Koen Geens en leerling-tovenaar Theo Francken

 Leestijd: 3 minuten2

Staan Koen Geens (CD&V) en Theo Francken (N-VA) werkelijk tegenover elkaar of doen ze gewoon hetzelfde? Walter de Smedt stelt vast hoe de uitvoerende macht de vleugels van de rechterlijke macht knipt.

Nu er opnieuw een Albanees werd uitgewezen die nog voor de rechter had moeten komen, stelt Justitieminister Koen Geens voor om voortaan altijd een wederzijdse contactopname te organiseren tussen justitie en vreemdelingenzaken.

Daaruit besluit Bruno Struys in DM van 31-07-18: “Door de nieuwe zaak staan justitieminister Geens en staatssecretaris Theo Francken weer lijnrecht tegenover elkaar”.

Is dat wel zo? De justitieminister laat dagelijks gevangenen vrij zonder overleg met de rechters die hen veroordeelden. Theo Francken deed de voorbije weken dus tweemaal wat Koen Geens hem ontelbare keren voordeed: rechterlijke beslissingen miskennen.

geens Francken justitie asiel

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) en staatssecretaris Theo Francken (N-VA). (Foto © REPORTERS / Pool)

Rechterlijke beslissing

In beide gevallen gaat het om de waarde en de draagkracht van een rechterlijke beslissing. In het geval van Geens gaat het om een uitspraak van de strafrechter tot een effectieve gevangenisstraf. In het geval van Francken gaat het om een bevel tot aanhouding van een onderzoeksrechter of een onderzoeksgerecht (raadkamer of kamer van inbeschuldigingstelling).

In beide gevallen heeft een rechter beslist dat een verdachte of beschuldigde moet opgesloten worden. In beide gevallen houdt de uitvoerende macht – de justitieminister of de staatssecretaris voor asiel – die uitspraak voor onbestaande en doet zij er willekeurig haar ding mee: vrijlating of uitwijzing.

Dezelfde lijn

Koen Geens en Theo Francken staan dus niet tegenover, maar naast elkaar: allebei vegen ze hun voeten aan wat de rechter heeft beslist. Wat kan je de staatssecretaris verwijten? Hij volgt gewoon het voorbeeld van de justitieminister.

Wat kan Koen Geens doen? Bekennen dat de balk in zijn oog groter is dan de splinter in die van de staatssecretaris? Neen, Koen Geens doet waar hij sterk in is. Hij doet ‘alsof’, een tsjeevenstreek: er moet overleg komen tussen de rechter en de dienst vreemdelingenzaken.

Beseft de justitieminister wat hij daardoor op de helling zet? Sinds wanneer en op basis van welk principe is een dienst van de uitvoerende macht – andere dan het openbaar ministerie – partij in een strafproces of in een gerechtelijk onderzoek?

Moet de onafhankelijke strafrechter rekening houden met het aantal door de justitieminister ter beschikking gestelde cipiers om iemand te kunnen veroordelen? Moet de onderzoeksrechter eerst de staatssecretaris raadplegen vooraleer een aanhoudingsbevel te verlenen?

Voorbeelden strekken

De twee dossiers van de dienst vreemdelingenzaken – de uitwijzingen tegen een rechterlijk bevel in – tonen hoe diep het probleem zit, en hoe ver het fenomeen zich heeft verspreid.

Het was ook voorspelbaar. Het begon, meer dan tien jaar geleden, toen justitieministers straffen onder de drie maanden niet meer lieten uitvoerden. Van drie maanden kwam zes maanden. Het liep op tot straffen onder de drie jaar die niet meer worden uitgevoerd.

Een strafrechter die het niet meer kon aanzien en besefte wat daar de gevolgen van zouden zijn – en daarom een verdachte vrij sprak – werd uiteindelijk zelf vervolgd voor rechtsweigering.

Intussen is het gevolg van de schuldige nalatigheid van het beleid echter voor iedereen zichtbaar: wat is nog de waarde van een rechterlijke uitspraak als een staatssecretaris het strafrechtelijk beleid van de justitieminister na-aapt en een rechterlijke beslissing met de voeten treedt? Wie is er dan nog wel gehouden door een rechterlijke uitspraak?

