Meer onverschilligheid

 Leestijd: 4 minuten1

Telkens wanneer een van de liedjes van de groep The Beautiful South op de radio werd gespeeld, placht mijn tienerdochter mij te vragen of ik hun zanger ‘haatte’. Het is waar, er zijn zangers waarvan het stemgeluid me allesbehalve zoetgevooisd in de oren klinkt, en Paul Heaton is er een van, samen met Michael Stipe van R.E.M., Luke Pritchard van The Kooks, en Florence Welch van de groep Florence+The Machine. Ze zijn allemaal ongetwijfeld prima vocalisten, en het probleem is geheel gesitueerd in mijn auditieve systeem.

Maar ik haat ze natuurlijk niet – zelfs niet hun stem. Als dat echt zo zou zijn, dan zou ik bij het horen van een lied gezongen door deze artiesten wellicht de radio naar buiten gooien, of op zijn minst van zender veranderen. In plaats daarvan ben ik eerder onverschillig – in de economische zin.

Onverschilligheid is een van die woorden waarvan de betekenis een beetje anders is wanneer ze door economen worden gebruikt. Stel u voor dat u bij een etalage staat en naar een paar sportschoenen kijkt dat u wil kopen, kostprijs 60 euro. Maar u bent een prijsgevoelige consument, dus u checkt toch even via uw smartphone of ze in de buurt niet goedkoper te vinden zijn. En warempel, 2 km verderop kunt u deze zelfde schoenen kopen voor 55 euro. Zou u een omweg van een half uur maken om 5 euro uit te sparen? Wellicht niet. Als die andere winkel echter slechts twee deuren verder was, dan zou u waarschijnlijk wel de kleine inspanning doen om ze daar te kopen.

Op de curve

Ergens tussen 2 km en twee deuren is er een punt waarop het u onverschillig zou zijn – u hebt dan geen voorkeur. In de economie worden de wisselende hoeveelheden van twee (of meer) goederen in een bundel, die dezelfde baat opleveren, getekend als een zogenoemde onverschilligheidscurve. De linkse figuur toont hoe, voor een bepaald persoon, een bundel met 4 koeken en twee appels dezelfde voldoening schenkt als een met 1 koek en 6 appels. We kunnen net hetzelfde doen voor de prijs van een paar sportschoenen en de afstand die ervoor moet worden afgelegd (rechts in de figuur). Daar zie je hoe een kleine 500 m ver stappen voor schoenen die 5 euro goedkoper zijn dezelfde baat levert als ze hier en nu te kopen tegen de volle prijs. En dat geldt voor alle punten op de curve, bijvoorbeeld 2 km ver gaan voor een korting van 15 euro.

Voor economen is zo’n curve oneindig dun. Als de schoenen 45,01 euro kostten in de winkel die 2 km ver is, dan zouden we ze zonder twijfel hier kopen. Als ze 44,99 euro kostten, dan zouden we er beslist 2 km voor stappen. Voor gewone stervelingen ligt dat natuurlijk niet zo scherp. We denken doorgaans niet in zulke zwart-witte termen, en er is typisch een ruimer gebied waarin we onverschillig zijn. De ene dag zijn we misschien geneigd om 2 km om te lopen, zelfs als we maar 10 euro besparen, en de andere dag zouden we ze hier aanschaffen, zelfs al zijn ze 2 km verderop 20 euro goedkoper.

Maar is dat werkelijk een teken van onverschilligheid? Dat kunnen we nagaan door achterom te kijken na de aankoop. Hebt u de dag nadien spijt dat u toch niet de extra afstand bent gegaan om ze goedkoper te krijgen? Zo ja, dan bent u niet echt onverschillig. U hebt in plaats daarvan wisselende voorkeuren, met een onverschilligheidscurve die heen en weer beweegt – de ene dag hier, de andere daar.

En dat is een recept voor frequente ontgoocheling, ontevredenheid en ongemak. Zelfs al zijn de keuzes waarvoor u staat zelden rond de aankoop van identieke goederen voor een andere prijs op een andere plaats, elke keuze kan u met dit probleem opzadelen. U kunt dit ervaren nadat u de aankoop hebt gedaan – gisteren was u overtuigd dat dit T-shirt veel beter was dan dat andere, maar vandaag gelooft u dat die de verkeerde keuze hebt gemaakt. U kunt het ook ervaren als de besluiteloosheid terwijl u de keuze maakt: een broodje met kipsalade of eentje met krabsalade? Beide situaties zijn een symptoom van hetzelfde probleem.

