Nationaliseren of privatiseren?

 Leestijd: 5 minuten2

Todd Dewey is onderweg van de Canadese stad Winnipeg naar North Spirit Lake, 500 km naar het noordoosten. Hij is een van de Ice Road Truckers, bekend van de gelijknamige televisiereeks. Dat zijn ruige gasten (van beiderlei geslacht) die proberen zoveel mogelijk geld te verdienen tijdens de koudste maanden in Noord-Amerika, door afgelegen dorpen te bevoorraden over de Winterwegen, die vaak slechts een laag ijs zijn over een rivier, een meer of zelfs de oceaan.

Todd rijdt over een hobbelige landweg die enkel begaanbaar is omdat er een laag aangedrukte sneeuw opligt, met achter zich een aanhangwagen met 30 ton bouwmaterialen. Maar zijn truck verliest kracht en kan maar met moeite de steile hellingen aan.

Een coole afweging

Achter hem is Darrell Ward, ook op weg naar North Spirit Lake, hem aan het inhalen. Uiteindelijk wordt Todd gedwongen te stoppen, en Darrell zet zich ook aan de kant. Hij heeft een veel lichtere lading, enkele grote plastic tanks. Het zou zinvol zijn de ladingen te verwisselen, maar de chauffeurs werken voor verschillende firma’s. Dat zou misschien niet eens een probleem zijn, maar Darrell, die eigenlijk een ex-collega is van Todd, had niet zo lang geleden ruzie met hun toentertijd gemeenschappelijke baas. Hij nam toen boos ontslag en zette zijn eigen bedrijf op – dus hij is niet enkel een concurrent maar ook een rivaal.

Het harde leven op de winterweg. (Foto: Natalia Kollegova)

Hij deelt zijn gedachtengang met de camera. Enerzijds is hij er natuurlijk op uit geld te verdienen, en dus moet hij zijn lading op tijd afleveren, en zich niet bekommeren om de problemen van een concurrent. Anderzijds laat je een mede-chauffeur niet aan zijn lot over, honderd mijl van de beschaving, in temperaturen van 20 onder nul. En je hebt een morele plicht om de mensen te bevoorraden voor wie je letterlijk van levensbelang bent. Dus besluit Darrell zonder veel verdere plichtplegingen zijn trailer te ruilen met die van Todd. Enkele uren later rijden ze in konvooi  North Spirit Lake binnen, en leveren ze hun lading af zoals gepland.

Op 15 januari werd Carillion, een gigantische globale firma, gespecialiseerd in facilitair beheer en constructie, tot liquidatie gedwongen, met schulden die oplopen tot anderhalf miljard pond (bijna 1,7 miljard euro). De gevolgen zijn groot, niet enkel voor de 43.000 medewerkers maar ook voor de vele onderaannemers met open facturen die wellicht nooit zullen worden vereffend, en voor de vele klanten, wiens diensten en bouwprojecten nu in gevaar zijn.

Blogger Flipchart Rick schreef uitgebreid over de achtergrond van de (aanhoudende) problemen van Carillion. Sommige zijn inherent in de lage marges en de omvang van de projecten, kwetsbaar voor onverwachte gebeurtenissen en onzekerheid in het algemeen; andere hebben te maken met het slechte beheer van het management en van de regering als klant. Een terugkerend thema in de naweeën van de ondergang van Carillion is dat van het uitbesteden van openbare diensten, en het gebruik van publiek-private samenwerking voor investeringsprojecten. Zijn deze wel een goede zaak voor de burger?

Niet zo’n coole afweging

Het antwoord op deze vraag ligt in de potentieel sterk verschillende manieren waarop afwegingen worden gemaakt in privé-ondernemingen en in openbare instellingen. Zoals de blog van Flipchart Rick illustreert, zijn de Britten argwanend ten opzichte van big business (en die zijn natuurlijk vooral betrokken bij het privatiseren van openbare diensten). Dat is voor een deel omdat men veronderstelt dat het winstmotief van privébedrijven de afwegingen die moeten worden gemaakt beïnvloedt, ten voordele van de aandeelhouders en ten nadele van medewerkers, de belastingbetaler en de burger.

Niet veel vertrouwen. (Bron: Flip Chart Fairy Tales)

De afwegingen die we maken, vloeien voort uit een ingewikkeld samenspel van intrinsieke en extrinsieke motieven.

De afwegingen die we maken, vloeien voort uit een ingewikkeld samenspel van intrinsieke en extrinsieke motieven. Stel dat je wil dat ik je huis kom schoonmaken. Ik ben weliswaar een vriendelijke en bereidwillige gast, maar er zijn natuurlijk een boel andere dingen die ik liever doe.

Mijn intrinsieke motivatie is onvoldoende om in actie te schieten, en dus moet je er wat extrinsieke motivatie aan toevoegen: je moet me betalen. Maar zodra ik aan het schoonmaken ben, zal mijn intrinsieke motivatie natuurlijk het resultaat beïnvloeden.