Beleid

Het hele fenomeen steunt op één erg ingrijpende hervorming: de toewijzing aan de justitieminister van een nieuwe bevoegdheid. Enkel hij bepaalt het strafrechtelijk beleid.

Wat is dat voor iets? Vroeger volgde wat naar de maatschappelijke noodwendigheden moest worden vervolgd en wat daar prioritair bij is, uit de uitspraken van de rechtscolleges: uit de rechtspraak en de daarop, door de academische wereld geven kritiek, de rechtsleer.

Koen Geens en Theo Francken staan dus niet tegenover, maar naast elkaar: allebei vegen ze hun voeten aan wat de rechter heeft beslist

Nu is het de justitieminister, de uitvoerende macht, die dat alles bepaalt. Het is bovendien een persoonlijke bevoegdheid waarbij wat de magistratuur er over denkt volkomen kan genegeerd worden: het advies van het college van procureurs-generaal is enkel een advies, het beleid van de justitieminister moet door het openbaar ministerie verplicht worden uitgevoerd. Daardoor wordt ook het statuut van het openbaar ministerie ernstig aangetast: de beweerde onafhankelijkheid wordt herleid tot wat het strafrechtelijk beleid van de minister toelaat.

Rechtsstaat

Het maakt deel uit van het strafrechtelijk beleid van deze justitieminister dat niet alleen het openbaar ministerie moet uitvoeren wat hij beslist. Door de (intussen afgekeurde) wet op de uitgebreide minnelijke schikking in strafzaken – de zogenaamde afkoopwet die een verdachte toelaat zijn schuld en boete af te kopen – werd ook de strafrechter uit de gerechtelijke besluitvorming geweerd.

Had het Grondwettelijk Hof deze wet niet afgekeurd dan was de cirkel rond geweest: wat door het strafgerecht al dan niet moet worden vervolgd zou dan herleid zijn geweest tot wat het strafrechtelijk beleid van de justitieminister als “opportuun” zou hebben bevonden.

Dat komt neer op het einde van de rechtsstaat.

Onverschillig

Dat onze rechtsstaat door het beleid wordt ondermijnd, de uitvoerende macht stelselmatig de opdrachten en bevoegdheden van de rechterlijke macht overneemt of deze gewoonweg negeert, wordt in de media enkel via korte berichten en indirect gemeld.

Hoewel het parlementair onderzoek over Kazachgate en de uitgebreide minnelijke schikking aantoonde dat de werking van alle grondwettelijke machten er op het hoogste niveau wordt door ontwricht, ligt niemand daar echt wakker van: het kan de burger geen moer schelen!

Media hebben wel aandacht voor de wantoestanden in Polen, Hongarije, of zelfs in Oostenrijk: die worden wél van commentaar voorzien en daarbij wordt wél de gevaarlijke ruk naar extreemrechts opgemerkt.

Dat in eigen land hetzelfde gebeurt waarbij zowel de justitieminister als de staatssecretaris voor vreemdelingenzaken een beleid volgen waarin rechterlijke beslissingen voor onbestaande worden gehouden, wordt hier als een uiting van de gekende zelfspot beschouwd.

Om de nefaste gevolgen ervan te kunnen miskennen, wordt het voorgesteld alsof het beleid van de justitieminister en dat van de staatssecretaris tegenover elkaar staan. Terwijl wat Theo Francken doet niets meer is dan wat de hervorming van Koen Geens wil bereiken: de afbouw van de rechterlijke bevoegdheden en de versterking van de uitvoerende macht.

Wat is het verschil tussen de verhoopte kracht van de verandering van de N-VA en de werkelijke verandering van de rechtsstaat zoals die door het boegbeeld van de CD&V op justitie wordt doorgevoerd?

Het is misschien een vraag die door de liberale premier zou kunnen beantwoord worden.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Walter De Smedt is gewezen raadslid van Comité I en Comité P.