Moody-Adams het stelt in haar paper ‘The Idea of Moral Progress’: het ‘moreel falen’ van vorige generaties kan niet verklaard worden als een onwetendheid met betrekking tot nieuwe morele ideeën, maar moet begrepen worden als voortkomend uit een weigering om haar eigen sociale praktijken aan kritisch onderzoek te onderwerpen. Dat klinkt goed, maar wat zijn we er vandaag mee?

In The Guardian noemt Bill McKibben hernieuwbare energie en de sociale niet-gewelddadige beweging de twee relatief nieuwe uitvindingen die beslissend kunnen zijn bij het aanpakken van klimaatverandering. Om een globale catastrofe tegen te gaan moeten we opnieuw in mensen geloven stelt hij, want ‘collectieve actie werkt’. Kijkend naar de recente massale protesten rond klimaat en sociale rechtvaardigheid kunnen we zeggen dat we vandaag de wil en de capaciteit hebben om ons te organiseren rond een vraag voor (of eis tot) verandering, maar in hoeverre zijn we, als collectieve actie, zelf in staat om dingen ten gronde te veranderen?

Het kritisch onderzoek waarvan Michele Moody-Adams (terecht) stelt dat het nodig is is vandaag alvast geen gezamenlijke oefening, want de kleine minderheid met de meeste macht en middelen voelt zich niet geroepen om mee te doen en schermt er zich eerder tegen af. De ultieme wenselijke toekomst van de mensheid is bijgevolg die toekomst waarin we er in geslaagd zullen zijn om één bepaalde essentiële stap in morele vooruitgang te zetten: het creëren van betekenisvol democratisch overleg als publiek goed, dwingend voor de huidige minderheid met de meeste macht en middelen en emanciperend voor de rest van de mensheid. Dat publiek goed is dan de capaciteit die ook de veerkracht zal verzekeren die we voor die toekomst nodig hebben.

We moeten overleggen in ons eigen en hun belang, en daarin ons best doen, en aan de volgende generaties uitleggen waarom we dachten dat dit het beste was wat we konden doen

Werken aan een wenselijke toekomst is in eerste instantie samen praten over die wenselijke toekomst, in het hier en het nu en met hen in gedachten die niet kunnen meedoen omdat ze nog niet bestaan. We moeten overleggen in ons eigen en hun belang, en daarin ons best doen, en aan de volgende generaties uitleggen waarom we dachten dat dit het beste was wat we konden doen.

Basisprincipes voor een nieuw humanisme

Vanuit dit perspectief kunnen we, tot slot, twee basisprincipes van een nieuw humanisme formuleren:

We hebben bij het betekenis geven aan het individuele leven en (de organisatie van) het samenleven geen enkele andere referentie dan elkaar.

En in onze zorg voor persoonlijk en algemeen welzijn en rechtvaardigheid kunnen we slechts gebruik maken van één absolute referentie: de mogelijkheid om als gelijkwaardige mensen met elkaar in overleg te gaan. Alle andere mogelijke referenties – bepaalde ideeën, feiten, waarden, identiteiten, religies, culturen, uitspraken, objecten, systemen – zijn als referentie relatief en dienen mee onderwerp van dat overleg te zijn.

In het volgende stuk in deze reeks gaan we kijken naar de essentie van wie we zijn als mens, als individu en in relatie tot elkaar, en halen daaruit nieuwe ideeën als deel van een nieuw humanisme. In het stuk daarna vertrekken we van de vraag waarom we een nieuw humanisme nodig hebben en wat er dan eigenlijk mis is met het oude. Inmiddels zijn alle bedenkingen, commentaren en ideeën natuurlijk welkom.

Lees alle artikels in het dossier ‘Tijd voor een nieuw humanisme’

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Gaston Meskens

Gaston Meskens is kernfysicus, filosofisch activist en kunstenaar. Als onderzoeker in de moraalfilosofie bij de Universiteit Gent werkt hij rond het begrip van duurzame ontwikkeling vanuit het perspectief van mensenrechten. Hij is ook medeoprichter van de Science and Technology Studies onderzoeksgroep van het Studiecentrum voor Kernenergie. Die groep bestudeert risico-inherente technologie vanuit het perspectief van sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling. Hij is ook lid van de stuurgroep die op de VN-klimaatconferenties de globale wetenschappelijke wereld vertegenwoordigt.