De waarden van de klimaatjongeren

 Leestijd: 12 minuten2

2019 is nu al het jaar van de klimaatjongeren. Met hun acties en solide discours zetten zij de klimaatcrisis op de wereldagenda en wakkeren zij de hoogstnodige bewustwording aan. En dat doen ze met de relevante wetenschappers achter zich. Bij dat alles is het opmerkelijk hoezeer ook waarden duidelijk van tel zijn.

Anuna De Wever (Foto: © Nicolas Maeterlinck, Belga)

‘De luxe van de tijd is er niet meer, zoals Anuna De Wever (m) en Kyra Gantois (r) in hun door Jeroen Olyslaegers opgetekende brief aangeven.’ (Foto: © Nicolas Maeterlinck, Belga)

De conclusies en prognoses opgemaakt door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zijn niet mis te verstaan. Ook het boek van en over klimaatwetenschapper Jean-Pascal van Ypersele, voortrekker van het IPCC, brengt een helder en kaderend overzicht (1).

Bevroren ondergrond

Wanneer de opwarming in deze eeuw verdergaat dan 1,5° Celsius, dan wordt de kans dat we de klimaatontregeling nog onder controle kunnen hebben, heel snel veel kleiner. Het IPCC omschrijft pistes die als ‘zeer waarschijnlijk’ worden beschouwd. Wanneer we boven 2° Celsius komen, dan gaan er in verschillende ecosystemen zelfversterkende omslagpunten optreden. Dit gaat om zeer complexe processen, de meeste moeilijk echt te begrijpen zonder grondige studie in natuurkunde, maar alvast één ervan is wel betrekkelijk eenvoudig weer te geven.

Het gaat om de bevroren ondergrond, de permafrost, in de poolgebieden van Noord-Canada tot in Siberië. Door het verdere ontdooien van deze laag ontbindt het organisch materiaal erin en geeft het ook methaan vrij, en methaan is als broeikasgas tot 25 keer sterker dan CO₂. Zo duidt de klimaatwetenschap nog een hele resem ‘tipping points’ aan, overal ter wereld, waardoor de opwarming een nog sneller en verder toenemend tempo zal kennen.

Dat is wat er voor ons, de diersoort genaamd mens, op het spel staat, niets minder dan dat: de bewoonbaarheid van deze planeet

En dit gaat vervolgens samen met een opwaartse lijn in het plaatsgrijpen van hittegolven, droogtes, bosbranden, mislukte oogsten, overstromingen, … En met het uitsterven van diersoorten en maatschappelijke ontwrichting (terwijl er vandaag al wel degelijk klimaatvluchtelingen zijn en ook oorlogen die mee rond water draaien).

Voor velen zal het woord ‘bewoonbaarheid’ nog steeds gezwollen klinken, toch is dit wel op zijn plaats. Hoe je het ook draait of keert en in welke context je het ook plaatst, dat is wat er voor ons, de diersoort genaamd mens, op het spel staat, niets minder dan dat: de bewoonbaarheid van deze planeet.

Je kan wel degelijk met recht en reden stellen dat de klimaatcrisis de grootste crisis is waar de mensheid tot nu toe heeft voor gestaan. De klimaatjongeren hebben volledig gelijk wanneer ze het hebben over paniek. (De klimaatwetenschappers spreken eerder over een ‘onrustwekkende werkelijkheid’. Het komt op hetzelfde neer.)

Het komende decennium

Over die bovengrens van 1,5° Celsius bestaat ondertussen een grote wetenschappelijke consensus. In het licht van wat er ons te doen staat, is deze tweede grote consensus zelfs nog belangrijker dan de consensus over de verantwoordelijkheid van de mens in de huidige klimaatverandering. Want om onder die grens van 1,5° Celsius te blijven, moeten we tegen 2030 de broeikasgasuitstoot met 50% doen dalen. Tegen 2030!

