Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Personeel zoekt muziektarief

27 september 2018 Steven Standaert
Radionostalgie
Radionostalgie (Foto: Gerard Stolk, CC, flickr)

Maar er is iets vreemds aan de hand met de manier waarop Sabam ook de eigen muziek van werknemers onder het tarief voor muziek op de werkvloer brengt. Want ook als de werknemer op eigen initiatief en op zijn eigen toestel naar muziek luistert, wordt het tarief op de onderneming toegepast. In de woorden van de informatiebrochure: “Moet ik dan een gebruikslicentie aanvragen? Ja, want de werkgever is verantwoordelijk voor de handelingen van zijn werknemers op de werkvloer (zie art. 1384 Burgerlijk Wetboek).” Dat is een bijzondere constructie.

Muziek luisteren? Een onrechtmatige daad

Artikel 1384 van het burgerlijk wetboek stelt de werkgever aansprakelijk voor de schade die zijn werknemers in de uitvoering van hun functie veroorzaken. De toepassing van de werkgeversaansprakelijkheid veronderstelt een onrechtmatige daad: een handelen waarmee iemand op een onwettige wijze schade wordt toegebracht. De onrechtmatige daad is dan dat de werknemer muziek beluistert zonder de toestemming van de rechthebbenden.

Tegelijk kan een werknemer de toestemming niet zelf bekomen. Sabam laat alleen de ondernemingen toe tot het tarief voor muziek op de werkvloer. Er is geen apart tarief voor werknemers die op eigen initiatief op eigen toestellen muziek op de werkvloer willen gebruiken. Het moet een unicum zijn. Er zijn weinig muziekvormen waarvoor de beheersvennootschappen kandidaat-gebruikers geen tarief aanbieden.

Daarin schuilt de inventiviteit van het tariefopzet. De constructie met de aansprakelijkheid voor de onrechtmatige daad brengt de eigen muziek van de werknemer mee onder het tarief voor ondernemingen. Sabam beroept zich automatisch op de werkgeversaansprakelijkheid door de werknemer de toegang tot het tarief of een eigen tarief te ontzeggen. De vraag is in hoeverre de constructie geoorloofd is. Kan de beheersmaatschappij autonoom de toegang tot haar tarieven bepalen?

Werknemer zoekt muziektarief

En daar botsen we op een bijzondere eigenschap van het auteursrecht. Het behoort tot het diepste wezen van de intellectuele rechten dat ze een afweging zijn tussen de belangen van de rechthebbenden en die van de gebruikers. Zo legt het Belgisch auteursrecht de beheersvennootschappen beheersvoorwaarden op, waarbij gebruikers het recht hebben op gepubliceerde, billijke en niet-discriminatoire tarieven. Niet toevallig vochten de festivalorganisatoren op grond van deze regels (in casu de billijkheid) een eenzijdige festivaltariefverhoging door Sabam aan.

En precies met de billijkheid en non-discriminatie heeft ook de regeling voor muziek op de werkvloer een moeilijke verhouding. Het valt nog te bezien 1. of het billijk is dat een grote groep muziekgebruikers formeel de toegang ontzegd wordt tot een courante vorm van muziekgebruik en 2. of het niet-discriminerend is dat een werknemer geen licentie voor muziek op het werk kan aanvragen terwijl een onderneming dat wel kan. Dat zijn toch levensgrote kanttekeningen bij de conformiteit van het bestaande tariefopzet met de wettelijke beheersvoorwaarden.

Zonder toegang tot een tarief voor eigen muziek op eigen initiatief op niet-publiek toegankelijke werkplaatsen is het voor de werknemer zelfs weinig aannemelijk dat zijn muziek al onder een inning van de beheersvennootschappen valt.

De werknemer zoekt met andere woorden een muziektarief. Als de afwezigheid van een eigen tarief onbillijk of discriminerend blijkt, kan men de onrechtmatige daad die uit zijn muziekgebruik volgt nog moeilijk inroepen om de werkgever aansprakelijk te stellen. Sabam begaat dan immers zelf een fout, die er de enige reden voor is dat de werknemer niet rechtmatig naar muziek kan luisteren. Zonder toegang tot een tarief voor eigen muziek op eigen initiatief op niet-publiek toegankelijke werkplaatsen is het voor de werknemer zelfs weinig aannemelijk dat zijn muziek al onder een inning van de beheersvennootschappen valt.

In afwachting van correcties mag het tarief voor de muziek van de onderneming eventueel blijven bestaan. Maar het opzet ervan zou minder geforceerd zijn als het radiootje van het personeel zolang buiten beschouwing bleef. Luistert u wel eens naar muziek op het werk? Zet gerust wat luider vandaag.

 

LEES OOK