Dag Hammarskjöld, Katanga en de omverwerping van de regering-Lumumba: de mythe en de feiten

 Leestijd: 13 minuten1

Onlangs zoomde de pers in op de dood van VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld, naar aanleiding van een documentaire van de Deense journalist Mads Brügger over het onderwerp. ‘Cold Case Hammarskjöld’ focust op de crash van het vliegtuig van Hammarskjöld, in de omgeving van de Rhodesische stad Ndola, dicht bij de Congolees-Katangese grens, in de nacht van 17 op 18 september 1961.

Hoe groot was het aandeel van VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld in de moord op Patrice Lumumba?

Ongeval of aanslag, en als het moord is, wie is de dader? Het zijn vragen waarop ook de VN zelf een antwoord zoeken. Er zijn veel aanwijzingen dat het vliegtuig is neergehaald. En als dat zo is, dan moeten de daders gezocht worden in het toenmalige Katanga, de Congolese provincie die het machtige mijnbedrijf Union Minière (Umicore) en lokale politici rond Moïse Tshombe kort na de onafhankelijkheid van Congo van het centrale gezag hebben afgescheiden. Mét enthousiaste steun van België, dat militairen, diplomaten, ambtenaren en huurlingen aanleverde om de secessie te stutten, met als doel de centrale regering van Patrice Lumumba onherstelbaar te verzwakken.

‘H’

Over de crash en de dood van Dag Hammarskjöld – gemeenzaam ook ‘H’ genoemd – zal ik het hier niet hebben, wel over zijn rol (en die van de VN) in de Congocrisis. De Verenigde Naties zijn nog steeds een groot taboe in de gemediatiseerde publieke opinie. Kritische kanttekeningen bij VN-operaties vallen slecht, want de organisatie is voor het Westen, en al zeker voor een klein land als België (dat nu een zitje in de Veiligheidsraad heeft) een majeur instrument om te wegen op de wereldpolitiek.

Geholpen door het sterke vermoeden dat het vliegtuig van de secretaris-generaal door Katangese krachten is neergehaald, wordt nogal gemakkelijk het beeld geschetst van ‘H’ als een man die zijn strijd voor een eengemaakt Congo met zijn leven moest bekopen – alsof daarover niet meer valt te zeggen. De Standaard verwoordde het zo:

Officieel konden de westerse mogendheden de afscheiding van Katanga niet steunen – ze zouden daarmee ingaan tegen een VN-vredesoperatie die het Congolese leger bijstond in de strijd tegen Tshombe. Maar achter de schermen deden ze dat wel. De VN-topman was hen een doorn in het oog. Hij was net iets te ijverig in zijn missie om Congo te herenigen en de burgeroorlog in Katanga te beëindigen. (‘Was een Belg de moordenaar van Dag Hammarskjöld?’, 14.01.2019)

‘H’ als een diplomaat

Ook professor Manu Gerard (KUL) etaleerde in De Morgen een blikvernauwing. Gerard schetst een beeld van ‘H’ als een diplomaat die van bij het ontstaan van de Katangese secessie consequent ijverde voor de re-integratie van de provincie in de Congolese eenheidsstaat:

In 1960 komen onder Hammarskjöld 20.000 VN-soldaten in Congo, voor een van de grootste operaties sinds het ontstaan van de VN. Hammarskjöld wou de Belgische militairen weg krijgen en de secessie ongedaan maken.

Volgens Gerard ging ‘H’ ‘aanvankelijk voorzichtig te werk’, maar ‘na de moord op Lumumba drijft Hammarskjöld zijn offensief op en de VN komen met een resolutie die België dwingt om militaire en politieke adviseurs terug te trekken. De achterliggende idee is dat het regime van Katanga zal ineenstorten’. (‘Historicus: “Hammarskjöld en de VN voerden een offensief tegen de Belgen. Dit was oorlog”’, krant van 15.01.2019.)