Het gat in de ozonlaag is opgelost door een sterk overheidsingrijpen, via een wereldwijd verbod op drijfgassen

Dit is iets wat ecorealisten en innovatieprofeten blijkbaar niet willen inzien. Je hoort hen daar alleszins nooit over. Je hoort hen wel pleidooien houden voor het menselijk vernuft en waarschuwingen uitspreiden tegen doemdenken. Daarbij verwijzen ze naar de waarschuwingen van de Club van Rome (2) en de voorspellingen over de uitputting van grondstoffen, zure regen of het gat in de ozonlaag.

Wel ja, de mens heeft alvast zeker zijn vernuft aangesproken om het basisprincipe van de industriële revolutie aan te houden en is nieuwe grondstoffen blijven exploiteren, denk aan het schaliegas in de VS. Ten tweede bevond de klimaatwetenschap zich in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw in zijn eerste fase, de fase van de grondleggers. Vandaag is dit een sterk ontwikkelde, voldragen discipline. Het zou oliedom zijn om de rapporten van het IPCC niet serieus te nemen. En ten derde is het gat in de ozonlaag juist opgelost door een sterk overheidsingrijpen, via een wereldwijd verbod op drijfgassen.

Klimaatontkenners

Het valt op hoe ecorealisten en innovatieprofeten op dit moment hun standpunten in de media vaak beginnen met de rol van de mens in de huidige klimaatopwarming te benadrukken. Met te stellen dat dit onweerlegbaar is en dat er maar beter geen ruimte meer gegeven kan worden aan klimaatontkenners. Dit heeft iets wrang, want er is al ontzettend veel tijd verspild door alle ruimte die klimaatontkenners hadden en kregen.

We kunnen het ons nu simpelweg niet meer ‘veroorloven’ om nog verder te treuzelen. Degenen die niet willen spreken over die 1,5° Celsius en 2030 zouden dan ook eens klaar en duidelijk moeten zeggen waarom ze dit niet willen doen (3). De luxe van de tijd is er niet meer, zoals Anuna De Wever en Kyra Gantois in hun door Jeroen Olyslaegers opgetekende brief aangeven (4).

Ecorealisten en innovatieprofeten lijken ook te veel geloof te hechten aan de goede werking van de vrije markt

Zelfs bij de meest hoopvolle onderzoeksresultaten en nieuwe wetenschappelijke inzichten duurt een vertaling in doeltreffende toepassingen vaak nog jaren. Als het er al komt, want vaker wel dan niet staan daar lobbygroepen tussen, en nog andere vormen van machtsbehoud (ja, soms ook minder frisse, denk aan de dieselfraude of aan de aantoonbare leugens verspreid door tabloidmedia in handen van één en dezelfde multimiljardair).

Ecorealisten en innovatieprofeten lijken dus ook te veel geloof te hechten aan de goede werking van de vrije markt. Het kapitalisme is geen doorzichtig systeem waarin degene die het hardst werkt en de meest ‘innovatieve ideeën’ heeft, het meeste succes kent. Dat is het totaal niet. Iedereen weet ten gronde wel hoezeer het gaat om netwerken, om beeldvorming, om marketing, om machtsstructuren. En om toeval.

A pivotal year

Nee, om een grote kans te maken om deze eeuw onder de 1,5° Celsius te blijven, is structuurverandering nodig. En dus politieke moed, een sterk overheidsingrijpen. Net zoals voor het gat in de ozonlaag, maar ditmaal veel breder en veel grootschaliger. Om de bewoonbaarheid van deze planeet veilig te stellen, zal deze structuurverandering nu, in het komende decennium, moeten plaatsvinden. Heel wat welwillende schrijvers en opiniemakers uitten de voorbije weken en maanden hun hoop dat 2019 een omslagjaar zal zijn, ‘a pivotal year’ (5).

De klimaatjongeren vragen om een toekomstperspectief, voor zichzelf en voor alle anderen, en daarmee ook voor de volgende generaties

De klimaatjongeren vragen om een toekomstperspectief, voor zichzelf en voor alle anderen, en daarmee ook voor de volgende generaties. Onder de noemer van ‘climate justice’ komen de actievoerders ook op voor andere diersoorten en voor de zwaksten, voor degenen met de kleinste ecologische voetafdruk die het eerst en hardst getroffen worden. Dit zie je allemaal op de vaak creatieve borden die zich tijdens klimaatmarsen boven de hoofden bewegen. En Greta Thunberg, de eerste klimaatjongere, heeft het hier in haar straffe toespraken ook heel duidelijk over.

