Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De blinde hoek van de representatieve democratie

20 februari 2018 Pascal Debruyne
clem-onojeghuo-381193-unsplash

Peter Wouters, voorzitter van Beweging.net, pende vorige week een veelbesproken 'no pasaran' opiniebijdrage neer, waarin hij de aanvallen van staatssecretaris voor Gelijke Kansen Zuhal Demir (N-VA) op gelijkekansencentrum Unia en het Minderhedenforum aanklaagt, en het politieoptreden bij Globe Aroma in Brussel in het kader van het Kanaalplan van Minister Jan Jambon (N-VA), waar mensen zonder papieren werden aangehouden.

Volgens Vlaams Volksvertegenwoordiger Marius Meremans (N-VA) moeten bepaalde organisaties zich aan hun missie houden, de wet niet overtreden of zich houden aan de krijtlijnen bepaald door het parlement waar zij als machtigste partij de krijtlijnen bepalen.

De N-VA reproduceert daarmee voortdurend de mythe dat de representatieve democratie de hele democratie beslaat, en dat diegene met de meeste macht zich totaliserend kan opstellen in die democratie.

clem-onojeghuo-381193-unsplash

Macht bepaalt ‘de wet’. Het middenveld is hooguit een loyale partner in goede tijden die beleid kan uitvoeren, burgers moeten bijeenbrengen in de vrijetijd en dienstverlening kan uitbouwen zolang dat niet leidt tot dwarsliggerij. Echter, zonder dwarsliggers rijdt de trein niet in een democratie. Toch niet in een democratie waar het georganiseerd meningsverschil voorop staat.

Wie moet wie de wet leren kennen?

Dat het middenveld de wet zou overtreden is vreemd. Kan iemand dat eerst bewijzen voor men dergelijke beschuldigingen lanceert? Dit is nog altijd een rechtstaat. Zoniet, dan lijkt het dictum van Wittgenstein: "Waarover men niet spreken kan, moet men zwijgen.", een goede leidraad. En waar overtreedt men de krijtlijnen van het parlement?

Geen enkele van deze organisaties overtrad de wet of de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens, waar Meremans naar verwijst. Onlangs nog stelde de hoogste magistraat van ons land dat mensen zonder wettig verblijf medische hulp verlenen, voedsel, kledij of onderdak geven, nooit een misdrijf kan zijn.

Dat kan niet gezegd worden van de federale regering in haar toetsing van Artikel 3 van het EVRM bij het terugsturen van Soedanezen bijvoorbeeld. Of verwijzen we naar al die keren dat België veroordeeld werd voor het schenden van het kinderrechtenverdrag voor het opsluiten van kinderen in detentiecentra? Wetend dat er nog van die detentiecentra worden bijgebouwd in de toekomst. Wie moet wie de wet lezen?

Wiens brood men eet, diens woord men spreekt

Wie zich niet schikt naar die N-VA-wetten van middenveld, krijgt het aan de stok met N-VA die zich opwerpt als dominante politieke actor in de Vlaamse regering.

De wet waarnaar N-VA verwijst is de wet die de partij zelf fabriceert. “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt”, is de leuze van N-VA voor het middenveld en burgerorganisaties. Wie zich niet schikt naar die N-VA-wetten voor het middenveld, krijgt het aan de stok met de partij die zich opwerpt als dominante politieke actor in de Vlaamse regering.

Dat kan door allerlei doorgedrukte fusies zoals bijvoorbeeld in de inburgerings- en integratiesector mocht ervaren, of alle welzijnssteunpunten die gedwongen moesten fusioneren in SAM VZW. Of men voert besparingen of vermarkting door zoals de CAW-daklozenopvang ‘De Vaart’ overkwam in Antwerpen en een deel van de asielopvang met contracten voor G4S Care. Als dat de middenvelders niet stilhoudt, worden ze finaal geconfronteerd met voortdurende aanvallen en verdachtmaking met mogelijke broodroof als dreigement. KifKif vzw mocht dat enkele keren meemaken.

De droom van N-VA is een middenveld dat loyaal en uitvoerend is: een verlengstuk van de overheid. Kortom, men wil een gedepolitiseerd middenveld dat geenszins een andere maatschappij mag voorstaan, laat staan die kan afdwingen via diverse machtsstrategieën. Nochtans is die gepolitiseerde blik van een kritisch middenveld wel degelijk nodig.

Particratie dominanter dan ooit

De droom van N-VA is een middenveld dat loyaal en uitvoerend is: een verlengstuk van de overheid.

De particratie is namelijk dominanter dan ooit. Politiek gaat toenemend over een autonoom ecosysteem van ‘de partij’ in stand houden in plaats van volksvertegenwoordiging. We verwijzen naar de mandatencarrousel met bijbehorende vergoedingen die de loyaliteitsband tussen mandataris en partij strak moet betonneren. De kritiek op de parlementen tot en met de gemeenteraden waar iedereen zich moet schikken naar het poppenspel van de partij, zijn legio.

Dit soort ‘democratie’ vernauwt de praktijk en visie op democratie als het georganiseerd meningsverschil over hoe de maatschappij er moet uitzien. Het is dan ook niet vreemd dat in bepaalde dossiers middenvelders en burgerorganisaties een belangrijke rol gaan spelen om de waaier van mogelijke opties terug te openen.