Blauwhelmen

Klopt het dat Hammarskjöld en de blauwhelmenmacht die hij naar Congo stuurde, voor alles het herstel van de eenheidsstaat op het oog hadden, tegen de westerse (mijnbouw-)belangen in? Nobele principes versus primair (neo-)kolonialisme? Die opvatting sluit naadloos aan bij de mythe die ‘H’ geworden is: postuum gelauwerd met de Nobelprijs voor de Vrede, werd hij een icoon van de internationale vredesdiplomatie.

Blauwhelmen waren op uitdrukkelijke vraag van de Congolese regering naar Congo gekomen om de Belgische troepen buiten te zetten

Onderzoek van de VN-archieven over die periode, waarvan de neerslag is te vinden in mijn boek ‘Crisis in Kongo (1996), ontkracht die mythe. Hammarskjöld en de VN-macht steunden voluit de Katangese secessie, zolang Patrice Lumumba aan de macht was. Nota bene met blauwhelmen die op uitdrukkelijke vraag van de Congolese regering naar Congo waren gekomen om de Belgische troepen buiten te zetten en de Katangese secessie ongedaan te maken.

Moord op Lumumba

De secessie van het rijke Katanga – goed voor twee derde van de Congolese overheidsinkomsten – moest de centrale staat uitkleden en helpen om Lumumba ten val te brengen. De VN-bureaucratie rond Hammarskjöld maakte dus gemene zaak met België en de VS.

Pas na de moord op Lumumba (17 januari 1961), toen het nationalistische gevaar geweken was, veranderde het Westen het geweer van schouder. De secessie, een wapen tegen de regering-Lumumba, was overbodig geworden. De Veiligheidsraad van de VN plaatste de re-integratie van Katanga in de eenheidsstaat op de agenda. (Resolutie van de Veiligheidsraad, 20-21.02.1961)

Hammarskjöld en de VN speelden vanaf dag 1 van de Congocrisis onder een hoedje met de westerse machten, zowel voor als na de moord op Patrice Lumumba

Pas dan trad ‘H’ op tegen de secessie, weliswaar tot groot ongenoegen van de hardliners in Katanga, die van een eeuwig Zuid-Afrika-bis in het hart van Afrika droomden. Hardliners, te vinden onder de ‘kolonels’ van de Union Minière; bij het CIA-personeel dat de secessie volop bleef steunen; bij de huurlingen in de Katangese strijdkrachten. Een duidelijk geval van een geest die men maar moeilijk weer in de fles kreeg: de secessie zou pas begin 1963 definitief worden opgedoekt.

Hammarskjöld en de VN speelden dus vanaf dag 1 van de Congocrisis onder een hoedje met de westerse machten, zowel voor als na de moord op Patrice Lumumba. In die mate dat zonder de acties van de VN de omverwerping van de Congolese regering en haar vervanging door een prowesters, dociel regime allesbehalve een evidente operatie zou zijn geweest.

VN en ‘internationale gemeenschap’

De populaire retoriek dat de Verenigde Naties en haar ‘civil servants’ de belichaming zijn van ‘de internationale gemeenschap’ op weg naar een wereld van democratie, vrede en mensenrechten, doorstaat de toets van deze case niet. De VN drukt in een gecomprimeerde vorm de mondiale krachtsverhoudingen uit, en versterkt die op haar beurt met interventies. Zoals in 1960-61 gebeurt dat ook vandaag ten dienste van een imperialistisch overheersingssysteem dat elk jaar goed is voor een netto-transfer van meer dan 2.000 miljard dollar van Zuid naar Noord, via interesttransferten, kapitaalvlucht en ongelijke ruil van goederen en grondstoffen.

Bezwarende interventies

Ter illustratie, enkele elementen die de medeplichtigheid van de VN-top aan de vestiging van een neokoloniaal regime in Congo aantonen. Ze werden omstandig uiteengezet in mijn boek ‘Crisis in Kongo‘, dat op het net vrij beschikbaar is.  De lijst van bezwarende interventies is indrukwekkend:

→ Juli 1960. Na de Belgische militaire interventie in Congo en de afscheiding van Katanga met steun van Belgische militairen, kort na de onafhankelijkheid, riepen president Kasa Vubu en premier Lumumba de hulp van de VN in voor ‘de bescherming van het nationale grondgebied tegen de daad van agressie door Belgische troepen’ (13 juli). ‘H’ ontplooide prompt een blauwhelmenmacht in Congo, maar niet in Katanga, waar Belgen de secessie ongestoord konden uitbouwen.