Uit onder meer hun tussenkomsten voor de camera kan je opmaken dat de klimaatjongeren ook niet houden van het (ver)wijzen naar China, India en andere, nog ‘opkomende’ grote economieën. Zij beginnen daar alleszins niet zelf over. Dat betekent dat zij ook de rol van Europa niet uit het oog verliezen.

Europa

Europa heeft samen met de andere westerse regio’s al veruit het meeste baten gehad van de industriële revolutie, in de vorm van welvaartscreatie, die uiteindelijk na de Tweede Wereldoorlog mee geleid heeft tot robuuste Europese welvaartsstaten (met onder meer een sterke sociale zekerheid).

Europa heeft de plicht om naar andere principes te gaan, gestoeld op duurzaamheid, in overeenstemming met de draagcapaciteit van de aarde

De industriële ontwikkeling van Europa is voor een belangrijk deel gestoeld op de exploitatie van grondstoffen die van elders komen (ertsen, rubber, katoen, …), vooral uit de vroegere kolonies op het Afrikaanse continent. Tegelijk zijn de principes van de industriële revolutie vandaag nog steeds grotendeels dezelfde als in het begin, waardoor de rekening (vervuiling, natuurvernietiging, de uitstoot van broeikasgassen zoals CO₂) nog altijd volop wordt doorgeschoven.

En die rekening is ook in de westerse wereld vooral in de voorbije dertig jaar in een rotvaart toegenomen. Door de planetaire kwestie van de klimaatopwarming wordt het extra duidelijk dat dit niet houdbaar is. Wij in Europa moeten dus inderdaad niet (ver)wijzen naar China, India, enzovoort (6). Europa heeft op dit moment de plicht, en hopelijk ook de ambitie, om als eerste en zo vlug mogelijk te gaan naar andere principes, gestoeld op duurzaamheid, in overeenstemming met de draagcapaciteit van de aarde.

Consumptiemaatschappij

De waarden die op de klimaatmarsen worden uitgedragen, springen in het oog. Het gaat om waarden zoals rechtvaardigheid, waarheid (‘an inconvenient truth’), zorg en solidariteit. Het is ongewoon (geworden) dat deze waarden in de maatschappelijke ruimte, in de ‘polis’, zo duidelijk in de kijker lopen en weerklank hebben.

Zelfs na de financiële crash in 2008 was het nagenoeg overal weer vliegensvlug ‘business as usual’ en consumptie alom

In onze door en door vereconomiseerde samenleving van vandaag gebeurt dit zelden. Zelfs na de financiële crash in 2008 was het nagenoeg overal weer vliegensvlug business as usual en consumptie alom. De waarden van de klimaatjongeren, die je misschien nog het best als ‘altruïstische waarden’ kan omschrijven, contrasteren met de waarden die vandaag een meer dominante positie kennen, de waarden die je de ‘economische waarden’ kan noemen, zoals winst, efficiëntie en eigenbelang.

'Sommigen noemen de klimaatmarsen een hype. Anderen, meer welwillend, spreken over het ‘verfrissende geluid’ dat de klimaatjongeren brengen. Het gaat wel om meer dan dat, dan beide. Er is meer aan de hand.' (Foto: Flickr (cc) StampMedia)

‘Sommigen noemen de klimaatmarsen een hype. Anderen spreken over het ‘verfrissende geluid’ dat de klimaatjongeren brengen. Het gaat wel om meer dan dat. Er is meer aan de hand.’ (Foto: Flickr (cc) StampMedia)

Tegelijk vinden de klimaatactiewaarden ook niet bepaald een thuis in de consumptiemaatschappij. Het contrast met de waarden die daar heersen (narcisme, materialisme, het enorme belang van persoonlijke smaken en stijlen, universele koopbaarheid van dingen) is nog groter.

In onze dagelijkse levens binnenin onze consumptiemaatschappijen blijkt het hoogste goed vandaag vooral het hebben van een leuk leven (7) met volop aandacht en ruimte voor zelfpresentatie (vooral via sociale media). Van een comfortabele american way of life met een onbekommerde houding die als ‘cool’ wordt gezien.

