Een brokkenpiloot in de F-16 cockpit

 Leestijd: 3 minuten1

Het F-16 dossier is zodanig verziekt dat het bord maar beter volledig wordt afgewassen. Zo kan meteen ook de discussie worden gevoerd over de (atoom)wapens die onder de nieuwe drager (kunnen) hangen en over de bijhorende geopolitieke belangen.

Het debat over de vervanging van de bestaande F-16 toestellen lijkt nog lang niet van de baan. Een botsing tussen premier Michel en zijn Defensieminister Steven Vandeput wijst in die richting.

In een interview in De Morgen zegt Steven Vandeput (N-VA) vandaag:

“We hadden met de regering beslist om een procedure te voeren die publiek en transparant was en duidelijke beoordelingscriteria bevatte.”

Publiek is de procedure helaas nooit geweest. Zelfs de veel besproken onderzoeken stuitten op wat ook voor de parlementairen “geclassificeerd” moet blijven.

Als er iets geheim is, kan je moeilijk van “transparantie“ spreken.

En wat zijn die duidelijke beoordelingscriteria? Die waren al langer door ene Pieter De Crem voorbereid. Hij laat geen kans passereen om zijn keuze voor de F35 te benadrukken.

Belgische F16 in Irak (Foto: Defensie)

Belgische F16 in Irak (Foto: Defensie)

Beoordelingscriteria

Het debat over de vervanging was nuttig: de “beoordelingscriteria” werden er door op scherp gesteld. Een aantal zaken werd pijnlijk duidelijk

Zo lijkt de F-35 niet bepaald in prima vorm.

“De waslijst van ontwerpfouten en technische kinderziekten is zo lang dat het moeilijk in te schatten is of en wanneer de F-35 echt klaar is om ingezet te worden”, schreef Het Laatste Nieuws al in 2014.

Het rapport van het Amerikaanse Rekenhof, waaruit Knack recent citeerde, is even duidelijk:

“Volgens het rapport van begin juni, telt het gevechtsvliegtuig van de vijfde generatie – waarvan 300 exemplaren reeds geleverd zijn – nog 966 gebreken, waaronder 111 van categorie 1 en 855 van categorie 2. Onder categorie 1 vallen de gebreken die onder meer de veiligheid in gevaar brengen, onder categorie 2 deze die het succes van een missie in gevaar brengen”.

Gelogen?

Wie in dit dossier liegt, kan je door de manier waarop er naar gezocht werd niet uitmaken. Wat wel duidelijk werd is dat de defensieminister het dossier niet in handen heeft. Een vaststelling die ook geldt voor de dienst waarvoor hij verantwoordelijk is: de militairen. De ene militair sprak de andere tegen.

In het debat werd bovendien de meest belangrijke vraag – of wij wel atoomwapens moeten stockeren en vervoeren – vermeden.

Niet onbelangrijk, want achter deze vraag zit nog een andere verscholen. Als er toch atoombommen onder moeten, zullen het dan Amerikaanse of Franse zijn? Het is geen geheim dat de keuze voor de F-35 niet alleen wordt ingegeven door zijn stealth-capaciteiten – zijn verminderde zichtbaarheid – maar vooral door de bewapening die er onder kan: de Amerikaanse atoombommen.

De F35 Joint Strike Fighter is ontworpen om onder meer de vernieuwde nucleaire wapens te dragen, B61 bommen, zoals er in Kleine-Brogel liggen. Kunnen of mogen die onder een andere bommenwerper zoals de Franse Rafale?

De Rafale kan worden uitgerust met lucht-lucht- en lucht-grond wapens, ook de Amerikaanse. Maar onder de Rafale hangt ook de tactische nucleaire raket Aérospatiale ASMP, die samen met de kernraketten uit de Franse onderzeeboten de Franse “ Force de Frappe” uitmaken.

Als de aankoop van de Rafale ook betekent dat je er de Franse nucleaire raketten bijneemt, zit je in een geheel ander verhaal. Een verhaal dat de keuze over het vervoermiddel overstijgt.

Force de Frappe

Toen president Charles de Gaule in 1958 terug aan de macht kwam, stapte hij uit de NAVO, zette hij de Amerikaanse troepen zijn land uit, en maakte hij zijn eigen “Force de Frappe”.

Deze “Force de Dissuasion” bevatte ook een eigen nucleair programma: de laatste kernproeven dateren van 1996 toen president Sarkozy het “Comprehensive Nuclear-Test Ban Treaty” ( CTBT) tekende en het nucleair arsenaal van de Franse luchtmacht met 30 % werd verminderd tot 290 kernkoppen.

Dezelfde Sarkozy keerde in april 2009 terug naar de NAVO. Die Franse terugkeer werd bezegeld in Baden-Baden op de zestigste verjaardag van de verdragsorganisatie.

Misschien moet het niet enkel over de drager van de wapens maar ook over de wapens zelf gaan

De huidige Franse president Macron keert evenwel terug naar de Gaulistische opvatting: hij pleitte op 26 september 2017, tijdens een toespraak in de Sorbonne voor een Europees Leger met een eigen interventiemacht.

Omdat Frankrijk zijn eigen nucleaire capaciteit heeft behouden en de Rafale, samen met de daaronder hangende Aérospatiale ASMP raketten er deel van uitmaken, zou het niet onlogisch zijn dat bij de aankoop van de Rafale ook die raketten op de agenda komen: wordt België daardoor een onderdeel van de Franse Force de Frappe, in afwachting van de verdere uitbouw tot een Europese Force de Dissuasion? Gek is die vraag toch niet?

Verziekt

Als een dossier dermate “verziekt” is, is er maar één min of meer gezonde oplossing: opnieuw beginnen. Op een persconferentie gaf premier Michel die richting ook voorzichtig aan, door te zeggen dat de regering bereid is om het Franse aanbod voor de vervanging van de F-16’s te bekijken.

Zijn defensieminister Vandeput lijkt het plan van zijn premier echter vooraf te willen begraven: “Je kan niet doen alsof de Fransen in de procedure zitten”, zegt hij in De Morgen.

Wat minister Vandeput natuurlijk wel kan doen, is er voor zorgen dat een nieuwe procedure wordt opgestart.  Daarvoor zijn redenen genoeg:de huidige procedure ontbeert transparantie, er werd flink gelogen en er zijn duidelijke tekortkomingen aan de gebruikte criteria.

Misschien moet het dan meteen ook niet enkel over de drager van de wapens maar ook over de wapens zelf gaan.

Misschien komt dan ook de achterliggende agenda, de keuze voor een Europese Force de Dissuasion, en de verhouding ervan ten overstaan van de NAVO, in het debat. Of is dat het geheim dat de transparantie belet?

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P