Beschermde Bart De Wever Alain Mathot of zichzelf?

 Leestijd: 3 minuten0

De dag voor Sint Niklaas wat in ons schoentje legt,  begint te Luik een strafproces dat grote gevolgen kan hebben: het Inova-Intradelproces over de bouw van een gigantische vuilverbrander (Uvelia) in Herstal die in 2009 werd ingewijd. Niet de bouw zelf maar de wijze waarop de Franse firma Inova die kon bekomen, is de inzet. Volgens het parket is dat kunnen gebeuren doordat Alain Mathot 700.000 euro steekpenningen kreeg.

Walter De Smedt

Volgens de elementen uit het gerechtelijk dossier die door Le Vif/L’Express werden kenbaar gemaakt, zijn er inderdaad ernstige aanwijzingen voor de vervolging van Mathot: bekentenissen zowel als daarmee overeenkomende materiële vaststellingen. Maar Alain Mathot zal op het proces niet aanwezig zijn. Daar zorgde zijn parlementaire onschendbaarheid voor.

Onschendbaar

Het principe van de onschendbaarheid van een parlementair staat in de grondwet (art 59). Het heeft tot doel de functie en niet de persoon van de parlementair te beschermen.

Daarom is de toestemming van de Kamer vereist om een volksvertegenwoordiger te kunnen vervolgen voor strafbare feiten en geldt die bescherming zolang het parlementair mandaat wordt uitgeoefend.

In het besluit van een nota van de juridische dienst van de Kamer van april 2015 schrijft kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA): “Alles laat bijgevolg uitschijnen dat de Belgische parlementsleden thans beschermd worden in strafzaken door een evenwichtige regeling, waardoor zij, enerzijds, niet worden blootgesteld aan ‘publieke processen’ en het grondbeginsel van het vermoeden van onschuld gevrijwaard wordt, maar waardoor de burger, anderzijds, evenmin de indruk krijgt dat parlementsleden ‘boven de wet’ staan.“

Er moet op gewezen worden dat indien de onschendbaarheid wordt opgeheven dat slechts een toelating is om een parlementair te vervolgen, hem in een strafproces als verdachte te betrekken. Daaruit volgt in generlei mate een beoordeling van de schuld vermits dat enkel de opdracht van de rechterlijke macht is.

Wanneer die onschendbaarheid niet wordt opgeheven gebeurt er niets. Dan kan de parlementair niet voor een rechtbank worden gebracht zodat de rechter geen uitspraak kan doen: hem noch kan veroordelen maar evenmin kan vrijspreken.

Indien het parlement beslist de onschendbaarheid niet op te heffen belet dat evenwel niet de voortgang van het proces ten overstaan van andere verdachten. Daarin zit dan ook het gevaar van dergelijke beslissing: wat indien uit de debatten van het proces moest blijken dat er wél ernstige aanwijzingen zijn van de betrokkenheid van de parlementair?

Wat gaat de burger denken indien de ‘mededaders’ wél veroordeeld worden voor dezelfde feiten waarvoor de parlementair onschendbaarheid kreeg: de indruk dat het parlementslid boven de wet staat?

Alain Mathot (foto: BELGA (c) Dirk Waem)

Schijn van partijdigheid

Om zowel de functie van de parlementair te beschermen als om een mogelijke schijn van partijdigheid te vermijden, verloopt de beslissing over het al of niet opheffen van de onschendbaarheid als een proces voor het proces. In een commissie worden er debatten over gehouden waarbij zowel de procureur-generaal als het betrokken lid kunnen worden gehoord, de documenten van het onderzoek worden voorgelegd, pleidooien met stukken en nota’s worden gehouden.

Uit al deze voorzieningen mag worden gesteld dat de parlementairen volledige kennis hebben van de feiten waarvoor vervolging wordt gevraagd en dat zij daarover vooreerst in de commissie en vervolgens in plenaire ruimschoots hebben gedebatteerd

Die commissie doet dan een aanbeveling aan de plenaire vergadering die stemt met gewone meerderheid. Ook in de plenaire wordt een debat gehouden en kunnen de partijen gehoord worden. Uit al deze voorzieningen mag worden gesteld dat de parlementairen volledige kennis hebben van de feiten waarvoor vervolging wordt gevraagd en dat zij daarover vooreerst in de commissie en vervolgens in plenaire ruimschoots hebben gedebatteerd: het is een weldoordachte beslissing met volledige kennis van zaken.

Voorliggend dossier

Wat nu door le Vif/L’Express wordt gereveleerd is wat de parlementairen in hun debat reeds hadden vernomen en waarover zij reeds een uitspraak hebben gedaan: geen vervolging.

Indien de door het weekblad uitgebrachte elementen inderdaad op stukken uit het gerechtsdossier steunen, is er reeds een eerste probleem: wat denkt de burger die dat leest er over? Wellicht niet hetzelfde als wat de parlementaire meerderheid besliste.

Een tweede vraag gaat over de steun die Alain Mathot kreeg van de N-VA kamerleden, en niet in het minste van de rapporteur in de commissie, de heer Vuye, ook professor grondwettelijk recht.

Buiten de juridische beoordeling die al niet zonder opmerkingen blijft, is er vooral de politieke houding die grote vraagtekens oproept. Is de PS waarvan Alain Mathot een kopstuk is, niet de door de partijvoorzitter herhaaldelijk verklaarde aartsvijand van de N-VA? Hoe kan je de N-VA steun politiek verklaren?

Het wordt nog problematischer door de publicatie door Apache van een document waaruit blijkt dat Bart De Wever, nog voor hij burgemeester was, reeds aan tafel zat met de vertegenwoordigers van het Waalse pensioenfonds Ogeo dat als de bank van de PS wordt beschouwd en waarin een ander erg in opspraak gekomen PS kopstuk, Stéphane Moreau, alle touwtjes in handen heeft. Hoe kan je dat politiek verklaren?

En dan is er nog het plotse vertrek van professor Vuye uit de partij: wist hij dan niet eerder dat de grondwetsherziening in de ijskast zou worden gestopt om te kunnen regeren? Of heeft zijn vertrek ook te maken met een normaal door de partijtop genomen beslissing om Alain Mathot uit de strafrechtelijke wind te zetten?

Proces

De parlementaire beslissing om de onschendbaarheid van Alain Mathot niet op te heffen kan niet beletten dat het strafproces toch door gaat. Vermits dat in het openbaar gebeurt en alle elementen van het dossier aan een tegensprekelijk debat zullen worden voorgelegd zal het proces aantonen wie wat heeft gedaan en wat daar de gevolgen van zijn.

Het zou dus wel eens kunnen dat het proces daarom niet enkel het proces van de aanwezige verdachten wordt: het kan niet anders dan dat daaruit ook de werkelijke rol van Alain Mathot gaat blijken.

En daardoor zal ook duidelijker worden waarom de parlementaire onschendbaarheid niet werd opgeheven: enkel om Alain Mathot te beschermen? Dat dreigt voor de N-VA geen Sint Niklaas-geschenk te worden.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P