Altruïstische waarden

De waarden van de consumptiemaatschappij hebben geleid tot een consumptiecultuur, die zich heeft doorgezet in alle lagen van de bevolking (ja, op een vernietigende manier) (8), waarin je er enkel toedoet wanneer je kan consumeren. En dat consumeren doe je vooral ook om aan het eeuwig brandende (zoals dat gaat in de consumptiemaatschappij) (9) ideaal van een leuk(ig) leven te voldoen.

Al is het niet hun drijfveer, toch doen de klimaatjongeren met hun acties en discours Jan en alleman in de spiegel kijken (ongetwijfeld ook zichzelf). Heel wat mensen voelen zich daarbij in het defensief gedrongen, zo blijkt. Een mogelijke verklaring daarvoor heeft dus te maken met het contrast (de botsing) tussen de verschillende waardensets.

We zijn het niet meer gewend om die altruïstische waarden zo op een podium te zien staan. En weten dan ook niet meer goed hoe ermee om te gaan. Mede door die onzekerheid reageren mensen negatief.

De klimaatjongeren richten zich helemaal niet tot de individuele burger. Elke keer opnieuw richten zij zich weer expliciet tot de politici

Er zijn ongetwijfeld nog heel wat meer verklaringen hiervoor (10), maar daarnaast is er alvast zeker ook sprake van een situatie waarin op de pianist wordt geschoten, van een misverstand. De klimaatjongeren richten zich helemaal niet tot de individuele burger. Zij versturen hen helemaal geen boodschappen (‘geboden’) om hun leven te ‘beteren’. Elke keer opnieuw richten zij zich weer expliciet tot de politici. Zij beseffen duidelijk maar al te goed dat enkel de overheid voor de nodige structuurverandering kan zorgen, via wetten, normen, belastingstelsels, structuurplannen, …

Leven in de brouwerij

Daarom is hun strijd ook een moedige strijd. Op dit moment merk je dat klimaatactivisten een ‘moral highground’ wordt toegedicht, of beter: wordt aangewreven. Sommigen hebben het zelfs over ‘priesters op de kansel’. Zolang de volksvertegenwoordigers niet voor de nodige structuurverandering zorgen, zolang kunnen burgers zich ook verkeerdelijk persoonlijk aangesproken voelen en zolang zullen die toeschrijvingen ook niet van de baan zijn.

Enkel de overheid kan vliegen, fossiele brandstoffen en het wonen in auto-afhankelijke verkavelingen maar echt structureel veel minder aantrekkelijk maken, en treinreizen, elektriciteit en het wonen in de stad en het dorpscentrum veel meer.

Sommige cultuuranalytici omschrijven onze huidige samenleving als ‘comateus’, door het overheersen van de waarden van de consumptiemaatschappij

Tegelijk is er dus ook wel de waardenstrijd op zich. Een waardenstrijd is immers helemaal niets negatiefs. Het is wat al te makkelijk uitgedrukt, maar een samenleving zonder waardenstrijd is een samenleving die stilstaat, vaststaat, alvast zeker qua ideeën, overtuigingen, wetenschap en kunst. Zo omschrijven sommige cultuuranalytici onze huidige samenleving dan ook als ‘comateus’, door het overheersen van de waarden van de consumptiemaatschappij.

Dit is een samenleving waarin je handelen in grote mate bestaat uit consumeren en gericht is op het bereiken of volhouden van het ideaalbeeld van een leukig leven(tje) en op het tonen en uitspreiden daarvan (vooral via sociale media). In die context valt ook de term ‘zombiesamenleving’ al wel eens. Het contrast (de botsing) tussen waarden kan dit tegengaan. Een opflakkering in waardenstrijd brengt weer echt leven in de brouwerij.

Moed, vastberadenheid, zelfopoffering

Het is vooral Max Weber die het grote belang van waardenstrijd voor een samenleving tot wetenschappelijke kennis heeft gemaakt. Maar uitweiden over deze ‘vader’ van de sociologie hoeft niet eens, want bijna alle films, romans en series die we tot ons nemen, brengen hetzelfde verhaal van het belang van waarden.