Tijdens geheime onderhandelingen met Tshombe en zijn Belgische voogden werd afgesproken blauwhelmen naar Katanga te sturen

→ Augustus 1960. Onder druk van de Congolese regering en de Afrikaanse publieke opinie was ‘H’ uiteindelijk verplicht blauwhelmen in Katanga te ontplooien. Zonder dat aan de Congolese regering mee te delen ging de secretaris-generaal op bezoek bij de Katangese ‘president’ Tshombe – een couppleger! – ‘om Tshombe een vorm van garantie te geven dat hij zijn persoonlijke politieke toekomst of de legitieme doelstellingen die hij verdedigt niet in gevaar brengt door VN‑troepen te aanvaarden’ (Telegram ‘H’ aan zijn medewerkers, 26 juli). De VN-top zat zo op één lijn met Washington en Brussel, die rond Katanga een herschikt, neokoloniaal Kongolees bewind wilden opbouwen.

‘Politiek‑constitutioneel conflict’

Tijdens geheime onderhandelingen met Tshombe en zijn Belgische voogden werd afgesproken blauwhelmen naar Katanga te sturen. Niet om de secessie op te heffen, maar om die te ‘bevriezen’. Het ‘conflict’ tussen Lumumba en Tshombe werd opgevat als ‘een politiek‑constitutioneel conflict dat het onderwerp van onderhandelingen tussen beide partijen moest uitmaken. De VN zou buiten deze discussie blijven. Zo mocht de VN‑macht niet aangewend worden om Tshombes regime tot een bepaald beleid te bewegen, en kreeg Leopoldstad het verbod opgelegd om VN‑faciliteiten te gebruiken om tegen de wil van Tshombe in civiel of militair personeel naar Katanga te brengen.’

De Belgische soldaten vertrokken niet: ze trokken een ‘Katangees’ uniform aan en omkaderden het Katangese secessielegertje

Brussel was ingenomen met de regeling. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken verklaarde in de Kamer tevreden : ‘Dankzij zijn hardnekkigheid, maar ik kan ook zeggen dankzij onze diplomatieke voorzichtigheid, ziet Tshombe zich erkend.’

Op 13 en 14 augustus losten de eerste blauwhelmen Belgische troepen in Elisabethstad af. Vanaf dat moment vormde de VN niet enkel politiek, maar ook militair een buffer tussen de Congolese regering en het Katangese bewind. De Belgische soldaten vertrokken evenwel niet: ze trokken een ‘Katangees’ uniform aan en omkaderden het Katangese secessielegertje.

Moordoperatie

→ Eind augustus 1960. De VN-steun voor de secessie van Katanga bewoog de Forminière, diamantschappij en dochterondernemeing van de Generale Maatschappij, om ook Zuid-Kasaï van het centrale gezag af te scheiden. Lumumba zag geen andere keuze meer dan Congolese troepen naar de Kasaï en Katanga te sturen. De hoofdstad van de Kasaï werd snel ingenomen, maar Hammarskjöld positioneerde blauwhelmen aan de Katangese grenzen om de val van Tshombe te voorkomen.

→ De CIA zette een moordoperatie tegen de Congolese premier op het getouw, terwijl de Belgische premier Gaston Eyskens medewerkers van de Congolese president aanmaande om Lumumba af te zetten. De VN‑leiders deelden de opvatting dat Lumumba politiek uitgeschakeld diende te worden. In een telegram van 26 augustus, uitgaande van de VS‑missie bij de VN, staat dat Hammarskjöld er meer dan ooit van overtuigd was dat Lumumba ‘gebroken’ moest worden. Hammarskjöld hernam het thema in een telegram van 1 september: ‘Er is één bladzijde die omgeslagen moet worden en dat is die van Lumumba, Gizenga en Gbenye met hun volslagen misvatting over hun rechten m.b.t. de VN en hun rol in de wereld.’