Een spiegel voorhouden

In de reproductie van een enge democratie waarbij macht de wet bepaalt, komt één perspectief niet aan bod. Namelijk dat van een historisch afgedwongen en noodzakelijk recht op participatie. De N-VA framing dat representatieve democratie perfect zonder kan, is historisch betwijfelbaar. Er is een prangende nood aan extra ‘checks en balances’ in de huidige representatieve democratie.

Pascal Debruyne (c) PD
Pascal Debruyne (c) PD

Er gaapt een kloof tussen het theoretische uitgangspunt van volksvertegenwoordiging en de praktijk. Het antwoord op wie er vertegenwoordigd wordt, beantwoordt allerminst aan het ideaaltypische uitgangspunt van representatie.

Er loopt een rode draad doorheen de geschiedenis van de laatste decennia waar de banden tussen projectontwikkelaars en beleidsmakers al te geprivilegieerd zijn. Dat is niet alleen het geval in de jaren ’50 en ’60 met Charlie De Pauw en toenmalig schepen van stedenbouw Paul Vanden Boeynants, of tussen “de betonpoeper” burgemeester Placide De Paepe en projectontwikkelaars in Gent in de jaren ‘80, of tussen ‘Paars’ en Bontinck in de laatste decennia in diezelfde stad.

Diezelfde praktijken komen de laatste jaren naar boven met bouwfirma’s als ‘Land Invest’ en financiële spelers als 'Optima' in Antwerpen en Gent. Het is precies tegen dat soort projecten dat van onderuit protest kwam. In het fabriceren van een stad op maat van projectontwikkelaars vergat men meer dan eens het belang van de stad op mensenmaat en reële noden aan de basis van wijken.

Is er net op dat punt geen gepolitiseerd middenveld nodig, meer dan we zelf nu kennen, om een spiegel voor te houden?

Waar we als burgers en middenveldorganisaties de laatste jaren mee geconfronteerd worden, is hoe macht vaak meer macht oproept, wat meer dan eens in oligarchische politiek eindigt waarin men zich onschendbaar waant. Is er net op dat punt geen gepolitiseerd middenveld nodig, meer dan we zelf nu kennen, om een spiegel voor te houden?

Kloof tussen burger en politiek

Maar er is meer dat het ideaaltypische uitgangspunt over representatieve democratie doet wankelen. De kloof tussen burger en politiek is geen imaginair construct. Het is een geleefde realiteit in achterstandswijken en bij uitbreiding in allerlei woongebieden in Vlaanderen en Brussel. Dat vervreemding tot meer aversie ten aanzien van politiek leidt, of tot populisme omdat er geen politiek verhaal over een inclusieve maatschappij is, hoeft weinig betoog.

De kloof tussen burger en politiek is geen imaginair construct. Het is een geleefde realiteit.

Dat wantrouwen in de politiek uit zich ook in cijfers. De Vlaamse regering overtuigde in 2017 nog 4 op de 10 Vlamingen. In de federale regering, de koning en Europa hebben nauwelijks 3 op de 10 Vlamingen nog vertrouwen. In de bankensector of politici hebben minder dan 2 op de 10 Vlamingen nog vertrouwen. De cijfers van niet stemmers zijn torenhoog. Bijna 1 op 10 burgers gaat niet stemmen. Vooral in de grootsteden ligt het aantal niet-stemmers enorm hoog. In Brussel gaan die cijfers zelfs tot vijftig procent. Kortom, wie representeert de representatieve democratie nog?

Waar de representatieve democratie steeds meer vervreemding oproept, nemen burgers meer en meer het heft in handen nemen, om mee hun stad en leefomgeving vorm te geven. De burgerbewegingen en actiecomités beginnen de rol van de politiek over te nemen, omdat zij wel mensen die vervreemd zijn van partijpolitiek, kunnen overtuigen om zich te engageren voor hun stad of dorp.

Doen alsof de representatieve democratie de regel is en burgerparticipatie hooguit nodig is voor wat draagvlak of als beleidsfrivoliteit, is de kop in het zand steken over 'de staat van de representatieve democratie' zélf. Participatie die ertoe doet, wat meestal die participatie is die wordt afgedwongen in dossiers waar tegenspraak broodnodig is en niet top-down als gunst wordt gegeven, is essentieel om de systeemfouten van de representatieve democratie te corrigeren.

Doen alsof de representatieve democratie de regel is en burgerparticipatie hooguit nodig is voor wat draagvlak of als beleidsfrivoliteit, is de kop in het zand steken over 'de staat van de representatieve democratie' zélf.

Het is dan ook niet vreemd dat participatie van middenvelders, burgers en de brede civiele samenleving in verschillende instituties erkend wordt als een afgedwongen recht die de democratie verrijkt en de eenzijdige machtsblik op representatieve democratie terug openbreekt: van op VN niveau tot in het kinderrechtenverdrag, allerlei dossiers in de ruimtelijke ordening en zelf volksvergaderingen om de grondwet te herschrijven.

Waar men wat afstand neemt van de macht, wordt de zoektocht naar participatieve democratie om de macht te corrigeren als normaal ervaren. Bij N-VA kiest men er echter voor om de blinde hoek van de representatieve democratie te verdedigen, ondanks de schade aan de democratie die over meer gaat dan brute macht om de wet en de krijtlijnen van wat kan, mag en moet te bepalen.

LEES OOK