Het zijn deze altruïstische waarden die doorgaans de steen vormen die uiteindelijk de rivierstroming verlegt. En niet technologie op zich

Voeg aan de reeds genoemde waarden van de klimaatjongeren nog moed, vastberadenheid en zelfopoffering toe, en het zijn al deze waarden, die je nog steeds als altruïstische waarden kan omschrijven, die doorgaans de steen vormen die uiteindelijk de rivierstroming verlegt. En niet bijvoorbeeld technologie op zich. Of de getoonde economische of militaire kracht.

In al die films, romans en series, zeker in de westerse, is er bijna altijd ook volop ruimte voor de kracht van het individu (11). Voor mensen die in eerste instantie niet opvallen, maar die toch wat anders zijn, of toch zo worden beschouwd door de meeste anderen. Met een blijkbaar opvallend sterke en rijke geest, die plots jong en oud weten te begeesteren. Van die mensen die nauwelijks iemand, of helemaal niemand, had zien komen …

Hype

Sommigen noemen de klimaatmarsen een hype. Anderen, meer welwillend, spreken over het ‘verfrissende geluid’ dat de klimaatjongeren brengen. Het gaat wel om meer dan dat, dan beide. Er is meer aan de hand.

Vanaf het moment dat de klimaatactie geen beeld meer vult, of ook afwezig is van het toneel (om bijvoorbeeld zichzelf de nodige rust te gunnen, en af te wachten of de politiek na de verschillende verkiezingen van 26 mei dan eindelijk echt in actie schiet!), vanaf dat ogenblik zijn er ongetwijfeld mensen die zich geroepen voelen om te zeggen: ‘ah, kijk, dat was het dan…’ of ‘daar hoor je ook niet veel meer van, hé…’.

We kunnen nu al stellen dat deze mensen hun horizon alvast in dit geval te beperkt is. Nee, deze mondiale beweging, in gang gezet door een briljante Zweedse (12), gaat niet meer weg zolang de overheden hun verantwoordelijkheid niet opnemen. Zolang we niet zeker kunnen zijn dat alvast aan het Parijsakkoord voldaan wordt.

 