Een vertrouweling van Hammarskjöld overlegde met de entourage van president Kasa Vubu over de omverwerping van de regering-Lumumba

Hammarskjöld stuurde begin september 1960 een vertrouweling, de Noord-Amerikaan Andrew Cordier, naar Congo. Cordier overlegde met de entourage van president Kasa Vubu over de omverwerping van de regering-Lumumba. Een staatsgreep, want volgens de Congolese grondwet had de president slechts een ceremoniële functie. Volgens de grondwet kwam het het parlement toe de regering te benoemen of te ontslaan, en daar had Lumumba een meerderheid.

Noodsituatie

‘H’ moedigde in een telegram aan Cordier de staatsgreep aan. Hij had het over een ‘noodtoestand’, en zei Cordier dat hij ‘zich op het terrein kan veroorloven om, binnen kader van gebiedende principes, te doen wat ik, als ik het zelf zou doen, niet zou kunnen rechtvaardigen – het risico lopen om geen erkenning te krijgen wanneer het er niet meer toe doet.’

Het omfloerste taalgebruik kan de boodschap niet verhullen

Het omfloerste taalgebruik kan de boodschap niet verhullen: in een noodsituatie heeft Cordier het recht om acties te ondernemen die politiek wenselijk maar wettelijk betwistbaar zijn, en daardoor afgewezen kunnen worden, maar dan wel slechts ‘wanneer het er niet meer toe doet’ en zij hun effect reeds bewezen hebben; wanneer Lumumba al uitgeschakeld is.

Mobutu

Op 5 september las president Kasa Vubu een verklaring op de Congolese radio voor waarin hij Lumumba afzette. Premier Lumumba bleef evenwel de steun van het parlement genieten.

Vanaf 10 oktober 1960 hielden Mobutu’s troepen Lumumba’s residentie permanent omsingeld

De reactie kwam snel: op 14 september joeg legerchef Mobutu het parlement uiteen. De steun van de VN aan Kasa Vubu en Mobutu was beslissend. De VN-macht sloot het radiostation en de luchthavens in de Congolese hoofdstad, zodat Lumumba zijn aanhang en bevriende troepen niet kon mobiliseren.

 

VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld (links) in 1961. (Foto: Flickr (cc) Immaginario Diplomatico)

In een telegram onthulde ‘H’ dat de VS 1.000.000 dollar ter beschikking had gesteld waarmee VN-officieren de soldij en voedsel betaalden van Congolese legereenheden die de kant van Kasa Vubu en Mobutu kozen. Het ontging ook de westersgezinde pers niet. The Times stelde: ‘Daar staat de VN dan, ogenschijnlijk zoals altijd in het midden, maar zichtbaar naar één richting overhellend’. La Libre Belgique schreef: ‘Als Kasa Vubu uiteindelijk de overwinning zal behalen die hij verdient, dan zal hij dat aan de VN te danken hebben.’

Vanaf 10 oktober 1960 hielden Mobutu’s troepen Lumumba’s residentie permanent omsingeld. Lumumba werd door een dubbele gordel van militairen ‘beschermd’: de binnenste cirkel bestond uit blauwhelmen, die hem ‘beschermden’; de buitenste uit soldaten van het Congolese leger, die hem wilden arresteren. De omsingeling kwam tegemoet aan de wens van de neokoloniale coalitie, die Lumumba van zijn achterban wilde afsnijden. Lumumba was een politieke balling in eigen land geworden.

Politiek inactief

Ook de VN‑leiding was tevreden met de regeling. Lumumba’s feitelijk huisarrest nam de vrees van de VN‑leiders weg voor zijn eventuele terugkeer naar Stanleystad, een nationalistisch bastion. ‘Ik hoop dat iedereen zich realiseert’, zo schreef een VN‑functionaris vanuit de hoofdstad van de Oostprovincie, ‘dat Lumumba’s aankomst hier, of zelfs een eenvoudige toespraak van hem, de toestand in een half uur kan doen omslaan.’

