Echt geld, echte inspraak!

 Leestijd: 3 minuten0

Burgerbegrotingen zijn één van de nieuwste vormen van samenwerking tussen lokale overheden en burgers. De term dekt een brede waaier aan projecten in binnen- en buitenland waarbij burgers betrokken worden bij het opstellen van (een deel van) de begroting, verduidelijkt Ben Eersels (De Wakkere Burger) in vier vragen.

Het idee om burgers te laten participeren bij het opstellen van de begroting komt overgewaaid uit de Braziliaanse stad Porto Alegre. Daar werd al in 1989 voor een eerste keer geëxperimenteerd met een burgerbegroting. Ondertussen gebruiken wereldwijd al meer dan 1.500 steden een of andere vorm van participatief begroten. Ook in Vlaanderen experimenteerden verschillende gemeenten al met begrotingsparticipatie.

Wat zijn burgerbegrotingen? 

De slogan van de burgerbegroting van New York vat de essentie van de burgerbegroting mooi samen: Real money, real power. Dankzij burgerbegrotingen krijgen burgers échte inspraak over wat er met een deel van hun belastinggeld gebeurt. Hoe dat er precies uitziet in de praktijk, verschilt van gemeente tot gemeente. Burgerbegrotingen bestaan namelijk in talloze maten en gewichten.

 

In sommige gemeenten mogen burgers projecten voorstellen die gerealiseerd kunnen worden met een deel van de geldpot. In een volgende ronde beslissen opnieuw de burgers welke projecten uitgevoerd worden. Dat gebeurt na deliberaties in verschillende burgerpanels, of via een grote stemcampagne. In andere gemeenten onderhandelen burgers vooral over budgetverschuivingen tussen bepaalde beleidsthema’s, zoals mobiliteit en milieu. Zo kunnen zij zelf beslissen over de budgettaire prioriteiten die de overheden moeten leggen. Tot slot combineren sommige gemeenten ook elementen van deze twee types. Burgers schuiven dan eerst met budgetten tussen de verschillende beleidsthema’s, en dienen vervolgens concrete projecten in die met het budget gerealiseerd kunnen worden.

Burgerbegrotingen zijn maatwerk. Dankzij de grote flexibiliteit van burgerbegrotingen kunnen zij aangepast worden aan de typische lokale kenmerken van elke gemeente, en aan de specifieke doelstellingen van het gemeentebestuur.

Waarom zou je participatief begroten?

Er zijn verschillende redenen waarom overheden starten met participatief begroten. Het precieze traject kan je aanpassen naargelang die verschillende doelstellingen. In een recente studie van de Universiteit Antwerpen[1] worden de drie belangrijkste redenen waarom overheden participatief willen begroten opgesomd:

Activering: burgerbegrotingen kunnen de kloof tussen politici en burgers verkleinen. Door zelf aan de knoppen te zitten, hebben burgers het gevoel dat zij écht kunnen wegen op het beleid. Daarnaast leren ze ook begrip opbrengen voor de moeilijke keuzes die beleidsmakers moeten nemen bij het bepalen van hun budgettaire prioriteiten.

Input: burgerbegrotingen kunnen zorgen voor een efficiënter, geïnformeerder, goedkoper en kortweg beter bestuur. Dankzij hun persoonlijke ervaringen en aanwezigheid in het middenveld zijn burgers namelijk ideaal geplaatst om heel concrete beleidssuggesties en projecten te formuleren waar overheden zelf misschien nog niet aan dachten.

Burgerschap: burgerbegrotingen kunnen burgerschap-versterkend werken. Studies toonden immers al aan dat als burgers politiek participeren, zij leren om beter te argumenteren, te debatteren en in groep te werken. Daarnaast denken burgers na het deelnemen aan dergelijke activiteiten vaker in functie van het algemeen belang in plaats van hun eigen belangen.

Welke Vlaamse gemeenten gebruiken burgerbegrotingen?