Noten

(1) Jean-Pascal Van Ypersele, ‘In het oog van de klimaatstorm’, Uitgeverij EPO, Antwerpen-Berchem, 2018.
(2) In 1972 bracht deze onafhankelijke en internationale groep van wetenschappers, diplomaten, activisten en industriëlen het baanbrekende rapport ‘The Limits to Growth’ uit. Met de wereldwijd groeiende ongelijkheid en de huidige klimaatontregeling lijkt het net eerder bij de haren getrokken om dit werkstuk vandaag zomaar als ‘doemscenario’ te catalogiseren.
(3) In de Angelsaksische pers is er ondertussen de treffende term ‘climate delayers’ ontstaan, sinds het gevat poneren ervan door het New Yorkse congreslid Alexandria Ocasio-Cortez.
(4) Anuna De Wever & Kyra Gantois, opgetekend door Jeroen Olyslaegers, ‘Wij zijn het klimaat. Een brief aan iedereen’, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 2019.
(5) Zoals Rebecca Solnit neerschreef in The Guardian op 15 maart (de eerste wereldwijde dag voor klimaatactie): https://www.theguardian.com/commentisfree/2019/mar/15/climate-strikers-letter-thank-you
(6) Ja, ecorealisten en innovatieprofeten doen dit wel. Over andere diersoorten en de mensen met de kleinste voetafdruk zwijgen ze eveneens opvallend, maar (ver)wijzen naar China, India, enzovoort gaat wel vlot, zo blijkt. Daarbij noemen ze dan ook meestal het procentaandeel van een klein land als België in de wereldwijde CO₂-uitstoot, waarmee ze dus voornamelijk de klimaatactie en de noodzaak daartoe relativeren. Bovendien wordt daar vaak nog waarschuwend aan toegevoegd dat de problematiek sowieso nog groter wordt omdat heel wat regio’s nog dezelfde weg zullen opgaan als de weg die de westerse wereld heeft afgelegd. Behalve de noodzakelijke klimaatactie nog meer relativeren is dit ook een vorm van eurocentrisch denken. De denkbeelden over natuur, omgeving en de plaats van de mens erin zijn niet overal dezelfde. Zo is bijvoorbeeld in heel wat Latijns-Amerikaanse regio’s de zorg voor natuur en omgeving veel meer vanzelfsprekend, meer mainstream, dan vandaag in Europa het geval is.
(7) Of een “leukig” leven, zoals ’s lands bekendste psychiater Dirk De Wachter het meestal en beter verwoordt.
(8) Zoals bijvoorbeeld de schrijver, dichter en filmmaker Pier Paolo Pasolini het aanduidde. Hij was in de tweede helft van de vorige eeuw één van de kunstenaars en Europese intellectuelen bij uitstek die het in al zijn vezels voelde branden door het verdwijnen van de autonome volksculturen. Hij analyseerde en veroordeelde de consumptiemaatschappij en de daarbij horende globaliserende american way of life messcherp.
(9) Voor een goede omschrijving van wat dit begrip nog allemaal inhoudt, zie: Walter Weyns, ‘Het tijdperk van de maatschappij’, Uitgeverij Acco, Leuven, 2004, p. 134-140.
(10) Zo is er ook de wrevel door het feit dat de meeste klimaatjongeren afkomstig zijn uit een ‘bemiddelde omgeving’, waar onderwijs, hobby’s of lekker eten allemaal vanzelfsprekend zijn. Uit hun verklaringen in de media blijkt wel dat zij zich hier ook bewust van zijn. Zij beseffen dat zij bevoorrecht zijn, gewoon door geluk (stom toeval, zoals geboren worden in die omgeving), en net daarom willen zij ook opkomen voor een toekomstperspectief voor iedereen, voor het grotere algemeen belang. Dit is een klassiek gegeven. Mensen die bezig zijn met overleven hebben die luxe uiteraard niet. Dit is ook te lezen bij de etholoog Frans de Waal, die genuanceerd weet aan te duiden hoe de morele cirkel maar kan uitbreiden naargelang de bestaansmiddelen. Zie: Frans de Waal, ‘Van nature goed. Over de oorsprong van goed en kwaad in mensen en andere dieren’, Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2002, p. 244 e.v.
(11) Dit is zowat de opvallendste overeenkomst tussen de ‘grote’ commerciële superheldenfilms en de ‘kleine’ onafhankelijke auteursfilms.
(12) De echt wel straffe toespraken van Greta Thunberg zijn op het internet uitgebreid te bekijken. Zeker ook bijzonder de moeite was haar speech op de Goldene Kamera-uitreiking in Berlijn (30 maart). Voor een zaal vol steracteurs en andere figuren van de rode loper heeft zij het op een bepaald moment over alle bekende, invloedrijke mensen uit deze sector die zich inzetten tegen alle onrechtvaardigheden, maar niet opkomen voor ons milieu en climate justice omdat zij dan moeten inboeten in hun voorrecht om rond te vliegen naar hun favoriete restaurants, stranden en yogaretraites. Zelden vond ik de gezichten van steracteurs zo interessant als op dat moment. Greta Thunberg duidt messcherp aan waar zich overal de systeemfouten bevinden. De luxe van deze bevoorrechten is immers van een totaal ander karakter dan de luxe waarvoor klimaatjongeren bagger over zich heen krijgen. Die luxe van bijvoorbeeld steracteurs is wel degelijk een uitwas in een samenleving met een te grote ongelijkheid, een systeemfout. In haar analyses lijkt Greta Thunberg zich dan ook op dezelfde golflengte te bevinden als andere scherpzinnige denkers, zoals bijvoorbeeld filosoof Bruno Latour, die stelt dat een oplossende structuurverandering voor de klimaatcrisis, een evenwicht, wel ergens zal liggen tussen het Globale en het Lokale. Zie: Bruno Latour, ‘Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime’, Octavo publicaties, Amsterdam, 2018.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Lode Buelens

Er is geen biografische informatie beschikbaar voor deze auteur.