“Lumumba’s fysieke isolatie betekent ‘zijn politieke dood'”

Het feitelijk huisarrest was het resultaat van een akkoord tussen VN‑generaal Rikhye en Mobutu: Lumumba zal niet gevangen gezet worden (wat de VN in diplomatiek lastige papieren zou brengen) maar politiek inactief gemaakt worden.
VS-ambassadeur in Congo Timberlake schreef in een telegram geruststellend dat Lumumba’s fysieke isolatie ‘zijn politieke dood’ betekende. VN-topman Dayal meldde Hammarskjöld: ‘Lumumba is eigenlijk een virtuele gevangene in zijn huis, zonder vrije toegang tot wie dan ook, en zonder telefoon.’

VN verantwoordelijk

→ Eind november 1960. De afgezette premier verliet incognito zijn door blauwhelmen bewaakte en door Mobutu’s soldaten omsingelde residentie. Met enkele getrouwen probeerde hij Stanleystad te bereiken, waar de nationalistische krachten zich hergroepeerden.

Onderweg viel Lumumba in handen van Mobutu’s troepen, wat zes weken later tot zijn dood zou leiden

Onderweg viel hij echter in handen van Mobutu’s troepen, wat zes weken later tot zijn dood zou leiden. Wie was verantwoordelijk voor zijn arrestatie? VN‑documenten staan toe om met zekerheid te kunnen zeggen dat de VN rechtstreeks verantwoordelijk was voor de arrestatie van de opgejaagde Congolese premier.

‘Hammarskjöld loog’

Dit schreef ik over de film van de gebeurtenissen in Crisis in Kongo, onder de subtitel ‘Hammarskjöld loog: blauwhelmen leverden Lumumba aan Mobutu uit’:

Op 30 november stuurde het commando van de Ghanese blauwhelmenbrigade in Luluaburg instructies, met afschrift aan de VN-top in Leopoldstad, naar het Ghanese regiment in Tshikapa, waar [Mobutu’s medewerker] Pongo op dat ogenblik naar Lumumba zocht. In die instructies werd het regiment opgedragen om neutraal te blijven in de jacht op Lumumba, en ook: ‘Indien Lumumba aankomt, neem hem in beschermende hechtenis indien gevaar arrestatie of last veroorzakend.’

“Het werd altijd zo opgevat en bekendgemaakt dat Lumumba zich op eigen risico buiten zijn huis zou wagen”

Vanuit Leopoldstad volgde deze terechtwijzing van generaal Von Horn, opperbevelhebber van de VN‑strijdkrachten in Congo: ‘Geen herhaal geen actie mag door u ondernomen worden met betrekking tot Lumumba. Wij waren voor zijn persoonlijke veiligheid enkel in zijn huis in Leopoldstad verantwoordelijk. Het werd altijd zo opgevat en bekend gemaakt dat hij zich op eigen risico buiten zijn huis zou wagen.’

Beschermende hechtenis

In Dayals telegram aan secretaris‑generaal Hammarskjöld van 1 december wordt Von Horns terechtwijzing bevestigd: ‘[De Ghanezen] meldden gisteren terloops hun bedoeling om Lumumba in beschermende hechtenis te nemen wanneer daarom verzocht werd. Wij hebben duidelijk standpunt ingenomen dat hij enkel in zijn residentie onder VN‑bewaking stond en dat VN‑dekking of bescherming bij nastreven van zijn doeleinden niet toegelaten kan worden, en dat VN volledig van zijn activiteiten afgescheiden moet worden.’

“Overeengekomen dat VN niet zou interveniëren in wettelijke aanhouding Lumumba door Congolees leger”

Von Horns bevel werd door Luluaburg overgemaakt aan het Ghanese regiment in Port‑Franqui, op 1 december. Diezelfde dag werd de VN‑top in Leopoldstad tweemaal door het Ghanese commando in Luluaburg gerustgesteld met de boodschap dat haar richtlijn opgevolgd werd. In de tweede boodschap meldde Luluaburg ook nog : ‘Positie Lumumba besproken met commandant Congolese leger Kasaï. Overeengekomen dat VN niet zou interveniëren in wettelijke aanhouding Lumumba door Congolees leger.’