Als ik een inherente drijfveer heb om goed werk te leveren en je als klant tevreden te stellen, dan zal ik met grote toewijding poetsen en schrobben. Als ik minder zorgvuldig ben ingesteld en al enkel geïnteresseerd ben in mijn loon, dan zullen mijn prestaties misschien wel te wensen laten. Maar dan moet ik me natuurlijk ook wel realiseren dat als ik te slordig te werk ga, je me minder kunt betalen, of me zelfs aan de deur zetten (of me niet opnieuw inhuren).

Mijn winstmotief geeft je tenminste een zekere invloed over hoe goed ik werk, en over hoe schoon je huis uiteindelijk is. Misschien is een echt goede schoonmaker, iemand met hoge intrinsieke motivatie, wat duurder, en dus door extra te betalen kun je ervoor zorgen dat je huis brandschoon is. Als ik een luiwammes ben met weinig intrinsieke motivatie dan kun je iemand anders zoeken. Maar mijn extrinsieke winstmotief kan ook tegen jou werken: als ik probeer mijn marge te verhogen door minderwaardige schoonmaakproducten te gebruiken, dan blijf je misschien wel zitten met onooglijke vegen op je carrelage.

Motivatie en afwegingen

Dit spel tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie zie je ook in grotere organisaties, van beneden tot boven in de bevelsstructuur – en dus ook wanneer ze openbare dienstverlening verzorgen, ongeacht of ze in publieke of privéhanden zijn. Zijn deze laatsten, wanneer ze diensten verlenen in uitbesteding, meer geneigd om afwegingen te maken die nadelig zijn voor de burger, zij het als consument of als belastingbetaler?

Ze kunnen zeker hun winstmarge een duwtje geven door te beknibbelen op materialen en arbeid zodat de waarde voor de gebruiker afneemt. En in tegenstelling tot een schoonmaker die je zelf inhuurt, kun je als burger niet zomaar de firma ontslaan die het vuilnis ophaalt, of die voor de cafetaria of de schoonmaak instaat in het gemeentelijke zwembad, wanneer hun prestatie ondermaats is.

Betekent dit dat publiek eigenaarschap gegarandeerd tot betere afwegingen leidt? Het winstmotief is dan afwezig, en dus ook het risico op misbruik daarvan. Maar dat neemt ook de extrinsieke motivatie weg, en dus hang je als burger helemaal af van de intrinsieke motivatie van de dienstverlener.

Als die ontbreekt en de kwaliteit deugt niet, dan ben je als burger even machteloos om betere vuilnisophaling, een betere cafetaria of betere schoonmaak in het zwembad te bekomen als bij hebzuchtige geprivatiseerde dienstverleners.

Ondoelmatige uitbesteding zelf kan overigens het gevolg zijn van een gebrek aan intrinsieke motivatie bij de overheid: als inkopers en zij die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de prijs-kwaliteit verhouding hun job niet behoorlijk doen, dan zijn de burger en de belastingbetaler de dupe.

Collectief eigenaarschap, ahoy! (bron: Yougov)

Het Britse publiek is een groot voorstander van openbaar eigenaarschap van vele sectoren, en een meerderheid wil bussen, nutsvoorzieningen en de spoorwegen opnieuw in overheidshanden zien, zoals een opiniepeiling van Yougov in mei 2017 vaststelde. Een peiling van Populus in augustus 2017 vond zelfs nog hogere aantallen mensen die nationalisatie willen (spoorwegen 76%, water 83%, electriciteit en gas 77%, banken 50%).

Dat ‘eigenbelang’ is de combinatie van de intrinsieke en extrinsieke motieven van mensen om een goede prestatie te leveren in de ogen van diegenen die ze dienen.

Maar doet het er echt zoveel toe of iemand door de overheid is tewerkgesteld, of door een privébedrijf? Zoals Adam Smith schreef in zijn Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations  (Boek 1, hoofdstuk2): “Niet van de welwillendheid van de slager, brouwer of bakker verwachten wij ons middagmaal, maar van de overweging van hun eigenbelang.” Dat ‘eigenbelang’ is de combinatie van de intrinsieke en extrinsieke motieven van mensen om een goede prestatie te leveren in de ogen van diegenen die ze dienen.

Darrell Ward is gemotiveerd door winst, maar dat hield hem niet tegen om het helpen van zijn mede-Ice Road Trucker te plaatsen boven het verzekeren van zijn inkomen. Zelf ben ik ooit buitengewoon bediend geweest door een ambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken: zij was niet gemotiveerd door winst, maar slaagde er desondanks in mijn defecte paspoort te vervangen door een nieuw exemplaar in minder dan 24 uur.

Ideologie leidt ons af van waar het werkelijk om draait in de openbare dienstverlening. Wat telt is de juiste balans van intrinsieke en extrinsieke motieven, en dat is even belangrijk bij privé- als bij openbaar eigenaarschap.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.