Onverschilligheid met goede geloofsbrieven

De klassieke besluitvormingsmethodes kunnen hier niet helpen. Als u zo inzit met het maken van de juiste beslissing en het vermijden van spijt achteraf, is een uitgebreide kosten-batenanalyse het laatste wat u nodig hebt. Ze zou u prompt analyseverlamming bezorgen. Er zijn immers tig factoren die u in aanmerking zou kunnen nemen – hoe lang is het geleden dat u krabsalade had? Hoeveel calorieën bevatten de broodjes? Kosten ze evenveel? En voor u het weet is de lunchpauze voorbij en hebt u nog steeds geen besluit genomen.

Het onderliggende probleem zit hem in hoe belangrijk u denkt dat uw keuze is. Hoe meer u voelt dat de uiteindelijk keuze werkelijk erg gewichtig is, hoe dichter u staat bij de tiener wiens emoties enkel bestaan in totaal verzadigde toestand: er bestaat geen lichte afkeur, enkel diepe haat.

Het soort onverschilligheid dat ons kan helpen emotioneel ongemak bij het maken van de ‘juiste’ keuze, of de spijt na het maken van de ‘verkeerde’ keuze, te vermijden heeft goede geloofsbrieven. Het is geworteld in de gelijkmoedigheid, een houding die een prominente plaats inneemt in de filosofie van het Stoïcisme en in het Boeddhisme. Ja, dat broodje kipsalade zou u kunnen wat meer genot verschaffen dan eentje met krabsalade, maar is dat echt zo belangrijk? U had 10 euro kunnen besparen op de sportschoenen door een omweg te maken, maar is dat geld echt de moeite waard om u druk over te maken, vooral wanneer u dan toch ook een half uur vroeger thuis was?

“Vroeger was ik onverschillig, maar nu is het mij om het even.” (foto: mangostar via Freepik)

Er is zelfs een concept uit de (gedrags)economie dat de geest goed weergeeft: satisficing, een term die 60 jaar terug voor het eerst werd gebruikt door de grote econoom en uomo universale Herbert Simon. Hij versmolt twee werkwoorden, to satisfy  (voldoen) en to suffice (genoeg zijn) – verwijzend naar de situatie waarin men tevreden is met een keuze die goed genoeg is, in plaats van op zoek te gaan naar het beste (dat heet dan maximizing). Het is bijna als een beetje meer meh zijn – niet in de verveelde betekenis, maar in de zin van “allebei OK”.

Kiezen tussen alternatieven kan moeilijk zijn, want er zijn zovele facetten die van tel lijken te zijn. Voor sommige hiervan is het ene alternatief superieur, voor andere is het dan weer het andere dat het pleit wint (en het wordt nog erger wanneer er meer dan twee opties zijn). Uitvissen welke factoren echt belangrijk zijn is niet minder lastig. Wat wel makkelijk is, is ons inbeelden dat alle opties behalve eentje verdwijnen, en er dus helemaal geen keuze was. Zouden we tevreden zijn met de overblijvende optie? Indien niet – dan elimineren we ze, want er zal een betere optie zijn onder degenen die we net hebben genegeerd. Maar als we er best blij mee zijn, dan gaan we daar gewoon voor, en afgelopen. Ze is goed genoeg, en we hebben zopas onszelf ge-satisficet.

En meer onverschillig zijn heeft nog een voordeel. Soms is het keuzeprobleem immers niet zozeer een kwestie van bepalen wat we werkelijk willen, maar van een selectie maken tussen onze eigen voorkeur en die van iemand anders – de persoon met wie we ons bed delen of een vriend, bijvoorbeeld. Hun voorkeur is een Thaise meeneemmaaltijd, en wij prefereren Chinees. U ziet al wat u te doen staat: beeld u in dat de Chinees gesloten is – zou u dan tevreden zijn met een Thaise maaltijd? Bravo, u hebt de onverschilligheid onder de knie.

Onverschilligheid is blij zijn met meerdere alternatieven, en dat kan u in het algemeen blijer maken.

(Ik zou er nog aan toevoegen dat ik hoop dat dit stukje u niet onverschillig laat, maar eigenlijk is dat mij om het even.)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.