Handgemeen

Over de gebeurtenissen in Mweka, waar een Ghanees peloton gelegerd was, schreef het Ghanese commando dit verslag:

‘Op 1 december, om 19:15 uur, kwamen ongeveer 40 Congolese soldaten van Port‑Franqui op de locatie van het Ghanese peloton aan, ervan overtuigd dat Lumumba daar in bescherming werd genomen. Men toonde hen dat dat niet het geval was. Op 2 december, om 7:30 uur ’s ochtends, bevond de bevelhebber van het Ghanese peloton zich nabij de ingang van de verblijfplaats van zijn peloton toen hij drie auto’s met hoge snelheid over de weg zag rijden.’

‘Zij stopten op enige afstand van de weg en er ontstond een handgemeen. Lumumba werd door Congolese soldaten uit zijn auto gesleurd, geslagen met geweerkolven, kreeg klappen en werd geschopt. De pelotonbevelhebber van Ghana beval zijn mannen stelling te nemen rond de auto en de mishandeling te stoppen. Lumumba werd daarop in een auto geduwd en snel weggereden in de richting van Luluaburg.’

Het rapport spreekt erg betekenisvol in de titel over ‘de arrestatie’ van Lumumba

Het rapport, dat, erg betekenisvol, in de titel spreekt over ‘de arrestatie’ van Lumumba op 2 december, vat de gebeurtenissen als volgt samen:
‘De eerste reactie [van de Ghanese brigade ‑ LDW] toen zij vernam dat Lumumba de VN‑bescherming in Leopoldstad had verlaten, was dat hij in beschermende hechtenis genomen zou worden indien er een gevaar voor arrestatie of letsel bestond. Zij vroegen om bevestiging van dit beleid en ontvingen zeer duidelijke instructies dat onder geen beding gelijk welke actie met betrekking tot Lumumba genomen mocht worden. Deze instructies werden streng nageleefd.’

Mishandelingen

Het rapport van de Ghanese blauwhelmen, een verklaring van Lumumba’s chauffeur en Dayals telegram, staan haaks op Hammarskjölds latere bewering dat Lumumba’s bescherming buiten het mandaat van de VN viel, en in strijd was met het principe van het niet‑gebruik van (actief) geweld, omdat Lumumba’s bescherming een militair initiatief vereist zou hebben.

Op 2 december, ’s ochtends, was Lumumba immers in vrijheid, en waren Ghanese blauwhelmen aanwezig bij zijn arrestatie: zij maakten een eind aan de mishandelingen, maar weigerden hem in bescherming te nemen en stonden zijn aanhouding toe, conform de richtlijnen van hun oversten.

De documenten brengen scherp aan het licht dat de verklaring die Hammarskjöld na Lumumba’s dood in de Veiligheidsraad aflegde, een leugen is

Bovendien brengen deze documenten scherp aan het licht dat de verklaring die ‘H’ na Lumumba’s dood in de Veiligheidsraad aflegde, een leugen is: ‘Lumumba ontsnapte uit zijn residentie zonder dat de VN kon weten waar hij zich bevond en bijgevolg zonder dat de Organisatie in de gelegenheid was om hem te beschermen. Hij werd in het binnenland aangehouden zonder dat de VN enigszins de mogelijkheid had om zich daartegen te verzetten, gezien het feit dat zij de toestand niet onder controle had.’ (Verklaring van 15.02.1961)

‘Een menselijke massa’

De opluchting was groot in Leopoldstad, toen Lumumba in Thysstad werd opgesloten. Later schreef VN-generaal Von Horn, over de sfeer op het VN‑hoofdkwartier: ‘De meesten onder ons waren terecht van oordeel dat er nu een werkelijke kans bestond dat Congo enigszins tot rust zou komen. Eerlijk gezegd, als Lumumba Stanleystad bereikt had, dan had heel Congo in vlammen kunnen opgaan.’

