“Ik zal hun laten zien hoe een Belgische vrouw weet te sterven”

 Leestijd: 4 minuten0

Als je van het onooglijk maar wereldberoemde beeldje van Manneken Pis naar de volkse Marollenbuurt aan de voet van het protserige justitiepaleis slentert, wandel je op het Sint-Jansplein voorbij een stevige bronzen constructie dat als standbeeld is opgericht ter ere van een vrouw, van wie ik – en allicht velen met mij – niet eens wist dat ze ooit heeft bestaan. Deze leemte in mijn databank, met nochtans aardig wat informatie over ’s lands geschiedenis, is nu opgevuld door de vakbekwame historica Sophie De Schaepdrijver.

De historica publiceerde over deze vrouw die ook elders in het land op zulke lovende Brusselse wijze wordt herdacht, een imposante en vlot lezende biografie: Gabrielle Petit. Dood en leven van een Belgische spionne tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het gaat om een vertaling, want het boek verscheen oorspronkelijk in het Engels. De Schaepdrijver doceert moderne Europese geschiedenis aan Pennsylvania State University in de Verenigde Staten, waarover ze overigens opmerkt: “Dat is een vreselijk land aan het worden.”

De Schaepdrijver publiceerde in het verleden een magistraal boek over De Groote Oorlog. Het koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dat mag zeer terecht worden beschouwd als een standaardwerk. Maar het is voor de modale lezer vooral ook een correctie van de vier voorbije jaren van herdenking van die wereldbrand.

Levenslange ambitie

“Die herdenking was in de allereerste plaats een marketingoperatie. Vlaanderen heeft voor een gemakkelijkheidsoplossing gekozen door te focussen op de klaprozen en het toerisme. Het was een gemiste kans om nuances aan te brengen in het verhaal. Vanuit toeristisch oogpunt was het natuurlijk een slimme zet. Maar daardoor was er minder aandacht voor het nadenken over die oorlog. Was die wel zo absurd als wordt beweerd? Waarom vinden we de Tweede Wereldoorlog gerechtvaardigd en die Eerste niet? Zijn alle oorlogen niet even erg?”

“Het verhaal van het leven van Gabrielle Petit is tegelijkertijd het verhaal van de samenleving waarin ze leefde”

“Bovendien is het verhaal van het leven van Gabrielle Petit tegelijkertijd het verhaal van de samenleving waarin ze leefde”, aldus de auteur. “Dat verhaal is er een van streven om ‘iemand te worden’. Een levenslange ambitie, soms onzichtbaar, maar altijd aanwezig. Een ambitie die ook weer deel was van een groter verschijnsel, want de wil om het ‘tot iets te brengen’ was sinds de Franse Revolutie van lieverlede tot steeds meer mensen uit de zogeheten massa’s doorgedrongen.”

Zwevende agente

Er bestaan talloze ‘pikante’ verhalen over ‘het tweede oudste beroep ter wereld’, zoals spionage wel eens is genoemd. Zo heb je vast wel al eens terloops gehoord van Mata Hari. Dat was het alias van een Nederlandse exotische danseres, een eufemistische beschrijving van een dame die met haar wulpse lichaam en optreden in het woelige tijdsgewricht van de Eerste Wereldoorlog door de Fransen is ontmaskerd, schuldig bevonden aan spionage en hiervoor door een vuurpeloton is omgebracht. Een ideale plot voor toneel, film, boek of andere vormen van volksvermaak. Maar bij Petit niets van dat alles.

Petit reisde als ‘zwevende agente’ heel Wallonië door om haar opdrachtgever te kunnen rapporteren over de troepenbewegingen van de Duitse bezetter

Gabrielle kende niet bepaald een gelukkige jeugd, want die was miserabel. Haar moeder overleed vroeg en haar vader was een nogal brutale vlegel die graag de Grote Jan uithing en zich als dusdanig voortdurend in schulden stak. Gabrielle en haar zus werden in een weeshuis in de buurt van Ath gedropt. Ze groeide er op tot een schampere jonge vrouw die je niet zomaar tot alles kon dwingen. Samen met haar verloofde, een beroepsmilitair uit Brussel, vluchtte ze bij de aanvang van de Eerste Wereldoorlog naar Londen.

Gabrielle_Petit_Wikipedia_Michel Wal

Standbeeld van Gabrielle Petit op het Brusselse Sint-Jansplein. (Foto: Wikipedia © Michel Wal)

Ze ging in op het Britse voorstel om na haar terugkeer in België de Duitse bezetter te bespioneren. Als dusdanig reisde ze als ‘zwevende agente’ vooral heel Wallonië door om haar opdrachtgever te kunnen rapporteren over de troepenbewegingen van de Duitse bezetter, over diens kampementen en vliegvelden, zijn dodelijke afweergeschut, evenals de spoorwegtrajecten die voor de bevoorrading werden gebruikt.