Sinds 2007 experimenteerden sommige gemeenten (zoals Ronse, Leuven en het district Antwerpen) met een voorloper van burgerbegrotingen, namelijk wijkbudgetten. In die formule kregen verschillende wijken een budget toegewezen voor projecten die de sociale cohesie konden verbeteren, al dan niet na toestemming van de gemeenteraad. Aalbeke, een deelgemeente van Kortrijk, was in 2013 de eerste Vlaamse gemeente die met een vorm van participatief begroten experimenteerde. Zij organiseerden het spel ‘Budget Games’, waarin burgers via pokerchips zelf kunnen schuiven met budgetten tussen de verschillende beleidsdomeinen. Het uiteindelijke resultaat bleef wel louter een advies en had dus geen bindend karakter.

In de jaren die volgden sprongen ook grote steden als Mechelen en Gent op de kar. Het district Antwerpen organiseerde vanaf 2013 zelfs elk jaar onafgebroken een burgerbegroting. Het stadsbestuur bracht dan telkens kleine correcties aan om zijn methodologie te verfijnen. Maar ook veel kleinere gemeenten zoals Zulte, Wortegem-Petegem en Neder-Over-Heembeek werkten al burgerbudgetten uit. En als we de programma’s van talloze nieuwe bestuurscoalities mogen geloven, zitten er de komende legislatuur nog veel meer experimenten aan te komen.

Wat zijn belangrijke succesfactoren?

Een eerste belangrijke factor is voldoende politieke wil. Politici moeten natuurlijk de nodige middelen voorzien waarmee burgers mogen begroten, maar ze beslissen ook over hoeveel capaciteit van de gemeentelijke administratie beschikbaar wordt gesteld om de burgerbegroting te organiseren en te coördineren. Daarnaast doet het de zichtbaarheid van de burgerbegroting goed als de bevoegde schepen en/of de burgemeester in hun communicatie steun verlenen aan het project.

Dat brengt ons bij een tweede cruciaal element: een goed afgesteld, helder communicatieplan. De communicatie moet niet alleen zoveel mogelijk burgers bereiken, maar hen ook heel duidelijk informeren over hun rol. Om teleurstellingen achteraf te vermijden, moeten burgers weten wat er van hen verwacht wordt, zowel tijdens het begrotingsproces als bij het uitvoeren van eventuele projecten die een budget krijgen.

Ten derde moeten overheden inzetten op een zo groot mogelijke diversiteit van de deelnemers. Om te garanderen dat geen enkele bevolkingsgroep over het hoofd wordt gezien, moet het deelnemersveld een zo getrouw mogelijke afspiegeling vormen van de bevolking van de gemeente. Maar participatieve processen (en dus ook burgerbegrotingen) trekken doorgaans een heel homogene groep deelnemers aan.

Om een diverser deelnemersveld te bekomen, moeten overheden extra inspanningen doen om kwetsbare groepen te betrekken. Daarvoor is in de eerste plaats gerichte communicatie met sleutelorganisaties noodzakelijk. Maar om kansengroepen ook daadwerkelijk te betrekken tijdens de gesprekken, is het soms nodig om extra voorbereidende vormingen te organiseren voor bepaalde doelgroepen.

 

Dit artikel verscheen eerder in Ter Zake, een driemaandelijks magazine van De Wakkere Burger. Het decembernummer staat onder meer stil bij het concept van burgerbegrotingen, de kansen en uitdagingen, en de ervaringen uit Antwerpen. 

 

[1] Zie rapport “Naar een Vlaamse Burgerbegroting? Lessen uit de binnenlandse en buitenlandse praktijk” – Wolf, Rys & Van Dooren, Onderzoeksgroep Management & Bestuur, Departement Politieke Wetenschappen, Universiteit Antwerpen.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Ben Eersels

Ben Eersels is stafmedewerker participatie bij De Wakkere Burger.