Is de diamantoorlog een verzonnen verhaal?

 Leestijd: 4 minuten2

“De open oorlog in het Antwerps justitiepaleis draait om diamant. Aan de hand van interne documenten reconstrueert Apache hoe het onderzoek naar miljardenfraude bij de machtige Antwerpse diamantlobby vanuit het gerecht zelf van meet af aan vakkundig werd gedwarsboomd”.

Apache maakte er een dossier van met verschillende afleveringen en zelfs een waar stripverhaal. De toenmalige procureur-generaal Yves Liégeois ontkende zowat alles, zelfs het bestaan van de diamantoorlog.

In een interview met Knack verklaarde hij:

“Er ís geen diamantoorlog. Die is er nooit geweest. Het is een uitvinding van een aantal mensen die in de pers werd overgenomen. Ze gaat zodanig tegen alle logica en feiten in dat het onwaarschijnlijk is dat men er nog over spreekt. De kracht van de journalistiek is de waakhond te zijn van de maatschappij. Maar een waakhond moet niet afstormen op de eigenaar van het gebouw waar wordt ingebroken, hij moet de dief bijten. Als hij de dief niet bijt maar aflikt, en de eigenaar de strot overknipt, dan zijn we niet goed bezig.”

Uitvinding

Was de diamantoorlog een uitvinding van de pers? Wat was de juiste rol van de betrokken magistraten? En hoe is die oorlog dan afgelopen? Omdat het over miljardenfraude ging en vooral omdat de rol van het openbaar ministerie er de kernvraag van uitmaakte, is het de moeite om vijf jaar later deze vragen te beantwoorden.

Alles over Diamantgate (Tekening Koen Huybreghts)

Yves Liégeois, (Tekening: Koen Huybreghts)

Dat kan omdat er intussen over de grond van de betwisting, over de Afkoopwet zelf, door het Grondwettelijk Hof een definitieve beoordeling werd gemaakt en er over de door de procureur-generaal Liégeois gevolgde werkwijze een uitgebreid onderzoek werd gevoerd, het parlementair onderzoek gekend als de Kazachgate.

Afgekeurd

In de diamantoorlog stonden twee meningen lijnrecht tegen elkaar. Procureur-generaal Liégeois wilde een deal met de vervolgde diamantairs zonder tussenkomst van de strafrechter.

De substituut Peter Van Calster was niet tegen een schikking maar wilde deze wél aan het toezicht van de strafrechter voorleggen. Voor het beslechten van dergelijk meningsverschil bestaan voldoende regeltjes.

Als het over de vorm, de te volgen werkwijze, gaat is er een simpele oplossing: een procureur-generaal kan zijn substituut verplichten om zijn bevel uit te voeren.

Over de grond van het probleem kan, omdat het over een grondwettelijke aangelegenheid gaat, het Grondwettelijk Hof oordelen. Dat deed het hof ook: de door de procureur-generaal Liégeois voorgehouden werkwijze werd afgekeurd omdat deze niet in overeenstemming was met de grondwettelijke en supranationale verplichtingen van het ‘eerlijk proces’ die een daadwerkelijk rechterlijk en openbaar toezicht opleggen.

Over de grond van de zaak kreeg substituut Van Calster volkomen gelijk. Daarmee kon het meningsverschil als beëindigd worden beschouwd. Maar voor de Antwerpse parkethiërarchie was het dat niet.

Van Calster werd vervolgd, verplaatst en geschorst. Er volgden tuchtprocedures waarbij hij in eerste aanleg werd afgezet en in beroep werd veroordeeld tot een jaar schorsing.

Kazachgate

Hoe er door het Antwerpse parket-generaal in de diamantoorlog werd gewerkt, kwam ruim aan bod in de parlementaire onderzoekscommissie over de uitgebreide minnelijke schikking, de Afkoopwet.

De onderzoekscommissie verkreeg interne parketdocumenten en hoorde zowel de advocaat van de diamantairs als de procureur-generaal Liégeois. Daaruit bleek met zekerheid hoe er werkelijk werd gewerkt.

Er werd overlegd en een tekst gemaakt die tot doel had ‘de politieke besluitvorming te beïnvloeden’

Uit de parketdocumenten bleek dat er, in tegenspraak met wat de heer Liégeois had beweerd, wél met de advocaten was overlegd. Dat ‘overleg’ ging niet over de door het parket behandelde dossiers maar over een geheel andere aangelegenheid: er werd overlegd en een tekst gemaakt die tot doel had “de politieke besluitvorming te beïnvloeden”.