Verklikt

Aan dit ‘avontuurlijke’ bestaan kwam op 2 februari 1916 abrupt een einde met haar arrestatie door manschappen van de Duitse contraspionage. Ze was verklikt door een collaborateur. Op de muur van haar cel schreef Gabrielle: ‘Ik weiger mijn gratieverzoek te tekenen om de vijand te tonen dat ik mijn voeten aan hem veeg.’ Een rechtszaak volgde. Voor ze de kogel kreeg, zei ze: ‘U zult zien hoe een Belgisch meisje sterven kan.’

Bij haar executie weigerde Gabrielle aanvankelijk een blinddoek te dragen

“Bij uitspraak van de militaire rechtbank van 2 maart 1916 is GABRIELLE PETIT, verkoopster, wonende te Molenbeek, veroordeeld ter dood wegens verraad in oorlogstijd grond van spionage”, aldus de mededeling op een dieproze affiche in de straten van de hoofdstad. “Het vonnis is voltrokken.”

Bij die executie weigerde Gabrielle aanvankelijk een blinddoek te dragen. Haar ontzielde lichaam werd in een lange donkere jas in een eenvoudige houten kist in een anoniem graf begraven.

Mannenzaak

Toen in november 1918 het wapengekletter definitief was verstomd, begon het land aan zijn wederopbouw. De materiële ellende, die de voorbije jaren het gros van de bevolking had geteisterd, hield evenwel niet onmiddellijk op. Dat veroorzaakte een zware morele crisis. En dat was een ideale omstandigheid voor de ontwikkeling van een heuse heldencultus.

Dat was in allereerste instantie zaak voor mannen, zoals die tot uiting kwam in de invoering van het enkelvoudig stemrecht voor mannen bij de parlementsverkiezingen. De politieke cultuur van het naoorlogse België was geen voedingsbodem voor suffragisme. Toch werd ook Gabrielle Petit op een verheerlijkende wijze ten tonele gevoerd.

Gabriëlle Petit werd een heuse mythe door films, boeken en herdenkingen

In verschillende steden werden straatnamen vervangen door benamingen met expliciete verwijzing naar haar. In mei 1919 werd ze zelfs officieel uitgeroepen tot nationale heldin. Als dusdanig werd ze een heuse mythe door films, boeken en herdenkingen. Petit werd erin bewierookt en in ’s lands herinnering gebracht als een uitzonderlijke verpersoonlijking van het verzet. Maar vaak ook als heldin in het streven van de vrouwenbeweging en eis voor een meer sociaal rechtvaardige samenleving. Petits allereerste herdenkingsmilieu was de bediendenvakbond.

Sint-Jansplein

Het hoogtepunt greep plaats op 21 juli 1923 in de hoofdstad. Dat was de vijfde nationale feestdag sinds het einde van de oorlog. “Uit het hele land waren bezoekers toegestroomd; de vorst onderscheidde verdienstelijke burgers; de koninklijke familie met gevolg, alsook de regering, het parlement, en de legertop woonden het Te Deum bij. Dat eindigde om halfdrie. Om halfvijf werd Petits monument eindelijk onthuld. Het bekoorlijke Sint-Janspleintje veranderde voor de gelegenheid in een toneeldecor. Het was het eerste standbeeld in de Europese geschiedenis voor een vrouw zonder sociale status. En van dan af prijkte het monument op vele briefkaarten. Een jaar later volgde de inhuldiging van een monument in Doornik.”

Een boeiend boek over een boeiende dame, de verpersoonlijking van de zelfopoffering voor de natie

In de daarop volgende decennia nam het plechtige eerbetoon af. Toch werd, indien nodig, Petit nog geregeld als symbool van vaderlands idealisme afgeschilderd. “Leon Degrelle, de leider van de Nieuwe Orde-partij Rex in de jaren 1930 (…) achtte het zelfs nodig om haar af te zetten tegen het andere geliefde Belgisch symbool: Manneke Pis.” Officiële delegaties die in het land op bezoek waren, moesten voortaan niet naar dat beeldje worden afgeleid, maar naar het Sint-Jansplein, met de beklijvende woorden van Petit, aan de vooravond van haar brutale dood en die de titel van deze recensie zijn.

Een boeiend boek over een boeiende dame, de verpersoonlijking van de zelfopoffering voor de natie. “Ze was werkelijk the girl from nowhere – zonder connectie, zonder familie, zonder diploma, zonder geld – die in het spionagewerk eindelijk een bestemming had gevonden voor haar uitzonderlijk verstand en die, eenmaal in de greep van het militair gerechtsapparaat, liever omkwam dan toegaf. Haar geringe status was cruciaal.”

Sophie De Schaepdrijver, ‘Gabrielle Petit. Dood en leven van een Belgische spionne tijdens de Eerste Wereldoorlog’, Horizon, 447 blz., 29,99 € (e-boek 11,99 €)

 

 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Jan Willems

Jan Willems was persmuskiet met een verschrikkelijke hekel aan pseudo-kritische scorebordjournalistiek en schreef enkele boeken over de boven- en onderwereld. Wat hem nooit heeft belet ook oog te hebben voor productiekrachten, -middelen en -verhoudingen.