Op 17 januari werden Lumumba en zijn medestanders Mpolo en Okito overgevlogen naar Katanga. Tijdens de vlucht werden ze gemarteld. Om 17 uur werden ze op het tarmac van Elisabethstad overgedragen aan Belgische legerofficieren en hun troepen. Een Belgisch officier beschreef de gevangenen als ‘een menselijke massa (…) Het hemd stukgereten, met bloed aan de mondhoeken, het gezicht opgezwollen, afgebeuld, ten einde kracht, meer dood dan levend.’

“De drie werden bewerkt met geweerkolven, tot voor de laadbak van een jeep geduwd, geslagen en getrokken”

De drie werden bewerkt met geweerkolven, tot voor de laadbak van een jeep geduwd, geslagen en getrokken. Een soldaat greep Lumumba bij de nek en dwong hem op het platform te gaan liggen. Zes MP’s gingen op de rand van de laadbak zitten, met de voeten op de gevangenen.

Dood

Vanop een afstand bekeken VN-troepen het tafereel. Die dag bestond de VN-wacht uit zes soldaten, onder het bevel van onderofficier Lindgren. Lindgren schreef een verslag van de gebeurtenissen: ‘De militairen hebben hen geslagen, met geweerkolven bewerkt en in de jeep gegooid. Vier militairen zijn dan in de jeep gesprongen, en hebben zich neergezet. Op dat ogenblik begon een van de drie gevangenen doordringend te schreeuwen. De jeep is daarop vertrokken, aan het hoofd van een gemotoriseerd konvooi dat tot aan de uiterste uithoek van de luchthaven reed, en zich daarna verwijderde via een bres die in het traliewerk was gemaakt.’ Vier uur later zijn de drie nationalistische leiders dood.

De VN legde het Katangese regime en de Belgen die er de plak zwaaiden daarbij geen strobreed in de weg. Uit Crisis in Kongo:

Lindgren, die op de luchthaven het bevel voerde over de Zweedse blauwhelmen, alarmeerde zijn chefs. De VN-chef in Katanga, de Nieuw-Zeelander Ian Berendsen, verklaarde nadien zelf dat de blauwhelmen hem ‘een of twee uren’ na de landing van de DC-4, dus ergens tussen 18 en 19 uur, op de hoogte hadden gebracht van de aankomst van Lumumba, Mpolo en Okito. (…) De VN-chef nam echter niet de moeite om Tshombe of de leiding van het Katangese leger onder druk te zetten. Berendsen bleef trouw aan de basisprincipes van de VN-akkoorden van augustus en oktober 1960 over de VN-intrede in Katanga.

De VN‑leiders in Katanga reageerden dus niet anders dan de hoogste Belgische verantwoordelijken in de koperstaat

Katanga werd behandeld alsof het om een onafhankelijke staat ging, en het kon daarvoor rekenen op hulp van de VN-macht. Pas op 18 januari, en dan nog slechts terloops, zou Berendsen Tshombe over de zaak aanspreken. Die dag ontmoette hij Tshombe, aldus een VN-verslag, ‘over een ander probleem (…) hij maakte van deze gelegenheid gebruik om met de president te spreken over de berichten die waren gepubliceerd, en volgens dewelke de heer Lumumba en zijn twee medegevangenen waren overgebracht naar Katanga.’ Maar op dat ogenblik was het reeds te laat om nog op de ontwikkelingen te wegen.

De VN‑leiders in Katanga reageerden dus niet anders dan de hoogste Belgische verantwoordelijken in de koperstaat: terwijl zij een andere kant opkeken, werden Lumumba, Okito en Mpolo gemarteld en vermoord. Allen waren van oordeel dat zij, gezien de politieke bakens die hun chefs in Brussel en New York sedert maanden hadden uitgezet, niet over de politieke bewegingsruimte beschikten om de misdaad te verhinderen.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Ludo De Witte

Ludo De Witte is auteur van o.m. ‘Crisis in Kongo’ (1996), ‘De moord op Lumumba’ (1999) en ‘Huurlingen, geheim agenten en diplomaten’ (2014). Hij publiceerde ook ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op’ (2017) en ‘Wie is bang voor moslims?’ (2004).