Dat de procureur-generaal publiekelijk gelogen had over het overleg en hij wellicht de advocaten niet naar buiten had gestuurd, was in vergelijking met het doel van het vertrouwelijk overleg maar een anekdote: het beïnvloeden van de politieke besluitvorming door een ‘vertrouwelijk overleg’ met de vertegenwoordigers van de diamantsector behoort immers niet tot de wettelijke opdracht van een procureur-generaal, en kan mogelijk als een samenspanning van ambtenaren worden omschreven.

Tucht

Omdat de procureur-generaal Liégeois zowel vormelijk als inhoudelijk door enerzijds een parlementaire commissie en anderszijds door het hoogste hof geheel in het ongelijk werd gesteld,  leken de persoonlijke problemen van substituut Van Calster voorbij.

In een eerste uitspraak van de nieuw opgerichte tuchtrechtbank werd Van Calster afgezet, op straat gezet, hoofdzakelijk wegens een gebrek aan loyauteit jegens de hiërarchie

Maar dat is zonder de mogelijkheden van de hiërarchie gerekend. In een eerste uitspraak van de nieuw opgerichte tuchtrechtbank werd Van Calster afgezet, op straat gezet, hoofdzakelijk wegens een gebrek aan loyauteit jegens de hiërarchie.

De uitspraak werd in beroep hervormd tot een schorsing van één jaar, de feitelijke bevestiging van het jaar dat de substituut werkloos had thuis gezeten. Daarmee kon de substituut weer aan het werk. Maar ook dat lijkt voor de hierarchie moeilijk te slikken. Hoewel Van Calster zich wou aanbieden, werd hem dat belet zodat hij nog steeds, werkloos, thuis zit.

Systeem

Hoewel de persoonlijke problemen van een parketmagistraat die zijn werk deed niet mogen onderschat worden, gaat dit dossier vooral over de dubbele vraag over de opdrachten van enerzijds de journalistiek en anderzijds het parket.

Dit dossier gaat vooral over de dubbele vraag over de opdrachten van enerzijds de journalistiek en anderzijds het parket

Wat mogen en kunnen deze instituten doen en wat is daarbij niet toelaatbaar? Zoals de heer Liégeois het stelde? “De kracht van de journalistiek is de waakhond te zijn van de maatschappij.”

Gezien de vaststellingen van de parlementaire onderzoekscommissie en de uitspraak van het Grondwettelijk Hof mag besloten worden dat de nieuwssite Apache, als waakhond van de maatschappij, terecht aandacht besteedde aan de parketoorlog.

Dat maakt dat de uitspraak van de heer Liégeois “ Als hij de dief niet bijt maar aflikt, en de eigenaar de strot overknipt, dan zijn we niet goed bezig”, eerder op het parket van toepassing is.

Het is overigens een vraag die niet enkel uit dit dossier naar voor komt. Uit alle gereveleerde schandalen, van Optima, over Publifin naar Land Invest, duikt steeds weer dezelfde vraag op: wat is de rol van het openbaar ministerie, welke zijn de opdrachten en bevoegdheden die moeten leiden tot een daadwerkelijke vervolging en een eerlijk proces?

Daarover gaat ook de spraakverwarring die was ontstaan door het voorstel om de onderzoeksrechter te vervangen door de rechter van het onderzoek en daardoor ook het monopolie van het vooronderzoek aan het parket over te dragen.

Het is niet het statuut van de rechter dat moet herbekeken worden maar wél de opdrachten en bevoegdheden van het openbaar ministerie

Het is niet het statuut van de rechter dat moet herbekeken worden maar wél de opdrachten en bevoegdheden van het openbaar ministerie. Dat het zover is gekomen, heeft het openbaar ministerie aan zichzelf te wijten. Als je het onderste uit de kan wil, krijg je het deksel op de neus.

Onbehoorlijke handelingen zoals die door de gewezen Antwerpse procureur-generaal werden gesteld, hebben het aangezicht van de gehele parketmagistratuur geschonden.

De huidige parkethiërarchie zou er daarom goed aan doen te beseffen dat indien het waar is dat er een ‘hoge’ magistratuur bestaat dat niet betekent dat er één is die laag is.

De Antwerpse parketmagistratuur zou zich daarom opnieuw van niveau kunnen tonen door te aanvaarden wat ieder procespartij moet kunnen verwerken: als je door de twee hoogstaande instituten in het ongelijk wordt gesteld moet je de fairplay  kunnen tonen om je daar bij neer te leggen.

Dat het ook eerlijk moet gaan, staat niet in de code die bepaalt wat magistraten wél en niet mogen doen, maar het zou in het hart en in de geest van iedere magistraat moeten leven.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P